Wat Pak Nam Phasi Charoen

fig01-Phasi CharoenFiguur 1: Khlong Phasi Charoen.

WAT PAK NAM PHASI CHAROEN (*)
door SJON HAUSER

(*) Een iets andere versie van dit verhaal verscheen eerder in 2003 in de Volkskrant en vervolgens in de Tegel, zomernummer 2007. Als belangrijke bron voor het artikel diende het proefschrift De Waterkoning van Han ten Brummelhuis over Homan van der Heide. De Engelse vertaling ervan is verkrijgbaar in de betere Thaise boekwinkels: Han ten Brummelhuis, The King of Waters, Silkworm Books, Chiang Mai.

Verslag van een boottocht in 1996 door Bangkoks kanalen gecombineerd met een bezoek aan Wat Pak Nam, de tempel waarvan de in 2016 in opspraak gekomen, bejaarde monnik Somdet Chuang de abt is.

Thailands bekendste transportmiddel op het water is de zogenaamde long-tailed boat, een houten boot slank als een prauw en aangedreven door een omgebouwde vrachtwagenmotor. Met zoveel pk zou de boot in het water gaan steigeren wanneer de schroef niet aan een drie meter lange as ver naar achteren en hoog in het water was komen te liggen. Ook het lossnijden van plastic gaat nu gemakkelijk—in de vervuilde kanalen van Bangkok gebeurt het vaak dat de schroef daarmee vastdraait.
Het enige nadeel van dit snufje Derde Wereld-technologie zijn gescheurde trommelvliezen, maar dat mag geen beletsel zijn per long-tailed boot te proeven aan de Thaise watercultuur.

Op de Chao Phraya-rivier en de kanalen in Bangkok dienen de long-tailed boten onder meer voor het verzorgen van rondvaarten voor toeristen. Maar er bestaan ook lijndiensten naar buitenwijken die aan kanalen liggen.
Tien jaar geleden vertrokken er vanaf de rivier nog elk kwartier bootjes naar Bang Waek en het lijntje werd in reisgidsen zelfs aanbevolen vanwege de schilderachtige route. Bij de vertrekpier werden buitenlandse toeristen erop gewezen dat de bankjes voor drie personen bestemd zijn. Wilden ze met hun dikke kont ruimer zitten, dan dienden ze het dubbele te betalen. Dit heeft vaak tot veel gebakkelei geleid.
Nu is de route niet meer populair en is er doorgaans plaats genoeg.

De zeven jaar dat de waterbouwkundige J. Homan van der Heide in Siam werkte werden ook door ruzies en onbegrip gedomineerd. In 1902, kort na aankomst, maakte de Nederlander meteen een slechte indruk op zijn baas, minister Thewet van landbouw. Misschien ook vanwege een ongerieflijke stoel, want de minister ergerde zich aan het gewip van de bezoeker. Hun verdere povere relatie speelde beslist mee dat van het uitvoeren van Homan van der Heides plan voor grootschalige irrigatie van de Chao Phraya-delta werd afgezien. De ingenieur werd opgescheept met kleinere klussen, zoals het verbeteren van de bevaarbaarheid van kanalen.
Als eerste was het Phasi Charoen-kanaal aan de beurt, de druk bevaren verbinding van Bangkok met de boomgaarden en tuinderijen in het westen. Nu is de scheepvaart er weliswaar nihil, maar een bezoek aan het kanaal kan goed worden gecombineerd met de long-tailed boot van 9.00 uur naar Bang Waek.

Vertrekplaats is de pier aan de rivier naast de Memorial Bridge. Enkele passagiers hebben manden vol groenten en plastic zakken met verse vis ingekocht op de aangrenzende Pak Khlong-markt.
We steken schuin over, passeren de Portugese Santa Cruz-kerk op de westoever. Voor ons doemt de 86 meter hoge prang van Wat Arun op, eeuwenlang het hoogste bouwwerk aan de rivier.
We slaan linksaf het Bangkok Yai-kanaal in, waar tergend langzaam een sluisdeur voor ons omhoog wordt getakeld.

fig02-Phasi CharoenaFiguur 2: 1. Luang Pho Sot. 2. Wat Pak Nam Phasi Charoen. 3-4. Marginale scheepvaart op het Phasi Charoen-kanaal.

Het kanaal is een oorspronkelijke lus van de rivier die, net als andere lussen, sinds de zestiende eeuw zijn doorgestoken met kanalen om de weg naar de stroomopwaarts gelegen oude hoofdstad Ayutthaya te verkorten. Talloze tempels aan het kanaal zijn beroemd om hun oude fresco’s. Af en toe pikken we passagiers op. Bij een paalwoning ingericht als benzinestation wordt getankt en laadt een vrouw haar manden uit.
Weldra slaan we het smallere Bang Waek-kanaal in met zijn pittoreske paalwoningen dicht op elkaar aan het water. De vlonders en balkons zijn afgeladen met potten bougainville, christesdoorn, hibiscus en orchideeën. Moeders met babies op hun arm kijken dromerig over het kanaal. In een geestenhuis dat op palen in het water staat, wordt de schedel van een krokodil vereerd. Een enkel peddelbootje bezorgt fruit of noedelsoepjes aan huis en roept het beeld van het voormalige Venetië van het Oosten nog scherper voor de geest.

We varen langs moeras met verspreid staande kokospalmen, maar de viaducten van verkeerswegen wijzen erop dat Bang Waek al lang niet meer uitsluitend per boot is te bereiken.

Op de terugweg stap ik aan land bij de mond van het Phasi Charoen-kanaal. Het kanaal werd in 1865 met overwegend kapitaal van Chinese migranten (waaronder belasting op opiumhuizen) gegraven—uiteindelijk waren de tuinderijen en de handel ten westen van Bangkok in hun handen.

Een eeuw geleden voeren dagelijks 1500 schepen door het kanaal. Maar in 1902 was het zo ondiep geworden dat het nauwelijks meer bevaarbaar was. ‘De kanalen zijn vitale bronnen van ‘s lands welvaart,’ stelde Homan van der Heide in een nota uit 1903, ‘en het beheer overlaten aan ondeskundigen is als je lever laten opereren door een barbier.’ Voor het Phasi Charoen-kanaal was zijn diagnose: dichtslibbing doordat het water in het middenstuk nauwelijks stroomde. Maar zijn voorstel als een modern chirurg in te grijpen met een baggermachine en het aanleggen van sluizen werd afgewezen. Uiteindelijk werd het kanaal uitgediept met conventionele middelen.
Inmiddels zijn er sluizen, annex pompstation. Die dienen voornamelijk om de wateroverlast in de hoofdstad te beteugelen, want scheepvaart is er nauwelijks meer in dit deel van het kanaal.

De ochtend dat ik over het betonnen pad langs het kanaal slenter, passeren slechts het peddelbootje van een vuilophaler en een houten rijstbark die door een long-tailed boot wordt voortgetrokken. Een halfnaakte jongen springt in het water, grijpt zich aan de bark vast en lift een paar honderd meter mee. Talloze aangemeerde barken fungeren slechts als woonboot of opslagruimte; vergane peddelbootjes liggen nu dichtgeslibd met vuilnis verder weg te rotten. Af en toe moet ik over een schurftige, slapende hond heen stappen. In de schaduw van een viaduct zijn twee mannen al voor het middaguur stomdronken.

In schril contrast met deze verpaupering is de propere Pak Nam-tempel naast de sluizen. Ommuurde gebouwen van vier hoog met airconditioning, preken die zwoel uit speakers klinken, een aangelegd stukje jungle met een kunstmatig watervalletje om te mediteren. Oranje gewaden van monniken hangen aan een waslijn te drogen. Het is het spirituele bolwerk van de moderne Sino-Thaise middenklasse. Van Luang Pho Sot (1884-1959), ooit abt van de tempel en een van Bangkoks bekendste en heiligste monniken, wordt hier een wassen beeld vereerd. Het beeld staat staat in een kostbaar teakhouten paviljoen waar de bezoekers worden gewaarschuwd voor diefstal—sommigen nemen hun dure schoenen in een plastic zak mee voordat ze voor het beeld in lotushouding plaatsnemen.

Luang Pho Sot was van Chinese komaf en rijsthandelaar in de Chao Phraya-delta. Als monnik maakte hij furore met het herontdekken van een ‘verloren’ meditatietechniek. Zijn aanhang groeide uit tot de rijkste boeddhistische sekte van Thailand, die beroemd is om zijn gigantische bouwprojecten. De aanhangers worden in de Pak Nam-tempel aangespoord royale donaties te geven voor de constructie van een tachtig meter hoge pagode. (Meer over Luang Pho Sot: klik hier .)
Hun voorouders waren ook Chinese migranten van wie velen succesvol hadden gepionierd in de kanalen van de delta, die zoals Homan van der Heide al stelde, ‘vitale bronnen van welvaart’ waren.
©SJON HAUSER: tekst en foto’s