Chu Chok en de honden van Chetabut

01-Chu-hondenFiguur 1. Een muurschildering van ‘Chu Chok en de honden van Chetabut’, een tafereel dat de Preek over Chu Chok, de vijfde preek van de Wetsandon Chadok illustreeert. Wat Mengrai, Mueang district, Chiang Mai.

Download een PDF van deze post: post-Chu Chok in de boom-trial

CHU CHOK EN DE HONDEN VAN CHETABUT
Een oude man is een boom in gevlucht om aan de aanval van een troep honden te ontsnappen. Aan de voet van de boom staat een jager met een gespannen boog op punt een van zijn pijlen op opa af te schieten. Dit is een bekende episode uit de Wetsandon Chadok (in Pali: Vessantara Jataka), het verhaal over de oneindig onbaatzuchtige prins Wetsandon, de op één na laatste incarnatie van de Boeddha. In Thailand is de Wetsandon Chadok een zeer populaire boeddhistische legende.
Naast de episodes uit het leven van de ‘historische’ Boeddha, afbeeldingen van de boeddhistische kosmos, het plattelandsleven en enkele andere legenden (zie post: Tempelschilderingen in Thailand ) zijn episodes uit de Wetsandon Chadok de meest voorkomende schilderingen op de muren van Noord-Thaise tempels.
Dankzij John Crockers vertaling van de Thaise versie van de Vessantara Jakata en zijn vele foto’s van tempelschilderingen (voornamelijk Centraal-Thailand) van episodes uit dit verhaal werd mijn belangstelling voor deze legende nieuw leven in geblazen. Ik bezocht bijna honderd, overwegend Noord-Thaise tempels om de lotgevallen van de ouwe oplichter te volgen op de muurschilderingen en er foto’s van te maken. Niet alleen het verhaal blijft boeien, ook de details die er op de schilderingen aan zijn toegevoegd, of juist het klakkeloos kopiëren van bestaande voorbeelden, zijn fascinerend.
Vaak worden dertien episodes uit de Wetsandon Chadok in een Noord-Thaise tempel afgebeeld, en in ongeveer de helft ervan is het verhaal over de onbaatzuchtige prins verstrengeld met dat van de tragische figuur Chu Chok.
De meeste schilderingen van de Wetsandon Chadok zijn te vinden op de binnenmuren van de wihan, bot of sala van een tempel. Maar ze zijn ook wel afgebeeld als reliëfs van houtsnijwerk op de luiken van de tempelgebouwen. Bij een aantal bijzondere tempels zijn schilderingen en houtsnijwerk vervangen door reliëfvoorstellingen van zilverslagwerk (zoals bij Wat Muen San en Wat Si Suphan in Chiang Mai).

In dit opstel neem ik afbeeldingen van de episode ‘Chuchak en Chetabut’—een van mijn favoriete episodes—onder de loep. Verwacht geen kunsthistorische analyse. De meeste schilderingen die ter sprake komen dateren van de tweede helft van de twintigste eeuw en zijn vervaardigd in een bijzonder kleurrijke stijl, die volgens Rita Ringis is geïnspireerd door Indiase prentkaarten en mogelijk ook door filmposters uit India (Ringis, 1989: 90). Geen artistieke hoogstandjes, maar wel representatief voor Noord-Thaise tempels in die tijd.

Wat wordt er met deze episode uit de Wetsandon Chadok uitgebeeld?
Chu Chok is een oude, wrekkige Bramaan, die min of meer toevallig een mooie, jonge vrouw als echtgenote krijgt. Amittada is de ideale, gedienstige echtgenote, tot grote ergernis van de andere vrouwen in het dorp. Als ze steeds vaker geplaagd wordt en ten slotte van die vrouwen een pak slaag krijgt, wordt Amittada opstandig. Ze eist van Chu Chok dat ze bedienden krijgt om haar huishoudelijke taken over te nemen. Zo niet, dan zal ze hem verlaten. Chu Chok blijft weinig anders over dan ervoor te zorgen dat er bedienden komen, maar kopen kan hij die niet, want hij heeft geen rode cent. Daarom besluit hij op zoek te gaan naar de verbannen prins Wetsandon die met vrouw en kinderen op een afgelegen berg leeft als kluizenaar. Deze prins heeft de reputatie alles wat hij bezit aan behoeftigen weg te geven….misschien zal de prins zijn kinderen aan Chu Chok willen afstaan, zodat die de bedienden van zijn jonge vrouw kunnen worden?
Het bos waar Chu Chok doorheen moet om de prins te bereiken wordt echter zwaar bewaakt door de jager Chetabut met zijn troep honden. Chetabut heeft tot taak te voorkomen dat prins Wetsandon wordt gestoord in zijn bestaan als kluizenaar.
Chetabuts honden krijgen de oude man in de gaten, en Chu Chok weet maar net op tijd in een boom te klimmen. Terwijl de blaffende honden wild tegen de stam opspringen, verschijnt Chetabut en spant zijn boog en richt een pijl op de indringer. Het is deze voor Chu Chok hachelijke situatie die doorgaans de vijfde preek van de Wetsandon Chadok, de Preek over Chu Chok, vertegenwoordigt als muurschildering. Het is de tragiek van de oude man die door zijn jonge vrouw in deze nare situatie is gedreven waardoor de oude wrek toch wel sympathie opwekt. En menig man op leeftijd moet zich wel wat met Chu Chok in de boom kunnen identificeren. En dat Chu Chok met list en leugens (kohokโกหก) zijn ballen weet te redden en zelfs zijn doel weet te bereiken, wekt beslist enige bewondering. Chu Chok weet Chetabut bereid te vinden hem uit te leggen hoe hij verder moet lopen om de verbannen prins te bereiken.
Je ziet dat er een heel verhaal aan deze episode voorafgaat, en dat er nog een heel verhaal zal volgen. Wanneer Chu Chok de prins niet had weten te vinden, zou de laatste niet in staat zijn geweest zijn kinderen weg te geven, de ultieme beproeving der vrijgevigheid op de weg naar de de Verlichting. Chu Chok speelt dus een essentiële rol op het pad van Boeddha’s verlichting en de hachelijke situatie in de boom was bijna een soort breekpunt geworden. Was Chu Chok door de honden verscheurd of door een pijl van Chetabut getroffen, dan zat prins Wetsandon nog steeds met vrouw en kinderen bamboespruiten in het bos te verzamelen. Chu Chok en de honden van Chetabut is dus een essentiële schakel in het verhaal. Ik zou het beslist geen ‘jachttafereel’ willen noemen—deze omschrijving kwam ik op het internet tegen als het bijschrift van wat waarschijnlijk een vakantiekiekje was.

02-Chu-hondenFiguur 2. 1: Wat Neramit, Dan Sai district, Loei. De stijl van de schildering doet wat denken aan de primitieve schilderkunst die in de jaren zeventig van de 20e eeuw in Europa opgang maakte. 2. Wat Mae Kampong, Mae On district, Chiang Mai: ‘Indiase prentkaart-stijl’.

In figuur 2 zie je twee recentelijk vervaardigde afbeeldingen van de episode. De eerste bevindt zich in een prestigieuze, grote tempel in Dan Sai, een plaats in de provincie Loei, Noordoost-Thailand. De tweede tooit een muur van een dorpstempeltje in de provincie Chiang Mai in Noord-Thailand. Wat opvalt is dat de twee schilderingen kwa stijl sterk verschillen, maar een grote overeenkomst vertonen in compositie en in talloze details. Maar er zijn ook verschillen in de details. In de linkerschildering zijn slechts drie van Chetabuts honden te zien, in de rechter een hele zwerm (minstens twintig). In de linkerschildering wemelt het van de bloemen, vogels en andere dieren die de natuur wat feestelijks geven. Die ontbreken in de rechterschildering waarin het bos een sombere uitstraling heeft. Links staat Chetabut rechtop en draagt hij een rode panung, rechts is de jager geknield en in een blauwe panung gestoken. Het lijkt wel zo’n puzzle van Zoek de Zeven Verschillen.
De oude man Chu Chok draagt in beide afbeeldingen een schoudertas en heeft zijn rechterarm vooruit gestoken. In die hand zit een koker of een rol geklemd. Ik denk dat het een (vervalst) document bevat, waarmee hij zich uit de penibele situatie weet te redden. Of is het gewoon khao lam (kleefrijst met kokosmelk geroosterd in eem stuk bamboe)? Chu Chok slaagt er in elk geval in Chetabut wijs te maken dat hij in opdracht van de koning, de vader van prins Wetsandon, op zoek is naar de prins, om de laatste over te halen terug te keren naar zijn vaderland, waar men de prins zijn wilde vrijgevigheid immiddels heeft vergeven.

In figuur 3 zie je opnieuw hetzelfde tafereel, kwa stijl en materiaal drie nogal van elkaar verschillende afbeeldingen, maar wat de compositie betreft ‘standaard’: links Chetabut met pijl en boog, rechts Chu Chok in de boom, met aan de voet van de boom de razende honden. Een kleine afwijking van het standaardtafereel is de voorstelling op de schildering van Wat Sao Duengsaram in Bangkok: Chu Chok is nog niet buiten het bereik van de blinkende tanden van de honden. Een aardig detail is dat een deel van de inhoud van zijn schoudertas te zien is: wat aan een streng buiten de tas hangt is waarschijnlijk de vrucht van een lotusplant waarin zich de lekkere en voedzame lotuszaden bevinden. Omdat Chu Chok arm was, was hij op zijn missie waarschijnlijk aangewezen op goedkope snacks zoals lotuszaden─in Centraal-Thailand is een overvloed aan plassen en vaarten waarin de lotus gedijt, maar in Noord-Thailand zijn die waterplanten schaarser.

03-Chu-hondenFiguur 3. 1: Wat Sao Duengsaram, Bangkok Noi, Bangkok. Een tamelijk recente schildering in de stijl van de neo-primitieven. 2: Wat Muen San, Mueang district, Chiang Mai. Dit is geen schildering maar een paneel van zilverslagwerk. De tempel bevindt zich in een wijk van zilverwerkers. 3: Wat Dao Dueng, Mueang, Chiang Mai. Een karakteristiek voorbeeld van de bonte ‘Indiase prentkaart-stijl’.

Laten we onze aandacht nu even op de honden van Chetabut richten. De troep honden is waarschijnlijk goed afgericht om indringers aan te vallen, maar ze tonen ook de nodige belangstelling voor de inhoud van Chu Choks schoudertas. In sommige schilderingen weten de honden die tas te bemachtigen. Dat geeft soms een komisch effect aan de ‘dramatische’ scène. In de afbeelding ervan in Wat Nantharam in Chiang Mai heeft een van de honden Chu Choks pijp uit de tas bemachtigd en je ziet hem die pijp roken! (Figuur 4)

04-Chu-hondenFiguur 4. 1-3: Wat Nantharam, Mueang, Chiang Mai. De honden hebben de pijp uit Chu Choks schoudertas buitgemaakt en één hond rookt er met genoegen uit.

In sommige schilderingen is de schoudertas aan een tak of uitsteeksel (of afgebroken tak) van de boom opgehangen en hebben de honden de tas opengescheurd waardoor een deel van de inhoud eruit is gevallen.

Op een oude schildering in Wat Buppharam in Chiang Mai, is dit in de val vastgelegd. Je ziet het volgende omlaag tuimelen: een kammetje, iets wat op een spiegeltje lijkt, een zakje dat met een touwtje is dichtgebonden (misschien een geldbuidel) en houtjes waaraan visjes zijn geroosterd. De honden op deze afbeelding bezitten een beangstigend goed klimvermogen. De voorste hond die de schoudertas openscheurt bevindt zich minstens anderhalf keer zijn lichaamslengte boven de grond. Opmerkelijk is het kleurpatroon van het dier: bruin met over elke poot een donkere band. Aan de voet van de boom staat ook een zwarte hond met tamelijk lang haar. Normaal zijn de afgebeelde honden vrijwel altijd kortharig.

05-Chu-hondenFiguur 5. 1-3: Wat Buppharam, Mueang district, Chiang Mai. Chu Chok is in een boom geklommen maar de honden van Chetabut hebben hem toch bijna te pakken. 1: Totaalbeeld. 2: Details van spullen die uit zijn schoudertas naar beneden vallen. 3: Details van Chu Choks uiterlijk: zijn lippen zijn rood van het betelpruimen; hij heeft een been om de stam van de boom geslagen.

Chu Choks dikke lippen zijn knalrood, waarschijnlijk van het ‘betelpruimen’. Zulke rode lippen komen ook op schilderingen in enkele andere tempels voor. Interessant van deze prent is dat Chu Chok van de rechterkant door de honden belaagd wordt en aan die kant bevindt zich ook Chetabut met zijn pijl en boog. In vrijwel alle andere afbeeldingen van het tafereel wordt Chuchak juist van de linkerkant aangevallen. De schilderingen in Wat Buppharam zijn waarschijnlijk gemaakt voordat de kleurrijke ‘Indiase stijl’ in Noord-Thailand in zwang raakte en ze verschillen kwa compositie en details aanzienlijk van de ‘standaard’.

In een schildering in de wihan van Wat Mengrai in Chiang Mai zijn minstens dertig opgewonden honden te tellen (zie Figuur 1). Eén ervan scheurt de schoudertas die aan aan stomp van een tak hangt kapot, enkele andere springen tegen de stam op, en twee honden zijn gaan liggen en hebben een tak in hun bek. Twee andere honden zijn met elkaar aan het spelen, maar de meeste komen er net aan of wachten op een afstand af wat er gaat gebeuren. Eén hond heeft een koetjespatroon en hangoren en heeft de pijp van Chu Chok tussen zijn tanden. Vóór de jager ligt een bijl en één van de honden heeft beide poten op de steel van de bijl rusten. Niet duidelijk is of deze bijl ook uit de tas komt of dat het een werktuig van Chetabut is. Eén hond heeft de wandelstok van Chu Chok in zijn bek. Ondanks alle reuring zit een paartje vogels rustig op het uiteinde van een tak terwijl enkele soortgenoten rond de boom fladderen─ze lijken op drongo’s.

Op de schilderingen in Wat Chai Phra Kian en Wat Phuak Pia in Chiang Mai leggen de honden eveneens beslag op Chu Choks schaarse bezittingen (Figuur 6). Beide schilderingen wijken kwa compositie aanzienlijk af van het standaardtype. In één domineren de omliggende bergen en lijkt aan de stroom toesnellende honden geen eind te komen, in de andere zie je slechts donker bos terwijl er maar enkele honden bij de boom te zien zijn.

06-Chu-hondenFiguur 6. 1: Wat Chai Phra Kian, Mueang district, Chiang Mai. 2: Wat Phuak Pia, Mueang district, Chiang Mai.

Twee andere schilderingen en de ingelijste prent in figuur 7 vertegenwoordigen het in Noord-Thailand zeer veel komende standaardtype. Ze zijn te vinden in tempels in de stad Chiang Mai. De overeenkomsten in compositie zijn frappant: de takken van de boom zijn vrijwel identiek van vorm. En bij een karakteristieke knik in een zware tak bevindt zich een gat met op de rand ervan een orchidee. Er zijn slechts kleine verschillen. In maar één van de drie schilderingen bloeit de orchidee. De houding van de jager is in alle drie vrijwel identiek. Een witte hond die je op de rug kijkt is in de drie voorstellingen op dezelfde manier tegen de boomstam aan het springen. De houding van Chu Chok in de boom is identiek. Het kan haast niet anders of bij het vervaardigen van de schilderingen heeft eenzelfde schildering of prent als voorbeeld gediend─misschien was het de prent die rechtsonder staat afgebeeld (een ingelijste poster).

07-Chu-hondenFiguur 7. 1: Wat Chet Yot. 2: Wat Dao Dueng. 3: Wat Mengrai. Drie tempels in het Mueang district van Chiang Mai. Kwa compositie lijken deze schilderingen sterk op elkaar. De ingelijste prent rechts is mogelijk het voorbeeld geweest voor een groot aantal ‘standaardschilderingen’ van de scène.

In figuur 8 zie je twee andere voorbeelden van de Noord-Thaise standaardschildering. Kwa compositie wijken ze nauwelijks af. Maar er zijn enkele eigenaardigheden. De knoestige boom waarin Chu Chok linksonder zijn toevlucht zoekt, is verscholen achter een bodhiboom (Ficus religiosa). De bodhi heeft te maken met de ongebruikelijke plaats van de schilderingen: op een lange muur van een open sala met een groot boeddhabeeld. Normaal bevindt zich zo’n mediterende Boeddha op een altaar en is daarachter een scène van de mediterende Boeddha aan de voet van de bodhi geschilderd die min of meer samenvalt met de voorstelling die bij het beeld hoort. Hier is de bodhi dus simpelweg in de voorstelling van de Wetsandon Chadok gebracht.

08-Chu-hondenFiguur 8. 1: Wat Sala, Hang Dong district, Chiang Mai. 2: De wihan van Wat Phra Borommathat in het district Ban Tak in de provincie Tak.

Opmerkelijk in de rechter voorstelling van figuur 8 is dat Chu Chok er weinig weg heeft van een mismaakte, oude man (zie ook verderop in dit opstel).

09-Chu-hondenFiguur 9. 1-3: Voorstellingen van de episode in drie verschillende tempels in de provincie Nan. 1: Wat Na Pan, Pua district. 2: Wat Rat Udom, Tha Wang Pha district. 3: Wat Prang, in Ban Prang, Pua district. De eerste twee zijn vrijwel identiek aan het standaardtype. Maar de derde is in allerlei details anders. Chu Chok is bijna helemaal kaal, maar het weinige haar dat hij nog op zijn hoofd heeft, is niet erg grijs. Zijn schoudertas is nog buiten het bereik van de honden, maar een van de dieren heeft wel een stuk van Chu Choks panung tussen zijn tanden (ik ben benieuwd hoe dat zal aflopen). Chu Chok is als een echte Khon Mueang (“Noord-Thai”) van zijn navel tot boven zijn knieën getatoeëerd (vroeger werden de Khon Mueang daarom ‘Black Belly Lao’ genoemd), een detail dat ontbreekt in de meerderheid van de afbeeldingen van deze scène. Andere interessante details zijn de zwerm vliegen boven Chu Choks hoofd en dat de boom op een bodhi (Ficus religiosa) lijkt—meestal is de boom niet te identificeren.

10-Chu-hondenFiguur 10: Wat Phra That Suthon Mongkhon Khiri in het district Den Chai, Phrae.

De honden in de tempelschilderingen zijn vrijwel altijd van het bekende “Thaise type”, maar de kleur ervan varieert sterk per individu. Op een schildering in Wat Nantharam zijn de circa twintig honden alle vrijwel hetzelfde gebouwd, maar sommige zijn bruin, andere grijs of wit. Eén hond is wit met zwarte vlekken en doet wat aan een Dalmatiër denken. Honden die duidelijk tot een bijzonder ras behoren zijn tamelijk ongebruikelijk. De gevlekte hond met lange hangoren in de grote wihan van Wat Mengrai was al genoemd. Op een schildering in Wat Phra That Suthon Mongkhon Khriri te Den Chai, Phrae (Figuur 10), lijkt een grijze hond sprekend op een bokser, terwijl een kleine zwarte hond met lange hangoren en korte poten wat van een tekkel weg heeft. Een zwarte hond op een schildering van Wat Buppharam is langharig.

De jager Chetabut heeft vaak tatoeages op zijn bovenlichaam en soms op de benen. Bij Chuchok ontbreken deze attributen doorgaans. Uitzondering zijn schilderingen in Wat Phra That Suthon Mongkhon Khriri te Den Chai en Wat Prang in Pua, waar beiden vanaf de navel tot aan de knie getatoeëerd zijn. In Den Chai heeft Chetabut bovendien verschillende tatoeages op zijn bovenlichaan. Beide mannen zijn dus duidelijk ‘Black-belly Lao’s’.
In een artistiek op laag niveau staande schildering in Saraphi (Figuur 11) zijn de meeste honden kortharig en bruin en lijken met hun ranke pootjes en lange nek meer op hertjes dan op honden. Verder stroomt er een beek langs de boom waarin Chu Chok is geklommen (de tempel ligt aan de Ping). En Chetabut bevindt zich niet aan de voet van de boom maar, zo lijkt het, is weer van plan huiswaarts te keren en roept de honden tot de orde.

11-Chu-hondenFiguur 11. Wat Si Warisathan (Nam Thong), Saraphi district , Chiang Mai.

Het uiterlijk van de ‘vieze oude man’
In de achtste preek van de Wetsandon Chadok wordt uitgeweid over de achttien Inauspicious Characteristics of a Man (de achttien onvoorspoedige eigenschappen van een man), dezelfde achttien slechte kenmerken die zijn te zien aan het lichaam van Chu Chok. Het is interessant dat zo’n opsomming van die kenmerken, als een soort college gerontologie van tweeduizend jaar geleden, in het verhaal is opgenomen.

Die kenmerken zijn: 1. grote, kromme voeten. 2. kapotte nagels. 3. dunne benen en hangende kuiten. 4. geprononceerde bovenlip die de onderlip bedekt. 5. speeksel dat over de wangen druipt. 6. uitstekende tanden als de slagtanden van een varken. 7. platte, lelijke neus. 8. uitpuilende ‘pot belly’. 9. gebogen schouders en rug. 10. diep liggende ogen, niet even groot. 11. baardharen die op koperdraad lijken. 12. dun haar dat de kleur van stro heeft. 13. over het lichaam lopen kronkelende en gezwollen aders. 14. vlekken over het gehele lichaam. 15. ‘eyes all rolled up and crossed like a cat’s eyes’. 16. het lichaam op drie plaatsen gebogen: bij de nek, rug en het middel. 17. uitgespreide, lelijke voeten. 18. lang lichaamshaar, ruw als de borstelharen van een varken.
Hoe hebben de verschillende kunstenaars van de muurschilderingen in de twintigste eeuw deze kenmerken geïnterpreteerd en vorm gegeven? Opmerkelijk is dat bij Chu Chok op de muurschilderingen de meeste van die slechte kenmerken ontbreken of althans niet te zien zijn.
Een buikje is meestal wel aanwezig. Toch ziet Chu Chok er vaak als een van de kloekere senioren uit. In de meeste schilderingen is niets te zien van de vlekken waarmee zijn huid volgens de tekst zou zijn bedekt. In figuur 12 drie afbeeldingen van een Chu Chok die er voor een oude man nog opmerkelijk goed uitziet, wat niet overeenstemt met de tekst. Met name in de middelste afbeelding is Chu Chok niet het prototype van een lelijke, oude man is. Hij heeft weliswaar een kaal voorhoofd, maar het resterende haar is dik en behalve wat grijze vegen nog donker. Zijn lippen zijn vol en rood. De grote donkere wimpers van het linkeroog associeer je eerder met knap dan met lelijk. Het buikje is bescheiden. De benen zijn niet dun en het lichaam vertoont geen misvormingen of borstelharen. En er is heen spoor van pigmentvlekken.

12-Chu-hondenFiguur 12. 1: Reliëfpanelen van houtsnijwerk op de luiken van Wat Ban Pok, Samoeng district, Chiang Mai. 2: Een schildering in een wihan van Wat Phra Borommathat in Ban Tak district, Tak. 3: Wat Wari Ban Phot, Mueang, Ranong.

Wel contrasteert het uiterlijk van de oude man vaak met de gespierde, lenige torso van Chetabut.
Maar in andere afbeeldingen ziet Chu Chok er wel degelijk als een oude, misvormde man uit, doordat enkele van de achttien onvoorspoedige kenmerken zijn benadrukt, zoals magere armen en benen, een hangbuik of een met vlekken bezaaide huid. Eén ding is echter zeker. Aan een ernstige vorm van artrose heeft de oude man niet geleden. Hij wist niet alleen snel in een boom te klimmen, vaak wordt hij half hangend in die boom afgebeeld waarbij een van zijn benen lenig om een tak is geslagen. In figuur 13 enkele voorbeelden.

13-Chu-hondenFiguur 13. 1: Chu Chok met een ingevallen, misvormd lichaam. Wat Wat Chai Phra Kian, Mueang district, Chiang Mai. 2: Met een enorme pens en het lichaam bedekt met vlekken. Wat Phuak Pia, Mueang district, Chiang Mai. 3: Met een mager, uitgeteerd lichaam vol vlekken en met vooruit stekende tanden. Wat Mae Kampong, Mae On district, Chiang Mai.

14-Chu-hondenFiguur 14. 1: Een recente schildering in een wihan van Wat Ubotsatharam, Uthai Thani. Ik vind deze afbeelding interessant vanwege de fletse kleuren, waardoor het lijkt of hij is ingekleurd, en enkele details. Chu Chok vertoont een zekere gelijkenis met Sigmund Freud, een gevlekte hond heeft de wandelstok van de oude man te pakken en op de achtergrond zie je twee vechthanen (van Chetabut). Het is ongebruikelijk dat ‘Chu Chok in de boom’ wordt gecombineerd met twee vervolgscènes: één waarin Chetabut de oude man een maaltijd aanbiedt en het afscheid, waarbij Chetabut uitlegt hoe Chu Chok moet lopen om prins Wetsandon te vinden. 2: Beschilderd houtsnijwerk op de luiken van Wat Ban Pok, de dorpstempel van Ban Pok in het district Samoeng in Chiang Mai.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

15-Chu-hondenFiguur 15. 1: Wat Hariphunchai, Mueang, Lamphun. 2: Wat Chai Sakan, Hang Dong, Chiang Mai.