Vlijtige Liesjes in de Noord-Thaise bergen

Impatiens Tha Song Yang

Impatiens spec. Een wild Vlijtig Liesje uit Tak.

Vlijtige Liesjes

Vlijtige Liesjes zijn bekend als tuinplant in Thailand. Minder bekend zijn de vele wilde soorten die in het regenseizoen hun prachtige donkerroze bloemen overdadig tonen in de bergen van Noord-Thailand. Ze zijn vooral te vinden in evergreen bos boven de 800 m en hebben een voorkeur voor open, lichte plekken.
Een heel gewone soort met donkerroze bloemen — en sterk gelijkend op de gecultiveerde plant — zie je veel langs wegen en paden die door het bos kronkelen. Ze zijn al jaren een vertrouwd beeld voor me als ik op de motorfiets door de bergen rijd. Ik wilde weten weten welk plantje het precies is.

De gelijkenis met de tuinplant is groot en je gaat daarom zoeken bij de familie der Balsemienachtigen. In de bekendste Thaise plantenboeken vond ik niets wat erop lijkt—planten uit de bergen worden daarin vaak nogal stiefmoederlijk behandeld. Maar uiteindelijk belandde ik via een plaatje in een boek over ‘planten uit het bos’ bij het Forest Harbarium. Wat bleek? Er bestaat een aantal soorten van zulke donkerroze vlijtige Liesjes. Sommige lijken sterk op elkaar en verschillen slechts in luttige details. Bij nadere inspectie van foto’s die ik in de loop van de jaren op verschillende plaatsen in de bergen van de bloeiende plantjes heb gemaakt blijken bij die planten ook kleine verschillen te bestaan.

Impatiens Doi Inthanon

Impatiens op Doi Inthanon

Kennelijk heeft menig berggebied zijn eigen soort geëvolueerd. De Latijnse namen van sommige soorten roepen dat beeld ook op, zoals Impatiens phuluangensis (op Phu Luang in Loei), Impatiens chiangdaoensis (op en om Doi Chiang Dao in Chiang Mai). We gaan ons hier niet bezighouden met de verschillen tussen die lokale soorten.

Waar je Impatiens spec. (in het Thai thian genoemd) veel vindt? Enkele plaatsen: rond de top van Doi Pui, langs de wegen op Doi Inthanon, met name het eerste stuk van de afdaling naar Mae Chaem, in de bergen van Doi Saket en Mueang Pan langs Highway 1252, aan de weg naar Pai (Highway 1095) op een hoogte van 900 m of hoger.
Maar ook verder van huis, zoals langs Highway 105 (Tha Song Yang, Tak) en Highway 1090 (Phop Phra en Umphang, Tak) bloeien ze uitbundig. In oktober beginnen ze weg te kwijnen.

Doi Inthanon snap weed

Doi Inthanon snap weed.

Overigens staat op de top van Doi Inthanon in het regenseizoen de verwante Impatiens jurpia (Doi Inthanon snap weed) met prachtige gele bloemetjes de show te stelen. Ook al een voornamelijk lokaal plantje (foto links).

Een van de mooiste Impatiens-soorten is I. psittacina of de Parrot Flower met zijn licht roze, gestreepte kroonblaadjes. Het zeldzame plantje is slechts bekend van bepaalde delen van Noord-India en Myanmar en —zo wordt in een artikel op Wikipedia gesteld—komt bovendien op één plaats in Noord-Thailand voor.

Die plaats meende ik gevonden te hebben: op de top van Doi Inthanon. Nadat ik vanaf het monument ter ere van een Noord-Thaise vorst door een bos van het gele ‘Doi Inthanon snapweed’ was afgedaald naar de parkeerplaats, viel mijn oog op een slordige bos ‘bermvegetatie’ tussen de bumper van een geparkeerde auto en een vuilniscontainer.

Impatiens spec., Doi Inthanon
Impatiens spec., Doi Inthanon

De lichtroze, soms bijna witte bloemetjes (foto rechts), lijken sprekend op een vliegende papegaai!! Een verrassing was dat de rijpe, langwerpige peultjes zich bij aanraking net zo gedragen als die van de springbalsemien: ze rollen zich plotseling op waarbij de zaadjes weggeschoten worden. Maar de zeer zeldzame I. psittacina is het plantje waarschijnlijk niet. De bloemetjes van de laatste zien er in een illustratie die in 1900 is gemaakt heel anders uit: de lange spoor ontbreekt bijvoorbeeld. Eigenlijk lijkt het bloemetje op Doi Inthanon veel meer op een vliegende papegaai! I. psittacina op de tekening lijkt wel op een zittende papegaai. Ook zou I. psittacina geen springzaadjes hebben.

Overigens is de bekende tuinplant Vlijtig Liesje gewoonlijk een gekweekte variëteit van een plant die oorspronkelijk uit Nieuw-Guinea komt (Impatiens hawkeri).
De in wilde tuinen woekerende springbalsemien is daarentegen de struikachtige Himalayan Balsam (Impatiens glundulifera) die in Europa genaturaliseerd is en hier en daar een plaag is geworden.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s