Sama Jataka

01-sama-87001-Sama: 1.De afbeelding van de Sama Jataka in Wat Sop Pong, Wiang Pa Pao, Chiang Rai. 2. Detail van de door een pijl getroffen Sama.

Sama Jataka

In Thaise tempels vind je doorgaans een grote verscheidenheid aan muurschilderingen en het zal voor de meeste bezoekers vaak niet duidelijk zijn wat ze alle voorstellen.(1)  Eén voorstelling trekt altijd mijn aandacht: een knappe jongeman ligt op de oever van een beek en is getroffen door een pijl. Hij probeert de pijl uit zijn torso te trekken, terwijl achter hem de persoon staat die de pijl met zijn boog heeft afgeschoten. De dader heeft zijn linkerbeen opgetrokken, alsof hij bevroren is in een standje van een klassieke Thaise dans. In het bos op de achtergrond zijn doorgaans enkele dieren afgebeeld, meestal herten. En naast het slachtoffer staat steeds een aardenwerken pot.

Wat stelt dit tafereel voor?

02-sama-87002-Sama: Twee tempelmuurschilderingen die de Sama Jataka uitbeelden. 1. In een tempel in Chiang Khan in de provincie Loei. 2. In Wat Wang Wiwekaram in het district Sangkhlaburi van de provincie Kanchanaburi.

Het slachtoffer van dit geweldsdelict is de ongeveer achttienjarige Sama, een buitengewone jongen die vol toewijding zijn blinde ouders verzorgt met wie hij in het bos leeft. De dader achter hem is een koning die om te jagen naar het bos is gekomen. Het afgebeelde tafereel bevindt zich temidden van de vele andere tempelschilderingen. De afbeelding van de door een pijl getroffen jongen is doorgaans het enige tafereel uit het verhaal de Sama Jataka (in het Thai: Sam Chadok) dat op tempelmuren wordt geïllustreerd. De Sama Jataka is een van de tien bekendste verhalen over de eerdere existenties van de Boeddha, de zg. ‘birth stories’.

Toen de Boeddha verlicht werd kon hij zich alle 550 eerdere incarnaties herinneren, en in de jaren daarop had hij de gewoonte deze vorige levensverhalen aan zijn discipelen te vertellen om daarmee aspecten van de boeddhistische ethiek duidelijk te maken.

Later werden die verhalen in het Pali opgeschreven en werden ze bekend als de Jataka’s. Veel van deze verhalen hebben echter hun wortels in veel oudere legendes en volksvertellingen.(2)

De verhalen over de tien laaste existenties van de Boeddha zijn het bekendst en elk ervan wordt in een tempel doorgaans geïllustreerd met één enkele schildering. Alleen zijn laatste bestaan voordat hij als prins Siddharta, de ‘historische Boeddha’, werd herboren en dat in de Vessantara Jataka wordt beschreven, wordt meestal uitgebeeld met een dozijn schilderingen.(3)  In die tien verhalen over de tien laatste existenties van de Boeddha staat steeds duidelijk een bepaalde boeddhistische deugd centraal. In de Vessantara Jataka is dat goedgevigheid/gulheid, in de Sama Jataka is het liefde voor de ouders.

Wanneer Sama sterft als gevolg van de gifpijl die zijn lichaam heeft doorboord, ontbreekt bij de jongen elke vorm van zelfmedelijden. Het enige dat hij betreurt is het lot van zijn blinde ouders voor wie er niemand meer zal zijn en die hij onverzorgd zal achterlaten.

Het hele verhaal gaat als volgt (4):

03-sama-87003-Sama: 1. Schilderingen op de buitenmuur van een tempel in Chiang Khan in de provincie Loei in Noordoost- Thailand. De compositie wijkt nogal af van de standaard-Sama-voorstelling. De jongeling is nog niet getroffen door de pijl, hij probeert daarentegen weg te rennen voor de boogschutter.  2. Een muurschildering in de grote wihan van Wat Hariphunchai, Mueang district, provincie Lamphun in Noord-Thailand. Ook deze schildering wijkt sterk af van de standaard:  Sama is gestorven en wordt geliefkoosd en beweend door zijn blinde ouders. Zowel Sama als zijn ouders zijn gehuld in dierenvellen, wat laat zien dat ze een ascetisch bestaan leiden. Op de achtergrond loopt een tapir, een dier dat zelden in Thaise tempelschilderingen wotft aangetroffen.

De SAMA JATAKA (in het Thai: Sam Chadok)

Liefdevolle toewijding (‘loving kindness’), in het bijzonder aan de ouders, is de deugd die wordt uitgemeten in het verhaal over Sama, de goede zoon.

Prelude:

Voorafgaand aan het verhaal over Sama, is er het verhaal van een jongeling uit een familie van handelaren (niet bij naam genoemd) die de wens had een religieus leven te gaan leiden en daarom tot monnik ingewijd wilde worden. Nadat hij daarvoor de vereiste toestemming van zijn ouders had gekregen, werd hij een volgeling van de Boeddha. Vijf jaar lang bracht hij studerend door in een tempel en werd hij de Leer (van de Boeddha) meester. Vervolgens trok hij naar een afgelegen woud om er te mediteren, maar na twaalf jaar als een asceet geleefd te hebben, was hij er niet in geslaagd de spirituele inzichten te verwerven waarnaar hij gestreefd had.

In de tussentijd waren zijn ouders tot bittere armoede vervallen aangezien ze niet de belangrijke bescherming en hulp van hun enige zoon genoten. Hun leven was miserabel en ze trokken rond als bedelaars.

Toen de asceet per toeval het lot van zijn ouders vernam, besloot hij hen te helpen. Bij zijn terugkeer naar zijn ouders waren er uitbarstingen van verdriet en geluk, en de tranen vloeiden over de wangen van de herenigde ouders en hun zoon.

Vanaf die dag zorgde de zoon voor zijn ouders, en hij gaf hun alle aalmoezen die hij (als bedelmonnik) had vergaard.

Hij verwaarloosde zijn eigen gezondheid en zag er bleek uit. Zijn naasten vroegen zich af wat er aan de hand was. Toen hij hun bekende over zijn opofferingen, schenen ze ontsteld te zijn, en ze informeerden de Boeddha, die in de buurt verbleef, dat hij ‘de offerandes van de gelovigen verspilde door leken te eten te geven.’

De Boeddha wilde die jongeman zien. Deze laatste bekende aan de Grote Leraar dat hij zijn ouders onderhield met de aalmoezen die hij ontving. Tot verbazing van vele toegewijden om hem heen, prees de Boeddha de zoon voor deze goede daden jegens zijn ouders.

Vervolgens vertelde de Boeddha zijn volgelingen het verhaal van Sama. Het verhaal over Sama is dus een soort raamvertelling. (5)

 

04-sama04-Sama: 1. Een verguld basreliëf van het houtsnijwerk van een luik van Wat Chai Sathan, Hang Dong district, in de provincie Chiang Mai Province. Het stelt het ‘standaard tafereel’ uit de Sama Jataka voor. 2. Een muurschildering in Wat Phra That Suthon Mongkhon Khiri in het district Den Chai, Phrae. 3. De uitvergroting van een detail van 2.

Het hoofdverhaal over Sama

DE OUDERS VAN SAMA

De hoofdmannen van twee aangrenzende dorpen van jagers waren levenslange vrienden. Eén had een zoon, Dukulaka, de ander een dochter, Parika. Toen de jongen zestien was, wilden de ouders dat hij trouwde met Parika. Eigenlijk kwamen beide jongelingen uit de wereld van Brahma, en zij waren de incarnaties van hemelse wezens. Ze hadden een prachtig uiterlijk en hun huid leek wel van goud te zijn. Ze waren weliswaar geboren in de dorpen van jagers, maar zelf deden ze nooit een dier kwaad. Hoewel ze aversief waren van alle lusten van het vlees, drongen hun ouders aan op een huwelijk.

Na enige tijd verliet het paar het dorp en liep naar het mythische Himaphan Woud waar de god Sakka (Indra) al een kluizenaarsoord voor hen had klaargemaakt.(6)  Daar begonnen ze hun ascetisch bestaan; ze leefden van wortels en vruchten die ze in het woud verzamelden. Vanwege hun goedaardige uitstraling hadden alle vogels en beesten slechts vriendelijke gevoelens jegens elkaar─geen enkel dier deed het ander enig kwaad.

DE CONCEPTIE VAN SAMA DOOR GODDELIJKE INTERVENTIE, ZIJN GEBOORTE EN JEUGD

De god Sakka voorzag ongeluk voor het stel—op een dag zouden ze hun gezichtsvermogen verliezen. Daarom, zo overwoog Sakka, hadden ze een zoon nodig die voor hen zou zorgen nadat het noodlot had toegeslagen.

De god ging Dukulaka opzoeken en stelde aan hem voor dat het stel moest zorgen voor een nageslacht. Nadat de man had uitgelegd dat ze een afkeer hadden van alle vleeslijke gemeenschap, adviseerde Sakka de jongeman de navel van Parika met zijn hand te beroeren. Dukulaka sprak de zaak door met Parika, en raakte de buik van zijn vrouw bij de navel aan, en aldus werd Sama verwekt (Sama daalde uit de hemelse wereld neer in Parika’s schoot en werd bevrucht). Aan het eind van de tiende maand werd de zoon geboren.(7)  Net als zijn ouders had de zoon een gouden huidskleur, hij werd dan ook Suvannasama genoemd, wat ‘Gouden Sama’ betekent.(8)  Wanneer de ouders bessen en noten zochten in het bos, pasten de kinnari’s, mythologische vogels in the Himaphan Woud, op het kind.(9)

 

05-sama-87005-Sama: 1. Wat Si Suphan, Mueang, Chiang Mai—zilverslagwerk. 2. Een muurschildering in een van de tempels in het stadje Chiang Khan, in de provincie Loei. Sama heeft een nogal feminien voorkomen. 3. Wat Phra That Suthon Mongkhon Khiri, in het district Den Chai, Phrae (verguld houtsnijwerk).

WAARDOOR SAMA’S OUDERS BLIND WERDEN

Op een dag, toen Sama ongeveer zestien jaar oud was, keerden zijn ouders huiswaarts door het bos en was er plotseling een onweersbui.

‘Ze scholen tussen de steltwortels van een boom die op een termietenheuvel groeide; in die termietenheuvel leefde een slang. Het water droop van hun lichamen, en hun zweetlucht bereikte de neusgaten van de slang. De slang werd kwaad en blies zijn adem uit terwijl ze daar stonden en ze werden op slag blind en konden elkaar niet meer zien.’  Vanaf die dag zorgde Sama voor zijn ouders en verzamelde hij hun eten in het bos en haalde er water uit een beekje.

06-sama-87006-Sama: 1. Een tempel aan de Tha Phae Road, Mueang district, Chiang Mai. 2. Wat Si Don Chai, Fang district, Chiang Mai.

HOE SAMA WERD GEWOND EN STIERF

Op een dag bevond Sama zich in de beek en had net een pot met water gevuld voor zijn ouders.  Zoals zo vaak werd de jongeling vergezeld door een hert dat gewoonlijk de pot met water droeg. Die avond was Piliyakkha, de koning van Benares, in het bos op jacht. De koning zat verscholen, toen hij Sama zag. Omdat hij al de tijd in het Himaphan bos geen mens gezien had, veronderstelde Piliyakkha dat de jongen misschien een hemels wezens was dat over de gave beschikte om de dieren in het bos te temmen. ‘Is hij een god of een naga?’ vroeg hij zich af. De koning prakkizeerde verder: ‘Vragen kan ik het hem niet. Als hij goddelijk is zal hij in de lucht vluchten en is hij een naga, dan zal hij in de bodem verdwijnen.’ Daarom besloot de koning de jongen te verwonden met een pijl. Hij schoot een pijl af, die raakte de jongen in de rechterzij, en drong door zijn lichaam, en kwam er bij de rechterzij weer uit. Alle dieren vluchtten. De zwaar gewonde jongen liep de beek uit en ging op de oever in het zand zitten, met zijn gezicht in de richting van de hut van zijn ouders. Sama vroeg zich af: ‘ [Hoe kan dit?] Ik heb geen vijanden in het Himaphan bos!’ En daarna stroomde er bloed uit zijn mond. Hoewel Sama de koning niet zag, sprak hij tot de dader: ‘Ge kunt mijn vlees niet eten of mijn huid gebruiken. Wat dacht ge hiermee te bereiken? Wie zijt gij? Antwoord mijn vragen naar waarheid!’

De koning was in verlegenheid gebracht omdat Sama hem niet beschuldigde maar vriendelijk tot hem sprak. Daarop kwam de koning tevoorschijn en vertelde wie hij was en dat hij uit begeerte naar vlees op jacht was in het bos. Sama vertelde vervolgens wie hij was en vroeg nogmaals waarom de koning een pijl naar hem had geschoten.

De koning draaide er een beetje omheen. Hij zou op een hert gemikt hebben, maar toen kwam Sama eraan en vluchtte het hert. Sama stelde verbaasd dat er in het hele Himaphan Woud geen hert is dat voor hem vlucht.

De koning besefte nu dat bij een onschuldige jongen uit hebzucht had neergeschoten en vervolgens tegen hem had gelogen. De koning bekende en vroeg vervolgens wat de jonge Sama hier naar de beek in het bos had gevoerd. En terwijl het bloed uit Sama’s mond vloeide, begon de Golden Boy te lamenteren over het lot van zijn blinde ouders. Hij eindigde als volgt:

‘[Mijn ouders] zullen zich nu afvragen waar ik blijf…De gedachte dat ik hier lig te sterven en hun gezicht nooit meer zal zien is als een tweede pijl die nog dieper in mij dringt .’

De koning was diep ontroerd en besefte dat hij in de hel zou belanden door zo veel kwaad de heilige Sama te hebben aangedaan. Vol diep berouw zei de koning dat hij voor Sama’s ouders zou zorgen. Sama wees de koning welke hoe hij moest lopen om zijn ouders te vinden, maar op dat moment ‘werden zijn woorden onderbroken, want zijn lichaam, hart, gedachten en vitale krachten werden vervolgens aangetast door het geweld van het gif; zijn mond en ogen vielen dicht, zijn handen en voeten werden stijf, en zijn hele lichaam zat onder het bloed.’

07-sama-87007-Sama: 1. Wat Mae Ngon, Fang district, Chiang Mai. 2. Wat Wang Sing Kham, Pa Daet, Mueang district, Chiang Mai.

NOGMAALS GODDELIJKE INTERVENTIE

Ontsteld en verward stond de koning bij het ‘sprakeloze’ (bewegingsloze) lichaam van de heilige die hij vermoord had.

Op het moment dat Sama het bewustzijn verloor, zag de godin Bahusodari voor zich wat er in het Himaphan Bos gaande was. Door de keten van wedergeboorten had zij een bijzondere ralatie met Sama. Zeven incarnaties eerder was ‘Sama’ de zoon van Bahusodari. Ze besefte onmiddellijk dat ze nu moest ingrijpen, want anders zou Sama echt sterven, de koning van hartepijn dood gaan en de ouders van Sama omkomen van honger en dorst. Ze daalde onmiddellijk af naar de plek des onheils en terwijl ze onzichtbaar in de lucht hing, sprak ze tot de koning: ‘Kom ik zal vertellen hoe ge van uw schuld bevrijd kunt worden. Ga naar het blinde paar om ze te verzorgen en uw zondige ziel zal gereinigd worden.’

DE KONING VOND DE OUDERS EN LEIDDE HEN NAAR HUN DODE ZOON

Na een laatste uitbarsting van bittere tranen bij de gestorven Sama begaf de koning zich met de waterkruik naar de hut van Dukulaka. De koning stelde zich aan hem voor, maar kon het niet over zijn hart krijgen de dood van Sama te berde te brengen. Hij vroeg daarom hoe een blinde man zich in het bos in leven wist te houden. Waarop Dukulaka de deugden van zijn zoon Sama opsomde.

De koning floepte eruit: ‘En ik heb die Sama doodgeschoten.’

Toen Dukulaka en Parika van het lot van hun zoon doordrongen waren, begonnen de tranen te stromen. De koning bood aan Sama’s plaats in te nemen en hen te verzorgen. Maar Sama’s ouders sloegen dit af (‘dit is ongepast, ge zijt onze rechtmatige koning’), ze wilden slechts dat de koning hen naar hun dode zoon zou leiden. Ondertussen was het donker geworden en vanwege de wilde beesten vond de koning het geen goed idee Sama terug te vinden. Maar de ouders drongen aan, en de koning leidde hen naar hun zoon.

HOE SAMA HERREES UIT DE DOOD

De ouders drukten zich tegen hun dode zoon aan. Een lang gelamenteer volgde, een tranendal! Toen legde de moeder een ‘plechtige getuigenis van de waarheid’ af:

‘Als het waar is dat voorheen Sama altijd deugdzaam leefde,

dan moge het gif in zijn aderen zijn kracht verliezen en onschadelijk worden.

Als hij voorheen altijd de waarheid sprak en zijn ouders dag en nacht verzorgde,

dan moge het gif in zijn aderen worden overwonnen en wegebben.

Wat we aan verdienste in het verleden hebben vergaard,

moge het de kracht van het gif overwinnen en moge onze lieve zoon niet sterven.’

Sama draaide zich daarna op een andere zij.

Vervolgens legde de vader een soortgelijke plechtige getuigenis af, en Sama draaide daarna weer op de andere zij.

Tenslotte legde de godin Bahusodari een verklaring met een vergelijkbare strekking af.

Dit alles had niet alleen tot gevolg dat Sama weer springlevend werd, maar ook dat de ouders van de knaap opeens hun gezichtsvermogen terugkregen. En om het wonder te vervolmaken brak het ochtendgloren aan. (10)

08-sama-87008-Sama: 1-3: Wat Chiang Yuen, Mueang district, Chiang Mai.

EEN LESJE VOOR DE KONING VAN BENARES

‘Mensen droogt uw tranen, want hier ben ik weer, levend en wel,’ sprak daarop Sama. Opmerkelijk is dat Sama vervolgens de koning welkom heette. ‘We zullen onze gast, de genadige meester, de lekkerste vruchten aanbieden…’

De koning was stomverbaasd door het wonder dat was geschied, waarop Sama hem uitlegde wat de ware betekenis was van al wat gebeurd was, en Sama onderrichtte hem in de Leer (van de Boeddha). Eerst stelde hij dat de goden de ziekten genezen van de stervelingen die de Leer gehoorzamen en hun in nood verkerende ouders verzorgen. De goden zullen hun daden prijzen en zegenen met een hemels bestaan (in een volgende existentie).

Wanneer koning Piliyakkha ook de wereld van de goden wilde bereiken, zo stelde Sama, dan moest hij de volgende (tien) plichten betrachten: allereerst plichten jegens uw ouders, en plichten jegens uw kinderen en echtgenote, plichten jegens vrienden, ministers en soldaten, jegens steden en dorpen, jegens asceten, Brahmanen, vogels en beesten. Het vervullen van deze plichten brengt geluk.

Nadat Sama de koning van Benares de ‘tien’ plichten van een koning had geïnstrueerd, onderwees hij hem ook nog de Vijf Geboden. Met gebogen hoofd nam de koing deze lessen ter harte. Hij ging terug naar Benares, waar hij goedgevig was en vele goede daden verrichtte. Na zijn dood kwam de koning in de hemel. Ook Sama, en zijn ouders, gingen na hun dood naar de wereld van Brahma (=hemel). Happy end!

Daarna zijn we weer even terug (in de raamvertelling) bij de Boeddha die het verhaal over Sama aan zijn discipelen vertelde. Hij vatte samen dat het sinds mensenheugnis de gewoonte der wijzen is om hun ouders te steunen. Vervolgens identificeerde hij de personages in het verhaal: de koning van Benares was in feite een incarnatie van Ananda, Boeddha’s meest toegewijde discipel, terwijl Sama een incarnatie van de Boeddha zelf was.

09-sama-87009-Sama: 1. Wat San Chedi Rim Ping, Ban Hong District, Lamphun. In deze schildering is Sama echt goudkleurig. 2. Een tempel aan de rand van Lamphun, Mueang District, Lamphun.

ENKELE OVERPEINZINGEN
Talloze thema’s in het mooie verhaal over Sama keren ook veelvuldig terug in christelijke lectuur. Andere lijken juist typisch boeddhistisch of oosters.

Waarom werden Sama’s ouders blind? Dit lijkt me echt een  boeddhistische constructie. Ze werden namelijk blind vanwege een zonde in een vorig bestaan (waarin ze schuld hadden aan het blind worden van iemand) en daarvoor moesten ze later boeten. Dat stukje karma waarmee ze opgescheept zaten komt terloops in het verhaal even ter sprake en heb ik in de samenvatting weggelaten omdat het verhaal al ingewikkeld genoeg is.

Hoe werden Sama’s ouders blind? Hier blijkt een slang de boosdoener te zijn. De slang is in het christendom vaak de personificatie van het kwaad. Ook in het boeddhisme is de slang doorgaans kwaadaardig, hoewel de slangachtige, mythologische naga’s vaak zeer deugdzame wezens zijn. In een bekende Jakata, de Phurithat Jataka, is de vreedzame hoofdpersoon zelfs een naga en het tegengestelde van een kwade slang die gemeen van zich af bijt. Overigens lijkt een cobrasoort die in staat is zijn gif een paar meter vooruit te sproeien model gestaan te hebben voor de in de termietenheuvel verborgen slang. In Thailand is de soort Naja siamensis de cobra die vooral gif spuwt als een vorm van zelfverdediging (11). Maar waarschijnlijk heeft een Indiase cobrasoort die kan spuwen model gestaan voor de boze slang in de termietenheuvel.

11-sama-87010-Sama: 1-2: De voorstelling van de door een gifpijl getroffen Sama in een moderne tekenfilm-versie van de Sama Jakata. (12)

De Heilige Sebastiaan. De opmerkelijkste overeenkomst met een christelijk thema is dat Sama met een pijl werd doodgeschoten en uit deze toestand wist te herrijzen als levende. Dit doet sterk denken aan het verhaal van de heilige Sebastiaan (ca. 288 na Christus gestorven).

Volgens het christelijk geloof was deze Sebastiaan gedood gedurende het bewind van keizer Diocletius die de christenen hartvochtig vervolgde. Volgens de legende zou de met pijlen doorboorde Sebastiaan door Irene van Rome gered zijn─zij ontdekte dat Sebastiaan nog leefde en nam hem mee naar huis waar ze hem verzorgde tot hij weer gezond was.
Maar Sebastiaan bleef een christelijke rebel en werd niet veel later opnieuw gearresteerd en vervolgens doodgeknuppeld. Sebastiaan is een populaire heilige, die in het bijzonder wordt vereerd door atleten. Velen deden een beroep op deze heilige om ze te beschermen tegen de pest. Hij was ook populair bij soldaten die meenden dat hij hen kon behoeden tegen verwondingen. Sebastiaan was een van de meest afgebeelde heiligen in het werk van laat-gotische en renaissance-kunstenaars in het tijdvak na de Zwarte Dood. Met Sebastiaan konden de kunstenaars zich uitleven in het afbeelden van een half-naakte, goed geproportioneerde man, meestal een knappe jongeling.

 

10-sama-87010-Sama: Drie voorbeelden van afbeeldingen van de heilige Sebastiaan in meesterwerken van klassieke en romantische Europese schilderkunst.

Voetnoten

(1) Een zeer eenvoudige inleiding daartoe is de post klik hier  .

(2) Zie Analayo, 2012.

(3) Enkele aspecten van de Vessantara Jataka worden beschreven in mijn post: Chu Chok en de honden van Chetabut .

(4) Deze hertaling en samenvatting van de Sama Jataka berust vooral op de werken van Cowell and Rouse (1907) en Chaturaphit Jung (2014).

(5) In feite hebben de meeste Jataka-vertellingen zo’n ‘de Boeddha-vertelt-een-verhaal’-structuur. Vaak zijn ze echter ingewikkeld door uitweidingen over het verre verleden van bepaalde personages.

(6) Himaphan is de Thaise verbastering van het Pali woord Himavat.

(7) taalgebruik

(8) Net als zijn ouders had de zoon een gouden huidskleur, hij werd dan ook Suvannasama genoemd, wat ‘Gouden Sama’ betekent ( suvanna = goud ). Dat bijzondere deugdzaamheid in het boeddhisme vaak wordt geassocieerd met een uitzonderlijk fraai en jeugdig uiterlijk komt uitvoerig ter sprake in Powers (2009). Het ‘verklaart’ ook dat de Boeddha er op zijn sterfbed (hij was toen tachtig) nog bijzonder jong en knap, vaak zelfs wat feminien, uitzag.

(9) Kinnari’s zijn mythologische wezens (half mens en half vogel) die leven in the Himaphan Woud.

(10) De miraculeuze herrijzenis van de zoon doet denken aan Boeddha’s Overwinning op het Kwaad: de Boeddha vraagt aan de Moeder Aarde te getuigen van zijn goede daden. Als gevolg daarvan komt het leger van Mara om in een stortvloed van water en wordt de Boeddha ’verlicht’.

(11) zie Wüster and Thorpe, 1992, en Wüster et al., 1997.

(12) de link naar deze tekenfilm is: https://www.youtube.com/watch?v=iksO5RlYcPw .

Bronnen

Adulyadej, His Majesty King Bhumibol, 2011 [2004]. The Story of Tongdaeng. Biography of a Pet Dog. Cartoon Version. Amarin, Bangkok. 172 pp.

Adulyadej, His Majesty King Bhumibol, 2014 [1999]. The Story of Mahajanaka. Cartoon Version.  Amarin, Bangkok. 119 pp.

Analayo, Bhikku, 2012. Canonical Jataka Tales in Comparative Perspective─The Evolution of Tales of the Buddha Past Lives. Fuyan Buddhist Studies, No. 7, pp. 75-100.

Anonymous. The Sama Jataka. At http://www.buddha-images.com/sama-jataka.asp

Beckh, Hermann, 1979 [1916]. Boeddha en zijn leer. Uitg. Christofoor, Rotterdam. Eerste editie in het Duits als ‘Buddhismus’, 1916.

Chaturaphit Jung, Surin, 2014. Ten Birth Stories of the Buddha. Dhammakaya Foundation, Khlong Song, Pathum Thani (Thailand).

Cowell, E. B., and W. H. D. Rouse (translators), 1907. The Jataka, Volume VI. At http://www.sacred-texts.com/bud/j6/j6006.htm

Eoseewong, Nidhi, 2005 [1982]. Pen & Sail. Literature and History in Early Bangkok. Silkworm Books, Chiang Mai.

Kitiarsa, Pattana, 2012. Mediums, Monks and Amulets. Thai popular Buddhism today. Silkworm Books, Chiang Mai.

McDaniel, Justin, 2013. This Hindu holy man is a Thai Buddhist. South East Asia Research 21(2): 303-321.

Meij, Frits van der, 2005. De Bijbel voor beginners. Athenaeum─Polak & van Gennep, Amsterdam. 215 pp.

Powers, John, 2009. Why practicing virtue is better than working out: bodies and ethics in Indian Buddhism. Chung-Hwa Buddhist Journal 22: 125-152.

Tambiah, Stanley Jeyaraja, 1984. The Buddhist saints of the forest and the cult of amulets. A study in charisma, hagiography, sectarianism, and millennial Buddhism. Cambridge University Press, Cambridge.

Wright, Michael, 1992. The Buddha under Naga. Animism, Hinduism and Buddhism in Siamese religion—a senseless pastiche or a living organism? Journal of the Siam Society 80(2): 89-95.

Wüster, Wolfgang,  and Roger Thorpe, 1992. Dentitional phenomena in cobras revisited: spitting and fang structure in the Asiatic species of Naja (Serpentes: Elapidae). Herpetologica, 48(4): 424-434.

Wüster, W., D. A. Warrell, M. J. Cox, P. Jintakune, and J. Nabhitabhata, 1997. Redescription of Naja siamensis (Serpentes: Elapidae), a widely overlooked spitting cobra from S.E. Asia: geographic variation, medical importance and designation of a neotype. J. Zool. Lond., 243: 771-788.