Slangen determineren in Noord-Thailand m.b.v. foto’s

Noord-Thaise slangen determineren

(Pictural keys to the snakes of Northern Thailand)

Ongeveer tachtig soorten slangen komen in Noord-Thailand voor. Het determineren van deze dieren levert nogal eens problemen op, want ze worden vaak slechts vluchtig gezien of een foto ervan geeft maar weinig kenmerken prijs.

Daarnaast zijn de kenmerken waarmee een soort zich van een andere onderscheidt soms minitieus. Ze betreffen bijvoorbeeld de vorm of het aantal van bepaalde schubben.

Behalve dat bepaalde soorten sterk op elkaar kunnen lijken, vertonen sommige een enorme variabiliteit of verschillen de jonge dieren sterk van de volwassen exemplaren.

De onderstaande tabel met foto’s is mogelijk van nut bij het determineren van Noord-Thaise slangen. De ‘sleutels’ berusten in eerste instantie op de kleur of een opvallend patroon.

Voor de ‘technische details’ van de dieren verwijs ik naar Indraneil Das’ A field guide to the reptiles of Thailand and South-East Asia. Voor de leek in Noord-Thailand is dit werk echter verwarrend, omdat er naast de soorten bekend uit deze streek zeker zo’n 300 andere soorten worden behandeld die niet in Noord-Thailand voorkomen. Bovendien zijn niet alle illustraties erg goed gelijkend.

Behalve de hieronder genoemde soorten komen er waarschijnlijk nog enkele andere soorten in Noord-Thailand voor, maar die zijn beslist nogal zeldzaam. Verder is de classificatie van een aantal soorten (met name enkele kukri snakes) nog niet duidelijk, voor mij althans niet.

Voor het identificeren van een Noord-Thaise slang kun je altijd contact met mij opnemen!!

SJON HAUSER

Groene slangen

1. Oriental Whip Snake (Ahaetulla prasina).

Zeer dunne, zweepvormige, grasgroene slang (foto links) met spitse snuit en ogen met horizontale pupil. Bij het aannemen van een dreighouding worden rijen witte en zwarte rechthoekige vlekjes zichtbaar op het voorste deel van het lichaam (foto rechts).

Tot 200 cm.

Ook zijn grijze, vaalgroene (foto midden) en okerkleurige variëteiten bekend. Zeer algemeen in bos in heuvels en bergen.

Zie artikel: Ahaetulla prasina.

*     *     *

2. Long-nosed Whip Snake (Ahaetulla nasuta).

Als de Oriental whip snake (nmmer 1), maar met klein aanhangsel aan de punt van de snuit. Altijd grasgroen.

Tot 150 cm.
Algemeen en wijd verspreid in laagland.

*     *     *

3. Green Cat Snake (Boiga cyanea).

Middelgrote tot grote, slanke egaalgroene boomslang (vaak met blauwige glans) met zijdelings afgeplat lichaam, schubben glad.

Ovale kop steekt sterk af bij de dunne nek, ogen groot met vertikale pupil:

In Noord-Thailand vnl. in evergreen bos in de bergen (> 900 m). Max. 190 cm. Wijd verspreid maar in Noord-Thailand niet erg algemeen. Jonge dieren zijn bruin met een groene kop.

*     *     *

4. Red-tailed Rat Snake (Gonyosoma oxycephalum).

Grote, robuuste grasgroene slang met donkere lijn door het oog over de zijkant van de kop; gehele staart lichtbruin, roestbruin of roodachtig:

Max 240 cm. Tong: metaalkleurig blauw. Oog met ronde pupil. Hier en daar algemeen in bos in de heuvels. Doorgaans niet boven de 800 m.

Zie artikel: Gonyosoma oxycephalum.

*     *     *

5. Green Tree Racer (Rhadinophis prasinus).

Grasgroene slang als nummer 4, maar middelgroot, zonder de donkere lijn over de kop; staart groen of gedeeltelijk vaag bruingroen:

Wijd verspreid in evergreen bos hoog in de bergen (>1000 m) en vrij algemeen.

Max. 120 cm.
Tong donkergrijs.

Zie artikel: Rhadinophis prasinus.

*   *   *8..

6. Pope’s Pit-viper (Popeia popeiorum).

Grasgroene, middelgrote slang met hoekige kop bedekt met minuskule schubjes die sterk afsteekt tegen de dunne nek. Rugschubben puntig en gekield.

Vrij korte staart, bovenkant gevlekt roestbruin of rood; roodbruin oog met vertikale pupil.

Algemeen en wijd verspreid in bos in de heuvels en bergen (>700 m). Vaak een wit met rode lengtestreep over de flank. De buik is lichtgroen. Max. 100 cm. Zeer giftig!!

*     *     *

7. White-lipped Pit-viper ( Cryptelytrops albolabris).

Lijkt sterk op nummer 6, maar de bovenlip is wit of lichtgeel. Buik geel of lichtgroen, nooit met een wit met rode lengtestreep op de flank.

Vrij algemeen in laagland en niet al te hoog in de heuvels.

Max. 100 cm. Zeer giftig!!

*     *     *

8. Big-eyed Pit-viper (Cryptelytrops macrops).

Lijkt op nummers 6 en 7, maar bleek zeegroen van kleur. Heeft opvallende, grote goudgele ogen (met vertikale pupil).

Schubben, ook die op de kop, sterk gekield.

In bos in het zuiden van de Lower North, grenzend aan Centraal-Thailand. Max. 70 cm. Zeer giftig!

*     *     *

9. Golden Tree Snake (Chrysopelea ornata).

Snelle, vaalgroene slang, individuele rugschubben geelgroen met zwart patroon. Drie geelgroene dwarsbalkjes over de zwarte kop (foto rechts). Tot 140 cm.

Uitstekend klimmer, in staat tot glijvluchten. Zeer algemeen in in cultuur gebracht land, in tuinen, bij en in woningen, in het laagland; ook in bos laag in de heuvels. In delen van Mae Hong Son heeft deze soort vage rode vlekken op de rug.

Zie artikel: Chrysopelea ornata.

*     *     *

10. Green Keelback (Rhabdophis nigrocinctus).

Middelgrote, vrij donkere groene slang met  zwarte bandjes (aan de voorkant weinig markant), achterste helft van het lichaam bruinachtig, ook geband. Rugschubben gekield. Kop bruinig, duidelijke zwarte streep achter het oog en in de nek (foto links). De keel is wit, de buik wit/rozig vol met zwarte pigmentkorrels.

Jonge dieren zijn op de kop na helemaal groen met vrij duidelijke zwarte bandjes en een roze nekbandje (foto rechts).

In Noord-Thailand wijd verspreid in evergreen bos  boven de 800 meter in de bergen.  Giftig en beet mogelijk gevaarlijk als veel gif wordt ingebacht.

*    *    *

Een aantal andere slangen kunnen groenachtig zijn, zoals de big-eyed mountain keelback (nummer 70), de yellow-bellied water snake (nummer 71) of de Cohn’s bronzeback (nummer 72).

Rode, roodbruine en oranjebruine slangen

11. MacClelland’s Coral Snake (Sinomicrurus macclellandi).

Vrij kleine – middelgrote donkerrode slang met dunne, zwarte dwarsbandjes; opvallende brede, witte band over de kop. De buik is crèmekleurig met zwarte, onvolledige dwarsbandjes.

Max. 80 cm. Wijd verspreid in evergreen bos in de bergen (>800 m), maar niet bijzonder algemeen.

Zeer giftig, levensgevaarlijk!!

Zie het artikel: Sinomicrurus macclellandi.

*     *     *

12. Red Mountain Racer (Oreocryptophis porphyraceus).

Middelgrote rode of steenrode slang  met brede zwarte dwarsbanden en twee dunne lengtestrepen over achterste deel van het lichaam. Zwarte streep van het oog naar de nek:

Hoog in de bergen wijd verspreid , vooral in bos maar ook in swiddens (>1100 m).

Niet erg algemeen. Max. 120 cm. Bij oudere dieren resteren van de zwarte banden nog slechts de (zwarte) randen.

Zie artikel: Oreocryptophis porphyraceus.

*     *     *

13. Keeled Slug Snake (Pareas carinatus).

Vrij kleine oranjebruine (soms fel oranje, soms lichtbruine) slang met enigszins zijdelings afgeplat lichaam met vaag patroon.

Stompe snuit en oranjebruin oog met wat vertikale pupil:

Algemeen in zowel bladverliezend als altijd groen bos van 500-1800 m.

Max. 60 cm.

Zie artikel: Pareas, een geslacht van slakken etende slangensoorten

*     *     *

14. Red Whip Snake (Dryophios rubescens)

Zeer dunne, licht oranjebruine of roestbruine zweepslang met fijne donkere en witte stippen. Lichaam zijdelings afgeplat. Tot 120 cm. Kop bruin met tamelijk vaag donkerbruin maskertje. Bovenlip wit. Buik vooraan crèmekleurig of geel met roestkleurige spikkels, naar achteren toe grijs met spikkels dichter bezaaid en roestbruine randen van de sterk gekielde ventrale schubben.

In Noord-Thailand zeer zeldzaam, slechts waargenomen in evergreen forest in het district Phop Phra (Tak) op een hoogte van ca. 900 m.

*     *     *

15. Small-spotted Coral Snake (Calliophis maculiceps).

Kleine roze tot oranjerode slangen met verspreid liggende zwarte stippen en een donkere kop. Nabij de staartpunt een zwart bandje, punt zelf ook zwart:

Wijd verspreid in laagland en heuvelland. Vrij algemeen.

Max. 45 cm. Buik fel roze. Onderkant staart grijs met zwart. Zeer giftig!!

*     *     *

16. ‘Mountain Kukri Snake’ (Oligodon cinereus).

Bruinroze of bruinrode (soms bruine) vrij kleine tot middelgrote slang met gladde schubben. Karakteristiek donkerbruin masker op de kop met centrale stip en korte uitlopende poten.
Groot aantal gekartelde dwarsbandjes aan- of afwezig. Buik roze of rood met of zonder rijen zwarte stippen die op het toetsenbord van een piano lijken.

In bergbos (>1000 m), niet bijzonder algemeen maar wijd verspreid in Noord-Thailand. Max. 90 cm. Mogelijk bestaat deze ‘variabele soort’ uit meerdere soorten.

*     *     *

17. Red-necked Keelback (Rhabdophis subminiatus).

Middelgrote slang met alleen achter de kop een brede, fel rode band. Kop bronsgroen, rug grotendeels bronsgroen tot lichtbruin. Schubben sterk gekield. Twee zwarte schuine streepjes lopen van onderkant oog naar de rand van de bovenlip. Algemeen tot zeer algemeen, vooral laag in de heuvels, maar ook wel hoog in de bergen.

De beet van deze slang kan gevaarlijk zijn wanneer veel gif wordt ingebracht.

Zie artikel: Rhabdophis subminiatus, de giftige Red-necked Keelback

*     *     *

Sommige andere slangen met een grote kleurvariabiliteit kunnen opvallend roodachtig zijn: de ‘Assamese mountain snake’  (ook wel: blotched mountain snake, Plagiopholis nuchalis, nummer 64) is vaak overwegend roodbruin, terwijl de big-eyed mountain snake (Pseudoxenodon macrops, nummer 70) zelfs fel rozerood kan zijn.

Gebande slangen

Zwart-wit gebande slangen:

18. Blue Krait (Bungarus candidus).

Middelgrote gebande slang met zwarte kop en nek; de dwarsbanden vooraan zijn veel breder dan achteraan. De zwarte banden zijn 2-3 keer breder dan de witte en lopen niet door over de witte buik.

De schubben in de witte banden hebben vaak zwarte veegjes, vooral bij oudere dieren. Vertebrale schubben zijn sterk vergroot!

Tamelijk algemeen en wijd verspreid van laagland tot hoog in de bergen (100 m -1600 m), zowel in akkers en braakliggende terreinen te vinden als in dicht bos. Max. 140 cm. De beet van deze slang is levensgevaarlijk!!

Zie artikel: Bungarus candidus, de levensgevaarlijke Blue Krait.

*     *     *

19. Malayan Banded Wolf snake (Lycodon subcinctus).

Middelgrote slang. Vertebrale schubben NIET vergroot. Buik wit.

Het jonge dier (25-40 cm) heeft een sterke gelijkenis met de Malayan krait (nummer 18), bij oudere dieren verdwijnen de witte banden geleidelijk van achter naar voren door de afzetting van zwart pigment. Bij volgroeide exemplaren (foto) zijn alleen nog een paar banden vooraan wit, maar de schubben daarin bavatten veel zwart pigment. Tot 110 cm.

Zie artikel: Lycodon—4 species of wolf snakes in northern Thailand

Wijdverspreid en algemeen in laagland en laag in de heuvels: bouwland en bos.

*     *     *

20. Banded Wolf Snake (Lycodon fasciatus).

Middelgrote slang. Vertebrale schubben NIET vergroot. Zwarte banden vergelijkbaar met met grillig gekartelde randen. Zwarte banden in het midden van het lichaam ongeveer even breed als de witte. Ze lopen door over de (witte) buik. In schubben van de ‘witte’ banden streepjes zit veel lichtbruin pigment waardoor die banden in feite lichtroze of lichtbruin zijn.

Wijd verspreid in bergbos boven 1100 meter en daar tamelijk algemeen. Max. 100 cm.

Zie artikel: Lycodon—4 species of wolf snakes in northern Thailand

*     *     *

Dinodon septentrionale21. Mountain Wolf Snake (Dinodon septentrionale).

Middelgrote slang die veel lijkt op de levensgevaarlijke Malayan krait (nummer 18). De kop is vrij goed te onderscheiden van de nek. Vertebrale schubben NIET vergroot. De buik is wit en de zwarte banden lopen niet door over de buik. Wel zijn er hier en daar zwarte vlekken, die posterieur en op de binnenkant van de staart tamelijke dicht bezaaid kunnen zijn. In de witte bandjes kunnen kleine donkere  pigmentveegjes zitten.

Een niet erg algemene slang, die hoog in de bergen (>1000 m) voorkomt: Doi Inthanon, Doi Suthep en Doi Ang Khang (Chiang Mai) en Phop Phra-Umphang (Tak) en waarschijnlijk nog andere plaatsen.

*     *     *

C.ruffus, dorsaal22. Red-tailed Pipe Snake (Cylindrophis ruffus).

Rug zwart met soms iets lichtere bandjes of tekening te onderscheiden (foto rechts). Buik echter met een kenmerkend patroon van zwarte en witte blokjes die soms grotendeels in een geband patroon gerangschikt zijn (foto links).

Geen gespeciliseerde buikschubben (de buikschubben zijn even groot als de rugschubben).
Punt staart oranjeroze. Kop niet te onderscheiden van de nek. Een slang die voornamelijk in of bij water in het laagland te vinden is. Algemeen ten zuiden van de lijn Tak-Uttaradit. Ten noorden daarvan zeldzaam of afwezig.

*     *     *

23. Common Bridle Snake (Dryocalamus davisonii).

Dunne slang, vrij klein. Zwart-witte banden vergelijkbaar met die van de Malayan krait (nummer 18), maar op de achterste helft van het lichaam worden ze grilliger; helemaal achteraan en op staart vormen ze een soort netwerk. De buik  is wit. De vertebraalschubben zijn niet vergroot.

Kop crèmekleurig met zwarte lengtebalk op de middenlijn. Max. 70 cm.

Laagland en laag in de heuvels. Niet bijzonder algemeen, onregelmatige distributie.

*     *     *

24. Koningscobra (Ophiophagus hannah).

Zeer grote slangen. Juveniele dieren (40-100 cm) hebben scherp getekende witte of lichtgele bandjes, die ongeveer vier keer zo smal zijn als de zwarte. De voorste zijn V-vormig, met de punt naar voren wijzend (foto links).

Drie bandjes over de kop. Buik crèmekleurig. Bij volwassen dieren (foto rechts: subadult) worden de bandjes vager of verdwijnen geheel terwijl de lichaamskleur kan variëren van lichtbruin tot donkergrijs.

Wijd verspreid en tamelijk algemeen. Volwassen dieren tot 570 cm. Levensgevaarlijke gifslang!!

Zie het artikel: King cobras.

*     *     *

25. Siamese Spitting Cobra (Naja siamensis).

Doorgaans zeer dunne witte bandjes, soms een bredere witte band achter de kop. In nek is soms een vaag ellipsvormig monocle- (foto links) of brilteken . Buik en hals doorgaans lichtgrijs of crèmekleurig met aan de rand van de hals een gepaarde donkere stip, vnl. goed te zien als het dier zich verheft en de nek verbreedt (foto midden). Onder de gepaarde keelvlek (soms 2 gepaarde vlekken) 4-5 ventrale schubben die iets donkerder zijn dan de rest van de buik en een grijze band vormen (foto rechts). Tot 130 cm.

Zeer variabele soort: de basiskleur varieert van lichtbuin en beige (foto rechts) tot zwart.

Algemeen en wijd verspreid: laagland, heuvels en ook hoog in de bergen (1400 m). Bos, bouwland en bij menselijke nederzettingen. Levensgevaarlijke gifslang!!

*     *     *

26. Puff-faced Water Snake (Homalopsis buccata).

Een zwarte of donkerbruine waterslang met een vrij donkere kop met een (vaag) masker dat op een doodskop lijkt. Onregelmatige, wat gekartelde witte dwarsbandjes, die vaak dunner zijn bij de middenlijn, of opgebroken in een aantal vlekken op de flanken. Deze soort ontbreekt in de Upper North, maar is vrij algemeen ten zuiden van de lijn Tak-Uttaradit. Vooral in stilstaand water.

*     *     *

Zwart-geel gebande slangen

27. Banded Krait (Bungarus fasciatus).

Grote slang met opmerkelijk driehoekige vorm. Vertebrale schubben op scherpe wervelkolom sterk vergroot. Zwarte banden ongeveer even breed als de gele (eigeel tot lichtgeel), lopen door over de gele buik. Staart vaak stomp.

Algemeen in laagland, bouwland en boomgaarden, bij bewoning. Laag in de heuvels, zelden hoog in de bergen. Wijd verspreid. Tot 200 cm.

Levensgevaarlijke gifslang!!

Zie artikel: Bungarus fasciatus, de imposante, geel-zwarte Banded Krait

*     *     *

28. Laotian Wolf Snake (Lycodon laoensis).

Kleine, glanzende slang. Vooraan zwarte banden ruim drie keer breder dan de citroengele banden.

Buik wit. Achteraan worden de bandjes grilliger en bij de staart vormen ze een soort netwerk.

Wijd verspreid en algemeen tot zeer algemeen in laagland en laag in de heuvels.

Bos, bouwland, menselijke bewoning. Tot 60 cm.

Zie artikel: Lycodon—4 species of wolf snakes in northern Thailand

*     *     *

Slangen met opvallende vlekken of stippen of ander patroon over het lichaam

29. Netpython (Python reticularis).

Zeer grote, dikke slangen met een variabel netwerkpatroon van bruine, oranjegele en (kleinere) witte vlekken. Kop koperkleurig.

Tot 1000 cm. Vrij algemeen en wijd verspreid; vooral in laagland bij water, vaak bij menselijke bewoning (kippenhokken!). Ook in bergbos.

Gevaarlijke, bijtlustige dieren met grote wurgkracht.

*     *     *

30. Burmese Python (Python molurus).

Zeer grote, dikke slang. Enigszins als nummer 29 (de netpython), maar geen witte en oranjegele vlekken. Netwerk van donkerbruin met lichter bruin. Kop bruin met een donkerbruine V, punt naar voren. In laagland, bij water. Tot 600 cm.

Minder algemeen dan de netpython, vooral in Lower North (Uttaradit, Tak, Nakhon Sawan).

Gevaarlijke, bijtlustige dieren met grote wurgkracht.

*     *      *

31. Siamese Cat Snake (Boiga siamensis).

Middelgrote tot grote, dunne slangen met streepvormige donkerbruine, en roestbruine meer ronde vlekken over het beige/lichtbruine lichaam.

Op de flanken witte of crèmekleurige vlekken. Ovale kop, goed te onderscheiden van dunne nek. Grote ogen met vertikale pupil, zwarte streep van oog naar achterkant van de kop. Lichaam wat zijdeling afgeplat. Max. 200 cm.

Zie artikel: Boiga siamensis.

*     *     *

32. Marbled Cat Snake (Boiga multomaculata).

Middelgrote, zeer dunne, zweepvormige slangen met kop goed te onderscheiden van dunne nek, lichaam wat zijdelings afgeplat. Lichtbruin/beige met langwerpige donkerbruine vlekken die lijken op het patroon van de Russell’s viper, nummer 33 (hieronder).

Wijd verspreid en algemeen in laag heuvelland, soms in aangrenzend laagland.

Max. 130 cm. Meestal in struiken en bomen.

*     *     *

33. Russell’s Viper (Daboia russeli).

Middelgrote, robuuste, dikke slang, lichtbruin/beige met donkerbruine ovale vlekken, sterk gelijkend op maar dikker dan nummer 32, de marbled cat snake: er zijn drie rijen grote vlekken met ertussen kleinere donkerbruine maanvormige vlekjes.

Kop goed te onderscheiden van de nek. Sist heftig wanneer geagiteerd. Agressief. Meestal op de grond. Tot 140 cm. Levensgevaarlijke gifslang.

In Noord-Thailand waarschijnlijk beperkt tot de provincies Nakhon Sawan en Uthai Thani, grenzend aan Centraal-Thailand. Laagland, shrub forest, bouwland, braakliggend terrein.

Zie artikel: Daboia russeli.

*     *     *

34. Mountain Pit-viper (Ovophis monticola).

Vrij kleine tot middelgrote, gedrongen gebouwde groefkopadder met hoekige kop die scherp afsteekt tegen de nek.

Bruin met patroon van alternerende gekartelde donkerbruine rechthoekige vlekken (links). Tot 80 cm.

Tamelijk wijd verspreid in hoog gelegen bergbos (>1200 m), maar niet erg algemeen.

Zeer giftige slang.

*     *     *

[geen foto] 35. Blotched Pit-viper (Protobothrops mucrosquamatus).

Patroon sterk gelijkend op nummer 34, maar de vlekken zijn minder rechthoekig en het lichaam is veel dunner, waardoor oppervlakkige gelijkenis met 32, de marbled cat snake. Tot 100 cm.

In Noord-Thailand uiterst zeldzaam, waarschijnlijk beperkt tot geïsoleerde populaties in noordelijk Tak en zuidelijk Mae Hong Son grenzend aan Birma. Moet worden bevestigd.

Zeer giftige slang.

*     *     *

36. Malayan Pit-viper (Calloselasma rhodostoma).

Robuuste middelgrote slang, enigszins hoekig en zijdelings afgeplat.

Kop groot met karakteristieke puntige vorm. Lichaam lichtbruin – rozig bruin en donkerbruin met aan weerskanten van de wervelkolom een rij driehoekige donkere vlekken, met een punt tegen de middellijn aan.

Wijd verspreid en plaatselijk algemeen, vooral in bos met bladverliezende soorten, laag in de heuvels. Levensgevaarlijke gifslang.

Zie artikel: Calloselasma rhodostoma.

*     *     *

Jagor's water snake37. Jagor’s Water Snake (Enhydris jagori).

Bruine waterslang met vele vrij kleine donkere vlekken op de flanken. Lichaamsbouw als Enhydris enhydris (rainbow water snake, nummer 69) kleine kop (met ogen bovenop) die zonder scherpe scheiding in de dunne nek overgaat, verder naar achteren toe wordt lichaam plomp en vet.

In laagland in of rond stilstaand water, in de zuidelijke provincies grenzend aan Centraal-Thailand en het Noordoosten: Phetchabun, Nakhon Sawan. Daar weinig algemeen.

*     *     *

[geen foto] 38. Bocourt’s Water Snake (Enhydris bocourti).

Middelgrote, vrij robuust gebouwde waterslang, donkerbruin met lichter vlekpatroon. Tot 100 cm. Beperkt tot stilstaand water in delen grenzen aan Centraal-Thailand, zoals Bueng Boraphet (Nakhon Sawan).

*     *     *

white-spotted slug snakewhite-spotted slug snake39. White-spotted Slug Snake (Pareas margaritaphorus).

Kleine grijze, ronde slang met gladde schubben. Rug bezaaid met stippen ter grootte van één schub, de meeste zwart met een witte voorkant, sommige helemaal zwart. Rijen stippen kunnen soms vage bandjes vormen. Buik wit, vaak met kleine grijze vlekjes. Tot 43 cm. Vaak een roze, wit of zwavelgeel nekbandje, dat gereduceerd kan zijn tot een vlek.

Zeer algemene slang in bos in laagland en heuvels en bergen tot 800 m.

Zie verder het artikel: Pareas-soorten.

*     *     *

spotted slug snakespotted slug snakedetail belly40. Spotted Slug Snake (Pareas macularius).

Sterk gelijkend op nummer 39, maarde rugkleur neigt tot beige. Forser (tot 55 cm) en lichaam enigszins zijdelings afgeplat. De schubben van de zeven meest mediale rijen zijn licht gekield.
Buik bezaaid met grove, onregelmatige grijze vlekken. Geen (zelden) gekleurd nekbandje.

Algemeen in bos op 900 meter en hoger.

Zie het artikel: Pareas-soorten.

*     *     *

banded kukri snake41. Banded Kukri Snake (Oligodon fasciolatus). Ronde lichtbruine of beige slang tot 1 meter lang. Een een dozijn vlindervormige donkerbruine vlekken op regenmatige afstand van elkaar die soms op dwarsbandjes lijken. Op kop en nek een fors donkerbruin masker dat uit een dwarsbandje met erachter twee V’s bestaat. Buik doorgaans effen wit of lichroze. Korte staart. Deze soort is zeer variabel. Naast de vlekken/dwarsbandjes kunnen er twee paar bruine lengtestrepen zijn, een dik paar dicht tegen de wervelkolom aan, een dunner paar over de flanken.

Vele schubben kunnen bovendien donkerbruine of witte randjes hebben. Vaak ontbreken de vlindervormige vlekken.

Een van de algemeenste slangen van Thailand, vooral in laagland en laag in de heuvels, vaak bij menselijke bewoning.

*     *     *

Slangen met duidelijke lengtestrepen op de rug of de flanken

striped keelback42. Striped Keelback (Amphiesma stolatum).

Vrij kleine donkerbruine slang met grijze kop en een paar dunne beige lengtestrepen. Max. 60 cm.

Vooraan tussen de strepen een serie zwarte vlekken. Schubben sterk gekield. Kop grijs, soms bronsgroen. Keel en buik wit, keel soms geel.

Wijd verspreid en zeer algemeen in laagland: akkers, boomgaarden en tuinen.

Zie het artikel: Amphiesma stolatum.

*     *     *

[geen foto] 43. Amphiesma bitaeniatum

Deze slang lijkt op de Striped Keelback (nummer 42), maar heeft geen rij donkere vlekken tussen het paar lengtestrepen. Max. 60 cm.

Zeer zeldzaam. Komt alleen hoog in de bergen voor (boven 1500 m). Ik ken de soort alleen van Doi Inthanon.

*     *     *

Indo-Chinese sand snake44. Indo-Chinese Sand Snake (Psammophis indochinensis).

Tot 120 cm grote lichtbruine slang met gladde, glanzende schubben. Donkerbruine, olijfkleurige lengtestreep met vrijwel zwarte rand over de wervelkolom. Een soortgelijke streep loopt over elke flank door het oog en naar de snuit. Bovenop de kop een vaag maskertje.

Deze soort heeft een tamelijk sterk gif.

Voorheen lokaal een algemene slang in het laagland (omgeving ten oosten van Chiang Mai; Sukhothai; Uthai Thani). Ik had jarenlang geen exemplaar waargenomen, maar in 2011 kwam er weer een in Chiang Mai tevoorschijn.

*     *     *

◊ Voor een middelgrote lichtbruine slang met 2 paar donkerbruine lengtestrepen: zie nummer 41 (Banded Kukri Snake, Oligodon fasciolatus).

*     *     *

Dendrelaphis pictus45. Common Bronzeback (Dendrelaphis pictus).

Lange dunne, bronsbruine slang met koperkleurige kop, max. 140 cm.

Zwarte streep door oog. Zwarte, scherpe lengtestreep op de witte of lichtgele flank. Buik crèmegeel. Tussen de schubben van de voorste lichaamshelft hemelblauwe huid, die vaak zichtbaar wordt als blauwe spikkels. Tong oranjerood.

Zeer algemeen en wijd verspreid in laagland en laag in de heuvels, vooral in gecultiveerd land en droog bos.

Zie artikel: Dendrelaphis pictus.

*     *     *

Dendrelaphis subocularis46. Mountain Bronzeback (Dendrelaphis subocularis).

Lijkt sterk op nummer 45. Rug meer chocoladebruin. Tussen de schubben van de voorste lichaamshelft hemelblauwe huid, die vaak zichtbaar wordt als blauwe spikkels. Kop bronsbruin. Geen scherpe zwarte streep op de flank maar een vage beige streep. Keel en nek soms geel (foto rechts). Kenmerkend: grote komvormige suboculaire schub onder het oog.

Algemeen in heuvellandschap, vooral bouwland en bladverliezend bos (vaak dezelfde habitat als nummer 45), maar niet hoog in de bergen zoals de naam (verkeerd) suggereert.

Zie artikel: Dendrelaphis subocularis.

*     *     *

copperhead racercopperhead racerCopperhead racer, details47. Copperhead Racer (Coelognathus radiatus).

Grote slang tot 2 meter lange lichtbruine slang. Vooraan vaak heel lichtbruin of grijsgeel met twee paar dikke zwarte onderbroken lengtestrepen. Achterlichaam en staart egaal lichtbruin. Kop koperkleurig met zwart dun bandje erachter. Lichaam wat zijdelings afgeplat.

Zeer algemeen in gecultiveerd laagland, bos in heuvels en bergen tot op een hoogte van 1400 m.

Zie artikel: Coelognathus radiatus.

*     *     *

cave racer48. Cave Racer (Orthriophis taeniurus)

Grote bronsgroene/bruinige slang (tot 1,6 m) met zeer duidelijke lichtgele streep over de wervelkolom. Aan de voorkant is de streep gebroken en hebben de flanken een netwerkpatroon. Streep houdt een paar cm voor de kop helemaal op. Markante korte zwarte streep omgeven met wit achter het oog. Keel en buik wit.

Tamelijk zeldzaam in Noord-Thailand, voornamelijk in streken met kalksteengebergte en grotten.

*     *     *

49. Malayan Racer (Coelognathus flavolineatus)

Donkere (grijs-zwart)  grote slang tot 2 m met een opvallende, knalgele (juveniel) of okerkleurige (volwassen) lengtestreep over de wervelkolom.

Langwerpige witte stippen omgeven met zwart op de flanken. Kop bronsgroen. Buik wit met zwarte uitlopers van het patroon op de flanken.

Twee korte donkere lijnen die vanaf het oog schuin naar achteren lopen naar de bovenlip.

Zeer zeldzaam in Noord-Thailand. Slechts in evergreen bergbos in de provincie Tak gevonden.

*     *     *

striped kukri rugStriped kukri-stuk buik50. Striped Kukri Snake (Oligodon taeniatus)

Kleine grijsbruine of beige slang met een (gepaarde) zwarte streep tegen de wervelkolom (vaak met gele spikkels op wervelkolom) en dunne zwarte streep over flank. Roze buik met witte randen en rijen rechthoekige zwarte stippen. Masker op kop en hals met korte ‘pootjes’. Tot 45 cm.

Plaatselijk algemeen in Noord-Thailand.

Een slang die veel op deze striped kukri snake lijkt is nummer 63, de ‘Cambodian kukri snake’ (Oligodon mouhoti).

*     *     *

51. Mock Viper (Psammodynastes pulverulentus)

Kleine slang tot 60 cm.

Lichtbruin (soms donkerbruin) met een paar vage, wat donkerder lengtestrepen. Verspreid over de flank een aantal kleine driehoekige donkere vlekjes. Oog met vertikale pupil. Op de  kop een masker van naar de snuit uiteenlopende donkere lijnen.

Bovenlip wit of licht gekleurd.

Buik vooraan eigeel met kleine roestbruine vlekjes, naar achteren toen bruin of bruingrijs.

Algemeen in evergreen bos: 700-1500 m. Wijd verspreid.

Zie artikel: Psammodynastes pulverulentus.

*      *      *

Min of meer egaal gekleurde zwarte of donkergrijze slangen.

52. Common Blind Snake (Ramphotyphlops braminus)

Zeer klein, wormachtig donkergrijs tot zwart metaalachtig glanzend slangetje.

Buik vrijwel dezelfde kleur. Geen gedifferentieerde ventrale schubben. Minitieus, gedegenereerd oog.

Maximaal 18 cm.

Wijd verspreid en zeer algemeen, maar wordt niet al te vaak waargenomen: het diertje zit meestal verscholen in de grond.

*     *     *

53. Diard’s Blind Snake (Typhlops diardii)

Kleine slang die sterk op nummer 52 (common blind snake) lijkt, maar beduidend groter wordt. Rug glanzend donkerbruin-donkergrijs.

De buik is aanzienlijk lichter gekleurd (lichtgrijs) dan de rug. Maximaal 40 cm.

Vrij algemeen in bos in de heuvels en bergen.

*     *     *

sunbeam snake54. Sunbeam Snake (Xenopeltis unicolor)

Middelgrote (max. 110 cm), vrij plompe, donker purperbruine slang met zeer sterke iridering  (prismakleuren) in de zon.
Platte, spadevormige kop met klein zwart kraalvormig oog.
Juveniele dieren hebben een roze/wit nekbandje. Buik vuilwit. Zeer korte staart.

Algemene tot zeer algemene slang. In laagland bij water en menselijke nederzettingen. Ook wel in dicht bos en hoger in de bergen.

Zie artikel: Xenopeltis unicolor.

*     *     *

Middelgrote, vrij plompe, ronde, zwarte slang met vage lichte bandjes en roze staart. Buik: zwart wit geblokt patroon. Red-tailed Pipe Snake (Cylindrophis ruffus): zie nummer 22.

*     *     *

Monocellate cobraNek met monocle.55. Monocellate Cobra (Naja kaouthia)

Middelgrote tot grote bruine-donkergrijze slang tot 1,60 m. Kleur en patroon zeer variael.

Als hij zich opheft en de nek spreidt (foto links) is vaak een duidelijke monocle zichtbaar (foto rechts).

Hij komt vooral voor in gebieden die grenzen aan het Centraal-Thaise laagland (Nakhon Sawan, Uthai Thani, zuidelijk Phetchabun).

*   *   *

lichter gekleurde variable reed snake56. Variable Reed Snake (Calamaria lumbricoidea)

Deze kleine glanzend purperbruine, bijna zwarte slang is over zijn gehele lengte ongeveer even dik. Hij kan 50 cm lang worden.

De staart is heel kort en puntig. De kop is niet te onderscheiden van de hals.

De buik is effen geel met vage vlekken aan de achterkant (Tak) of effen knaloranje (Doi Inthanon) of bleek oranje.

Hij is vrij algemeen in bos op een hoogte van 1100 meter en hoger, maar wordt niet vaak gezien, omdat hij vooral in de humus verborgen zit. Vindplaatsen o.a. Umphang-Pop Phra (Tak), Doi Inthanon, Doi Suthep (Chiang Mai).

Zie artikel: Calamaria.

*     *     *

Andere bruine of grijze slangen

Indo-Chinese rat snakeIndo-Chinese rat snake (juv.)57. Indo-Chinese Rat Snake (Ptyas korros)

Deze zeer algemene, bronsbruine slang kan een lengte van ruim 1,50 m bereiken. De schubben van achterlijf en staart hebben zwarte randen (foto rechts). De buik is lichtgeel. De zwarte ogen zijn groot.

Bij de jonge exemplaren (foto midden) lopen dunne witte bandjes van een schub breed over het voorste deel van het lichaam.

Hij komt vooral voor in laagland dat in cultuur is gebracht, vaak bij menselijke bewoning, maar ook in dicht bos tot een hoogte van 1400 meter.

Zie artikel: Ptyas korros.

*     *     *

common rat snaketail common rat snake58. Common Rat Snake (Ptyas mucosa)

Deze grote slang kan 3 m lang worden en verschilt van de Indo-Chinese rat snake (nummer 57) door de grillige, donkerbruine bandjes op het achterlijf en de staart.
Verder hebben de schubben van de licht gekleurde boven- en onderlip opvallende donkere randen.

Hij komt voor in dezelfde habitats als de Indo-Chinese rat snake, maar is zelden hoog in de bergen te vinden. In Thailand is hij minder algemeen dan de Indo-Chinese rat snake..

Zie artikel: Ptyas mucosa.

*     *     *

keeled rat snake59. Keeled Rat Snake (Ptyas carinata)

Deze slang kan ruim 3,50 m lang worden.

Hij is bronskleurig of donkerbruin en kan vele vage lichtgekleurde kartelbandjes hebben. De donkere staart heeft karakteristieke ronde, crèmekleurige stippen.

Deze slang is vrij zeldzaam in Noord-Thailand en komt hier en daar voor in evergreen bos in de bergen (o.a. Phop Phra district in Tak en Doi Saket district, Chiang Mai).

Zie verder het artike: Ptyas carinata.

*     *     *

common blackheadkop common blackhead60. Common Blackhead (Sibynophis collaris)

Deze kleine slang bereikt een lengte van 60 cm. Het lichaam is egaal bruin, de schubben zijn glad. De kop is donkergrijs met twee zwarte banden en een zwarte achterkant.

Vaak is direct achter de kop een dun oranje nekbandje. De schubben van de bovenlip zijn wit met zwarte randen. De buik is lichtgeel met een zwarte stip in de hoek van elke buikschub.

De slang leeft in evergreen bos boven de 800 meter en is wijd verspreid en algemeen in de bergen van Noord-Thailand.

Zie artikel: Sibynophis collaris, the gentle Common Blackhead

*     *     *

Amphiesma khasienseA. khasiense (juv.)61. Khasi Hills Keelback (Amphiesma khasiense).

Deze tengere, donkerbruine slang bereikt een lengte van 60 cm. De schubben zijn sterk gekield. Vage lichtere lengtestrepen zijn te onderscheiden. De schubben van de witte bovenlip hebben donkere randen.

De buik is wit met in de hoek van de buikschub een rechthoekige zwarte vlek. Deze vlekken liggen vrijwel aaneengesloten.

De soort is te vinden in evergreen bos op 1000 m en hoger en is tamelijk algemeen en wijd verspreid in de bergen van Noord-Thailand.

Zie verder het artikel: Amphiesma khasiense.

*     *     *

Amphiesma deschauenseeidetails buik met 3 rijen stippen62. Northern Keelback (Amphiesma deschauenseei)

Vrij dunne bruine slang met vage lichtere lengtestreep over de flank.

Kop bruin met grillige donkere vlekken die wat van masker weg hebben.

De buik is wit/crèmekleurig met over de gehele lengte drie rijen bruine stippen (foto rechts).

Hij komt voor in evergreen bos in de bergen (>1000 m). De soort is wijd verspreid: Phop Phra/Umphang (Tak), Doi Suthep, Doi Inthanon, Doi Saket, Chiang Dao, Doi Ang Khang (Chiang Mai), Pang Mapha en Mae Sariang (Mae Hong Son), Bo Kluea (Nan) en is er niet zeldzaam.

Zie artikel: Amphiesma deschauenseei.

*     *     *

tekening kop en nek Cambodian kukri snake63. Cambodian Kukri (Oligodon mouhoti).

Lijkt sterk op de striped kukri snake (Oligodon taeniatus, nummer 50), maar er zijn twee duidelijke verschillen.

Op de staart zitten twee donkerbruine vlekken: één op de punt, de ander er een paar cm vandaan.

Van het masker op de kop zijn de twee V’s vrijwel met elkaar versmolten en vormen een brede donkere band (illustratie).

Ik ben ken deze slang in Noord-Thailand slechts uit Kamphaeng Phet, Nakhon Sawan en Uthai Thani, waar hij laag in de heuvels of aan de voet ervan vrij algemeen is.

*     *     *

Assamese mountain snake64. Assamese Mountain Snake of Arrowhead Snake (Plagiopholis nuchalis)

De rugkleur van deze vrij kleine slang (max. 60 cm) varieert van roodbruin en geelbruin tot groenbruin en donkerbruin. Veel schubben hebben lichte of zwarte randjes die een netwerk vormen.

Vanaf de kop loopt een pijlvormige zwarte vlek naar achteren, de punt aan de voorkant (foto rechts). Meestal is de pijl zeer duidelijk, maar soms is hij gereduceerd tot een zwarte lijn.

De buik heeft een parelmoerachtige glans en is bezaaid met vele wat rechthoekige zwarte vlekken die vaak alternerende paren vormen.

Deze slang kan zijn lichaam bij bedreiging opheffen en de nek spreiden als een cobra (foto links).

Algemeen en wijd verspreid in (evergreen) bos in de bergen (>700 m).

Zie het artikel: Mock cobras of het artikel: Onechte cobra’s.

*     *     *

[geen foto] 65. Blakeway’s Blotch-necked Snake (Plagiophis blakewayi)

Deze slang lijkt op de Assamese Mountain Snake, maar is grijsbruin terwijl het karakteristieke patroon van rechthoekige vlekken op de buik ontbreekt. Ook een duidelijke pijl ontbreekt op kop en hals.

Mogelijk komt hij hier en daar hoog in de bergen voor, maar is er dan zeldzaam. Waarschijnlijk heb ik deze soort één keer in het Huai Nam Dang nationaal park (Chiang Mai/Mae Hong Son) waargenomen.

*     *     *

66. Chequered Keelback (Xenochrophis flavipunctatus)

Zeer variabele slang, bruin met gekielde schubben, bronsgroene kop. Tot 1 meter lang. Vaak een patroon van alternerende zwarte vlekken op de flanken, vooral vooraan duidelijk. Soms rode stippen op de flanken. Rug en flanken vaak bezaaid met kleine langwerige crèmekleurige stipjes.

Twee zwarte lijnen lopen van het oog schuin naar achteren naar de bovenlip. De achterste lijn volgt de kaak naar achteren en draait naar het centrum van de nek waar hij met de lijn van de andere zijde een soort pijl vormt, de punt naar achteren wijzend.

De keel is crèmekleurig, soms geel. De buik is crèmekleurig of vrijwel wit, de ventrale schubben hebben vaak zeer duidelijk zwarte randen.

Deze slang is zeer algemeen in of rond water in het laaggland, soms ook te vinden in rijstvelden en water hoger in de bergen. Overal in Noord-Thailand.

*     *     *

67. Chequered Keelback (Xenochrophis piscator)

Deze soort lijkt sterk op Xenochrophis flavipunctatus, maar heeft nooit een gele keel, rode stippen of ventrale schubben met duidelijke zwarte randen, terwijl de ‘pijl’ in de nek ontbreekt. Kortom: saaiere kleuren en patroon. Niettemin moeilijk van Xenochrophis flavipunctatus te onderscheiden (en lange tijd tot dezelfde soort gerekend). Bereikt een lengte van 130 cm.

Komt algemeen voor in Noord-Thailand (en niet in andere delen van het land): stilstaand water, rijstvelden.

*    *    *

[geen foto] 68. Spotted Keelback Water Snake (Xenochrophis punctulatus). Lichaamsbouw ongeveer als Xenochrophis piscator (nummer 67) en Xenochrophis flavipunctatus (nummer 66). Donkerbruin, bijna zwart met een rij witte vlekken die een soort laterale kartellijn vormt tegen de witte buik aan. Veel rugschubben hebben witte randjes.
Zeer zeldzaam. Alleen bekend uit het laagland van de provincie Mae Hong Son (en Myanmar), maar nog nooit door mij waargenomen.

*     *     *

69. Rainbow Water Snake (Enhydris enhydris)

De rug en flanken van deze waterslang zijn bruin met vage, wat lichtere, brede lengtestrepen. De kop is klein, maar duidelijk te onderscheiden van de dunne hals. In het midden kan deze slang dik zijn.

De buik is lichtgeel met een opvallend patroon van oranje en bruine kartellijnen (foto rechts).

Deze slang is algemeen in stilstaand water en ondergelopen rijstvelden in de Lower North (Sukhothai, Phitsanulok, Tak, Kamphaeng Phet, Uthai Thani, Nakhon Sawan) maar ontbreekt in de Upper North.

*     *     *

Andere slangen

70. Big-eyed Mountain Snake (Pseudoxenodon macrops)

Deze zeer variabele bergslang bereikt een lengte van 120 cm. Net als de Assamese mountain snake (nummer 64) kan hij zich als een cobra oprichten.

De rugkleur varieert van purperbruin tot bronsgroen. Sommige exemplaren zijn oranjebruin. Meestal voorzien van een schaakbord patroon van lichte en donkere vlekken.

Het dier heeft een grote ronde ogen. De buik is wit met vooraan een aantal donkere vlekken, vaak gepaard.

Deze slang is te vinden in altijd groen bos in de bergen (>1200m), maar is niet bijzonder algemeen. Vindplaatsen: Doi Suthep en Doi Inthanon (Chiang Mai), Phu Hin Rong Kla (Phitsanulok/Phetchabun) en Phop Phra/Umphang (Tak).

Zie ook het artikel: Mock cobras of het artikel: Onechte cobra’s.

*     *     *

yellow-bellied water snake71. Yellow-bellied Water Snake (Enhydris plumbea)

Kleine bronsgroene-loodgrijze waterslang met rond lijf, tot 45 cm lang.

De buikkleur varieert van vuilwit tot eigeel heeft een scherpe scheiding met de (bronsgroene) rug. De kop is goed te onderscheiden van de nek. Kleine ogen vrijwel bovenop de kop.

Algemeen en wijd verspreid in en rond stilstaand water, zoals meertjes, sloten, poelen, moeras en onder water staande rijstvelden. Laagland en laag in de heuvels.

Zie artikel: Enhydris plumbea.

*     *     *

72. Undescribed, probably new species of bronzeback (Dendrelaphis spec.)

Deze prachtige slang is de grootste bronzeback in Noord-Thailand (max. 156 cm) en is net als de andere bronzebacks dun en bijna zweepvormig. De rug is bronsgroen met sterk vergrote schubben van de meest mediane rij boven de wervelkolom.

Een zwarte streep gaat van de snuit door het oog naar de nek en breekt verder naar achteren toe op in een aantal schuine dwarsbalken. De tong is knalrood. In Noord-Thailand komt deze soort slechts voor in een vrij klein berggebied aan de grens met Myanmar. Pas sinds kort als een nieuwe soort erkend. Een wetenschappelijke beschrijving is in voorbereiding

Zie artikel: Dendrelaphis spec..

*     *     *

73. Blue Bronzeback (Dendrelaphis cyanochloris)

Deze dunne, lange  slang (max. 140 cm) lijkt op de common bronzeback (Dendrelaphis pictus, nummer 45): de kop is goudbruin en door het oog loopt een dikke, zwarte streep naar de nek. Het lichaam is bronsbruin. De blauwe spikkels tussen de schubben op de voorste helft van het lichaam zijn lichter van kleur dan bij Dendrelaphis pictus (nummer 45) en Dendrelaphis subocularis (nummer 46).

Een ventrolaterale streep is helemaal afwezig. De vertebrale schubben zijn sterk vergroot.

De buik is lichtgeel of lichtgroen.

Deze slang is vrij algemeen en wijd verspreid in evergreen bos in de bergen (> 900 m).

Zie artikel: Dendrelaphis cyanochloris.

*     *     *

74. Collared Reed Snake (Calamaria pavimentata)

Zeer kleine slang, tot 35 cm. Beige tot bronskleurige rug.

Donker bandje achter de kop.

Roze stip op punt van de staart en roze bandje er een cm vandaan. Buik geelgroen met donkere pigmentkorrels aan de randen van de buikschubben.

Leeft in de humus en grond en laat zich weinig zien. Waarschijnlijk algemeen en wijd verspreid in bos en gecultiveerd land in dalen en in de bergen.

Zie het artikel: Calamaria.

*     *     *

75. Waarschijnlijk: Grey Kukri (Oligodon johnsoni)

Deze slang verschilt van de common kukri snake door de vaalbruine kleur en de afwezigheid van lengtestrepen en dwarsbalken. Het masker op de kop is vaag.

De buik is vooraan wit en wordt naar achteren toe steeds grijzer doordat rijen grijze vlekken steeds dichter worden.

Lengte: max. 100 cm.

Deze slang is niet algemeen en komt vrij laag in de heuvels voor, meestal op een hoogte van 500-700 meter, in gemengd bladverliezend bos. Vindplaatsen: Chiang Dao en Phrao (in Chiang Mai), Phop Phra, Mae Ramat, Mae Sot  (Tak).

*     *     *

76. Speckle-bellied Keelback (Rhabdophis chrysargus).

Deze slang bereikt een lengte van 90 cm. De kop is bruin of grijs, het voorste deel van het lichaam bronsgroen, naar achteren toe bruin. De rug is bezaaid met donkere en lichte vlekken die deel uitmaken van gebroken dwarsbandjes. De bovenlip en keel is wit. De buik is wit en vooral posterieur bezaaid met hele kleine grijze spikkels naast grotere vlakje aan de randen van de ventrale schubben.

Deze slang leeft in bergbos (>1200 m) in de nabijheid van water en is niet erg algemeen. Ik ken de soort slechts van Doi Inthanon en de bergen van Phop Phra/Umphang.

Mogelijk is de beet van deze soort gevaarlijk wanneer veel gif wordt ingebracht!

*     *     *

77. Malayan Ringneck (Liopeltis tricolor).

Deze kleine lichtbruine slang (max. 60 cm) is egaal lichtbruin en heeft een zeer lange staart (40 % van de totale lichaamslengte). Een zwarte streep loopt door het oog en houdt een paar cm achter de kop op.

De buik is egaal wit. Deze slang is te vinden in evergreen bos op een hoogte van 700-1200 m. Hij is niet erg algemeen maar wijd verspreid (in de bergen van Chiang Mai, Lampang, Tak, Mae Hong Son, Nan, Phitsanulok, Phetchabun).

Zie het artikel: Liopeltis tricolor, de weinig bekende Malayan Ringneck

*     *     *

78. House Wolf Snake (Lycodon capucinus)

Bruine slang waarvan de lichtgele randen van de schubben een fijn netwerk vormen. Tot 60 cm.

Vaak een licht bandje achter de kop te onderscheiden. Buik wit.

Algemeen in dry dipterocarp en mixed deciduous forest.

Vanwege zijn voorliefde voor gekko’s is hij soms in woningen te vinden.

Zie het artikel: Lycodon—4 species of wolf snakes in northern Thailand.

*     *     *

79. Yunnanese Keelback (Sinonatrix yunnanensis)

Donkerbruine of donkergrijze slang met sterk gekielde schubben. Tot 100 cm.

Donkere dwarsbandjes, mediaan wat breder en met lichte kern, maar vaak niet goed te onderscheiden. Ze lopen door naar de crèmekleurige buik en vormen daar een netwerk van hoekige vlekken.

Hoog in de bergen in en bij stromend water. Zeldzaam: door mij slechts gevonden in het district Chiang Dao (Chiang Mai) en Muang Pan (Lampang).

Zie het artikel: Sinonatrix yunnanensis.

*     *     *

[geen foto] 80. Angel’s Stream Snake (Paratapinophis praemaxillaris)

Een vrij dikke, donkere bruingrijze slang met gladde schubben. Buik roomkleurig/wit. Flanken kruisvormig patroon. Tot 80 cm. ‘s Nachts actief in en bij water.

Zeer zeldzaam. Was tot voor enkele jaren in Noord-Thailand slechts bekend van één enkel exemplaar uit de bergen bij Doi Saket (Chiang Mai).

‘Herontdekt’ in Nan’s Charoen Parkiat district.

©Sjon Hauser: text and all pictures, except for 15 (left) and 39 (right): Stan Klaassens; 78: Little Eden Resort.