Familie-album-005: De bokkepruik op

DE BOKKEPRUIK OP    door    SJON HAUSER

Figuur 01-Bokkepruik: Oorlogsmonument en bok in Beverwijk.

LEUKE FOTO ZEG!

-Links op de foto zie je mijn Oom R.: lichtelijk geagiteerd nadat tante M. op het verjaardagsfeestje van Z. tussen neus en lippen liet vallen dat ze er vanwege de hoge alimentatie van haar nieuwe vriend X. de p (peeeee) in heeft dat ….

-Sorry, dat zie je toch echt verkeerd, links daar sta jezelf, rechts wat meer naar achteren, DAAR staat tante M. …je mag je bril wel eens opzetten….en die alimentatie stelde geen fluit voor!!

-Wat zeg je? Mijn bril opzetten?… en jij vindt het geen stijl dat ik er opeens [gebaar: “……” ] die alimentatie bij haal terwijl jij NOTA BENE nooit ook maar een enkel moment hebt geholpen toen Oom Q. het zo moeilijk had met…

-Haa-HAA, laat me niet lachen, ik Q. in de steek laten….je bent zelf een egoïstisch kreng…Je weet net zo goed als ik dat toen S. uit Amerika terugkwam en Oom Q. ziek werd….

-S. heeft daar niets mee te maken, verdomme!

-Ja nu maak je het mooi! Niets me te maken??? Nou breekt mijn klomp … Als er iemand iets mee te maken heeft ….

-Ach Lulhannes!!! ….

[Je hoort een deur slaan en het wordt even stil – einde eerste bedrijf. Donkere regenwolken jagen langs de hemel. Paukenslagen roffelen. Het had in Bakkum kunnen zijn, maar ook ergens anders.]

Dit is een gefingeerd sketchje, ik zeg het er maar even bij, voor alle duidelijkheid. Ik heb helemaal geen Oom R. of tante M. Het sketchje is er maar om een familietwistje “in het algemeen” te illustreren.

Binnen families zijn twistjes vaak niet van de lucht. Soms beginnen ze quasi onschuldig, als een ‘storm in een glas water’. Een geringe depressie boven de bollenvelden kan zich in de kortste tijd ontwikkelen tot een tsunami in een tjeukemeer vol zwavelzuur. Het gif bruist in het rond. Er is geen houden aan. Onschuldige mensen en kinderen worden meegesleurd in een turbulentie van haat en nijd, afgunst, angst en verdriet. Niets is pijnlijker … zout wordt in alle opengereten wonden gestrooid…

Zo’n kleine depressie begint vaak wanneer iemand de “bokkenpruik” op heeft. Die bok op de foto – ja, ik zie heus wel dat het Oom Q. niet is – staat dus eigenlijk voor “all in the family” wanneer de leden bij een onenigheid betrokken raken.

Het is maar goed dat ik een kleine familie heb en door 10 000 km van de meesten ben gescheiden. Er zijn er al velen gesneuveld. In de zijtakken wordt nog wel wat aangefokt, maar tamelijk kleinschalig. Mijn familie is dus vrij klein–een overzichtelijk geheel, op het eerste gezicht.

Figuur 02-Bokkepruik: Stamboom

Als iemand de bokkenpruik goed opheeft, kan dat ertoe leiden dat een familie uiteenvalt in kleine huurlegertjes die plunderend en moordend rondtrekken, dood, verderf en pestilentie zaaiend in het spoor van ‘gezellige’ familiefeestjes … temidden van de in het rond knallende ego’s en een offensief van gillende keukenmeiden lijkt de Vrede van Münster (Alkmaar) ver van huis …. bij wijze van spreken. Dat zou je niet zeggen als je naar al die leuke koppies hierboven kijkt: mijn familie. Toch heeft de woede en verontwaardiging ook hier gebruist als goedkope champagne.

Familietwisten zijn vaak best leuk, op veilige afstand tenminste. Of misschien beter gezegd: boeiend. Boeiend en leerzaam.

Weinig dingen boeien sterker dan het leed dat familieleden elkaar aandoen. Op de televisie, decennia lang het medium voor amusement en ontspanning, gaf het enorme aanbod aan familiedrama’s en -intriges de toon aan. Van alle programma’s hadden die de hoogste kijkcijfers. Miljarden hebben gesmuld van soaps zoals Peyton Place, Dellas en The Beast and the Beauty. allemaal drama binnen de familie. Overigens kon zo’n TV-soap bij ons in Bakkum vaak tot een huiselijke twist leiden, bijvoorbeeld als mijn moeder Hedwig op Nederland 2 naar Dallas wilde kijken en mijn vader Theo op Nederland 1 naar Sport in Beeld. Maar dat soort huiselijke twistjes hadden geen actieradius, en zaaiden zelden uit.

Familietwisten hebben een groter bereik, zijn kwaadaardiger en zitten dieper geworteld. Ze hebben vaak met eergevoel, waardering en dat soort zaken te maken. Ze gaan daarom zelden over iets heel specifieks (hoewel dit wel tot een plotselinge explosie kan leiden). Ze kunnen dan als een uitslaand vuur makkelijk door een extended family heentrekken. Maar ook quasi-sluimerend kunnen ze woekeren, als gestaag uitzaaiende kankers van gekwetste gevoelens. Hieronder enkele uitdrukkingen die vaak op essentiële aspecten van familieconflicten van toepassing zijn:

er de P (pest) in hebben
in zijn ziel gekwetst zijn
zich tekort gedaan voelen
onder de gordel geraakt zijn
voor aap gezet zijn
gekrenkt / beledigd zijn
op zijn tenen getrapt zijn
neergesabeld worden
en natuurlijk: de bokkenpruik op hebben

Ik wil daar nu niet verder op ingaan. Ik kom er nog op terug, wanneer ik familieleden, al of niet met de bokkepruik op en van wie velen niet meer onder ons zijn, in het zonnetje zal zetten.
Hier wil ik me beperken tot de oorsprong van de foto die bij dit verhaal hoort.

Op de foto boven staat een bok, daar hoef ik mijn bril niet voor op te zetten. Bokken hebben nogal eens de bokkepruik op als ze bokkig zijn. In hoeverre dat op de foto het geval is, weet ik niet – het is lang geleden dat ik de foto gemaakt heb. Ook zonder dat je echt dementeert, vergeet je dingen – veel dingen. Maar in een oud dagboek staat geschreven dat ik op 26 juni 1999 (ik woonde toen al zo’n vijftien jaar in Thailand) vanuit de ‘ouderlijke woning’ in Bakkum op de fiets richting Beverwijk ben gereden om daar de lunetten en een oorlogsmonument te bezichtigen.
Dat oorlogsmonument moet het monument op de foto zijn. Maar in het dagboek staat niks over een bok. Begrijpelijk: ik was immers niet voor die bok naar Beverwijk gereden. Vanaf de weg had ik het monument zien staan. Het stond op privéterrein niet ver van een woning.
Had ik daarna aangebeld en gevraagd of het goed was dat ik even een foto van het monumentje ging maken? Of was ik zonder toestemming naar het monument gelopen en kwam toen de bok, enigszins ontstemd, “met de bokkenpruik” op me af? Ik weet het niet. In een verhaal dat ik weken later voor de Volkskrant schreef over de slagen bij Bergen en Castricum (1799) staat vermeld:

Soms is wat speurwerk vereist [om de monumenten te vinden]. Neem het monumentje aan de Creutzberglaan in Beverwijk: je fietst er zo voorbij. Om erbij te komen moet je over een bollenveld (privéterrein; vraag eerst toestemming op nummer 167). Op de marmeren plaat van een verweerde afgeknotte obelisk uit 1800 staat in het Latijn: indien ge vrede wilt, weest dan op de oorlog voorbereid. Naast de obelisk graast een bok.(1)

Misschien is de spreuk ook wel een goed advies wanneer je vrede binnen je familie nastreeft. Die bok op de foto is er dus bijgehaald voor de sfeer (in dit verhaal helemaal toepasselijk want de uitdrukking ‘de bokkepruik ophebben’ is geladen met emotie.)

Toen ik wat verder las in mijn dagboeken uit die tijd, werd me duidelijk dat ik in 1999 een goede relatie had met mijn zus Bepke en bij haar logeerde wanneer ik in Nederland was. Maar met mijn ouders had ik wat eerder mot gehad. Dat jaar bracht ik maar een enkel nachtje door bij mijn ouders en dat was vooral ook om vandaaruit op de fiets research te doen voor een verhaaltje over de Slag bij Castricum. Maar ik kan me niet herinneren of ik toen ook strubbelingen met mijn ouders had.
In 2001 was mijn zus met haar vriendin Marianne bij me logeren in Thailand, en leidde ik de dames een weekje door Laos rond. Ikzelf was eerder zo kwaad op mijn vriend en ‘pleegzoon’ Khwanchai geworden dat ik met hem was gebroken. Zonder dat ik ooit nog vrede met hem heb kunnen sluiten, kwam hij een paar maanden later bij een motorfietsongeluk om het leven. Zomer 2002 was ik nog steeds van de kaart over zijn dood, en logeerde ik een paar maanden lang bij mijn zus in Bovenkarpel. Ik had een geweldige tijd bij haar en we hadden een warme broer-zuster band. Maar ik merkte ook dat Bepke vaak moest huilen en zich door velen te kort gedaan voelde: door haar kinderen die zich niet vaak genoeg lieten zien, en door haar vriend Hans die haar zo nu en dan belazerde. Ook klaagde ze veel over onze vader Theo Hauser die alleen maar over zichzelf en zijn eigen dingen kon kletsen (vaak onophoudelijk) zonder belangstelling voor haar te tonen (een probleem dat ook al eens tot een aanvaring tussen mijn vader en mij had geleid).
Nog geen half jaar later, nadat ze in psychotherapie was, kreeg Bepke een enorme ruzie met onze vader. Wederzijds beschuldigden ze elkaar van de ergste dingen. Vader Hauser voelde zich door zijn dochter neergesabeld en dat was het ergste wat hij sinds de oorlog had meegemaakt. Ik reisde naar Nederland en deed een poging de boel te lijmen, maar dat was een Mission Impossible. De emoties van vader en dochter waren zo zeer opgelopen dat het onmogelijk was om er ook maar enig vat op te krijgen.
Nog datzelfde jaar was ik opnieuw in Nederland. De twist tussen Bepke en Theo Hauser was inmiddels over andere takken van de familie uitgedijd. Bepke had de Romeijns (in elke geval Piet, een schoonbroer en oude “rivaal” van Theo) zover weten te krijgen het voor haar op te nemen. Ik logeerde weer bij Bepke. Toen ik liet weten dat ik vond dat ze zich nu wel bijzonder haatdragend over onze vader uitliet werd ik na de erop volgende oprispingen (waarin ook geldzaken, altijd goede olie op het vuur, er bij de haren bijgesleept werden) door haar het huis uitgezet. Ik zocht mijn toevlucht bij mijn ouders.
Een jaar later, in 2004, kwam Bepke, 57 jaar oud, tragisch om in Tibet. Tijdens een toespraak bij haar crematie, benadrukte Piet Romeijn dat Bepke een moeilijk leven heeft gehad, en tussen de regels van zijn verhaaltje door hoorde je de familietwist rond Bepke en Theo Hauser nog wat naknetteren. Maar weldra zou de twist grotendeels smoren met het overlijden Piet Romeijn zelf, terwijl er zich andere kandidaten aandienden waarop familieleden wellustig hun wrevel konden afreageren.
Een paar dagen voor Bepkes crematie had Theo Hausers bejaarde en zwaar demente vrouw Hedwig een heup gebroken. Bijna maniakaal probeerde Theo de resterende jaren van zijn liefje nog zo mooi mogelijk te maken door haar liefdevol te verzorgen. Vanuit het centrum van een familietwist verschoof Theo’s positie drastisch en kon hij op de genegenheid en steun van de meeste van zijn naaste familieleden rekenen. Toch was de twist nog niet bij de wortels uitgeroeid, ook niet toen Theo zelf in 2011 de pijp aan Maarten gaf. Ook daarna gebeurde het wel dat elementen uit de vader-dochter twist werden opgespeeld om onenigheden kracht bij te zetten. Maar het zwavelzuur spatte er niet meer vanaf. Ziehier: toch nog een beknopte geschiedenis van een familievete bij de Hausers.

Zo zie je maar weer hoe vetes kunnen komen en kunnen gaan en dat aan deze deining wel nooit een eind lijkt te komen.
Het is net als in die prachtige film van Claude Chabrol (2). Daarin wordt de hoofdpersoon overweldigd door jalouzie. Steeds maar weer ontwikkelt hij wanen dat zijn aantrekkelijke echtgenote overspel pleegt, steeds draait dat uit op een crisis waarbij de zenuwen gieren als V-snaren en hun huwelijk uit elkaar lijkt te spatten … steeds blijkt zijn wantrouwen ongegrond, maar steeds wordt de man opnieuw gek van de jaloezie.
Chabrols film eindigt dan ook met de aftiteling: SANS FIN

NOTEN:
1. de Volkskrant (Traject), 25 september 1999
2. Claude Chabrol (director), L’ Enfer (1999)