Hedwig Hauser-Corneth, deel 2. Zeven jaar Amsterdam (1946-1953)

Hedwig Hauser-Corneth, deel 2. ZEVEN JAAR AMSTERDAM (1946-1953)
Naoorlogse jaren 1946-1953: Amsterdam, Van der Waalsstraat.
Tekst: Sjon Hauser, juni 2010

Na aankomst in Amsterdam trokken ‘Theo en Heddy’ (in Nederland werd Hedwig meestal Heddy genoemd) in bij Theo’s ouders in de Atjehstraat in de Indische buurt. Ze hebben daar hooguit een paar maanden gewoond. Theo hield zich er o.a. bezig met het maken van olieverfschilderijen, zoals Madonnas, pittoreske landschappen en vazen met klaprozen of potten met Oost-Indische kers. Het waren doorgaans kleine doeken die niet veel opbrachten − maar alle inkomsten waren in die dagen welkom.
Al gauw kreeg Theo een baan bij de Amsterdamse Gemeentegiro, en rond die tijd verhuisden Theo en Hedwig naar de Watergraafsmeer waar ze een woning aan de Van der Waalsstraat deelden met de ‘Romeijns’ − Piet Romeijn en diens echtgenote Toos, Theo’s drie jaar jongere zus. Tot 1953 hebben de twee gezinnen samen onder een dak geleefd, zonder dat daarover ooit grote problemen zijn ontstaan − een kunststukje van sociaal gedrag. Theo was zeer hecht met zijn zus Toos, maar Theo en Piet waren totaal verschillende typen. Theo was een echte liefhebber van sport (voetballen) en het buitenleven (vissen), Piet was meer een studietype, en een idealist die aanvankelijk een sterk geloof had in het opbouwen van een betere wereld. Hij spande zich in de nodige business diploma’s te behalen, om daarmee de kans een goede baan te vinden te vergroten. Hij studeerde Esperanto en las veel boeken in het Engels, de andere “wereldtaal”. Piet had aanvankelijk ook veel sympathie voor communistisch Rusland en liep warm voor het idee van de “verbroedering aller volkeren”. In zijn boekenkast prijkte de volledige Winkler Prins als toonbeeld van het geloof in kennis en vooruitgang en de hoop op een betere wereld. Theo was meer pragmatisch ingesteld en zijn streven naar een betere wereld richtte zich vooral op een goede toekomst voor zijn gezin − wat hem niet weerlette veel van zijn vrije tijd in de viswateren rond Amsterdam door te brengen. Met name de Vinkeveense Plassen was een van zijn favoriete plekken.

Hedwig-01-Figuur01-Links: 1947, Hedwig met de kleine Beppie in de armen en ernaast Theo. Op de achtergrond het spoorwegemplacement. Midden: Beppie en Hedwig ca. 1948. Rechts: Beppie als peuter in het hobbelpaaard.

Hedwig hield ook van de natuur, maar het lukte Theo zelden Hedwig mee te krijgen naar zijn geliefde stekkies. Behalve practische problemen (zoals zorg voor de kinderen), speelde beslist mee dat Hedwig zich dood verveelde wanneer ze met Theo in een roeiboot in een rietkraag lag en haar man slechts uren achtereen naar zijn dobber kon staren. Al gauw bleek in Amsterdam dat Theo’s en Heddy’s interessen totaal verschillend waren, wat een hinderpaal werd om veel samen te ondernemen, maar aanvankelijk speelde dit een niet al te grote rol. Hedwig had het immers druk met het huishouden en het moederschap (december 1946 werd dochter Beppie geboren). Theo werd ook grotendeels door zijn werk in beslag genomen en het vissen en voetballen (bij OVVO) zorgden daarnaast voor genoeg ontspanning. Net als Theo’s hobby nummer 1, de sportvisserij, vond Hedwig het voetballen maar niets. Theo mocht dan een naam hebben als midvoor en goaltjesdief in het hoogste amateurvoetbal van Amsterdam (en berucht om zijn loeihard schot), voor Hedwig had voetballen geen enkele bekoring en ze liet zich zelden of nooit zien om haar man vanaf de kant aan te moedigen.
Piet Romeijn zou zich binnen luttele jaren van idealist tot een progressieve liberaal ontpoppen en een uitstekende functie in het bedrijfsleven bereiken. Theo veranderde in zes jaar tijd een paar keer van baan en bereikte als magazijnchef een goede positie in het bedrijfsleven.
Beide hoofden van de twee samenwonende huishoudens waren vooral bezig de materiële welzijn van hun gezin te verbeteren en een solide basis te geven, en ze waren daarbij succesvol. Enige rivaliteit bestond er beslist tussen Theo en Piet, beiden ambitieuze heren –hoe kan het ook anders.

Hedwig-02-Figuur02. 1. Links: Hedwig met dochtertje Beppie (geb. 12 december 1946) in de buurt van hun woning aan de Johannes van der Waalsstraat in Amsterdam-Oost. Op de achtergrond het rangeerterrein van de Nederlandse Spoorwegen. Rechts: Hedwig ca. 1948 met Rina (links) en Bepke voor de woning aan de Van der Waalsstraat 107(?) (Amsterdam-Oost). Tot 1953 deelden de Theo, Hedwig en hun kinderen daar een woning met de Romeijns (Piet, Toos en dochter Rina).

In huize Van der Waalsstraat 107 hielden Hedwig en Toos zich voornamelijk met huishoudelijke dingen bezig. Voor Toos bood het thuiswerk tal van mogelijkheden zich artistiek te ontplooien−weldra prijkten er aan de muren van het huis de meest fantastische borduurwerken van Toos (noot 2). Hedwig kon goed overweg met de naaimachine en maakte de nodige kinderkleren, maar had geen enkele aspiratie zich ook artistiek met naald en garen te ontplooien. Toos was erg op Hedwig gesteld, en was erg lief voor haar Duitse schoonzus, maar begreep ook goed dat Hedwig een eenvoudige en vaak zelfs naïeve vrouw was, zonder aspiraties op artistiek of cultureel gebied. Het was al meegenomen wanneer Hedwig goed Nederlands zou leren, en Hedwig werd dan ook vaak door de Romeijns geholpen met taallessen. Iedereen was gecharmeerd door de eenvoudige Duitse vrouw met een gouden hart. Uiteindelijk zou Hedwig vrijwel vloeiend Nederlands leren spreken, met beslist minder Duits accent dan bijvoorbeeld Prins Bernard. Hedwigs verhaspelingen en “gekke uitdrukkingen” zouden echter nog vele jaren later regelmatig een bron van goedaardig vermaak zijn.

Verhaspelen
Ik herinner me een latere familiebijeenkomst in Bakkum waarbij Hedwig, als gastvrouw, steeds druk in de weer was – vaak een tikkeltje nerveus – drankjes en lekkernijen te serveren was. Piet had een jus d’orange gewild. Hedwig reikte hem die aan met de woorden ‘Piet, die oranje jus is toch voor jou?’ waarop Piet zijn bulderende schaterlach niet kon onderdrukken.
Jaren later was mijn moeder Hedwig, vreemd genoeg, onder de indruk van de leden van de band Supersister, want het waren zulke aardige en nette jongens. Ze hadden weliswaar hun haar tot op de schouders hangen, maar dat was goed verzorgd (in tegenstelling tot mijn wild, onverzorgd kapsel). Ze was hun moderne muziek zelfs enigszins genegen en had vernomen dat enkele van de jongens aan het conservatorium hadden gestudeerd. Op een dag verschenen de Supersisters weer op de televisie, en mijn moeder wilde haar affectie voor de jongensband niet verhullen: “Je kunt wel horen dat ze op het crematorium hebben gezeten.”

Hedwig-02-Figuur03. Kort na de oorlog, misschien rond Kerstmis 1948, in de gemeenschappelijke woning aan de Van der Waalsstraat in Amsterdam. Op de voorgrond Hedwig met Theo. Rechts Hedwigs schoonmoeder en –vader, Lies en Sjaak Hauser. In het miüdden achter: Toos en de boekenkast met o.a. Piets Winkler Prins encyclopedie. Piet zelf ontbreekt op de foto, wat natuurlijk niet mag omdat hij juist vaak met zijn uitgsproken meningen het nadrukkelijkst aanwezig was. Ik heb daarom een later portretje van hem maar in de kerstboom geprojecteerd. De vrouw links met de hond op schoot is misschien Bobs verloofde/eerste echtgenote Mary?

In Amsterdam waren mensen van Duitse komaf gedurende de eerste naoorlogse jaren jaren niet bepaald geliefd, maar ik geloof dat Hedwig daar nauwelijks onder geleden heeft. Veel mensen wist zij zonder meer door haar open, wat naïef gedrag voor zich in te nemen. Aan Hedwig zag je meteen dat ze een lieve en “goede” Duitse was. (En dan hoefde je niet eens te weten dat ze een Nederlander die door de nazi’s werd gezocht had geholpen bij haar thuis onder te duiken.), Beppie, dochtertje van Hedwig en Theo, werd 12 december 1946 geboren, en een paar maanden later, in 1947, kwam Rina, dochter van Piet en Toos, ter wereld. Juli 1952 zag Theo’s en Hedwigs zoontje Johnny het licht.
Hedwig was een voorbeeldige moeder die goed voor haar kinderen zorgde en soms ook zorgde voor Rina, de dochter van Toos en Piet. Op veel foto’s zie je Hedwig aan de wandel met Beppie in de kinderwagen, maar ook zie je haar wel met zowel de kleine Beppie als Rina op pad.
De woning lag in de Watergraafsmeer aan de rand van de stad. Aan één kant keek je uit over de rangeerterreinen van de spoorwegen (Fig.1-links enF. 2-links), polders, het IJ en IJselmeer, aan een andere kant over sportterreinen en tuinhuiscomplexen.

Hedwig-2-Figuur04: Ca. 1950. Een familie-uitje naar Volendam en Marken, tijdens het bezoek van Aaltje aan haar dochter Hedwig in Nederland.

Ik kan me nauwelijks iets van die woning herinneren, ik heb er slechts de eerste anderhalf jaar van mijn leven gewoond. Wat me nog wel voor de geest staat, moet van latere datum zijn, bijvoorbeeld wanneer we vanuit Bakkum een bezoek brachten aan “Oom Piet en tante Toos” in Amsterdam. Rond 1964 verlieten ook Toos, Piet en dochter Rina de woning en verhuisden naar Nieuwersluis (bij Loenen) waar ze een riante villa aan de Vecht hebben laten bouwen.

Hedwig-2-Figuur05. 1.ca. 1950. In de woning aan de Dieselstraẞe drinken Max en Gretel een glas Malaga. aan de muur hangen een portret van Heinz en van Hedwig, met daartussen een ingelijste foto van Bepke, het eerste kleinkind van Max en Aaltje op een hobbelpaard−die foto is waarschijnlijk gemaakt in 1948 toen Bepke net een jaar oud was. 2. ca. 1951. Een lachende Hedwig in Düsseldorf, pal achter haar ouders Max en Aaltje, van wie Aaltje de kleine Rostita op schoot heeft. Rosita is het eerste kind van Heinz (Hedwigs broer, waarschijnlijk de maker van deze foto) en Gretel (helemaal rechts). De vrouw links is haast wel zeker een zus van Gretel (ze lijkt sprekend op Gretel) en de man met de stropdas ernaast de echtgenoot van deze zus. Geen idee wie de jonge dame tweede van rechts is.

Toen Hedwig in Nederland woonde, bracht zij regelmatig (minstens één keer per jaar) een bezoek aan haar ouders en familie in Düsseldorf. Nadat broer Heinz van het oostfront naar huis was terugekeerd (naar zeggen grotendeels lopend vanuit Rusland of Polen) kreeg hij verkering met Gretel. Ze trouwden en vonden een woning in Heerdt, een wijk van Düsseldorf op de westoever van de Rijn, min of meer tegenover de Altstatt. Tijdens zulke reisjes nam Hedwig altijd veel cadeaus voor haar ouders mee, want de eerste jaren na de oorlog bestond in Duitsland aan vrijwel alles een tekort of lagen de prijzen ver boven die in Nederland. Ik herinner me als klein kind dat koffers volgestouwd werden met pakken koffie en diverse eetwaar.
De eerste (pakweg) tien naoorlogse jaren ging Theo doorgaans met Hedwig mee op bezoek naar Duitsland. De foto beneden (Fig.05 links) is waarschijnlijk hooguit een paar jaar na het eind van de oorlog gemaakt in een ‘Lokal’ (nachtclub) in de Altstatt van Düsseldorf. Heinz zit gearmd met zijn zus Hedwig en Theo met Heinz’ echtgenote Gretel. Donker bier staat er op het tafeltje en het gezelschap heeft veel lol. Ook zie je dat het Theo altijd wat moeite kostte met dit soort uitbundigheid mee te doen. Overigens was Heinz toen mogelijk al fotograaf die zich had toegelegd op het fotograferen van bezoekers in nachtclubs in Düsseldorfs Altstatt, dat een zekere reputatie had als uitgaanscentrum. Heinz kende die kroegen dus op zijn duimpje.

Hedwig-2-Figuur06. 1. Een vrolijke boel (ca. 1950): aan het donkere Duitse bier in een Lokal in Düsseldorf. Hedwig (tweede van links) lijkt al wat teut te zijn en wordt omarmd door haar broer Heinz. Gretel, de echtgenote van Heinz, wordt omarmd door Theo. Theo vindt het allemaal maar so-so, zo lijkt het tenminste. Gedurende de eerste jaren na de oorlog vergezelde Theo Hedwig regelmatig op haar bezoeken aan haar ouders in Düsseldorf. 2. Deze foto is waarschijnlijk gemaakt in de laatste zomer dat Theo met Hedwig is meegegaan naar Düsseldorf. Op de foto te zien: Hedwig en Gretel, en Bepke (voor Hedwig). Het tweede meisje is waarschijnlijk Gretels eerste dochter Rosita (geb. 1951), rechts staat Theo met een jongetje in zijn armen, waarschijnlijk zijn zoontje Johnny (later: Sjon), geboren juli 1952. 3. In een hoek van dezelfde foto staat in het handschrift van Hedwig (waarschijnlijk van omstreeks 1995) dat het blauwe (sprookjes)meer ergens in Ratingen (nabij Düsseldorf) lag en dat het gezelschap daar in 1953 op bezoek was. Waarschijnlijk had Hedwig zich hier vergist en was de foto in 1954 of 1955 genomen. In de zomer van 1953 zijn er in Düsseldorf heel wat foto’s gemaakt, maar toen was Johnny nog een baby van 12 of 13 maanden oud met een dunne blonde babykuif; op de foto aan het meertje is te zien dat hij een steviger bos haar had en mogelijk een paar jaar ouder was.

Na een aantal keren moeten de bezoeken aan Düsseldorf Theo steeds meer zijn gaan tegenstaan. Hij zou zich steeds meer zijn gaan ergeren aan de eins, zwei, drei zeufe-lol van de Duitsers waarbij iedere band van het huidige bestaan met de verschrikkelijke oorlogsjaren niet meer leken te bestaan. Waarschijnlijk begon ook de drukte van het gezinsleven hem (daarnaast) te irriteren. Met twee kleine kinderen met de trein naar Duisland en er logeren in de (zeer) kleine behuizing bij familie van Hedwig vereiste natuurlijk wel de nodige aanpassing, geen ideale vakantie voor iemand die liever verborgen in een rietkraag een hengel uitwerpt. Onder deze omstandigheden werd er mogelijk al heel wat gekibbeld tussen Theo en Hedwig die er vaak andere opvattingen over nahielden. Waarschijnlijk speelde dit al geruime tijd vóór 1955, maar (ongeveer) dat jaar kwam het tot een uitbarsting. Tijdens een wandeling in de bossen ten oosten van Düsseldorf (Grafenberg of Naenderthal) kon moeder het niet nalaten te marcheren en daarbij in nazi-tijden populaire liederen te zingen. De oorlogswonden werden bij Theo daardoor weer opengereten. Theo liet moeder in Düsseldorf achter en nam de eerste de beste trein terug naar Nederland waar hij de rest van zijn vrije dagen kon genieten van vissen, tuinieren en in de schuur werken. Hij bleef erbij dat de meeste Duitsers alle schuld hadden aan de verschrikkingen van het Derde Rijk en kon het niet over zijn hart halen met diezelfde lui die van niets geweten zouden hebben mooi weer te spelen of te moeten aanhoren dat het ‘toch niet allemaaal zo slecht geweest is wat Hitler gedaan heeft’. Maar ik heb het gevoel dat Theo dit aspect sterk aanscherpte en dat het slechte gezinsleven, met name het vele gebakkelei tussen hem en Hedwig dat op reis of tijdens de drukte van logeren altijd escaleerde, daarbij net zo belangrijk was. Zelf was ik te toen te jong om er een oordeel over te kunnen vormen, en met Bepke heb ik het er bij mijn weten nooit over gehad. Met mijn ouders heb ik het onderwerp wel ter sprake gebracht toen zij al tegen de tachtig waren. Hedwig genoot van haar oude dag en was tevreden met haar leven met Theo en zag ook op eerdere perioden van haar bestaan met Theo met tevredenheid terug, terwijl Theo zelf toen doorgaans sterk ontkende dat zijn huwelijk met Hedwig over langere perioden geen rozengeur en maneschijn was.

Hedwig-02-Figuur07. Ca. 1953. Links: Johnny in de woning aan de Van de Waalsstraat naast een grote door Theo gevangen snoek. Midden: Hedwig met Johnny of Beppie in de kinderwagen op een dijk. Rechts: Hedwig en Beppie op de achtergrond, Johnny op de voorgrond. Ergens aan de rand van de stad in Amsterdam-Oost.

In de Amsterdamse periode kregen Theo en Hedwig waarschijnlijk één keer tegenbezoek van Hedwigs ouders toen Aaltje uit Düsseldorf de trein naar Amsterdam nam (Max Corneth bleef thuis want hij had reisangst). Hoe lang mijn lieve oma er bleef logeren weet ik niet. Ik ken slechts een foto uit die tijd. Die was genomen toen de Amsterdammers haar gefêteerd hadden op een bezoek aan Volendam en Marken. In Volendammer kostuum zit Aaltje er temidden van Beppie, Theo, Hedwig, Toos en Rina, allemaal in Volendammer dracht.

Hoe harmonisch het samenwonen van de Romeijns en de Hausers zeven jaar lang in werkelijkheid was zullen we nooit weten. Terwijl Theo jaren later toch vaak het nodige op Piet had aan te merken, kan ik me niet herinneren dat hij me ooit verteld heeft over enig serieus incident in de periode van het samenwonen. Maar er zullen ongetwijfeld wel kleine geschillen zijn geweest. Belangrijk is dat de Romijns Beppie als hun eigen kind beschouwden en de gevoelens van Theo en Hedwig jegens Rina moeten soortgelijk geweest zijn. Misschien bracht de geboorte van Johnny (juli 1952) deze harmonie wat uit evenwicht. Bovendien: het huis was al klein voor twee gezinnen, dus een kleintje erbij was in dat opzicht geen verbetering van de situatie. Opmerkelijk is dat kort daarop Theo ander werk vond: als magazijnchef op een grote (provinciale) psychiatrische inrichting nabij Castricum. Financieel was dit geen vooruitgang vergeleken bij zijn oude baan bij een bedrijf in Amsterdam. Maar de Hausers werd door de provincie een riante dienstwoning aan de voet der duinen in het vooruitzicht gesteld. Die woning kwam pas in 1953 vrij. Het betekende dat Theo een jaar lang forens was: vroeg in de ochtend ging hij met de trein naar Castricum, vanaf het station was het 25 minuten lopen naar het magazijn van Duin en Bosch. ‘s Avonds ging de reis in omgekeerde richting.
Najaar 1953 was het zover en namen Hedwig en Theo en de 6-jarige Beppie en 1-jarige Johnny afscheid van de Toos, Piet en Rina en verhuisden naar het droomhuis in Bakkum. Hedwig zou er tot 2004 wonen.

SJON HAUSER