Verschrikkelijke Sneeuwman

yeti-01
DE VERSCHRIKKELIJK VERLEGEN SNEEUWMAN (1)

©SJON HAUSER: TEKST

Terwijl Kuifje en kapitein Haddock op een besneeuwde berghelling in de Himalaya hun prakkie eten, klinkt in de verte een enorm gebrul: HAW-HAWAAAW.
‘Een yeti,’ stelt de lokale gids vast.
Dat gebeurt op bladzijde 23 van Kuifje in Tibet. Als Haddock later een slok whisky wil nemen wordt hem dat verboden, want de yeti of Verschrikkelijke Sneeuwman zou op de lucht van alcohol afkomen. Daarna komen yeti’s steeds weer ter sprake en zelfs stuiten onze Belgische avonturiers op enorme voetafsrukken in de sneeuw. Maar pas op bladzijde 55, aan het eind van het verhaal, komt een yeti in beeld, weliswaar door een verrekijker en op de rug gekeken en in feite niet meer dan een donkere vlek.
Op de volgende bladzijde is het evenwel raak! Kuifje stapt een grot binnen en evenlater ziet Haddock een enorme yeti opdagen die in dezelfde grot verdwijnt. Volgende plaatjes: In de grot grijpt het harige wezen Kuifje beet, en als hij het fototoestel van de beroemde reporter wil afpakken gaat de flitser af. Door de lichtflits raakt de yeti in paniek en rent de grot uit. Haddock wordt omvergelopen door het geweldige wezen. Op de volgende bladzijden zien we opnieuw afbeeldingen van de yeti (sterk behaard, kaal mensachtig gezicht, loopt op twee benen), maar hier betreft het het retrospectieve relaas van Kuifjes Chinese vriendje Tchang, die, nadat zijn vliegtuig in de Himalaya was neergestort, door de yeti uit de sneeeuw was gered en in de grot werd verzorgd.

yeti-02Is dit avontuur van reporter Kuifje nu het bewijs dat de Verschrikkelijke Sneeuwman bestaat?
Wij hebben daarover onze twijfels. Vreemde geluiden, zoals het HAW-HAWAAAW-gebrul, en voetafdrukken kunnen moeilijk als bewijsmateriaal gelden. De observaties van Haddock moeten met grote voorzichtigheid worden betracht: de kapitein is alcoholist en alles wijst erop dat de drankonthouding bij hem hallucinaties teweegbrengt.
Het relaas van de Chinese jongen is al even onbetrouwbaar. Tchang heeft een vliegtuigramp overleefd en moet in een shock verkeerd hebben toen, naar zijn zeggen, de yeti hem kwam verzorgen. Kuifje zelf lijkt de betrouwbaarste bron, maar zijn enige ontmoeting met de yeti vond plaats in een grot waar het donker was. De enige foto die ooit van een yeti gemaakt is (nog wel door een yeti zelf) komt in het hele verhaal niet meer ter sprake. Heeft Kuifje zijn camera in de grot achtergelaten of ligt er nu ergens in een schoenendoos in Molensloot de foto van een heuse yeti te vergelen?
Wij weten het niet. Kuifje is inmiddels dood en de Belgische expeditie naar de Himalaya heeft vooralsnog geen overtuigend bewijs geleverd voor het bestaan van de Verschrikkelijke Sneeuwman.

yeti-03Een aantal echte expedities met het exclusieve doel yeti’s te vinden heeft evenmin opheldering gebracht. Er zijn grote voetsporen gevonden en gefotografeerd die afkomstig lijken te zijn van een rechtop lopend wezen, maar veel meer hebben deze avonturiers niet weten te vergaren. Niets concreets, wel nog meer verhalen van bewoners van Tibet en andere verre en verlaten uithoeken van China over waarnemingen van yeti’s.

Volgens de meeste ooggetuigen bezit de yeti lang rood haar, maar is het gezicht kaal en vertoont het mensachtige trekken. De schedel loopt wat puntig toe. Het wezen zou rechtop lopen en zou vaak minstens drie meter lang zijn. Andere exemplaren waren niet groter dan de mens. Meestal is de yeti goedaardig en speels, maar tegelijkertijd erg schuw. Een enkele keer is de yeti een beetje agressief. Misschien is dat niet altijd kwaad bedoeld, met name wanneer het nymfomane wijfjes betreft die proberen onnozele mensenmannen over te halen tot geslachtsverkeer. Daar kan men wel begrip voor opbrengen, want de yeti is mogelijk zo zeldzaam dat het wezen moeite heeft een geschikte partner te vinden. Onderwijzer Li Mingzhi uit Hunan kan erover meepraten. Hij was in 1968 door een yeti aangerand en het wezen zou daarbij voortdurend hebben geglimlacht. (2)
Bij de ‘primitieve’ Wa, een stam in Zuid-China nabij de grens met Myanmar, zouden de yeti’s uitsluitend vriendelijk zijn. In één dorpje wist men een yeti zelfs tot koeherder op te leiden, maar toen een groep soldaten het wilde vangen, rende het weg en liet zich niet meer zien.
Xie Minggao afkomstig uit een verre commune in de provincie Sichuan wandelde in 1973 door het bos en merkte opeens dat hij niet meer vooruitkwam door de terugwerkende kracht op de mand die hij op zijn rug droeg. Hij draaide zich om en keek tegen een minstens twee meter grote yeti op. ‘Het lachte voortdurend met een bulderend hong-hong-hong, pakte me op en draaide me een paar keer in het rond voor het me weer neerzette.’
Er zijn honderden verhalen over dit soort onverwachte ontmoetingen met het schuwe wezen. De in 1981 opgerichte China’s Society for Investigation and Research on Wild Man (de yeti wordt door de Chinezen yeren = ‘wilde’ genoemd) heeft er een heel archief van. Maar veel meer dan verhalen heeft de sociëteit ook niet te bieden.
Hier en daar zijn er wel plukken rood haar gevonden—waarvan beweerd wordt dat het yeti-haar is—maar volgens de Amerikaanse antropoloog Frank Poirier, die in 1982 maandenlang de verste uithoeken van China doorkruiste, is dat haar afkomstig van een zeldzaam roodharig aapje, de ‘Golden Monkey’. Dit aapje zou in dezelfde streken voorkomen waar ook yeti’s zijn gerapporteerd. (3)
Dan zijn er nog enkele schedels bekend van yeti’s die in lamaïstische kloosters in Tibet worden bewaard. De Belg Bernard Heuvelmans, een groot pionier op het terrein van dieren die waarschijnlijk niet bestaan, onderzocht één zo’n zogenaamde yeti-schedel en moest tot de conclusie komen dat het helemaal geen schedeldak was en dat de beharing ervan ooit aan een Nepalese berggeit toebehoorde. Bedrog dus.

yeti-04■1. A. Kies van Gigantopithecus blacki uit China, B. van de moderne mens uit China (uit: Von Koenigswald, 1950). ■2. Reconstructie van een onderkaak van Gigantopithecus uit Zuid-China (uit: Eckhardt, 1972)

Heuvelmans laat zich echter niet zo gemakkelijk uit het veld slaan. ‘Het feit dat de schedeldaken niet echt zijn doet geen afbreuk aan het hoofdprobleem….Omdat de huid van een luipaard tegenwoordog van nylonvezels wordt gemaakt, wil dat nog niet zeggen dat luipaarden niet bestaan; het is eerder een aanwijzing dat ze wel bestaan!’ redeneert de Belgische cryptozoöloog Bernard Heuvelmans (4).
Er bestaat een filmopname van een yeti-achtig wezen, de sasquatch, waarover in Noord-Amerika vele verhalen bestaan: zeventien sekonden zeer vage beelden, waarover dr. William Montagna, de directeur van een apencentrum zegt: ‘zoals de manier van lopen, de rechte positie van het lichaam en het zwaaien van de armen laten zien, was de sasquatch een grote man in een slecht apenpak. Zelfs een klein kind zou er niet ingetrapt zijn.’
Kortom, wat we van de yeti hebben is niet meer dan honderden fantastische vertellingen, een aantal vervalste producten en het enthousiasme van een Belgische pionier—waarachtig geen basis om in de yeti te geloven. Maar voordat we het wezen met het marsmannetje, ze Tyrannosaurus die nog ergens in Brazilië rondstruint, de eenhoorn en de broer van Luns naar het rijk der fabels doorwijzen, nog even het volgende.

In de jaren dertig van de twintigste eeuw snuffelde paleontoloog Ralph von Koenigswald in de verzameling botten (“drakenbeenderen”) van een Chinese apotheker in Hong Kong. Deze beenderen worden tot een poeder gemalen dat als heilzaam geldt. Von Koenigswald vond tussen de botten een enorme kies die zeer mensachtig was—maar de bezitter ervan moet nog veel groter dan een gorilla geweest zijn. Het dier werd Giganthopitecus blacki gedoopt en Von Koenigswald hield het erop dat het een enorme mensaap betrof. Al gauw werden meer kiezen van Gigantopithecus gevonden. De Oostenrijkse anatoom en oermens-expert Franz Weidenreich stelde aanvankelijk vast dat het een grote orang oetan moet zijn geweest, maar later—in de tijd dat Von Koenigswald in een Jappenkamp doorbracht—kwam hij onder de indruk van de mensachtige kenmerken van de Gigantopithecus-kiezen en herzag hij zijn mening: de reusachtige Giganthopithecus zou een voorouder van mens zijn geweest waaruit de mens door reduktie was geëvolueerd. Voor dit denkbeeld pleitte o.a. een vondst uit Java van een zeer robuuste mensachtige die ouder was dan de Javaanse Pithecanthropus erectus (nu Homo erectus), die steeds meer erkenning vond als echte, ‘direkte’ voorouder van de mens.

Hoewel talloze legenden van verschillende volkeren gaan over de afstamming van reuzen (zoals bij de Azteken) lijkt dit denkbeeld door de grote verscheidenheid aan fossiele resten van oermensen uit Afrika onwaarschijnlijk geworden. Bovendien blijken de kiezen van Gigantopithecus, waarvan er na de Tweede Wereldoorlog nog honderden zijn gevonden, soms niet ouder dan een half miljoen jaar. En in die tijd hadden onze voorouders al Homo sapiens-achtige vormen aangenomen. De meeste kiezen waren afkomstig uit Zuid-China, maar er is ook een kaak van Gigantopithecus gevonden in India, aan de voet van de Himalaya. De reusachtige ‘aap’ was dus een tijdgenoot van de oermens in streken waar in recente tijden de Verschrikkelijke Sneeuwman vaak wordt gesignaleerd. Een half miljoen jaar geleden was Gigantopithecus tamelijk talrijk. Aangezien het uitsterven van een soort niet op één zondagmiddag plaatsvindt, kun je je afvragen of er niet kleine populaties wisten te overleven in verre uithoeken: in de vorm van de Verschrikkelijke Sneeuwman. ‘Daar, buiten het bereik van vijanden, kan hij zijn blijven voortbestaan…Deze theorie, die uiterst hypothetisch is, voorziet in de enige volledig aannemelijke verklaring voor het mysterie Verschrikkelijke Sneeuwman,’ stelt Heuvelmans (5).
De theorie van de Rus Igor Kozlov is beduidend zwakker. Hij stelt dat de Verschrikkelijke Sneeuwman een Neanderthaler is die wist te overleven in afgelegen streken. Een reus was de Neanderthaler echter niet.
Hoe menselijk was Gigantopithecus eigenlijk? Vaak is aangenomen dat deze reus in een open savanne is geëvolueerd en zich daar ging voeden met zaden, wortels en takken. Door dit vegetarische dieet werd het oorspronkelijk aapachtige gebit steeds mensachtiger. Zo’n ontwikkeling is te vergelijken met die van de Chinese reuzenpanda, die bamboe eet maar van een vleeseter afstamt. Het gebit van het dier heeft zijn scherpe kantjes verloren en een maalfunktie gekregen. Of de Gigantopithecus behalve zijn gebit ook andere mensachtige eigenschappen bezat—bijvoorbeeld rechtopliep—is onbekend. Merkwaardig genoeg zijn er van de reus behalve een paar stukken van de kaak uitsluitend kiezen gevonden—nog wel honderden! Wat dat betreft lijkt de Gigantopithecus inderdaad op de de schuwe yeti, waarvan honderden ‘observatiies’ zijn gedaan, maar weinig meer dan dat.

yeti-05■1. Een hypothetische reconstructie van Gigantopithecus uit Eckhardt, 1972. ■2. Het laatste plaatje uit Hergé, Kuifje in Tibet, 1960.

Eindnoten

(1) Delen van dit verhaal zijn eerder gebruikt in Sjon Hauser, 1994.
(2) Naar Anonymous, 1985: p. 39.
(3) Poirier was in 1982 de eerste vreemdeling die sinds lange tijd het afgelegen Xingshan County bezocht om de ‘golden monkey’ in het wild te bestuderen. Hij was iets langer en hariger dan de locale mannen, en kinderen waren bang voor hem en renden soms gillend weg als ze hem zagen en gilden ‘yeren’ (Anonymous, 1985: 37).
(4) Heuvelmans, 1972: 103.
(5) Heuvelmans, 1972: 97.

Literatuur

Anonymous, 1985. Mysteries. Is there a wildman? Asiaweek, 24 May (1985): 26-39.
Campbell, B. G., and R. L. Bernor, 1976. The origin of the Hominidae: Africa or Asia? Journal of Human Evolution, 5: 441-454.
Eckhardt, R. B., 1972. Population genetics and human origins. Scientific American, 226: 94-103.
Hauser, Sjon, 1994: Kijk, daar gaat-ie! KIJK, januari 1994: 20-23.
Hergé, 1960. Kuifje in Tibet. Casterman, Paris.
Heuvelmans, Bernard, 1972 [1955]. On the track of unknown animals. MIT Press, Cambridge (Mass.)
Kets de Vries, Manfred F. R., 1982. Abominable Snowman or Bigfoot: A psychoanalytic search for the origin of yeti and sasquatch tales. Fabula, 23(3-4): 246-261.
Koenigswald, G. H. R. von, 1952. Gigantopithecus blacki Von Koenigswald, a giant fossil hominoid from the pleistocene of southern China. Anthropological Papers of the American Museum of Natural History, New York, 43(4): 295-339.
Shackly, Myra, 1983. Widmen. Yeti, Sasquatch and Neaderthal enigma. Thames and Hudson, London, 192 pp.
Weidenreich, Franz, 1946. Apes, giants and man. The University of Chicago Press, Chicago. 122 pp.