Slangen in Noord-Thailand—een korte inleiding

mock viper en header

Een Mock Viper in het Huai Nam Dang nationaal park, Chiang Mai.

Perhaps the modern serpent is one of the greatest of all evolutionary miracles!

Edward Taylor

 

Overal slangen

Thailand heeft een rijke herpetofauna met ruim 180 soorten slangen — dat is meer dan vijf procent van het aantal soorten dat wereldwijd (3150) bekend is. In Noord-Thailand komen meer dan 80 soorten voor.

Veel soorten typisch voor het tropisch regenwoud van het zuiden en natuurlijk een dertigtal zeeslangen bekend uit de Thaise kustwateren zijn niet in Noord-Thailand te vinden. Een tamelijk lang droog en koel seizoen van november tot februari, gevolgd door tenminste twee hete en droge maanden brengt de nodige ecologische beperkingen met zich mee. Het Thaise schiereiland is beslist soortenrijker en dat is misschien een reden dat slangenonderzoekers zich meer op Zuid-Thailand hebben gericht en het noorden relatief verwaarloosd hebben.

Een Malayan ringneck

Een Malayan ringneck

textbox Liopeltis tricolorMeer soorten in het noorden dan eerst werd gedacht

In Wirut Nutphans Snakes of Thailand wordt een aantal slangen uit de bergstreken van het noorden  niet eens genoemd, terwijl in A Photographic Guide to Snakes and other Reptiles of Thailand and South-East Asia, de meest gebruikte reptielengids, van een aantal soorten verondersteld wordt dat ze alleen in het zuiden voorkomen, terwijl ze beslist ook in het noorden leven.

In de jaren twintig van de vorige eeuw was de Brit Frank Exell te werk gesteld in Nakhon Si Thammarat, Zuid-Thailand. Hij merkte op dat ‘als het op slangen aankomt het noorden niet tegen het zuiden op kan. Dat zou kunnen komen door het lange regenseizoen van zeven maanden dat in het zuiden domineert. Aan de andere kant kan het ook zijn vanwege de uitgestrekte gebieden met evergreen jungle. Hoe het ook zij, het noorden komt op de tweede plaats. Je kwam er natuurlijk wel slangen tegen, maar ze waren niet de alledaagse verschijning [zoals in het zuiden]. Ik maakte vele tochten door de jungle in het noorden, maar zag weinig slangen.’

Tegenwoordig, en waarschijnlijk ook in Exells dagen, doet de slangenfauna van het noorden echt niet zoveel onder bij die in het zuiden, al zijn de meeste dieren er van december-april weinig actief.

kaart Noord-ThailandWat is Noord-Thailand?

In talloze studies wordt onder Noord-Thailand het territorium verstaan van de huidige negen noordelijkste provincies, een gebied waarin de meerderheid van de bevolking Khon Mueang is, terwijl Shan, Karen en ‘bergstammen’ er minderheden vormen. Dit gebied is eeuwenlang een deel van het Lan Na Koninkrijk geweest.  Het komt overeen met het Noord-Thailand in A field guide to forest trees of Northern Thailand. Maar in andere indelingen strekt de streek zich veel verder naar het zuiden uit, tot aan de Centraal-Thaise provincies Chainat en Lopburi. Ik heb gekozen voor zo’n grote noordelijke regio (kaart links), die soms wordt onderverdeeld in een Upper North en een Lower North. Voor administrieve doeleinden hanteert de Thaise overheid vaak ook zo’n soort indeling. Het komt overeen met Noord-Thailand op kaarten van de National Park Division en op metereologische  kaarten, zoals die in de Bangkok Post, en van sommige floristische indelingen. De provincies Phitsanulok en Phetchabun vormen het meest zuidoostelijke deel van dit Groter Noord-Thailand, Uthai Thani en Nakhon Sawan het meest zuidwestelijke.

Zowel in de bergen als in het laagland zijn slangen overvloedig en ze komen er voor in alle maten en kleuren. Toch kunnen enthousiaste amateurherpetologen gefrustreerd raken door het geringe aantal dat ze in de natuur te zien krijgen. De meeste slangen verschuilen zich als ze niet op zoek zijn naar voedsel of een maat of niet proberen hun lichaamstemperatuur te verhogen door in de zon of op een warme plek te gaan liggen. Dankzij de lange, slanke vorm is hun lichaam zeer geschikt om te verdwijnen in kleine gaten en scheuren in de bodem, in holen in termietenheuvels en boomstammen en in de smalle spleten onder stenen en rotsen.

Chris Mattison stelde het als volgt: ‘De meeste slangen proberen als het maar even kan confrontaties te vermijden en ze doen dat door te vluchten en zich te verbergen of ze hebben goede schutkleuren. Al deze technieken zijn verbazingwekkend effectief. Hoe effectief, dat valt moeilijk te beoordelen, want het is nogal lastig het aantal slangen te tellen dat je niet ziet! Een goede aanwijzing over populatiedichtheden kan soms worden afgeleid wanneer een weg door een bebost gebied wordt aangelegd of wanneer men op een weinig gebruikte weg door een woestijn of moeras rijdt. In dit soort situaties laten slangen zich soms bij honderden zien, zelfs wanneer vele uren van conventioneel speurwerk helemaal niets hebben opgeleverd.’ Deze woorden zijn ook goed van toepassing op de situatie in Thailand.

Slangen komen overal in grote aantallen voor en leven in elke denkbare habitat, zoals moerassen en rivieren, rijstvelden en boomgaarden, bergbossen en braakliggend terrein in steden, waar ze een belangrijke schakel in de voedselketens zijn. Tenzij men actief naar ze op zoek gaat, blijven ze grotendeels onzichtbaar. Veel soorten zitten verscholen totdat het donker wordt en ze actief naar prooi op zoek gaan.

tekstbox verwarrende Engelse namenDat er op een bepaalde plek weinig slangen worden waargenomen kan nogal misleidend zijn en hoeft niets te zeggen over hoeveel er in werkelijkheid voorkomen. Dat bleek bijvoorbeeld duidelijk tijdens een studie verricht rond het Meer van Songkhla in Zuid-Thailand. Heel weinig wees daar op de aanwezigheid van slangen; door het troebele water en de dichte vegetatie, gecombineerd met hun schutkleuren en schuw gedrag, zag je ze nagenoeg niet. Ze werden af en toe ‘s nachts waargenomen en slechts één keer werd een slang op het midden van de dag gesignaleerd toen deze even naar de oppervlakte kwam en vervolgens weer wegdook. Ondanks de weinige waarnemingen gedurende de honderden uren van veldwerk, suggereert de vangst van slangen in funnel traps (schoorsteenfuiken) dat de Rainbow Water Snake (Enhydris enhydris) met een dichtheid van ongeveer één slang per twee meter oever voorkomt in de kanalen en sloten rond het meer! In het Upper North van Noord-Thailand is deze soort nagenoeg afwezig, maar in de Lower North, zoals in moerassen en sloten in Sukhothai en Kamphaeng Phet, kan hij juist bijzonder talrijk zijn.

De Dog-faced Water Snake (Cerberus rynchops) is misschien wel de talrijkste slang op aarde, want hij bezet vrijwel elke meter kustlijn bij riviermonden en estuariën in een gebied dat zich van India tot noordelijk Australië uitstrekt. Hij komt ook in enorme aantallen in het kustwater van Zuid-Thailand voor, maar ontbreekt (uiteraard) in Noord-Thailand.

rainbow water snakeDe Rainbow Water Snake (Enhydris enhydris) is een slang die in grote aantallen kan voorkomen in sloten, moerassen en onder water staande rijstvelden (rechtsonder).
Deze slang heeft een vrij vet lichaam dat uitloopt in een relatief dunne nek met een vrij kleine kop. Het dier is bruin, maar verschillende gradaties bruin lopen in banden in de lengte over het lichaam en dat heeft wat weg van een vale regenboog (boven). De gele buik heeft vijf opvallende lengtestrepen, waarvan de buitenste oranje zijn en in feite over de meest laterale rij dorsale schubben lopen (linksonder).

Hij leeft vooral van vis en net als de meeste andere  echte waterslangen is hij levendbarend. Deze slang is zwak giftig, maar is weinig geneigd te bijten.

buikzijde rainbow water snakerainbow water snake bij rijstveld(Dat in tegenstelling tot de verwante, soms bijzonder agressieve Yellow-bellied Water Snake, Enhydris plumbea). In sommige voedselrijke wateren kan de Rainbow Water Snake in grote aantallen voorkomen.  Een meertje in het hart van Phnom Penh (Cambodja) levert de bewoners van de omliggende krottenwijk met deze slang een gewaardeerde snack — aan gespleten bamboe worden de slangen er boven een vuurtje van houtskool geroosterd.

Interessant is dat deze slang in grote delen van Centraal-Thailand, Noordoost-Thailand en the Lower  North (zoals in Sukhothai en Kamphaeng Phet) zeer algemeen is, maar ten noorden van de lijn Mae Ramat –Thoen – Uttaradit – Nam Pat niet meer voorkomt.

In steden als Bangkok en Chiang Mai die regelmatig met overstromingen kampen kunnen reptielen voor de nodige verrassingen zorgen: cobra’s die door de straat zwemmen en pythons die een droog toevluchtsoord zoeken bovenop een electriciteitspaal of op het balkon van een appartement.

In mijn kleine tuin in Chiang Mai ben ik nooit een Flowerpot Snake (Ramphotyphlops braminus) tegengekomen, een blindslang die met een maximumlengte van 20 cm tot de kleinste slangen op aarde behoort. Maar toen ik een paar forse heesters had omgehakt en hun wortelstelsel begon uit te graven dook er zo nu en dan zo’n slangetje tevoorschijn. Ik schat dat er minstens eentje per kubieke meter grond moet hebben geleefd. Deze dieren zijn strict ‘fossorial’ (in de bodem levend) en je ziet ze daardoor zelden.

Op Doi Suthep, de 1600 meter hoge berg ten westen van Chiang Mai, kun je dagenlang door de natuur lopen en slechts een paar keer even een slang zien die voor je wegvlucht. Maar op warme, zonnige dagen tijdens het regenseizoen kan het gebeuren dat vele Arrowhead Snakes (Plagiopholis nuchalis) actief worden. Dat ze in grote aantallen in het bos voorkomen blijkt dan uit de vele exemplaren die worden doodgereden op de weg die naar het Phu Phing paleis loopt en zich voorbij het paleis vertakt  naar twee Hmong-dorpen. Ik heb op een middag meegemaakt dat er minstens vijftien van deze slangen waren doodgereden op alleen al het vier kilometer lange traject tussen het paleis en de Doi Suthep Tempel.

Een Assamese mountain snakeEen wormenvreter tussen de gevallen bladeren van het evergreen bergbos

De kleine slang op de foto hiernaast is Plagiopholis nuchalis, die lange tijd met de weinig toepasselijke Engelse naam Assamese Mountain Snake door het leven heeft moeten gaan. In een recent werk wordt hij de common blotch-necked snake genoemd (zie kader: Verwarrende Engelse namen). Maar er zijn wel meer soorten met een vlek in hun nek. Ik vind de naam Arrowhead Snake (een vertaling van de Thaise naam ngu hua son, wat ‘pijlpuntslang’ betekent) meer to the point, want de vlek in de nek ziet er bij vrijwel alle exemplaren uit als een pijlpunt. Het dier voedt zich vrijwel uitsluitend met regenwormen die het in de kortste tijd naar binnen werkt. In bossen waar regenwormen overvloedig zijn is deze slang ook talrijk en op sommige warme dagen kun je hem tussen de gevallen bladeren van het bos zien kruipen. Dan wagen ze zich ook in grote getalen op de wegen. In het Doi Suthep nationaal park, waar de slang veel voorkomt, vallen dan heel wat verkeersslachtoffers. In het grootste deel van Noord-Thailand komt deze soort algemeen voor in bos op een hoogte van 700 – 1500 meter boven zeeniveau. Ondanks zijn algemeenheid is er vrij weinig over bekend. Wel weten we dat hij bij gevaar een dreighouding aanneemt die sprekend op die van de cobra lijkt. Maar de Arrowhead Snake is niet giftig en bovendien weinig bijtlustig. Meer over die bijzondere verdedigingsstrategie in het artikel Onechte cobra’s .

Het grote aantal dood gereden slangen op de wegen in Noord-Thailand en elders in het land is een duidelijke aanwijzing dat deze dieren in werkelijkheid talrijk zijn en een aanzienlijk deel van de zoömassa van een ecosysteem vormen. Je kunt ze het beste waarnemen gedurende de regenachtige maanden van mei tot november wanneer ze het actiefst zijn en in die tijd veranderen Thailands verkeerswegen in een knekelhof van al te avontuurlijke dieren. Daarentegen zijn er gedurende de droge maanden januari – maart weinig slangen en weinig ‘roadkills’. De maanden december en april vormen in dit opzicht een overgang.

Hun langgerekte lichaam zonder ledematen stelt slangen in staat zich te verbergen op plaatsen waar dieren met poten van een vergelijkbare omvang onmogelijk kunnen komen. Vluchtende slangen verdwijnen soms als sneeuw voor de zon doordat ze in een nauwe spelonk in een boomstam wegschieten of in een scheur in de bodem of in een spleet onder een kei of rots verdwijnen. Slangen kunnen ook op wonderbaarlijke wijze uit terraria ontsnappen als er ook maar ergens een kleine kier is. Ze verstoppen zich soms zo goed dat je denkt dat er weer een slang ontsnapt is. Ik veronderstelde eens dat een 30 cm lange Striped Keelback (Amphiesma stolatum) was ontsnapt. Bij het schoonmaken van het hok voor een nieuwe bewoner kwam hij weer tevoorschijn. Hij had zich vestopt  in een leeg slakkenhuis niet groter dan 2 cm in doorsnede. Slangen zijn erin gespecialiseerd buitengewone schuilplaatsen te vinden. Van jonge  Sunbeam Snakes (Xenopeltis unicolor) is bekend dat ze vaak onder de schors van dode bomen kruipen en zich daar soms wel 5 m boven de grond ophouden.

© tekst, foto’s en kaartwerk: Sjon Hauser