Sinomicrurus macclellandi, de MacClelland’s Coral Snake

Een MacClelland’s coral snake op Doi Suthep.

Een nog niet volgroeide MacClelland’s Coral Snake uit het Doi Suthep-Pui nationaal park (Muang district, Chiang Mai) gevonden op een hoogte van ongeveer 1500 m. Het dier was actief in de namiddag.

Coral snakes zijn kleine tot middelgrote slangen met gespecialiseerde giftanden voorin de bovenkaak die gif met een buitengewoon sterke neurotoxische activiteit produceren. Ze hebben hun naam te danken aan de koraalrode  kleur (Engels: coral) van een aantal soorten.
Sinds 1943 was Calliophis macclellandi de officiële wetenschappelijke naam van de MacClelland’s Coral Snake (1), maar aan het begin van het nieuwe millennium stelden  Joe Slowinski en medewerkers orde op zaken onder de in Azië voorkomende coral snakes.

Op grond van uitvoerig vergelijkend morfologisch onderzoek en moleculaire gegevens (cytochroom b) werden vijf relatief noordelijk in Azië voorkomende Calliophis-soorten (waaronder de MacClelland’s Coral Snake) overgeheveld naar het nieuw in het leven geroepen genus Sinomicrurus.

De naam Sinomicrurus, die ‘Chinese Micrurus’ betekent, was gekozen om aan te geven dat deze groep dicht staat bij de Amerikaanse coral snakes (van het geslacht Micrurus). De laatste stammen waarschijnlijk af van de voorouders van Sinomicrurus die vanuit Oost-Azië via de landbrug over Beringstraat Amerika hadden gekoloniseerd. Dat Sinomicrurus monofyletisch is wordt aannemelijk door een aantal gemeenschappelijke kenmerken van de vijf soorten, zoals de harde, scherpe staartpunt die een rol speelt bij de verdediging en de mediale plooi van de hemipenis. (2)

MacClelland’s Coral Snake (Sinomicrurus macclellandi)

Thaise naam: ngu plong wai lai khwan dam – งูปล้องหวายลายขวั้นดำ

 

 MacClelland’s coral snake steekt weg over, Doi Suthep.

Een volwassen MacClelland’s Coral Snake steekt een weg over in het Doi Suthep-Pui nationaal park (Mueang district, Chiang Mai) op een hoogte van ongeveer 1500 meter. Het dier was actief in de namiddag.

Deze schitterende slang is diep bruinrood met een dertigtal dunne zwarte dwarsbandjes die vaak wat onregelmatige en vage lichtere randen hebben.

De zwarte kop is niet goed te onderscheiden van de nek, maar midden over de kop loopt een opmerkelijke brede, ivoorwitte band. De dorsale schubben zijn glad.

De buik is bleek zwavelgeel of wit. Er lopen in het verlengde van de rugbandjes zwarte bandjes of vlekken over de buik, maar tussen die buikbandjes liggen precies in het midden vergelijkbare bandjes — het dier heeft dus twee keer zoveel buikbandjes als rugbandjes.

Het lichaam is rond en van kop tot anus overal vrijwel even dik. De slang kan een lengte van ruim 80 cm bereiken en is aanzienlijk groter dan de Small-spotted Coral Snake (Calliophis maculiceps), de andere soort coral snake die in Noord-Thailand voorkomt. De staart is kort en eindigt in een harde, vrij scherpe punt en wordt gekruld omhoog gestoken als dreighouding.

Een baby MacClelland's coral snake, Nam Tok Pha Charoen nationaal park.

Een baby MacClelland’s Coral Snake waarbij ook de banden over de buik te zien zijn. Dit exemplaar werd op een hoogte van ongeveer 1100 meter gevonden in het Nam Tok Pha Charoen nationaal park in het Phop Phra district van Tak. Het dier was actief midden op de dag.

Deze soort komt voor in evergreen bos op een hoogte van 700-1800 meter. De dieren zitten meestal verscholen tussen de gevallen bladeren of in de losse humus. Ze voeden zich met slangen en skinks en hebben een voorkeur voor blindslangen. Ze kunnen zowel overdag als ‘s nachts actief zijn.

De MacClelland’s Coral Snake is schuw en niet erg bijtlustig. Gecombineerd met het  verborgen bestaan en zijn relatieve zeldzaamheid verklaart dit waarom mensen zelden gebeten worden. Maar beten zijn voorgekomen en zijn buitengewoon gevaarlijk vanwege het krachtige neurotoxische effect.

In de jaren zeventig werd de Zwitser Hans Schnurrenberger door een exemplaar van 30 cm gebeten. De beet werd genegeerd en zes uur later kreeg hij ernstige symptomen waaraan hij weer twee uur later overleed. (3)

Vanwege de zeldzaamheid van de beten worden er geen antiveninen tegen het gif gemaakt. Maar in geval van een beet kan kunstmatige beademing aan een respirator waarschijnlijk levensreddend zijn.

De felle kleuren worden, net als bij bijvoorbeeld de banded krait (Bungarus fasciatus), gezien als waarschuwingssignalen. Daarmee ‘adverteert de slang zijn dodelijke beet’, schrijft Indraneil Das. (4) Deze theorie is echter omstreden (zie daarvoor het artikel Bungarus fasciatus in de rubriek Slangen Noord-Thailand).

In Noord-Thailand heb ik de soort gevonden in het Doi Suthep-Pui, Doi Inthanon, Huai Nam Dang, Mae Takhrai en Doi Chiang Dao nationaal park (alle in de provincie Chiang Mai) en daarnaast in het Nam Tok Pha Charoen nationaal park (district Phop Phra, Tak) en in de bergen van Umphang in Tak. Hij is ook bekend uit Kamphaeng Phet.

Behalve in het noorden is komt hij voor in Noordoost-Thailand (5, 6) en Zuidoost-Thailand. (6) Buiten Thailand is hij gevonden in Noordoost-India, Bangladesh, Myanmar, zuidelijk China, Vietnam, Laos (7), Taiwan (8, 9) en Japan.
©Sjon Hauser: tekst, foto’s en kaartwerk.

dreiging met staart

Bij gevaar krult de slang zijn staart, vergelijkbaar met de dreighouding van sommige kukri snakes.

MacClelland's coral snake roadkill met blindslangetje uit de buik.

Een doodgereden MacClelland’s Coral Snake met een flowerpot snake (Ramphotyphlops braminus) uit het lichaam geperst. Highway 1090, Tha Pha, district Mae Taeng, Chiang Mai.

1. Genoemd naar de Britse arts Sir John MacClelland (1805-1875), van 1846-1847 aan het hoofd van de botanische tuin van Calcutta en van 1841-1847 redacteur van het Calcutta Journal of Natural History.

2. Slowinski, Joseph B., Jeff Boundy and Robin Lawson, 2001. The phylogenetic relationships of Asian coral snakes (Elapidae: Calliophis and Maticora) based on morphological and molecular characters. Herpetologica, 57 (2): 233-245 (p. 237-8).

3. Fry, Bryan G., Wolfgang Wüster, Sheik Fadil Ryan Ramjan, Timothy Jackson, Paolo Martelli and R. Manjunatha Kini, 2003. Analysis of Colubroidea snake venoms by liquid chromatography with mass spectrometry: evolutionary and toxicological implications. Rapid Communications in Mass Spectrometry 17: 2047-2061 (p.2060-61).

4. Das, Indraneil, 2002. A photographic guide to snakes and other reptiles of India. New Holland Publishers, London: 52.

5. Cox, Merel, J., 1991. The snakes of Thailand and their husbandry. Krieger, Malabar, Florida: 352.

6. Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 318.

kaart

Kaart van Noord-Thailand met daarop aangegeven plaatsen waar ik de MacClelland’s Coral Snake heb gevonden.

7. Das, 2010, ibid.: 318; Leviton, Alan E., Guinevere O.U. Wogan, Michelle S. Koo, George R. Zug, Rhonda S. Lucas, and Jens V. Vindum, 2003. The dangerously venomous Snakes of Myanmar. Illustrated checklist with keys. Proceedings of the California Academy of Sciences, 54 (no. 24): 407–462 (p. 427).

8: Sharma, R. C., 2003. Handbook Indian Snakes. Zoological Survey of India, Kolkata: 195.

9. www.snakesoftaiwan.com