Rijstbouw in Noord-Thailand—zaaien, overplanten, oogsten

 

Planten rijst

Het planten van de rijst in het district San Patong, Chiang Mai.

‘Ja, maar waar komt die rijst nu eigenlijk vandaan?’ vroeg Jacques me heimelijk toen we op enige afstand van zijn medereizigers stonden.

Dat was op de derde dag van een groepsreis door Thailand. We hadden Bangkok verlaten en waren na een rit van een paar uur door Centraal-Thailand in Lopburi aangekomen en waren er gestopt om te lunchen.

De avond ervoor had ik in een restaurant uitgelegd dat rijst het volksvoedsel van Thailand is, dat nog miljoenen boeren rijst verbouwen en Thailand tot de grootste rijstexporteurs ter wereld behoort.
Dat rijst niet is weg te denken uit de Thaise cultuur.
Dat als een Thai het over ‘eten’ heeft, hij letterlijk ‘rijst eten’ zegt: kin khao.
Ik had zelfs een mandje met kleefrijst besteld, zodat de leden van de groep ook daarvan konden proeven.

En deze ochtend had ik in de bus gewezen naar de onder water staande rijstvelden en de mensen beloofd de komende dagen een keer langs de weg te stoppen wanneer er ergens aan de weg boeren bezig waren de rijst te planten.

Waterbuffels eten stoppels.

Waterbuffels doen zich tegoed aan de stoppels van de geoogste rijstplanten.

branden velden

Braakliggende velden in Uttaradit worden in december afgebrand.

 

Maar Jacques had nog geen idee wat rijst precies was. Als ik hem verteld zou hebben dat het in pakken aan de bomen groeide, had hij het wellicht geloofd. Maar dat deed ik niet: braaf betoogde ik voor de zoveelste keer dat rijst net als tarwe en rogge een graan is, zeg maar een gecultiveerd grassoort. En dat de rijstkorrels de zaden zijn die dit gras in de aren voortbrengt. Dat rijst een natte bodem nodig heeft om goed te gedijen en dat het daarom in het regenseizoen, nu dus, wordt geplant in velden die onder water staan. Drie maanden na het planten worden de aren geoogst, de korrels eruit geslagen en in een rijstmolen machinaal ontdaan van het kaft (buitenste schilletje): en dan heb je de spierwitte korrels gekregen die je in water kookt om de dampende rijst te krijgen die in Thailand bij elk gerecht wordt geserveerd.

‘Ach zit dat zo?’ zei Jacques verrast, ‘Dat had ik me nou altijd al afgevraagd…’

Jacques was beslist niet de eerste die geen benul van rijst en rijstbouw had. In elke groep zitten wel enkelen die voor het eerst in Azië zijn en voor wie hetzelfde geldt. Het was een beetje een cultuurschok voor me toen ik daar als reisleider achterkwam.

Voor al deze onnozele lieden daarom de rijstcyclus in Thailand samengevat in woord en beeld.

boerin met schepnet

Een boerin gaat met een schepnet door een drassig, braakliggend rijstveld.

Tham na

Rijst verbouwen heet in het Thai tham na wat ‘rijstvelden doen’ betekent. Bedoeld wordt de natte rijstbouw op velden die onder water komen te staan na flinke regenval of die worden geïrrigeerd. De meeste rijst wordt in het regenseizoen. Als de regentijd voorbij is, in oktober of november, wordt de rijst doorgaans geoogst. We beginnen de bespreking van de rijstcyclus voor de duidelijkheid als deze laatste fase is voltooid.

Winter: braakliggende velden

Vaak wordt na de oogst nog gehooid: de resterende droge halmen (waarvan de aren al zijn verzameld) worden afgesneden. Er worden hooibergjes op de velden van gemaakt of  het wordt gebundeld en bij de boerderijen opgeslagen. Het hooi dient voornamelijk als veevoer, maar wordt ook wel in tuinbouw gebruikt.

Het regent inmiddels nauwelijks meer. De velden liggen braak, bultrunderen en waterbuffels krijgen de gelegenheid de stoppels van de oude rijstplanten te eten. In december beginnen de boeren die velden in brand te steken, dat gaat door tot in maart en draagt flink bij tot de smog die dan ontstaat.

Dat afbranden van de velden is belangrijk voor de boer. De as bevat de nodige nutriënten die bij de eerste regens in de bodem zakken en deze vruchtbaarder maken. Onkruid wordt ook verbrand en dat scheelt later weer bij het ‘wieden’ en het spuiten met herbiciden.

ploegen met buffel

Jaren geleden werden de velden voornamelijk met behulp van waterbuffels geploegd.

Aan het begin van het regenseizoen, in april en mei, liggen veel velden nog braak en soms zijn ze al wat drassig door de eerste regenval. Er is heel wat klein dierlijk leven in zulke velden waar boer en boerin met hengels en schepnetjes jacht op maken. De kleine visjes en kikkers die ze vangen en de slakken die ze verzamelen belanden allemaal in de keuken.

Begin regenseizoen

Tegen mei breekt de tijd aan dat de velden klaar worden gemaakt voor het planten van de rijst. Dat is zwaar werk en wordt overwegend door mannen gedaan. De dijkjes rond de velden worden opgehoogd en zo nodig hersteld. De velden worden geploegd en geëgd. Wanneer de grond nog niet drassig is van de regenval, wordt het veld waar dat mogelijk is geïrrigeerd.

Bij het ploegen wordt de vochtige aarde in kluiten omgelegd en wordt onkruid ‘ondergespit’. Het eggen volgt daarna als er meer water op het veld staat. De kluiten aarden worden daarmee tot een egale, zachte blubber ‘geharkt’. Omdat deze blubbervelden vol met visjes en kikkers zitten, zie je vaak boerinnen achter de ploeg of eg lopen om die te vangen met schepnetjes van gesplitst bamboe of met een soort korf. Zien ze een visjes in de blubber hun kop opstekken dan wordt die korf eroverheen geplaatst; het visje zit nu gevangen en door een opening aan de bovenkant van de korf kan de boerin het er met haar hand uit halen.

Ploegen en eggen gebeurde vroeger met een waterbuffel, maar tegenwoordig vrijwel uitluitend nog machinaal met de zogenaamde ‘ijzeren buffel’, een soort handtractor. Die ijzeren buffels ploegen dieper en zijn stukken sneller dan waterbuffels. Een nadeel is dat ze diesel ‘zuipen’ en dus duur in het gebruik zijn. Een kenmerkend beeld in het regenseizoen is een boer die met zo’n handtractor ‘s ochtends vroeg over een weg naar zijn velden gaat. De wielen die bestaan uit ijzeren schoepen zijn dan beschermd met de buitenbanden van vrachtauto’s die er net overheen passen.

Eggen met een waterbuffel .

Verleden tijd: eggen met een waterbuffel. Een schildering in Wat Pa Tueng, Mae On district, Chiang Mai.

Ploegen met ijzeren buffel.

Het eggen met een 'ijzeren buffel'. Wiang Sa district, Nan

Boeren die zelf geen ijzeren buffel hebben, huren er vaak een voor een bepaalde tijd van een collega.

Het verwijderen van onkruid is een belangrijk onderdeel van de rijstbouw en vele boeren spuiten in bepaalde fasen met herbiciden. Die giffen doden selectief het meeste onkruid dat tot de tweezaadlobbigen (Dicotylen) behoort, maar laat eenzaadlobbigen (Monocotylen), waartoe grassen zoals rijst behoren, ongedeerd. Onkruid concurreert met de rijst om de voedingsstoffen. De laag water op de rijstvelden is ook essentieel om de ontwikkeling van het meeste onkruid tegen te gaan.

In de regel  maakt een boer allereerst een klein veldje helemaal klaar voor beplanting. Als de bodem een lekker zachte blubber is, ontdaan van onkruid, worden daarin uit de losse hand rijstkorrels gestrooid. Die ontkiemen en gedijen snel in de blubber. Dit is het zaaibed. De jonge plantjes groeien dicht op elkaar.  Zo’n zaaibed is te herkennen aan de intens groene kleur. Zou je de rijst daarin ze heel lang door laten groeien dan zou een deel ‘verstikken’.

Zaaibedden, Doi Luang district, Chiang Rai.

Zaaibedden, Doi Luang district, Chiang Rai.

Uittrekken jonge plantjes

De jonge plantjes worden uit het zaaibed getrokken en gebundeld. Na Haeo district, Loei.

Uittrekken en bundelen van de over te planten rijstplantjes.

Een boer in Wiangs Sa, Nan, trekt rijstplantjes uit een zaaibed en bundelt ze.

Terwijl de rijstplantjes in het zaaibed opkomen, maakt de boer zijn andere velden klaar: totdat de bodem uit zachte blubber bestaat met een laagje water erboven. Ook deze velden bevatten veel kleine vis. De waterstand kan min of meer geregeld worden door water uit smalle slootjes te tappen of water via simpele sluisjes in de dijkjes van het ene veld in het andere te laten stromen. Veel boeren gebruiken daarnaast pompen om als dat nodig is water vanuit kanalen of grote sloten naar de velden te pompen. Die pompen komen ook van pas om in zeer natte jaren overtollig water uit te velden te pompen.

Midden regenseizoen

Wanneer de meeste velden geploegd zijn en de jonge rijstplantjes zo’n veertig tot vijftig centimeter hoog in het zaaibed staan begint een belangrijke fase die per boerenbedrijf meestal enkele dagen tot een week duurt: het overplanten van de jonge rijstplanten naar de velden.

De plantjes, die er als hoog opgeschoten gras uitzien, worden voorzichtig uit de modder getrokken zodat de wortels niet worden beschadigd. Met een strootje wordt een paar dozijn plantjes gebundeld.
Vervolgens worden de topjes ervan afgeknipt. Dit stimuleert namelijk het uitgroeien van het wortelstelsel wanneer het plantje is overgeplant in een veld.
Die bundels jonge, gekortwiekte rijstplantjes worden op een kar geladen of aan draagstokken gehangen om ze brengen naar de onder water staande velden waar een ploeg dorpelingen aan het planten is. Meestal worden de bundels daar gewoon in het water gekwakt  als voorraad voor de planters.

Plantjes die te lang in het zaaibed zijn uitgegroeid zitten te stevig geworteld en zijn dan moeilijk uit de bodem te trekken zonder de wortels te beschadigen. Er moet dus goed gepland worden: dat er een ploeg planters geregeld is als de rijstplantjes in het zaaibed een bepaalde grootte hebben.

kar met gebundelde rijstplantje

Een kar vol met gebundelde rijstplantjes die naar de nog te beplanten velden zal worden gereden.

Het planten gebeurt ‘rijstplantje voor rijstplantje’ en is een tijdrovende bezigheid. In feite wordt er niet één plantje geplant maar een bundeltje van 4-8 plantjes. De planter haalt uit een grote bundel dus een klein bundeltje en drukt daarvan de worteltjes en de onderste stengeldelen in de blubber. De ervaring heeft geleerd dat met het planten van deze minibundeltjes de rijst het best gedijt en de opbrengst het hoogst is. Vroeger hielp de dorpsgemeenschap de boer bij het planten. En het gezin van de boer hielp later de buren wanneer hun velden beplant moesten worden. Nu draait alles om geld en moet de boer tijdig afspraken maken met dorpelingen om die voor enkele dagen in te huren.

Het planten gebeurt — in tegenstelling tot het werk dat eraan voorafgaat — grotendeels door vrouwen. Het is zwaar werk, ze staan de hele dag gebogen in het water.
De plantende vrouwen beschermen zich doorgaans goed tegen nat worden en tegen parasieten en ongedierte: ze dragen laarzen en hun armen en benen zijn vaak gedeeltelijk in plastic gewikkeld.
En ze hebben hoeden op tegen de zon.
Meestal is hun  gezicht op de ogen na gewikkeld in doeken of verscholen achter een bivakmuts ter bescherming tegen het licht dat door het water gereclecteerd wordt: Noord-Thaise vrouwen proberen hun huid zo blank mogelijk te houden.

De kleine bundeltjes van rijstplantjes worden 25-30 centimenter van elkaar in de natte bodem geplant. De ervaring heeft weer uitgewezen dat de opbrengst dan het hoogst is. (Een nog hogere opbrengst krijg je zelfs als de rijst later nog eens wordt overgeplant, maar dat maakt het proces zo arbeidsintensief dat geen boer daar meer aan begint.)

planten rijst

Het overplanten van de rijst, San Patong district, Chiang Mai.

planten rijst

Een ploeg dorpelingen zijn in het district Na Haeo, Loei, bezig de rijst over te planten.

Een beetje rekenwerk
Als de ‘rijstplantjes’ (=kleine bundeltjes) ongeveer 30 cm uit elkaar geplant worden geplant, zullen op een are (10×10 m=100 m2) ongeveer duizend bundeltjes komen te staan. Een middelgrote boer in Noord-Thailand zal 5 rai (=40 x 40 m) met rijst beplanten, totaal dus 8000 m2. Daarvoor moeten dus  80 000 kleine bundeltjes rijstplantjes uit het zaaibed worden geplant.
Ik denk dat een planter zo’n 8 bundeltjes per minuut plant. Met even uitrusten en zo nu en dan een bekertje water drinken, zal dat neerkomen op zo’n 400 bundeltjes per uur. En een werkdag van een planter duurt van 8.00 -12.00 en 13.30-16.30 uur, dat is 7 uur per dag. Op een dag plant zij dus 2 8 00 bundeltjes, zeg maar bijna 3000 bundeltjes.
Een boer met 5 rai, die 8 vrouwen weet in te huren voor het planten, zal na een dag 24 000 bundeltjes in zijn veld hebben staan. En de dames moeten dus ruim 3 dagen voor deze boer werken om zijn 5 rai vol te planten. Een deel van hen zal (niet lang) daarna weer voor andere boeren werken. Maar ik denk dat de meesten toch niet meer dan 10-15 dagen per jaar planten. Het werk is een zware belasting voor de rug. Behalve dat het zwaar werk is, kan het smoorheet zijn als de zon doorbreekt.
Dit is allemaal rekenwerk met de natte vinger, maar geeft een beeld dat niet al te ver van de werkelijkheid zal liggen.

Als alle rijst geplant is — ergens in juli — breekt een tijd aan dat het met rust gelaten wordt om te gedijen. Maar de boer houdt zijn velden goed in de gaten. In droge jaren kan het nodig zijn om water vanuit sloten naar de velden te leiden. Veel boeren strooien kunstmest in deze periode, vaak kort na het planten. En ze moeten snel optreden als er ziekten of parasieten worden ontdekt, zoals schimmels of insecten die het gemunt hebben op de jonge, kwetsbare delen van de plantjes.

Rijstvelden

Rijstvelden waarin de rijsts kort ervoor is overgeplant. Na Haeo, Loei.

Rijst dat in de velden gedijt. Sop Moei district, Mae Hong Son.

Rijst dat in de velden gedijt. Sop Moei district, Mae Hong Son.

Later in het regenseizoen, na ongeveer twee maanden, begint de rijst te bloeien en ontwikkelen zich in de aren de rijstkorrels. Terwijl die aren rijpen, vallen de velden geleidelijk droog — doordat het inmiddels minder vaak regent, maar ook doordat de volgroeide rijstplanten veel water aan de bodem onttrekken en verdampen.

Zware regenval is in deze tijd zelfs ongewenst en storm kan de rijst plat slaan, wat het oogsten bemoeilijkt.

Tijdens deze laatste fase kunnen talloze parasieten en plagen soms de rijpende rijstplanten teisteren: schimmels die de aren aantasten, insecten, vogels en knaagdieren die zich aan de rijstkorrels tegoed doen.

Najaar/eind regenseizoen

Dan wordt het tijd om de rijst te oogsten. Dat gebeurt nog overwegend met de hand. Net als het planten moet de oogst in relatief korte tijd plaatsvinden. Daarom worden weer dorpelingen ingehuurd — nu hoeven die zich niet meer zo rigoreus tegen de nattigheid en het ongedierte te beschermen.

rijpende aren

Aren met rijpende rijstkorrels, Mae On district, Chiang Mai.

Rijpende rijstaren.

Rijpende rijstaren (district Chiang Dao, Chiang Mai).

De aren worden met kleine kromme mesjes zo afgesneden dat er nog een flink stuk van de halm aan blijft zitten, dus niet te ver van de grond.
Ook dit werk gebeurt weer vooral door vrouwen.

Die halmen met de aren worden in slordige bundels door andere werkers naar een plek tussen de velden gesjouwd.
Daar ligt een grote en stevige plastic of canvas doek als een tapijt op de bodem gespreid, minstens zes bij zes meter.

Boven dit tapijt worden de korrels uit de aren geslagen (het dorsen), bij elkaar geveegd en in zakken geschept. Die zakken met rijstkorrels worden aan het eind van de dag naar een wagen gesjouwd die klaarstaat aan de weg.

Rijstoogst in Mae Tha Valley, Lamphun

Rijstoogst in Lamphun.

Machinale rijstoogst in Lampangs Mae Phrik district.

Machinale rijstoogst. Mae Phrik, Lampang.

In Noord-Thailand wordt de meeste rijst zoals beschreven geoogst, maar er worden ook wel oogstmachines gebruikt.

Die sparen heel wat arbeidskracht uit.
Ze rijden door de velden, snijden de stengels van de rijstplanten planten door, schudden de rijstkorrels uit de aren en scheiden ze van de rest van de planten en vullen er zakken mee.
Wat er overblijft wordt samengeperst  tot balen hooi.

De zakken met rijst worden vervolgens naar een rijstmolen (rong si) vervoerd waar de korrrels van hun schilletjes (kaft) worden ontdaan en worden gepolijst.
De witte, gepolijste rijst gaat terug in de zakken.

De meeste boeren slaan een deel van deze rijst op voor eigen gebruik, maar ze verkopen het grootste deel van de oogst.

De rijstkorrels worden uit de aren geslagen.

De rijstkorrels worden uit de aren geslagen.

De zakken met rijst worden naar de weg gesjouwd.

Zakken met rijst worden naar de weg gesjouwd.

Rijstmolen zijn doorgaans lelijk ogende fabriekjes opgetrokken uit roestend golfplaat met een walmende schoorsteen en omgeven door enorme bergen kaft.

Kaft wordt hier en daar gebruikt als brandstof en de machines van sommige rijstmolens draaien er zelfs op.

Het wordt ook wel naar velden gebracht en verbrand om daar weer extra voedingsstoffen in de bodem te krijgen.

©SJON HAUSER: TEKST EN FOTO’S

rijsrmolen

Een rijstmolen in Phayao.