Verkiezingen 1996—democratie van knisperende bankbiljetten

Thaksin

Thaksin Shinawatra tijdens een verkiezingscampagne van de Phalang Tham Partij in Chiang Mai in 1996.

Het onderstaande verhaal verscheen op de vooravond van de verkiezingen van 17 november 1996 in De Volkskrant. Het artikel laat nu duidelijk zien dat er in 15 jaar veel in de Thaise politiek is gebeurd en veranderd — maar ook dat er veel hetzelfde is gebleven.

Generaal Chawalit werd na deze verkiezingen, dankzij de overwinning van zijn Nieuwe Hoop Partij, eindelijk premier — wat hij al zo lang begeerd had — maar een slechter moment had hij niet kunnen kiezen, want al een jaar later moest hij in het kielzog van de ineenstortende economie (de ‘Aziatische financiële crisis’) aftreden en kreeg als bijnaam ‘de kapitein van de Titanic’.

En terwijl de Democraten met hun economische en financiële expertise het land mochten besturen tijdens de crisisjaren, bouwde Thaksin zorgvuldig zijn Thai Rak Thai Partij op. Die behaalde in 2001 een monsteroverwinning en zwaaide sindsdien de scepter — totdat het leger daar in september 2006 met een coup een eind aan maakte. Nieuwe verkiezingen brachten in 2007 opnieuw de aanhang van Thaksin (zelf verbannen naar het buitenland) aan het bewind, maar door de buitenparlementaire acties van de ‘geelhemden’, die cumileerden in de bezetting van Bangkoks luchthavens en die stilzwijgend werden gesteund door het leger, werd Thaksin opnieuw uitgerangeerd.

Beslissingen van de Constitutionele Commissie leidden ertoe dat het Thaksin-bolwerk verder werd gekortwiekt. Democraat Abhisit sloot daarop een duivels verbond met fracties van voormalige Thaksin-aanhangers en greep de macht.

Dit leidde tot heftige protesten vanuit het Thaksin-legioen, met name de militante ‘roodhemden’. Bij het onderdrukken van het verzet van de roodhemden vielen in het voorjaar van 2010 bijna honderd doden (sommige bronnen spreken van honderden slachtoffers). Thailand verkeerde in een burgeroorlog en een politieke patstelling, terwijl de bevolking nooit eerder zo verdeeld was geweest.

Zullen de verkiezingen van 3 juli 2011 een verbetering in die situatie kunnen brengen? De opiniepeilingen wijzen er nu op dat de herrezen politieke erfenis van Thaksin, de Phua Thai partij met Thaksins zuster Yingluck Shinawatra als lijsttrekker, de verkiezingen gaat winnen. Komt Yingluck aan de macht en wordt Thaksin gerehabiliteerd dan ontstaat mogelijk opnieuw een explosieve situatie.

Lees hoe vijftien jaar eerder, voorafgaand aan de verkiezingen van 1996, Thaksin de politiek na twee jaar beu lijkt te zijn, maar je net als nu de bankbiljetten hoorde knisperen.

Verkiezingen Thailand 1996 Echte democratie op zijn Thais Zondag (17 november 1996) gaat Thailand naar de stembus. Op het eerste gezicht is de campagne een exotische en vooral oorverdovende aangelegenheid waarbij niet al te opvallend grootschalig kiezers worden omgekocht.

Bij de Tha Phae-poort in het hart van Chiang Mai schalt de hele dag oorverdovend het fascistoïde-vrolijke partijlied van de Phalang Tham Partij, de ‘Strijdkracht van de Deugdzaamheid’. Bomen, lantaarnpalen, muren, zelfs twee rondbanjerende olifanten zitten vol met verkiezingsposters van de politieke partijen.

Vreemd genoeg ogen de kandidaten niet sympathiek glimlachend, hartstochtelijk betogend of met opgeklopt seksappeal, maar kijken ze stuurs en zien er in hun potsierlijke toga’s of uniformen beladen met insignes uit als satrapen. Het komt ouderwets over, en dat is de Thaise politiek ook. Niet voor niets worden politici er met dinosauriërs vergeleken.

‘s Avonds stroomt het plein vol en rond een uur of zeven is het zo ver: Thaksin Shinawatra verschijnt, de nog vrij jonge, moderne, populaire ster van de Thaise politiek — tenminste dat was de leider van de Phalang Tham.

Hij is sportief gekleed in een spijkerbroek en een wit nylon jack. Ook zijn betoog komt modern over, rustig, genuanceerd en niet het geëxalteerde geratel dat veel andere politici zo vermoeiend maakt.

Uiteraard brengt hij de economie ter sprake. Die groeiende jarenlang spectaculair (8-11 procent), maar daar zit nu de klad in en daartegen moet snel worden opgetreden. [Een jaar later, met de Aziatische crisis van 1997, zou deze economie als een kaartenhuis ineenstorten, S.H.2011.] Thaksin laat niet na te benadrukken dat hij een luk chiang mai (‘kind van Chiang Mai’) is — zijn familie komt uit het noorden van Thailand. Als hij is uitgesproken geven de paar duizend aanwezigen hem een warm applaus en gaat iedereen bij het volkslied in de houding staan. Daarna geven de kandidaten elkaar een hand en steken solidair en triomfantelijk de armen in de lucht.

Thaksin trekt zijn spierwitte jack uit en werpt het alsof het zijn onbezoedeld politiek maagdenvlies is naar het publiek. Zelf stelt hij zich niet meer verkiesbaar. Toevallig valt zijn politieke retraite samen met de opiniepeilingen volgens welke zij Palang Tham zondag tot een splinterpartij wordt gereduceerd.

In 1992 leek het nog allemaal zo mooi. De Thais wilden echte democratie. Massaal ging men de straat op om generaal Suchinda Khraprayun, dictator in de knop, tot aftreden te dwingen. Toen de militairen een bloedbad onder de demonstranten aanrichtten, werden Suchinda en Chamlong Srimuang, de leider van de demonstranten, letterlijk door de koning op het matje geroepen. En met de verkiezingen van september dat jaar leek de politieke situatie voor het eerst een beetje duidelijk: je had duivels en engelen.

De duivels waren de politieke partijen die tot het laatst achter de generaal stonden, de engelen de partijen die zich tegen hem hadden gekeerd en politieke hervormingen wilden. En de Palang Tham leek binnen deze polarisatie de engel onder de engelen. Groot was de euforie toen de engelen wonnen en een regering konden vormen.

Vier jaar later is duidelijk hoe naïef optimistisch deze kijk op de situatie was. Machtshongeriger dan ooit strijden de partijen nu om de 393 zetels. Niks geen engelen tegen de duivels. Alleen maar grenzeloos opportunisme. En als bekroning van de terugkeer naar de ‘politiek als vanouds’ de voorspelling dat de verkiezingen van zondag de smerigste sinds twintig jaar zijn.

Dat er in de Thaise partijpolitiek eigenlijk geen plaats is voor beginselen, laat staan een ideologie, wordt aardig geïllustreerd door de neergang van Thaksins Phalang Tham Partij.

Ze was acht jaar geleden opgericht door burgemeester Chamlong Srimuang van Bangkok, een boeddhistische puritein en vegetariër die geen alcohol dronk en principieel al geen jaren seks met zijn vrouw had. Chamlong begon een kruistocht tegen corruptie en het electoraat van Bangkok vond dat prachtig. Bij de parlementsverkiezingen behaalden de in sobere boerenshirts gehulde kandidaten van de Palang Tham, die geen cent in hun campagne mochten steken, er de meeste zetels. Maar buiten Bangkok had de partij nauwelijks aanhang. Na Chamlongs hongerstaking voor de democratie, die leidde tot de demonstraties en Suchinda’s val, groeide de Palang Tham uit tot een middelgrote partij. Dat was leuk, maar een afkeer van corruptie was zo’n beetje het enige dat de partij als beginsel te bieden had. Bovendien werd het moeilijk dit waar te maken toen de partij ging meeregeren, temeer omdat ze door haar populariteit al vele opportunisten had aangetrokken.

Toen Chamlong het partijleiderschap overdroeg aan de veel pragmatischer zakenman Thaksin, juichten velen dat toe. Thaksin werd de nieuwe ster in de Thaise politiek. Hij werd bewonderd om het feit dat hij een moderne man was, maar ook om zijn carrière: in tien jaar tijd was hij uitgegroeid tot een mediamagnaat en de op een na rijkste man van het land. Dat de partij steeds meer haar smetteloze karakter verloor, leek van weinig belang. De coalitie van de vier ‘engelen’ en een klein duiveltje hield drie jaar stand maar viel uiteindelijk in 1995 door een corruptieschandaal uiteen.

Thaksins partij wist dit zonder te veel kleerscheuren te overleven, maar meereageren in de coalitie van premier Banhan Sinlapa-acha (juli 1995-september 1996) zou fataal worden. De corruptie en incompetentie die dit korte bewind aan de dag legde, kende zijn weerga niet. Onder Banhan geraakte ook de voorheen snel groeiende economie in een crisis.  Voor de kiezers in Bangkok is het onbegrijpelijk dat Thaksin de partij zo lang in een vervuild nest heeft gehouden. Zondag zullen de meesten daarom op de Democraten stemmen die de oppositie tegen Banhan gevoerd hadden.

Het blijft echter de vraag of de Democraten ook landelijk de verkiezingenzullen winnen, want het kiesgedrag in de hoofdstad verschilt hemelsbreed van dat in de rest van het land. Het gezegde ‘Bangkok IS Thailand’ geeft aardig weer hoe sterk bestuur, macht, handel, industrie en weelde in en rond de hoofdstad zijn geconcentreerd — alsmede stedelingen, want Chiang Mai, de tweede stad, lijkt in vergelijking met Bangkok een dorp. Maar verreweg de meeste kiezers wonen nog altijd op het platteland en in Bangkok zijn maar 37 van de 393 zetels te halen.

Daarom worden de verkiezingen vooral in de provincie uitgevochten. Lokale zakenlieden spelen er bij de strijd om de zetels een grote rol. Vaak betreft het personen die schatrijk zijn geworden door illegale houtkap, smokkel, het runnen van gokhuizen, activiteiten die niet zelden de bescherming van de militairen genoten. Meestal zijn ze van Chinese komaf en de beruchtsten worden chao pho genoemd — een letterlijke vertaling van ‘godfather’. Kamnan Po, naar eigen zeggen ‘half zakenman, half gangster’, is zo’n godfather. Is hij een partijleider goedgezind, dan kan deze erop vertrouwen dat zijn kandidaten de meeste zetels in de provincie Chonburi behalen. In Khon Kaen, in het noordoosten, is de steun van godfather Sia Leng onontbeerlijk.

‘Ik heb meer dan vijftig parlementariërs ‘gemaakt’ ’, zei Sia Leng eens en dat moeten er nu nog veel meer zijn. Hoewel de invloed van de militairen in de politiek is afgenomen — het verzet tegen Suchinda bewees dat men geen militaire dictator meer duldt — blijft deze aanzienlijk, onder meer door de historische banden met de provinciale godfathers. Toen Sia Leng in 1990 werd neergeschoten, zat de opperbevelhebber van de strijdkrachten als eerste aan zijn ziekenhuisbed. Nu helpt Sia Leng de kandidaten van de Nieuwe Hoop partij van generaal Chawalit Yongchaiyut, opperbevelhebber van het leger van 1985 tot 1990.

Om op het platteland zetels te behalen is behalve de steun van een godfather ook veel geld nodig. Het aanbieden van bankbiljetten van vijf gulden tot vijf tientjes aan potentiële kiezers, meestal gedurende de week voor de verkiezingen, is sinds tien jaar een standaardpraktijk geworden.

Overheidscampagnes om te kiezers te bewegen  geld aan te nemen maar op een andere kandidaat te stemmen hebben weinig uitgehaald. Daarvoor zit de morele verplichting die iemand voelt jegens een ‘weldoener’ te sterk in de plattelandscultuur geworteld.

Alleen de assertieve stedelingen voelen die verplichting niet en in de steden heeft het daarom nauwelijks zin met geld te smijten. Bovendien loopt  het omkopen van kiezers in de sociale structuur van de stad meer in de gaten. Het verklaart voor een deel waarom de ‘smetteloze’ Phalang Tham overwegend daar zetels wist te veroveren.

Voor de verkiezingen van juli 1995 hadden de kandidaten in totaal naar schatting 17 miljard baht (ruim een miljard gulden) uitgegeven, het meeste als giften aan kiezers, en waarschijnlijk zal dat nu minstens 20 miljard baht zijn. Vergeleken met 1995 is de prijs van een stem vaak hoger geworden. ‘Als ik geen geld uitdeel, zal ik niet winnen’, geven veel kandidaten anoniem graag toe. Een enkele keer lijkt er iemand door de mand te vallen. Erg verdacht was bijvoorbeeld de man die vorige week bij een bank twaalf miljoen baht in kleine coupures opnam, te meer daar hij de neef van een kandidaat was. Maar ook hiertegen kan moeilijk iets worden ondernomen. Bij de verkiezingen van 1995 werd in een hotelkamer zelfs een koffer met geld temidden van ander verkiezingsmateriaal gevonden. Ondertussen werd de kandidaat gekozen en in het kabinet van Banhan bracht hij het zelfs tot staatssecretaris van financiën.

Behalve een cash flow op het platteland brengen verkiezingen ook de vertienvoudiging van de omzet van kogelvrije vesten teweeg. Veel canvassers (stemmenwervers)  voelen zich prettiger in zo’n ding. Tot nu toe zijn er vijf doodgeschoten. Het hardst wordt er in de Isan, het noordoosten, gestreden, want daar zijn de meeste zetels (137) te halen. Het ziet er naar uit dat de Nieuwe Hoop Partij van Chawalit er het meeste geld zal dumpen om er zo’n zeventig zetels te veroveren. Maar Luang Pho Khun, Thailand populairste monnik, heeft zich ook in de verkiezingsstrijd geworpen door een andere partij te steunen.

De monnik is het levende bewijs dat het boeddhisme al net als de politiek door geld gecorrumpeerd is. Zijn tempel is een bedevaartsoord voor duizenden die hem vragen over hun landeigendomspapieren te lopen om de waarde van hun grond te doen stijgen. Duizenden andere bieden hem geld aan om hun karma te verbeteren. Afbeeldingen van de monnik met stapels bankbiljetten in zijn handen zijn in Thailand al bijna net zo populair als portretten van de koning. Nu lopen de kandidaten van de politieke partijen het tempelterrein plat om gezegend te worden.

De meeste partijen hebben wel programma’s — dat van één partij is zelfs vrijwel letterlijk gekopieerd van een andere partij — maar er wordt wel erg gemakzuchtig mee omgesprongen.

Neem de politieke carrière van Athit Urairat, een respectabele doctor in de politieke wetenschappen: secretaris-generaal van de Nationale Democratie Partij en de Gemeenschap Actie Partij, voorzitter van de Solidariteit Partij, degeputeerd leider van de Samakkhi Tham partij en tenslotte leider van de door hem opgerichte Seritham Partij. En nu is dr. Athit verkiesbaar onder het vaandel van de Democraten, zijn zesde partij.

Wat blijft de urbane kiezer wie de democratie lief is aan keuzen over nu ook de Phalang Tham door de mand is gevallen? Eigenlijk maar één: de Democratische Partij van Chuan Likphai, Thailands oudste en best georganiseerde partij. Deze democratische partij is de enige die het predikaat politieke partij in onze betekenis van het woord verdient. Maar al te kieskeurig moet men niet zijn.

Zakenvrouw Chieo uit Chiang Mai drukt zich als volgt uit: ‘Onder de Democraten zitten ook de domste figuren. En stemmen kopen doen hun kandidaten ook. Corruptie is hun ook niet vreemd, dat bleek duidelijk tijdens de coalitie van engelen. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om principes en om het ontwikkelen van democratie. Zelfs als de Democraten een hond verkiesbaar stellen, zal ik er nog op stemmen.’

Veel ontwikkelde mensen denken er ongeveer net zo over. Maar op het platteland zijn het vooral de bankbiljetten die de kiezer motiveren. De Nieuwe Hoop Partij heeft er de beste kansen.

Een uur na de rally is het plein al weer een speelplaats van kirrende, paraderende travestieten en lijmsnuivende teenagers en wandel ik nog eens langs het bonte geweld van de verkiezingsaffiches. De grootste posters zijn van de Nieuwe Hoop Partij. Een van de kandidaten is Suraphan Shinawatra, een door de wol geverfd politicus en een oom van Thaksin. Een suikeroom mag je wel zeggen, want Thaksins business imperium was ondenkbaar geweest als Suraphan, toen hij minister van Communicatie was, zijn neef geen lucratieve contracten van de overheid had bezorgd. Smetteloos was de kroonprins van de Strijdkrachten der Deugdzaamheid al helemaal niet. En onder de liefhebbers van de Thaise politiek doen ook nog wel andere verhalen over hem de ronde. Maar daarover kan men zonder kogelvrij vest in het openbaar beter zwijgen.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s.