Van Ping naar Mekong—op reis langs de grens met Laos

rijstvelden en dorpstempel in Na Haeo district

Velden met jonge rijstplantjes en op de achtergrond de vergulde chedi van een dorpstempel in het district Na Haeo, Loei.

De bergen van Uttaradit, Phitsanulok en Loei oversteken naar het stroomgebied van de Mekong is geen alledaagse tocht, maar zeker de moeite waard vanwege het schitterende landschap en de verrassende, relatief onbekende bezienswaardigheden die je onderweg tegenkomt. Aangekomen in het noordoosten kun je de rechteroever van de Huang volgen tot waar dit riviertje in de Mekong uitstroomt. Vandaar is het nog maar een korte rit naar Chiang Khan en daarna volg je de Mekong tot aan Nong Khai. Bij deze ‘doorsteek’ naar Chiang Khan rijd je op stille wegen door een dun bevolkt en prachtig berggebied. Het grootste deel van dit traject zijn de wegen verhard en verkeren in een goede staat. Je komt langs schilderachtige dorpstempels en geestenhuizen en mooie watervallen, De vergezichten over de bergen en de Mekong zijn indrukwekkend.

Wanneer je Highway 11 vanuit Chiang Mai volgt in zuidelijke richting, zul je de stroomgebieden van een aantal van de belangrijkste rivieren van Noord-Thailand passeren.  Na zo’n 50 km, halverwege Lampang, verlaat je het stroomgebied van de Ping en daal je af naar het dal van de Wang. En een uur voorbij Lampang scheidt een heuvelrug dit dal van het stroomgebied van de Yom. Tenslotte, voorbij Den Chai klimt de weg opnieuw om vanaf het hoogste  puntaf te dalen naar het dal van de Nan. Wanneer je de meeste wagens op de weg hoort claxoneren, weet je dat je op de waterscheiding van de Yom en Nan bent, want daar staat een aantal geestenhuizen gewijd aan Nang Kaeo (‘Kristallen Juffrouw’) aan wie lokale bestuurders hun respect betuigen.

Ik zou er even stoppen en een kijkje nemen. Nang Kaeo is een beroemde vrouwelijke geest die heerst over de omringende, grotendeels met jonge teakbomen begroeide bergen. Ze wordt ook wel Kristallen Juffrouw met ‘het Grote Ding’ genoemd, en de plaatselijke bevolking weet precies welk ding bedoeld wordt, want ze offeren er reusachtige houten fallussen, sommige meer dan een meter hoog, met rood beschilderde eikels, want daar houdt de juffrouw van. In Noord-Thailand staan meer geestenhuizen gewijd aan Nang Kaeo — de bekendste staat wellicht bij de waterscheiding van de Ping (een zijrivier van de Chao Phraya) en de Mae Lao (een zijriviertje van de Mekong) aan Highway 118 tussen Chiang Mai naar Chiang Rai.

Wanneer je van de huisjes van Nang Kaeo bent afgedaald naar het dal van de Nan, kun je op verschillende manieren doorsteken naar de Laotiaanse grens. De eerste belangrijke afslag naar het oosten (nog vóór de brug over de Nan) is die van Highway 1045, die de oever van de Nan min of meer volgt en nabij de Sirikit-stuwdam over de Nan en dan verder oostwaarts naar Nam Pat gaat.  Een andere zijweg naar het oosten is Highway 1047 die een paar kilometer zuidelijker begint. Deze is rustiger dan de H1045 en voert langs twee interessante bezienswaardigheden: de oude ijzermijnen van Nam Phi en de Sai Yak, ‘s werelds grootste teakboom.

De ijzermijnen zijn tegenwoordig niet veel meer dan een aantal verlaten kuilen in het bos, maar de talloze geestenhuizen geven aan dat men nog steeds respect heeft voor het voormalige economische belang van het gebied. Van één groeve wordt beweerd dat het ooit erts van hoge kwaliteit voortbracht dat uitsluitend werd gebruikt voor het smeden van zwaarden voor de koning en de hoge adel. Deze mijn is dus nauw verbonden met het verleden van Thailand en de vele heroïsche daden van de vorsten op het slagveld. Een klein, nieuw museum is er helemaal gewijd aan de geschiedenis van de ijzerproductie. De afslag van de highway naar de ijzermijnen is omzoomd met stalletjes waar producten van ijzer, zoals messen en zwaarden, te koop liggen.

‘s Werelds grooste teakboom, die lokaal bekend is als sak yai, staat ongeveer 20 km oostelijker aan de H1047. De boom is ongeveer 1500 jaar oud en heeft op borsthoogte een omtrek van tien meter, maar is minder dan 50 m hoog — in feite een dwerg vergeleken bij de Amerikaanse redwoods en enkele andere reusachtige boomsoorten. Wat de kwaliteit van het hout betreft wordt teak echter nauwelijks overtroffen en weinig andere gebeurtenissen hebben de moderne geschiedenis van Thailand zo sterk beïnvloed als de ‘teak rush’. Deze koortsachtige exploitatie van de teakbossen in Zuidoost-Azië begon rond 1880 toen de voorraad eikenhout in Europa uitgeput raakte. Teak bleek een uitstekend vervangmiddel te zijn voor het dek van schepen en de bekleding van het interieur van de grote stoomboten. Het belang van de teakexploitatie was een hoofdreden dat de Britten Birma annexeerden. Als gevolg daarvan lag de Siamese koning Chulalongkorn nachtenlang wakker en begon talloze hervormingen in te voeren om het de buitenlandse teakhandelaren naar hun zin te maken — om daarmee annexatie van Siamees grondgebied te voorkomen. In zekere zin staat de boom er als een levend monument voor de glorietijd van de teakhandel.

Tot voor kort waren er bont gekleurde sjerpen rond de stam van de boom gewikkeld ter ere van de geest die in de boom huist. Voor Thaise toeristen was het de plaats bij uitstek om met de hele familie voor de boom te poseren voor een paar foto’s. Enkele jaren geleden is er ter bescherming een houten schutting om de stam opgetrokken, terwijl de verering van de geest gedirigeerd is naar een geestenhuis dat buiten het verhoogde wandelpad rond de boom staat (meer over het belang van teak vind je in het artikel Teak in de rubriek Artikelen – Engels).

Zeven kilometer ten westen van Nam Pat komen H1045 en 1047 bij elkaar en een paar kilometer vóór het districtsplaatsje vind je aan je linkerhand eenvoudige accommodatie: een motel, zeker geen eerste keuze, maar het kan van pas komen in een streek waar hotels, resorts en guesthouses dun gezaaid zijn.

Highway 1047 gaat vanaf het plaatsje Nam Pat verder in noordoostelijke richting en volgt daarbij de Nam Pat, een zijriviertje van de Nan. In dit dal wordt het traditionele boerenbestaan nog trots in ere gehouden.  Tot in het begin van de 19e eeuw lag het op de belangrijke caravaanroute van Luang Prabang (in Laos) naar Uttaradit en verder naar Bangkok en Moulmein (in Birma), wat verklaart waarom de bewoners cultureel veel gemeen hebben met noordelijk Laos en velen zelfs een Luang Prabangs dialect spreken. Over Highway 1047 naar Fak en door naar Ban Khok maak je echter een enorme omweg als het noordoosten je bestemming is.

De Phu Soi Dao temidden van dicht bos.

De Phu Soi Dao waterval temidden van dicht bos.

Over Highway 1239, die begint bij Nam Pat, kom je daar het snelst. Deze weg is ook prachtig en klimt spoedig, soms met vrij steile bochten, de heuvels in. Bos wordt er afgewisseld met bouwland; het laatste decennium heeft veel bos plaats moeten ruimen voor velden met ananassen. Terwijl je afdaalt naar Huai Mun, op 40 km van Nam Pat en dicht bij de grens met Laos, wordt het landschap gedomineerd door de hoge, dicht beboste bergen die de grens vormen tussen Thailand en Laos.

Phu Soi Dao (ca. 2100 m) is er de hoogste piek. Bij Huai Mun komt Highway 1239 uit op Highway 1268 en je slaat er rechtsaf om je tocht naar de Isan voort te zetten. Ook hier uitgestrekte berghellingen beplantl met ananassen. Na een korte klim ben je omringd door het dichte, evergreen bos van het Phu Soi Dao nationaal park. Ongeveer 20 km ten zuiden van Huai Mun ligt de schilderachtige Phu Soi Dao waterval direct aan de weg. Door de week is het er meestal uitgestorven maar in het weekend en op feestdagen kan het er druk zijn als lokale picknickers er massaal neerstrijken. Je rijdt vervolgens nog een tiental kilometers door dicht bos, waarna het berglandschap steeds meer gedomineerd wordt door uitgestrekte swiddens (bouwland verkregen door het kappen van het bos) waarop vooral rijst en maïs worden verbouwd. Hier en daar zijn ook rubberplantages aangelegd. Wanneer je de smalle strook land binnenrijdt waarmee de provincie Phitsanulok aan Laos grenst, is de kaalkap bijna compleet met als episch centrum het Hmongdorp Ban Rom Klao.

In 1988 vonden hier bloedige gevechten plaats tussen het Thaise en Laotiaanse leger; het was in feite het laatste ernstige conflict tussen grote broer Thailand en klein, rood broertje Laos. Aan beide kanten kwamen honderden soldaten om. De oorzaak van dit gewapend conflict lag bij de meningsverschillen over de precieze loop van de grens in een gebied van aanzienlijk economisch belang vanwege de lucratieve houtkap.

Tien kilometer verder ben je al in het stroomgebied van de Mekong. Nergens is een gedenkteken of belangrijk geestenhuis dat de waterscheiding markeert, maar op verkeersborden kun je lezen dat je al in de provincie Loei, het meest noordwestelijke deel van de Isan, bent. Ook hier is de ontbossing rigoreus geweest, maar je kunt er de Hmong moeilijk de schuld van geven, want de bewoners van de dorpjes Ban Na Charoen en Ban Na Phak Kam zijn overwegend Lao.

Village temple.

De dorpstempel van Ban Na Phak Kam met lieflijk gedecoreerde raamkozijnen en deurposten.

Buddha statue at village temple

Een boeddhabeeld bij de dorpstempel van Ban Na Phak Kam.

De dorpstempel van Ban Na Phak Kam heeft een schilderachtige, kleine bot (inwijdingshal) met kleurig beschilderde raamkozijnen die doen denken aan de schilderijen van de ‘primitieven’ in de moderne westers kunst. De boeddhabeelden die rond te tempel staan zijn niet bepaald elegant of goed geproportioneerd. Bij sommige is het hoofd veel te klein, bij andere kijkt Boeddha niet sereen maar is zijn blik meer die van een woesteling — de ijver waarmee ze gemaakt zijn getuigt echter van de devotie van de boeren in deze uithoek van Thailand.

Voorbij het volgende dorp, Ban Lao Kohok, buigt de weg af naar het oosten, terwijl de berghellingen weer dichter bebost zijn. Na vijf kilometer bereik je het hoogste punt van Highway 1268 (op 1116 meter hoogte) en daarna bestaat de rit tot Na Haeo voornamelijk uit afdalen. Na 6 km is aan je linkerhand een afslag naar de ingang van het weinig bezochte Phu San Sai nationaal park (voorheen Na Haeo nationaal park geheten).

Een 7-km lang pad in het park gaat door ongerepte natuur; de fraaie Tat Huang waterval in het park ligt aan de grens en is de grootste waterval van de wijde omgeving. Niet ver van de waterval is een uitkijkpunt: vandaar zie je de bergen  liggen die het toneel waren van de eerder genoemde grensoorlog.

Bij Pharae, 2 km vóór de kleine districtsplaats Na Haeo, vormt de Huang, een kleine zijrivier van de Mekong, de grens met Laos. De lokale bevolking kan er voor een bezoek aan het buurland in een bootje naar de overkant worden gevaren, maar buitenlanders is het niet toegestaan hier Laos binnen te gaan.

Een muurschildering in de wihan van Wat Pho Chai.

Een muurschildering in de wihan van Wat Pho Chai.

Bij Pharae begint ook Highway 2195 die de rechteroever van de Huang volgt. Dit is de aangewezen route in de richting van Nong Khai. Maar een omweg maken voor oude, zeer interessante muurschilderingen van de wihan (verzamelhal) van Wat Pho Chai, is een aanrader. Deze tempel ligt aan Highway 2113, ongeveer 10 km ten zuiden van Na Haeo. De schilderingen op de binnenmuren beelden de laatste tien vorige levens van Boeddha uit, maar daarnaast zijn er ook fresco’s van grote, buitenlandse zeilschepen. Ze waren in 1853 vervaardigd door een kunstenaar uit Saraburi (Centraal-Thailand) die kennelijk vertrouwd was met de internationale handel op de Chao Phraya. De schilderingen op de buitenmuren dateren van 1916: je ziet onder andere een ouderwetse tram of trein afgebeeld wat erop wijst dat de kunstenaar was gefascineerd door van alles dat zich ver buiten dit dorp afspeelde.

Terug bij Muang Pharae sla je rechtsaf naar het oosten. Highway 2195 volgt de Huang ongeveer 100 km totdat deze 7 km vóór Chiang Khan uitstroomt in de Mekong. Het is een prachtige, rustige weg door een dun bevolkte streek en de Laotiaanse oever aan de overkant is over bijna het gehele traject met bos begroeid en vrijwel onbewoond. Langs de weg kun je allerlei activiteiten van de locale boeren zien, zoals het afsnijden van graspluimen voor het maken van bezems, het uitzetten van hun vallen om vogels mee te vangen of het oogsten van hun sesam dat op smalle stroken bouwland langs de weg geplant staat.

Gedurende het regenseizoen zie je vissers hun schepnetten door de stroomversnellingen halen om kleine visjes te vangen voor het bereiden van hun geliefde pla dek (een pasta van gefermenteerde rauwe vis). En tijdens de droge maanden van het hete seizoen verzamelen boerinnen vaak de groene draadalgen die op de rotsen in de beek groeien. De algen worden in de zon gedroogd en gekruid met gebakken ui, knoflook en sesamzaad, een lekkernij die in een wok moet worden opgebakken en dan krokant is en bekend staat als ‘Mekong seaweed’ (sic).

Highway 2195 langs de Huang behoort tot mijn favoriete wegen, maar je moet er voorzichtig rijden omdat op verschillende plaatsen stukken wegdek met de afkalvende oever in de diepte zijn verdwenen. Het eerste grote dorp dat je bereikt is Ban Ahi, dat er een beetje als een kleine spookstad uitziet. Bij opvallend veel huizen zijn de luiken voor de ramen en rolluiken omlaag en is het hekwerk van het benedenhuis afgegrendeld. Op straat zie je overwegend kinderen en oude mensen. Ban Ahi mag dan idyllisch liggen te midden van door bergen omringde rijstvelden, er heeft zich menig drama voltrokken. Eind jaren negentig van de vorige eeuw raakte het dorp intensief bij de drugshandel betrokken.  De zeer verslavende metamfetamines werden toen (en nog steeds) massaal geproduceerd in Myanmar en noordelijk Laos. Ban Ahi was een van de plaatsen waar de pilletjes (beter bekend als ya ba, ‘de drug die gek maakt’) Thailand binnenkwamen. Veel dorpelingen konden de verleiding niet weerstaan zelf ya ba te gaan verhandelen: ze hoefden maar de Huang door te waden om het in Laos goedkoop te kopen. De handelaren uit Bangkok en elders uit Thailand kwamen naar het dorp en daaraan konden de lokale smokkelaars het met een forse winst verkopen. Veel dorpelingen werden snel rijk en lieten grote en comfortabele huizen in hun dorp bouwen. Omdat het bouwland niet erg veel opleverde gingen steeds meer de drugshandel in. Velen liepen tegen de lamp, werden gearresteerd en tot levenslang of de doodstraf veroordeeld. Hun huizen staan nu leeg.

Ten oosten van Ban Ahi gaat Highway 2195 overwegend door in cultuur gebracht land, zoals bananenplantages en tamarindeboomgaarden. Bij het dorp Tha Di Mi staat een bord BIG BUDDHA. Volg het pad er omhoog naar de top van een heuvel: daar staat een enorm nieuw, maar elegant boeddhabeeld. Minstens zo indrukwekkend is echter de Mekong die je beneden je in Laos ziet liggen. De rivier maakt er een knik en zal wat verder stroomafwaarts de grens tussen Thailand en Laos worden — en dat blijft hij over een afstand van meer dan duizend kilometer tot aan Pak Mun in de provincie Ubon Ratchathani, daarna duikt hij zuidelijk Laos in. Het kan een overweldigende ervaring zijn die enorme watermassa te zien voorbijstromen. De Franse natuurvorser Henri Mouhot vergeleek het met het terugzien van een oude vriend.

Aan de voet van de heuvel — maar vanwege het struikgewas niet te zien vanaf de top — stroomt de Huang uit in de Mekong. In het bamboebos aan de oever staan enkele geestenhuizen. De keer dat ik er tegen de avond was zag ik door het bamboe heen een peddelboot over de Huang in de richting van de Mekong glijden. Van de drie vissers zong de jongste, gezeten op de boeg, een Lao liefdeslied, en zo gleed de boot verder de schemering in, als een tafereel uit een ver vervlogen tijd.

Een paar kilometer oostelijker stroomt een andere zijrivier, de Loei, uit in de Mekong en vanaf deze plaats is het nog een kwartier rijden naar het charmante plaatsje Chiang Khan met verschillende guesthouses, resorts en internetcafés, een goede plek om de nacht door te brengen. Iets buiten het plaatsje liggen de bekende Khu stroomversnellingen in de Mekong.

Highway 211 van Chiang Khan naar de grote stad Nong Khai, de springplank naar de Laotiaanse hoofdstad Vientiane, is ook een fraaie route met mooie vergezichten over de Mekong en talloze bezienswaardigheden. In oktober, op de boeddhistische feestdag Khao Phansa, een avond met volle maan, komen op de Thaise oever van de Mekong vanaf Sang Khom (90 km ten oosten van Chiang Khan) tot Bueng Kan (140 km ten oosten van Nong Khai) honderdduizenden mensen samen om het intrigerende en mysterieuze schouwspel van de bang fai phaya nak (de ‘vuurballen van de naga’s) te aanschouwen. Men is het er nog niet over eens of de lichtverschijnselen op deze avond een eerbetoon van de mythologische serpenten in de Mekong aan de Boeddha of een natuurlijk verschijnsel betreft vergelijkbaar met het vlam vatten van moerasgassen. Sommige boze tongen beweren zelfs dat het niets anders dan een speciaal soort vuurwerk is dat wordt afgeschoten om de toeristen naar de provincie Nong Khai te lokken (zie het artikel Naga-vuurballen in de rubriek Isan (Noordoost-Thailand)).

©Sjon Hauser: tekst, foto’s en kaartwerk

Accommodatie is op deze route dun bezaaid tussen Uttaradit and Chiang Khan: een ‘motel’ iets buiten Nam Pat, twee ‘resorts’ met bungalows  in Muang Pharae nabij Na Haeo, een guesthouse bij de Kaeng Ton stroomversnellingen in de Huang (bij Ban Pak Huai 10 km ten oosten van Ban Ahi). Daarnaast zijn er blokhutten te huur bij het hoofdkwartier van het Phu Soi Dao nationaal park (bij de gelijknamige waterval) en het Phu San Sai national park, maar die zijn meer bestemd voor groepen — voor individuel reizigers zijn ze aan de dure kant. Een aanrader is het Falkland Resort bij Muang Pharae (zie het artikel Top 5 verbazingwekkende accommodatie in de rubriek Motorfietstochten).