Familie-album-004-Reislust en reis-capisme

mei 2020 gepost

Theo en Hewig Hauser waren in de jaren zeventig van de twintigste eeuw verslingerd aan dure reizen per cruiseboot. Ze verslonden de moeizaam opgebouwde reserves van vele zuinige, naoorlogse jaren, maar bliezen hun huwelijk weer nieuw leven in. Theo’s en Hedwigs reislust onder de loupe.

Links: Juli 1970. Hedwig en Theo tijdens een Middellandse Zeereis aan boord van de Fantasia. Rechts: Januari-februari 1979. Theo en Hedwig tijdens een reis met de Alexander Pushkin in het Caribisch gebied.

Leuke foto’s zeg!

Wij schrijven juli 1970. Op de vierde dag van hun eerste grote vakantiereis per cruiseschip vierden Theo en Hedwig Hauser het strandjuttersfeest in de Eldorado Bar van het schip de Fantasia. [1] Voor de gelegenheid heeft Hedwig zich in een uiterst bont, ruimvallend broekpak gestoken. Ze heeft haar haar opgestoken tot een knotje. Theo hangt de travestiet uit en heeft een glanzende, blonde pruik op zijn hoofd, een paraplu in zijn hand. Een wolk rook verlaat net zijn mond en hangt tussen zijn en Hedwigs lachende gezicht. Een sjaal van mousseline is voor zijn borst samengebonden (links). De foto ernaast is bijna negen jaar later genomen op het schip de Alexander Pushkin en daarop zien ze er heel wat deftiger uit. Theo draagt een wit kostuum met rode stropdas en heeft een peper-en zoutkleurige baard gekweekt (bij de bakkebaarden helemaal grijzend). Hedwigs japon hangt tot bijna op de grond en is van een dunne, zwarte stof met goudkleurige bloemmotieven. Beiden heffen zij een glas met – zo te zien – cognac erin. Theo kijkt ernstig, maar Hedwig lacht vriendelijk naar de camera. Zo plechtig zie je mijn ouders maar zelden op een foto. Op de achtergrond zie je andere passagiers, van wie de meeste heren in zwart jacket zijn gestoken en met vlinderdas opgetuigd. Het lijkt wel alsof ze op gepaste afstand van het toostende paar willen blijven, buiten de schijnwerpers, om geen smet op de foto te werpen.
In 1970 brak de reiskoorts bij mijn ouders uit. Daarvóór hadden zij in relatieve soberheid geleefd en was de actieradius van tochtjes en reisjes zelden groter dan 50 kilometer. Vanaf dat jaar wilden zij nog van het leven genieten en verre landen zien. Geld speelde geen rol. Hun twee kinderen hadden zij naar hun beste vermogens groot gebracht en die waren ‘nooit iets tekort gekomen’, zo meenden ze. Bepke had het nest inmiddels verlaten en Sjon stond op het punt te vertrekken. Nooit hadden Theo en Hedwig de luxe van een eigen auto gekend. Zodoende hadden ze heel wat centen uitgespaard. Dus, wat lette hen de wereld een beetje ‘in stijl’ en op een tamelijk prijzige wijze te verkennen?
Zo’n tien jaar later, en zo’n tien cruisereizen en nog meer andere vakanties verder, wordt het bereisde echtpaar in een lokaal tijdschrift in het zonnetje gezet.[2] In het interview is voornamelijk Theo aan het woord – wat niemand zal verbazen die het echtpaar heeft gekend. Onder een tussenkopje “Reizen al vroeg in het bloed” geeft Theo voorbeelden van de reislust in zijn jeugd: ‘Als jongen al werd hij gegrepen door het reizen en trekken, al was dat op kleine schaal wegens de maar matig gevulde portemonnee. Hij bofte met twee dingen: wonen in Zuid-Limburg, van waaruit hij het omliggende buitenland als Ardennen, Eiffel en Kempenland per fiets kon afgrazen en het feit dat vader als controleur bij de N.S. over een flink aantal gratis vervoerbewijzen kon beschikken en zelf niet om reizen gaf.’
De oorlogsjaren waarin Theo toch ook heel wat afgereisd heeft worden afgedaan met één zinnetje: ‘De oorlog hield hem thuis, hij dook onder, leerde in die periode zijn vrouw kennen en trouwde direkt na de oorlog.’[3] Over de “weinig bewogen” naoorlogse jaren zegt Theo zelf: ‘ “De eerste baby kwam, er kwam er nog één[4], het huis kwam vol verantwoordelijkheden, de centjes waren hard nodig, de kinderen groeiden op, gingen – al studerend – meer kosten. Ik hield er vele hobbies op na, maar met het reizen was het wel fini.” Zoals aan alles kwam aan die moeilijke jaren een eind toen de kinderen het huis uit trokken en de altijd latent aanwezige reislust weer wakker werd.’ Aldus Theo aan het woord in de Reflex.
Zo barstensvol “verantwoordelijkheden” zat het huis dat het groot brengen van twee kinderen “moeilijke jaren” werden. Bepke en ik (SH) moeten dus wel twee verdomd moeilijke kinderen geweest zijn. Sorry, Theo Hauser die nu in de Hemel zijt, maar dat is Lul-Koek − Pure lulkoek!

ESCAPISME
Ik denk dat die “moeilijke jaren” een heel andere oorsprong hadden. Dat het ‘huwelijksschip van Theo en Hedwig’ in de periode 1955-1970 vaak door uiterst woelig water maneuvreerde en het soms weinig scheelde dat het op de klippen was vergaan. Vaak was het geen gezellige boel op Duin en Bosch 15 (later: aan de Van Duurenlaan 6). De Seven Years Itch van Theo en Hedwig was tot volle ontlading gekomen: wie van de twee er het meeste jeukte laat ik hier buiten beschouwing. Gezijk, gezeur, kribbigheden en geruzie waren schering en inslag in het droomhuis aan de voet der duinen. Ik geef toe: Hedwig is nooit bont en blauw geslagen en wist zelfs aardig van zich af te bijten. En wonderbaarlijkerwijs waren veel ruzies vaak binnen uren weer enigszins bijgelegd. En over de niet al te vrolijke jaren dat Bepke en ik een groot deel van onze jeugd in Bakkum doorbrachten zal in nog wel eens terugkomen.

Het bijzondere van deze ruim vijftien jaar van chronisch gebakkelei is dat er geleidelijk ook weer een eind aan kwam en dat deze goede wending samen viel met de jaren dat Theo en Hedwig grote reizen begonnen te maken. Op de verre zeeën en oceanen geschiedde een klein wonder: Theo en Hedwig groeiden weer wat naar elkaar toe, bakkeleiden wat minder fel en ontplooiden geleidelijk weer meer waardering voor elkaar. Behalve dat het luxueus reizen een vorm van escapisme was, bleek het dus ook therapeutisch heilzaam, zij het een nogal prijzige behandeling.

In Bakkum ontvluchtten de twee de misère (of milder gezegd: moeilijkheden) van hun huwelijk doorgaans als volgt. Als er ook maar even spanningen waren vluchtte Theo de schuur in om vol toewijding dobbers te lakken en geraffineerde snoertjes voor de witvis in elkaar te knutselen. De echte escape was doorgaans in het weekend of op avonden wanneer Theo op de brommer het huis verliet om in de polder, aan het (Noordhollands) kanaal of aan zee te gaan vissen. Hedwig zocht haar heil vooral in het van a tot z spellen van de Libelle en Margriet en het maken van wandelingen en fietstochten met vriendinnen en te zonnen in de tuin. Later kwamen daar sportieve hobbies bij, met name zwemmen in de zwembaden van Heemskerk of Castricum of (een deel van het jaar) kunstschaatsen op de Jaap Edenbaan in Amsterdam. De reisjes naar Amsterdam hadden soms tot gevolg dat ze haar huishoudelijke plichten wat verwaarloosde, en dat kon weer tot conflicten met Theo leiden. Bij het zwemmen en schaatsen werd Hedwig al gauw opgenomen in vriendenkringen. Theo’s vistochten waren daarentegen meestal solitair.

Figuur 02: Links: Hedwig (midden voogrond) en Theo (rechts wat op de achtergrond) op een markt in Senegal in 1972. Deze foto stond afgedrukt in het artikel Bereisd echtpaar op de praatstoel in de Reflex, zesde jaargang nr. 3. Rechts: Tijdens feestjes kon Hedwig vaak de show stelen. Op deze foto danst ze op een tafel. [6]

De cruisereisen brachten Theo en Hedwig dus weer tot elkaar, ook al waren hun interessen tijdens die reizen twee werelden apart. Theo genoot van historische en culturele bezienswaardigheden. Hedwig sloeg die niet allemaal over maar genoot vooral van het lekkere eten, de feestjes en andere activiteiten aan boord − en niet in de laatste plaats van het zwembad. Wat het leggen van sociale contacten betreft moest Theo zijn meerdere erkennen in Hedwig. Hedwig was ervoor in de wieg gelegd. Ze was vaak ‘populair’ bij de medereizigers vanwege haar uitbundig gedrag op de feestjes en vanwege haar sportieve prestaties in het zwembad. Ze kon met iedereen goed overweg, sloot snel vriendschappen en de sociaal wat stugge Theo had daar vaak ook profijt bij.
Theo heeft op die cruisereizen veel gefilmd. Elk jaar, een paar weken van knippen en plakken na de reis, verscheen er weer zo’n Hauser-film. Soms nodigden de Hausers buren uit om de nieuwe film te komen bekijken. Zwartwit, een wat ratelende projector, en aan een statief het uitgerolde doek dat steeds heen en weer deinsde. Met geluid: Theo die op een wat gewichtige wijze toon historische en culturele achtergrondinformatie gaf. Voortdurend zag je Hedwig door straten paraderen, vaak in de camera kijken, over oudheden klauteren en trappen naar de ingang van paleizen beklimmen. Ze was altijd bruin van het zonnen en haar haar was in die dagen geblondeerd. Van wereldsteden, oudheden, dynastieën of paleisrevoluties had ze geen benul. Terwijl “Istanboel” Theo tot een lofzang op de Aya Sophia en Blauwe Moskee inspireerde, zeiden die ‘kerkjes’ Hedwig helemaal niets. Maar een flits van een terrasje in de opnames konden haar herinneringen weer tot leven wekken: “Oh daar waar dat roomijs op die hoek bij dat plein zo lekker en goedkoop was, we waren toen met dat jonge stel uit Hamburg, Trude en Heinz, …. en die avond moest ik twee keer overgeven…” – dat was Hedwigs Istanboel.

Figuur 03: (links) Reizigers van een cruiseboot tijdens een cultuurshow in de ‘binnenlanden’ van Afrika. (rechts) 1970. V.l.n.r. Annie, Hedwig en Theo tijdens een reddingsoefening met zwemvesten op de Cruiseboot de Fantasia.

Over de uitstapjes op het vasteland, wanneer de cruiseboot ligt aangemeerd, zei Theo in de Reflex: ‘Dikwijls begint dan voor ons een soort avontuur. Het liefst gaan we er zonder verder gezelschap op uit, huren een taxi met of zonder gids en zijn niet eerder voldaan dan nadat we de bijzondere zaken in zo’n stad hebben geproefd. ‘t Is wel inspannend, ja, maar we zijn beiden nogal doordouwers. We komen dan ‘s avonds of ook wel eens ‘s nachts doodmoe weer bij ons schip aan. (…) ‘t Is dikwijls het leven van alledag dat het zo boeiend maakt. Tussen de vissers aan de haven, op de markten, in plantages, op plaatsen waar men nog oude handwerken beoefent, kom je het echte leven tegen, dat is voor ons nog belangwekkender dan de dingen van historische waarde, oude kunst en kultuur en de gewone toeristische attracties. Toch is het haast benauwend voor ons mensen uit een van de welvaartslanden, te zien in welke omstandigheden de gewone man in die Afrikaanse landen leeft. Als je – zoals wij tijdens onze laatste reis – aan de golf van Guinee in de moordende hitte de mensen tussen hun armelijke hutten ziet modderen, ja, in letterlijke zin, dat wil zeggen tot hun enkels in de modder en de viezigheid waarin de varkens rondscharrelen en waarboven het gonst van de vliegen en waarin men op primitieve wijze de dagelijkse hap bereidt, heb je nauwelijks woorden meer. Maar je moet het wel gezien hebben.”

In de jaren nadat Theo en Hedwig gestopt waren over de oceanen te cruisen kwam Theo juist woorden te kort om over al die reizen te verhalen, maar in die tijd kon hij ook vaak onafgebroken het woord voeren over andere zaken. Je hoefde maar bij hem in de buurt te zijn of hij tikte je aan om van je aandacht verzekerd te zijn en de levensverhalen volgden. Wanneer hij soms het avontuurlijk karakter van de cruisereizen benadrukte, moest ik mij altijd inhouden om er niet een kritische kanttekening bij te plaatsen. Want ik wilde mijn vader niet graag ontstemmen, ruzie was er al genoeg geweest in Huize Hausers in Bakkum. ■ SJON HAUSER

NOTEN:
1. Het huidige, bekende en enorme cruiseschip Fantasia was in 2008 gebouwd voor de MSC, waarschijnlijk dezelfde maatschappij die de reis in 1970 runde. Maar de “oude” Fantasia moet een ander schip geweest zijn.
2. Jaap Glastra. Bereisd echtpaar op praatstoel. Reflex, 6e jrg., nr. 3: 7-10. (circa 1980)
3. Meer over Theo’s “reisjes” in de oorlog in: Theo Hauser link. Het jaar dat hij voor de Arbeitseinsatz bij een groentebedrijf in Düsseldorf werkte reisde hij voor groentetransport ook heel wat af door het Duizendjarige Rijk, een keer helemaal naar “Hongarije”, zo vertelde Theo mij eens.
4. Die ‘eerste baby’ was Bepke in 1946, en ‘nog een’ was Johnny in 1952.
5. Libelle en Margriet behoorden in die jaren tot de populairste weekbladen voor de (huis)vrouw. Hedwig was op de Libelle geabonneerd, overbuurvrouw ‘Tante Jo’ op de Margriet. De tijdschriften werden trouw uitgewisseld en de kinderen (Bepke, Johnny, Otto en José) dienden daarvoor vaak als courier.
6. Ik bezit twee afdrukken van deze foto, die me waarschijnlijk allebei door Hedwig gestuurd zijn. Op de achterkant van de eerste staat in Hedwigs handschrift: “Lieve Sjon! Dec. 1985. Veel Geluk en gezondheid en een dike zoen van Ma Hauser” en eronder: “Nov. 85. Foto: Het Holenfeest op Grand Canaria. Ma Hauser.” Op de twee foto staat: “1987 Las Palma R. Tigaday”