Bhuridatta Jataka

Figuur 1. Tafereel uit de Bhuridatta Jataka, Wat Chiang Yuen, Chiang Mai.

De BHURIDATTA JATAKA (Pali) of PHURITHAT CHADOK (Thais) is een ‘birth story‘ van de Boeddha dat gaat over één van zijn tien laatste incarnaties voordat hij uiteindelijk als prins Siddharta zou worden geboren, de prins die omstreeks 600 jaar vóór Christus in India leefde en de Boeddha zou worden—d.w.z. verlicht zou worden om daarna niet meer in een of andere gedaante wedergeboren te worden.

Het verhaal speelt zich voor een deel af in de wereld van de naga’s. Deze wezens bewonen de verborgen diepten van de aarde, ver beneden de velden en de bossen van de mensenwereld. Het zijn serpenten die over magische krachten beschikken—ze kunnen bijvoorbeeld naar willekeur de gedaante van een mens aannemen. Het koninkrijk waar ze wonen beschikt over grote rijkdommen, zoals zeldzame edelstenen en juwelen, en ze leven in weelde. Van tijd tot tijd komt deze wereld in contact met de wereld van de mensen aan het aardoppervlakte. De aartsvijand van de naga is de garuda (in Thai khrut geheten), een grote mythologische vogel, meestal afgebeeld als een soort roofvogel, die in de lucht en hemel leeft.

De Bhuridatta Jataka is een lang en ingewikkeld en soms moeilijk te volgen verhaal waarin de bodhisattva niet zoals in vele andere Jataka-vertellingen een koning of prins is, ook geen mens van gewone komaf, maar een naga. Deze naga, genaamd Bhuridatta, is weliswaar een zeer bijzondere naga-prins die zich tot doel gesteld heeft zijn ‘goede moraal’ te perfectioneren in de hoop daarna in de wereld der goden herboren te worden. De verschillende hoofdstukken zijn niet duidelijk chronologisch opgebouwd maar vormen meer stukken van een legpuzzle die in elkaar grijpen.

In het vierde hoofdstuk maken we bijvoorbeeld kennis met een garuda die bij de Himalaya aan de zuidelijke Oceaan in een kapokboom woont. Allerlei verwikkelingen vanaf dat moment leiden er uiteindelijk toe dat Bhuridatta door een slangenbezweerder wordt gevangen, een episode die vaak in tempelschilderingen is afgebeeld.
Laten we die gebeurtenissen vanaf de kapokboom met de garuda eens nauwkeurig volgen.

Figuur 2. A. Naga’s zijn serpenten die naar willekeur de gedaante van een mens kunnen aannemen. Op de
schildering zijn twee naga’s afgebeeld (linksonder en rechtsboven), slangen met de kop getooid met een kuif en een sik. In de voorgrond zijn ook vier naga’s afgebeeld die de vorm van een mens hebben aangenomen. Om aan te geven dat het naga’s (en geen mensen) zijn, heeft de schilder ze een slangenlichaam gegeven. In ‘werkelijkheid’ hebben zulke naga’s in mensenvorm echter geen slangachtig onderlijf, ze zien er perfect als mensen uit. Deze muurschildering bevindt zich in Wat Buak Khrok, vijf kilometer ten oosten van Chiang Mai. Of dit een scène uit de Bhuridatta Jataka voorstelt is (mij) niet duidelijk. B. De strijd tussen de garuda en de naga is een veel voorkomend thema in boeddhistische kunst. Ook in de Bhuridatta Jataka wordt verhaald hoe een naga door een garuda wordt gegrepen en gedood. Het garuda-met-naga beeld in de afbeelding staat bij een kleine rotonde in het centrum van de stad Mae Sot, provincie Tak.

Deze enorme vogel wist met zijn vleugelsslag het water van de oceaan te verwijderen en kon zodoende in het naga-rijk afdalen en een naga-koning bij zijn kop grijpen. Hij vloog met het serpent in zijn klauwen naar de piek van de Himalaya.

Een Brahmaan had van de wereld afstand gedaan en in de bergen van de Himalaya een hut gebouwd om in te wonen. Deze kluizenaar zat aan de voet van een grote bananenboom, toen de garuda (Supanna genoemd in het verhaal) kwam aanvliegen met zijn naga-buit. Terwijl de garuda over de top van een nigrodhaboom (=banyan, Ficus benghalensis) vloog, wist de naga zijn staart om deze boom te slaan in de hoop zich te bevrijden. Maar de garuda vloog met krachtige vleugelslagen verder, zodat de boom werd ontworteld zonder dat de garuda dat besefte. Vervolgens landde de garuda in zijn kapokboom en hakte de naga met zijn snavel in stukken, at ervan en wierp de rest van het lichaam in zee.

Figuur 3. A. Een muurschildering uit Wat Nong Bua, Tha Wang Pha district, Nan. Een garuda met een naga of slang in zijn klauwen. Mogelijk stelt dit een tafereel uit de Bhuridatta Jataka voor en is de man met zijn armen in de lucht zwaaiend Alambayana. B. Dezelfde man zien we in een aangrenzende schildering met zo’n slang ‘dansend’ voor zich op de grond; en rechts daarvan neemt hij iets van een man in ontvangst. Waarschijnlijk stelt dit Alambayana voor die de naga Bhuritatta heeft gevangen en—als een soort vaudeville-artiest—exploiteert: de naga moet allerlei kunstjes opvoeren en na zo’n voorstelling haalt Alambayana muntstukjes op bij de toeschouwers.

Toen de banyan omviel veroorzaakte dat veel lawaai. De garuda vroeg zich af waar dat geluid vandaan kwam. Hij keek naar beneden en vroeg zich af hoe die boom ontworteld werd. Hij wist dat de boom voor die asceet van groot nut was. De garuda vreesde dat deze ontworteling onheil voor hem zou betekenen. Om dat te weet te komen nam hij later de gedaante van een jonge Brahmaan aan en bezocht de kluizenaar, die juist bezig was de plek waar de boom was ontworteld te vereffenen. De garuda betuigde zijn respect aan de kluizenaar, ging naast hem zitten en vroeg (alsof hij dat niet wist): ‘Meneer, wat heeft hier gestaan?’ De andere antwoordde: ‘Een langs vliegende garuda droeg een naga bij zich om op te eten; daarbij wikkelde de naga zijn staart om de banyan om zich te bevrijden. Die garuda vloog echter met veel kracht door de lucht, zodat de boom werd ontworteld.’
‘Meneer, is dat een slechte daad van die garuda?’ vroeg daarop de bezoeker.
‘Als de garuda het niet wist, is het per ongeluk gebeurd en dus is geen zonde,’ antwoordde de asceet.
‘En wat betreft die naga, meneer?’
De asceet antwoordde: ‘Die heeft de boom niet vastgegrepen om deze ten gronde te richten; daarom is het ook voor hem geen zonde.’
We zien dat hier terloops in het verhaal enkele ethische vraagstukken worden behandeld.

Tevreden gesteld door het antwoord van de asceet, sprak de vermomde garuda vervolgens: ‘Heer, ik ben die garuda-koning; de wijze waarop u mijn vragen heeft beantwoord stelt me tevreden. Blijft u toch in het bos wonen! Ik ken een toverspreuk; die is van onschatbare waarde. Deze geef ik u als beloning voor uw lessen, neem deze toch aan! Maar de asceet gaf als repliek: ‘(Genoeg…), ga toch!’ Maar omdat de garuda hem erom smeekte, gaf de asceet zijn toestemming aan hem die toverspreuk mede te delen.
Zo kwam de asceet in het bezit van een toverspreuk waarmee men naga’s kan onderwerpen.

Vervolgens doet de arme Brahmaan Alambayana uit Benares zijn intrede in het verhaal. Deze had zo veel schuldeisers dat hij niet meer in de stad kon blijven en besloot het bos in te vluchten om daar te sterven. Hij verliet Benares en belandde uiteindelijk bij de asceet. Hij stond de asceet zo goed bij met van alles dat de laatste hem wilde belonen door hem de goddelijke toverspreuk mee te delen. De asceet verklapte de spreuk en legde uit hoe men zich bij het opzeggen van de spreuk dient te gedragen. De Brahmaan dacht toen: ‘Nu heb ik dan iets waarmee ik in mijn levensonderhoud kan voorzien’ (namelijk door naga’s te vangen). Na nog enige dagen bij de asceet verbleven te hebben zei hij: ‘Heer, ik word geplaagd door rheumatiek.’ Dankzij deze list werd hij door de asceet ontslagen. Nadat de Brahmaan de asceet zijn respect had betuigd en hem om vergiffenis had gevraagd, verliet hij het bos en kwam aan bij de oever van de (rivier)Yamuna. Hij zei de toverspreuk op terwijl bij de rivier net enkele naga’s en nagini’s (vrouwelijke naga’s) aan het spelen waren. Toen ze de toverspreuk hoorden schrokken ze geweldig en verdwenen in de bodem. Ze lieten in hun paniek een kostbaar juweel achter. Alambayana raapte het op en stak het bij zich, niet wetende dat je met dit juweel alle wensen die je hebt in vervulling kunt laten gaan.

Even later komt Alambayana een jager en diens zoon tegen. Die zien hem met het juweel en zij weten wel dat het zeer kostbaar is (hoe ze dat weten is eerder in het verhaal ter sprake gekomen). Voor Alambayana heeft het juweel geen betekenis, hij is vooral geïnteresseerd in het vangen van sepenten met behulp van de toverspreuk. Dan krijgt de jager, een Brahmaan, een gemeen idee. Hij weet een plek waar zich een enorm serpent ophoudt (namelijk de naga-prins Bhuridatta) en wil Alambayana in ruil voor het juweel die plek wel aanwijzen. De goede zoon wil zijn vader nog van dit plan afhouden, maar Alambayana gaat akkoord. Aangekomen bij een grote termietenheuvel zien ze een enorm serpent, gedrapeerd rond de heuvel. Verheugd geeft Alambayana de jager het beloofde juweel, dit ontglipt de jager evenwel, valt op de grond en verdwijnt in de bodem.
Met de toverspreuk en de waaier weet Alambayana het serpent gemakkelijk te vangen en op te sluiten. Het is deze bezwering van de naga-prins Bhuridatta door Alambayana die men bijzonder vaak afgebeeld ziet in de muurschilderingen van tempels. In relatief moderne schilderingen is dit het enige tafereel uit de Bhuridatta Jataka dat wordt afgebeeld (zie Fig. 1, 4 en 5). Alleen in oudere schilderingen zijn soms ook andere taferelen uit het verhaal te vinden.

Figuur 4. A. Het meest kenmerkende tafereel uit de Bhuridatta Jataka is hier afgebeeld met zilverslagwerk. Wat Si Suphan, Mueang district Chiang Mai. B. Hetzelfde tafereel in een muurschildering van Wat Nantharam, Mueang district, Chiang Mai. De enorme naga Bhuridatta heeft zijn lichaam gewikkeld om een termietenheuvel. Alambayana is bezig de naga te ‘bezweren’ door achter een waaier een toverspreuk uit te spreken.

Het verhaal is nu weer bij Bhuridatta, de naga die al eerder ter sprake was gekomen. Bhuridatta is één van de vier zonen van een naga-koning. Helemaal raszuivere naga’s zijn deze zonen niet. De eerste hoofdstukken van de Bhuridatta Jataka vormen een vreemde familiegeschiedenis vol listen en intriges. Daarin wordt zelfs een stad in de mensenwereld door naga’s belegerd als die zich door een (mensen)koning ‘op hun teentjes getrapt’ voelen. We zullen hier nu niet verder over uitweiden. Belangrijk voor het verhaal is dat Bhuridatta een uitzonderlijk goede naga-prins is die over grote wijsheid beschikt. Ooit werd hij naar de godenwereld ontboden om met zijn wijsheid daar over een probleem te oordelen. Daar, in de Tavatimsa Hemel, kwam hij onder de indruk van het comfort en de rijkdom. Terug in de wereld der naga’s besloot hij daarom zijn merit (verdiensten) te vergroten in de hoop na zijn dood in deze hemel herboren te worden.
Daarom besloot hij zijn vrouw en het naga-paleis te verlaten en als een asceet te leven. Voor dat doel koos hij een grote termietenheuvel uit in de (voor naga’s vaak gevaarlijke) mensenwereld. Elke nacht was hij gedrapeerd rond die termietenheuvel mediterend te vinden en legde hij de volgende eed af: ‘Laat een ieder die dat wenst mijn huid, spieren of beenderen of bloed nemen.’ Met het perfectioneren van deze moraal hoopte hij genoeg karma op te bouwen om later in de hemel herboren te worden. (Hij wijdde zich dus geheel aan het nastreven van de deugd ‘moraliteit’. Deze deugd kan ontwikkeld worden door je gedachten, je woorden en daden te controleren en alleen goede dingen te doen en slechte te vermijden. Goede daden bestaan uit vriendelijkheid en hartelijkheid. Slechte daden kunnen vermeden worden door je te houden aan morele voorschriften, waarvan afzien van doden, stelen, seksueel wangedrag, liegen en drugsgebruik de belangrijkste zijn. Zij die moraliteit cultiveren zullen gezegend worden met een vredig en gelukkig leven, vrij van ziekte. En na hun dood zullen ze herboren worden in een gelukkige wereld.)

Figuur 5. De bekende scene uit de Bhuridatta Jataka: Alambayana bezweert (en vangt) de naga-prins Bhuridatta die over een termietenheuvel gewikkeld zit. A. Een schildering in een forest monastery in het district Na Kae, Nakhon Phanom. B. Een schildering in de belangrijste tempel van het district Sangkhlaburi, Kanchanaburi.

Om Bhuritatta te kunnen overmeesteren had Alambayana de magische spreuk opgezegd en met de waaier gezwaaid, maar ook zonder deze was de vangst van de naga-prins waarschijnlijk gemakkelijk geweest. Bhridatta hield zich namelijk strict aan zijn belofte: ‘Laat een ieder die dat wenst mijn huid, spieren of beenderen of bloed nemen.’ Daarop verbrijzelde Alambayana zijn botten en perste hem in een mand. De nagaprins leed helse pijnen maar was niet kwaad op Alambayana.
Met zijn buit trok Alambayana naar een nabij gelegen dorp en beval de naga kunstjes op te voeren. Ondanks de wrede behandeling die hij ondervond, danste de naga, nam verschillende kleuren en vormen aan, spuwde vuur en rook, tot grote verwondering en vermaak van de dorpelingen die Alambayana veel geld gaven voor zijn opvoering. Hij ging van dorp naar dorp en werd bekend en rijk, en uiteindelijk kwam hij in de stad Benares aan.

Ondertussen had de moeder van Bhuridatta een verschrikkelijke droom gehad die leek te bevestigen dat haar verdwenen zoon het ergste was overkomen. Ook Bhuridatta’s vrouwen misten de naga-prins erg. Bhuridatta’s vier broeren trokken erop uit om Bhuridatta te zoeken. De oudste zoon, Sudassana, ging op zoek in de mensenwereld. Als een asceet gekleed ging hij op pad, daarbij vergezeld door Bhuridatta’s lievelingszuster, die zich voor de gelegenheid had getransformeerd in een kikker om verscholen in het kapsel van haar broer Sudassana mee op pad te kunnen.

Figuur 6. A. Wat Wang Sing Kham, Pa Daet, Chiang Mai. B. Wat Mae Ngon, Fang district, Chiang Mai. C. Wat Chettawan in het centrum van Chiang Mai.

Sudassana’s zoektocht was vruchteloos tot hij in Benares aankwam waar de broer van zijn moeder koning was. Hij was er nog maar net of de mensen stroomden naar het marktplein om de slangenshow van Alambayana te kunnen zien. Bhuridatta hief zijn kop op uit de mand en herkende zijn broer in de menigte. Hij kroop naar hem toe, legde zijn kop op zijn broeders voeten en huilde, terwijl ook Sudassana weende. Toen Alambayana dit zag vroeg hij zich af of de slang de asceet soms had gebeten en verzekerde hem dat de slang niet giftig was. Sudassana antwoordde trots dat gif van geen enkele slang of ander schepsel hem kwaad kon doen. Dat antwoord maakte Alambayana woedend en hij daagde Sudassana uit zijn krachten te tonen. Daarop riep Sudassana zijn zuster tevoorschijn te komen. In de vorm van een kikker beschikte ze over zeer krachtig gif. Hij vroeg haar drie druppels gif in zijn hand te spuwen en daarna dreigde hij Alambayana met de volgende woorden: ‘Zie je deze druppels gif in mijn hand. Als ze in aanraking komen met de grond, hebben ze de kracht de hele stad Benares op te blazen. Zal ik het laten zien?’
De mensen schreeuwden uit angst. Alleen de koning, de oom van Sudassana en de kikker, bleef kalm en vroeg hoe het gif vernietigd kon worden. Sudassana legde hem uit dat de enige manier was om drie kuilen te graven en te vullen met respectievelijk drugs, koemest en medicijnen. Toen dat gedaan was liet Sudassana het gif van zijn hand in de drie kuilen glijden. De lucht was gevuld met hitte en gedonder. De verschrikte Alambayana was zo bleek als een leproos en zei drie keer: “Ik zal de nagaprins vrij laten!’

Figuur 7. A. Dezelfde scène in Wat Chang Khong, centrum Chiang Mai en B. in de tempel tegenover de Chiang Rai Hot Springs, Wiang Pa Pao district, Chiang Rai.

Daarop kroop Bhuritatta uit de mand en stond er stralend in al zijn glorie. De slechterik Alambayana kroop weg en werd niet meer gezien. De twee broers, Bhuridatta en Sudassana, maakten aan de koning bekend dat zij zijn neven waren en er was een groot feest voordat ze weer naar de nagawereld vertrokken. Omdat Bhuridatta zich trouw aan zijn eed van non resistance had gehouden, werd hij na zijn dood beloond door in de hemel te worden herboren.
Het happy end, de ontknoping op het marktplein van Benares is soms afgebeeld in 19e eeuwse muurschilderingen: de scène is dan te herkennen aan de koning van Benares die vanuit een aangrenzend bouwwerk wijst naar het spektakel op het plein.

Figuur 8. Nagabeelden in het Kwan Phayao, het meer waaraan de stad Phayao grenst.

Maar in moderne schilderingen is doorgaans alleen de scène afgebeeld waarin Alambayana met behulp van de heilige spreuk en de waaier de naga Bhuridatta onderwerpt en vangt. In Fig. 6 en 7 zie je vijf vrijwel identieke afbeeldingen van deze episode in schilderingen in tempels in de provincies Chiang Mai en Chiang Rai.
tekst en foto’s©SJON HAUSER

Figuur 9. A. Naga’s in hun element. Muurschildering in dorpstempel in Wiang Pa Pao, Chiang Rai. B. Naga in lotusvijver, muurschildering Wat Santitham, Mueang, Chiang Mai.