Tempelschilderingen in Thailand

Tempelschilderingen in Thailand—wat stellen ze voor?
Tempelschilderingen-titel-870De dood van de Boeddha. Wat Kriang Krai Phoprasit, Mueang district, Nakhon Sawan.

WAT STELLEN DE SCHILDERINGEN IN NOORD-THAISE TEMPELS VOOR?

De binnenmuren─en ook wel de buitenmuren─van de gebouwen van boeddhistische tempelcomplexen in Thailand zijn traditioneel vaak beschilderd met stichtelijke taferelen. De voorstellingen zijn van velerlei aard, maar we kunnen een aantal categorieën onderscheiden:

1. Taferelen uit het leven van prins Siddhartha, de ‘historische Boeddha’, een Indiase prins die in de 6e eeuw voor Christus in Noord-India en Nepal leefde en de ‘stichter van het boeddhisme’ werd. Het zijn vooral bijzondere gebeurtenissen in de legenden over deze prins die worden afgebeeld. Bekende taferelen zijn o.a. de geboorte van de prins (de baby loopt meteen en waar zijn voeten de grond raken ontluiken lotusbloemen), zijn beslissing het wereldse bestaan de rug toe te keren (hij snijdt dan zijn bos haar af) en het bereiken van de Verlichting. Dit laatste valt samen met het verslaan van het demonenleger van Mara (het Kwaad) dat in een tsunami wordt weggevaagd─vaak is dit een enorme schildering die een gehele muur beslaat. Deze gebeurtenis staat ook bekend als het ‘Onderwerpen van Mara’ (in het Engels: Subduing Mara). Meer over dit laatste in: Boeddha’s verlichting op muurschilderingen en in iconografie

Tempelschilderigen-1Episoden uit het leven van prins Siddharta (de Boeddha). 1. De geboorte van de Boeddha. Deze schildering bevindt zich in een tempel bij de Angkor Wat, Siem Reap, Cambodja. 2. De overwinning op Mara. Wat Neramit, Dan Sai district, Loei. 3. De dood van de Boeddha. Wat Kriang Krai Phoprasit, Mueang district, Nakhon Sawan.

2. Voorstellingen van de boeddhistische kosmos. Het universum is volgens het boeddhisme opgebouwd uit een groot aantal lagen of sferen. In de hoogste sferen leven de goden en halfgoden. De mens leeft in de vijfde sfeer van onderen, niet zo bijster hoog dus. Op het onderste niveau verblijven de verdoemden: dat is de hel. De hel is geen eeuwig stadium zoals bij het christendom, maar een tijdelijk onderdak, net als de andere sferen. De talloze folteringen die de zondaren in de hel te wachten staan worden op muurschilderingen vaak gedetailleerd in beeld gebracht. Soms doen ze denken aan de schilderijen van Jeroen Bosch. De laatste vijftig jaar is de populariteit van de boeddhistische kosmologie als thema voor muurschilderingen sterk achteruit gegaan, maar afbeeldingen van de hel zijn niettemin nog veel te vinden. Meer hierover in de post: Boeddhistische hel-vuur, beulen en bloeddorstige honden

Tempelschilderingen-2De verschillende sferen van de boeddhistische kosmos. 1. Een schematische voorstelling ervan in Wat Pa Daet, Mae Chaem district, Chiang Mai. Deze muurschildering dateert van het eind van de 19e eeuw. 2. Zondaren worden in de hel de kapokbomen ingejaagd. Wat Mae Tuen, Mae Tuen, Omkoi district, Chiang Mai. 3. Een andere afbeelding van de hel: zondaren zijn in de soeppot beland. Goudverf op zwart lakwerk. Wat Suthat, Bangkok.

3. Taferelen van het alledaagse platteland ‘waar het leven goed is’, vooral van traditionele activiteiten zoals het ploegen van de velden en het planten en oogsten van de rijst, de visvangst en talloze boeddhistische festivals (Loi Krathong, Songkran, raketfestival, e.d.) waarbij de centrale plaats van de tempel in de dorpsgemeenschap wordt benadrukt. Ook de traditionele vrije tijdsbesteding (vliegers oplaten en allerlei andere spelletjes) wordt vaak afgebeeld. Soms worden ter lering spreekwoorden of gezegden of andere wijsheden uitgebeeld. Wanneer tempels rijk zijn geworden dankzij de vele donaties en er nieuwe gebouwen op het tempelterrein worden gebouwd─of oude tempelgebouwen worden gerenoveerd─dan worden soms prestigieuze muurschilderingen vervaardigd. Tegenwoordig zijn dat vooral vaak schilderingen van het plattelandsleven.

Tempelschilderingen-3Het dagelijkse plattelandsleven. 1. Kinderen die voor de waterbuffels zorgen. Wat Phra Sing, Mueang district, Chiang Mai. 2. Het raketfestival. Wat Pa Tueng, Mae On district, Chiang Mai. 3. Activiteiten van dorpelingen bij hun woningen. Wat Si Don Chai, Pai district, Mae Hong Son.

4. Taferelen uit de locale geschiedenis of uit locale legendes. Bijvoorbeeld in de provincie Lamphun zijn talloze tempels waar veel schilderingen gewijd zijn aan het leven van Khruba Si Wichai (1877-1938), een uit Lamphun afkomstige, nog steeds zeer vereerde monnik. En talloze schilderingen in de beroemde Wat Phra That Doi Suthep bij Chiang Mai betreffen de legende over de stichting van deze tempel. Hieronder drie voorbeelden uit de provincie Lamphun.

Tempelschilderingen-41: Een tafereel uit een locale legende/kroniek. Een tempel in het district Li, Lamphun. 2: Een afbeelding van een episode uit een oude legende over prinses Chamadewi en de oude Mon-stad Hariphunchai (het huidige Lamphun): een Lawa-hoofdman doet een poging een speer vanaf Doi Suthep binnen de stadswallen van Hariphunchai te gooien. Wat Kukut, Mueang district, Lamphun. 3: Een schildering in Wat Chedi Si Wichai Chom Khiri, een tamelijk nieuwe op de grens van het district Li in Lamphun en het district Thoen in Lampang. Afgebeeld staat de aankomst per wagen van het nieuw vervaardigde standbeeld van de monnik Khruba Si Wichai dat daarna in een sala op het tempelterrein werd geplaatst.

5. Voorstellingen van ‘klassieke’ verhalen en fabels, zoals episodes uit het Indiase heldenepos de Ramayana (in het Thais: Ramakian). Wereldberoemd zijn de fresco’s van de Ramayana in de lange gallerijen van Wat Phra Kaeo (de ‘koninklijke’ tempel met de Smaragden Boeddha) in Bangkok.
Maar het algemeenst zijn taferelen uit de Jataka (in het Thais: Chadok). De Jataka is een enorme verzameling oude geschiedenissen, fabels en sprookjes voorzien van stichtelijk commentaar en gelardeerd met traditionele kennis. Orthodoxe boeddhisten menen dat de Boeddha na het bereiken van de Verlichting zich zijn eerdere 550 incarnaties kon herinneren, en later de gewoonte had daarover ter lering te vertellen aan zijn discipelen en toehoorders. Deze opgetekende herinneringen van Boeddha’s wedergeboorten (in het Engels heten ze ‘birth stories’) omvatten een groot en invloedrijk deel van de Thaise Boeddhistische scriptuur.
Van deze 550 wedergeboorten zijn de laatste tien (de Tien Geboorten) verreweg het bekendst en ze worden tesamen de Thotsachat (in Pali: Dasa Jati) genoemd. Van elk van deze Tien Geboorten wordt in Thaise tempels vaak één karakteristieke scène uitgebeeld. De Tien Geboortes belichten elk een bepaalde deugd waarin de hoofdpersoon zich ging perfectioneren. Een voorbeeld is de Sama Jataka over de buitengewone liefde (‘loving kindness’) van de 16-jarige jongeling Sama voor zijn blinde ouders. Door een ongelukje wordt hij in het bos met een giftige pijl doodgeschoten—door een god nog wel. Zo groot is het verdriet over zijn dood, dat door de tranen die vloeien de ouders hun gezichtsvermogen terugkrijgen en het lichaam van de jongeling weer tot leven wordt gewekt.
Een ander voorbeeld is de Mahajanaka Jataka waarin de vastberadenheid (‘fortitude’) van de handelaar Mahajanaka centraal staat. Als hij schipbreuk lijdt, wordt hij gered door de Godin van de Zeevaarders terwijl de andere opvarenden door de haaien worden verscheurd.

Tempelschilderingen-51. Een voostelling van een demon uit de Ramakian. Wat Phra Kaeo, Bangkok. 2. Het bekendste tafereel uit de Sama Jataka waarin de jongeling Sama door een giftige pijl wordt geveld. Wat Wang Wiwekaram, Sangkhlaburi district, Kanchanaburi. 3. Het representatieve tafereel uit de Mahajanaka Jataka: de handelaar Mahajanaka wordt bij een schipbreuk gered door de Godin van de Zeevaarders. Alle andere opvarenden komen om. Wat Phra Borommathat, Ban Tak district, Tak.

Het allerlaatste verhaal van de Thotsachat, oftewel het levensverhaal van de man die daarna als prins Siddhartha (de Boeddha) zou worden wedergeboren, neemt een aparte plaats in. Dit is de Wetsandon Chadok (Pali: Vessantara Jataka). In deze populaire vertelling staat de deugd van de vrijgevigheid centraal. Hoofdpersoon is de extreem gulle prins/koning Wetsandon die alles wat hij bezit met liefde weggeeft aan anderen. Het is een lang verhaal dat verstrengeld raakt met een ander verhaal, dat over het wel en wee van een oude, arme en gemene man, genaamd Chu Chok. In zeer veel Thaise tempels worden minstens tien episodes uit de Vessantara Jataka afgebeeld en ongeveer de helft ervan betreft daarin tevens de lotgevallen van Chu Chok.

Tempelschilderingen-6Voorstellingen van enkele taferelen uit de Wetsandon Chadok. 1. Prins Wetsandon en vrouw en kinderen zijn verbannen uit hun koninkrijk en zijn op weg naar een afgelegen bos waar zij als kluizenaars zullen leven. Wat Dao Dueang, Mueang , Chiang Mai. 2. De oude man Chu Chok is op zoek naar prins Wetsandon op verboden terrein beland. Als hij door waakhonden wordt aangevallen, vlucht hij een boom in. Wat Phuak Pia, Tambon Hai Ya, Mueang district, Chiang Mai. 3. De kinderen van prins Wetsandon hebben vernomen dat hun vader hen wil weggeven aan de oude Chu Chok en ze verstoppen zich in een lotusvijver. Maar de vader vindt zijn kinderen en smeekt hun tevoorschijn te komen zodat zij het hem mogelijk zullen maken het Nirvana te bereiken. Wat Si Warisathan (?), Saraphi district, Chiang Mai.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s
Meer over de Wetsandon Chadok en Chu Chok in: (binnenkort)

Bronnen:

Beckh, Hermann, 1979 [1916]. Boeddha en zijn leer. Uitgeverij Christofoor, Rotterdam.

Cadet, John, 2000. Vessantara Jataka, the world’s oldest living epic? Chiang Mai Guidelines, November 2000: 30-31.

Cate, Sandra, 2012. Theravada Buddhism and political engagement among the Thai-Lao of North East Thailand: The Bun Phra Wet ceremony. South East Asia Research 20.3 (2012): 329-342.

Cone, M. and R. F. Gombrich, translators, 1977. The Perfect Generosity of prince Vessantara: A Buddhist Epic. Clarendon, Oxford.

Conze, Edward, 1970 [1957]. Het boedhhisme. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen.

Crocker, John, 2003. The Wetsandon Jataka, translated by John Crocker. www…..

Jackson, Peter A. , 2002 [1991]. Thai Buddhist Identity: Debates on the Traiphum Phra Ruang. In: National identity and its defenders (Craig J. Reynolds, ed.), p. 155-188. Silkworm Books, Chiang Mai.

Kalyanamitra, Joti, 1979. The influence of the Traiphum on Thai architecture. In: The artistic heritage of Thailand, p. 185-190. Sawaddi Magazine/National Museum Volunteers Bangkok, Bangkok.

Krug, Sonia, 1979. The development of Thai mural painting. In: The artistic heritage of Thailand, p. 171-184. Sawaddi Magazine/National Museum Volunteers Bangkok, Bangkok

Lyons, Elizabeth, 1990 [1963]. Thai traditional painting. The Fine Arts Department, Bangkok, 24 pp.
Rajadhon, Phya Anuman, 1974 [1969]. Thet Maha Chat. The Fine Arts Department, Bangkok.

Reynolds, Craig J., 1976. Buddhist cosmography in Thai history, with special reference to nineteenth-century culture change. Journal of Asian Studies, 35(2): 203-220.
Ringgis, Rita, 1990. Thai Temples and Temple Murals. Oxford University Press, Singapore.

Wongthet, Pranee, 2000. The Jataka stories and Laopuan worldview. In: Thai Folklore. Insights into Thai Culture (Siriporn Nathalang, ed.), p. 47-62. Chulalongkorn University Press.

Wyatt, David K., 2002. Siam in mind. Silkworm Books, Chiang Mai.