Rhabdophis nigrocinctus, the Green Keelback

The Green Keelback and related Thai species from the genus Rhabdophis
De Green Keelback en verwante slangensoorten van het geslacht Rhabdophis

Green keelback1

A Green Keelback spotted near a forest stream in Phrae Province.

Gren keelback-details

Details.

The Green Keelback is a handsome snake of which the anterior half of the body is olive green. The posterior part is dark grey with distinct, narrow black crossbars.
I find the head and neck of the species very attractive, with a slate grey upper part and large black ‘Pierrot’s tears’ radiating backwards from the eye. (The name Pierrot’s tears was coined by plant physiologist dr Eric Danell of Chiang Mai’s Dokmai Garden, but these marks are usually called postocular streaks; they are characteristic for many Keelback Water Snakes). Young specimens are green with black bands all over their body and have a distinct pink or orange collar.
This snake is quite common in northern Thailand, where it prefers moist spots, usually at altitudes of more than 700m a.s.l.
February 2013, I hiked to a waterfall in Phrae Province, and friends of mine spotted a Green Keelback that was hidden between the rocks. It was in for a little bit of sun bathing, and rose the front part of its body in exploration of the surroundings. It went hiding when we came to close to make pictures of it, but reemerged a few minutes later. You can see it in the pictures above.

Head and neck adult

Head and neck of an adult from the mountains of Tak’s Phop Phra District.

Green Keelback. Februari is in het algemeen geen goede maand om op zoek te gaan naar slangen. In Noord-Thailand zijn deze dieren dan weinig actief en zitten verscholen op alle mogelijke plaatsen waar slangen zich maar verschuilen kunnen: in spleten in de grond, in kieren tussen de rotsen, in termietenheuvels en tussen dood en vermolmd hout—zelfs kruipen ze wel onder de schors van bomen.
Ze houden zich rustig en dat is waarschijnlijk een goede strategie om deze droge tijd van het jaar door te komen. Sommige soorten doen echter niet mee aan deze winterstop, zoals de Oriental Whip Snake en de Marbled Cat Snake—die zijn ook in de droge tijd nog heel actief. Verder heb je in de droge tijd in de buurt van water een wat grotere kans actieve slangen te vinden.
Midden-februari was ik zes dagen op pad met een groepje Nederlanders en op een van die dagen waren we in Phrae. Terwijl ik met twee van hen in een poel bij een waterval zwom, had een ander een slang gezien die aan de rand van het water onder de rotsen zat verscholen, maar het niet kon laten zo nu en dan zijn kop naar buiten te steken en kennelijk van plan was zijn schuilplaats te verlaten. Het was een Green Keelback (Rhabdophis nigrocinctus), een van de soorten uit de familie van de Keelback Water Snakes. Het is een prachtig bronsgroen dier met een grijsbruine kop en twee korte, maar duidelijke zwarte lijnen die vanaf het oog schuin naar achteren lopen. In de wetenschappelijke beschrijvingen van slangen worden deze lijnen die bij vele soorten voorkomen doorgaans subocular of postocular streaks genoemd en de functie ervan is waarschijnlijk het oog te maskeren. Een vriend van me, de botanicus dr Eric Danell van de Dokmai Garden nabij Chiang Mai, noemt die strepen echter toepasselijk ‘Pierrot’s tears’.

Green Keelb

A roadkill of an adult Green Keelback from Tak’s Umphang District.

As a matter of fact, this was the first time I had the opportunity to make good pictures of a living specimen. A park ranger, whose duty it is to take care that visitors do not drown in the pool or fall from the rocks, was not happy seeing us getting close to the snake. Apparently, he considered it as a dangerously venomous form. Many Thai believe that most green snakes are deadly.
‘Is it poisonous?’ I was asked by one of my companions. The answer was not very simple. Until recently, the Keelback Water Snakes (Natricidae) were considered as harmless. The common European Keelback (Natrix natrix) belongs to this family, and in contrast to the vipers known from the European heath lands it is seen as non-poisonous.
However, it is now documented that a number of Asian Keelback Water Snakes produce a rather potent venom, and even have enlarged ‘fangs’ at the rear of their upper jaw. These enlarged teeth are not hollow and there is no efficient mechanism to inject venom during a bite. Venom is simply dripping into the saliva. On the other hand, in case such snakes hold on after a bite and ‘chew’ repeatedly, enough saliva with venom may enter the tissue of the victim to result in rather serious envenomation. Very serious symptoms and even fatalities have been documented following such bites by the Red-necked Keelback (Rhabdophis subminiatus) and the Japanese Tiger Keelback (Rhabdophis tigrinus), both rather closely related to the Green Keelback Rhabdophis nigrocinctus.

Juvenile

A juvenile Green Keelback from evergreen mountain  forest in Mae Wang District, Chiang Mai.

De Green Keelback is in Noord-Thailand geen zeldzame slang, maar erg algemeen is hij ook weer niet. Dit was in feite de eerste keer dat ik een volwassen, levend exemplaar kon fotograferen. Een parkwachter die met ons meegelopen was naar het hoogste niveau van de waterval, had als taak erop toe te zien dat we geen waaghalzerijen uithaalden met de kans uit te glijden en onze kop op de stenen te breken. Dit soort ongelukken gebeurt aan de lopende band bij watervallen. De man was er echter ook niet erg gelukkig mee dat we dicht bij de slang foto’s zaten te maken, want het was ook de bedoeling niet dat er bezoekers door dodelijke gifslangen worden gebeten. En groene slangen zijn voor de meeste Thaise leken allemaal gifslangen.
‘Is die slang giftig?’ werd me gevraagd. Een lastige vraag, waarop je niet zo maar met ja of nee kan antwoorden. De Keelback Water Snakes werden vroeger als ongevaarlijk (niet-giftig) beschouwd. Onze Hollandse ringslang (Natrix natrix) behoort ook tot die familie en we hebben allemaal geleerd dat de ringslang niet giftig is, in tegenstelling tot de op de heide voorkomende giftige adders.
Van een aantal Aziatische Keelback Water Snakes is inmiddels bekend dat ze een tamelijk sterk gif produceren en daarnaast ook in het bezit zijn van gespecialiseerde giftanden. Van twee soorten, de Red-necked Keelback (Rhabdophis subminiatus) en de Japanse Tiger Keelback (Rhadinophis tigrinus), is inmiddels goed gedocumenteerd dat de beet tot zeer ernstige, soms fatale verschijnselen kan leiden. Beide soorten zijn verwant aan de Green Keelback (Rhabdophis nigrocinctus). Omdat verwante soorten vaak een vergelijkbaar sterk gif produceren en vergelijkbare giftanden hebben, is het dus waarschijnlijk dat de Green Keelback ook een gevaarlijke beet kan toebrengen. In het algemeen zal het zo’n vaart echter niet lopen.

The Red-necked Keelback (Rhabdophis subminiatus) was believed to be harmless for a long time. It is a common snake in Thailand. Due to its extraordinary beauty, reptile traders introduced it into Europe and North-America, where it became quite popular in the terrariums of snake enthusiasts.
In Singapore, a young man kept a Red-necked Keelback as his pet. He believed that it was a non-venomous snake. Usually the snake was not inclined to bite, but one day the snake bit his master in his finger and hold on. The man was just surprised and the snake was allowed to hold on his finger for some time. A day or so later, the man suffered from very serious envenomation symptoms. Similar cases from bites by the Tiger Keelback (Rhabdophis tigrinus) in Japan even resulted in fatalities.
One more representive of the genus Rhadinophis of Asian Keelbacks is found in Thailand, the Speckle-bellied Keelback (Rhabdophis chrysargos). In the North this is not a common snake. One may come across it in evergreen forest at elevations above 1000m a.s.l. Nothing is known about the potency of its venom, but also this species should be considered as potentially dangerous.
De potentieel gevaarlijke Red-necked Keelback werd lang door velen als ongevaarlijk beschouwd. Deze slang komt in Thailand veel voor. Omdat het schitterende dieren zijn, belandden ze ook in de terraria van de Europese en Amerikaanse reptielenliefhebbers. Een korte beet van zo’n dier zal in het algemeen geen gevolgen hebben. De giftand zit namelijk achterin de bovenkaak en is niet hol. Een efficiënt apparaat om gif te injecteren, zoals bij adders en cobra’s (met holle giftanden voorin de bek) ontbreekt. Een slang die zich vastbijt en kauwbewegingen maakt is echter een ander verhaal: dan wordt er heel wat gif dat uit de klieren langs de giftand sijpelt in de wond gekauwd.

Red-neck

The beautiful Red-necked Keelback (Rhabdophis subminiatus) is a common snake in Thailand. This specimen was spotted in Chiang Mai’s Hot District.

In Singapore hield een jongeman zo’n ‘red-neck’ in en terrarium. Hij wist niet beter dan dat het een niet-giftige soort was. Normaal zijn de dieren niet erg bijtlustig, maar op een dag was de slang kennelijk geprikkeld en beet zich vast aan de vinger van zijn baasje. Die vond dat prima en liet dat een hele tijd toe, want hij ging er vanuit dat het geen kwaad kon. Een dag later ontwikkelden zich tamelijk ernstige verschijnselen bij hem. Soortgelijke gevallen hebben in Japan bij beten van de Tiger Keelback zelfs tot sterfgevallen geleid. Meer over deze soort in het artikel: Rhabdophis subminiatus, de giftige Red-necked Keelback
Hoogst waarschijnlijk kunnen zulke beten van de Green Keelback dus ook gevaarlijk zijn, maar we weten het niet omdat er geen vergelijkbare gevallen bekend zijn. We kunnen de Green Keelback dus het beste een potentieel gevaarlijke gifslang noemen.

Speckle-bellied Keelback

An adult Rhabdophis chrysargos from Tak Province.

Er komt nog een vertegenwoordiger van het geslacht Rhabdophis voor in Thailand, de Speckle-bellied Keelback (Rhabdophis chrysargos). In Noord-Thailand is dit een weinig algemene slang die voornamelijk te vinden is in evergreen bos op een hoogte van meer dan duizend meter boven zeeniveau. Er is niets bekend over het gif van deze soort, maar ook deze slang dient als ‘potentieel gevaarlijk’ beschouwd te worden.

A couple of years ago, I received an e-mail from a Dutchman who had been to India with his family. In that country, his little son was allowed to play with a Green Keelback, as according to the local people it was a harmless species. There was a hint in the mail that my information about the Green Keelback on my website as potentially dangerous was wrong. I was surprised to learn that Rhabdophis nigrocinctus may also occur in India. However, in a handbook on snakes in India that I consulted, it wasn’t mentioned.  On the other hand, two other Indian snake species (both from the Natricine family) are also known as ‘Green Keelback’. The playmate of the Dutch boy was probably the species Macropisthodon plumbicolor, a rather common Indian species with characteristic Pierrot’s tears. According to the book it often ventures into people’s homes and behaves very docile. Though nothing is known about the eventual potency of its venom, it has much enlarged teeth at the rear of the upper jaw—which may be an indication that it is able to produce a dangerous bite.  It should be realized that once in a while docile specimens may become remarkably aggressive. I would like to advise not to rely too much on the reputedly docile behaviour of snakes. Another lesson is not to rely on the colloquial English names of snakes, as these common names are even more confusing than their scientific names.
Een paar jaar geleden kreeg ik een e-mail van een Nederlander die met zijn gezin naar India was geweest. Daar speelde zijn zoontje gewoon met een Green Keelback en volgens de lokale mensen was het een ongevaarlijke soort. Het verbaasde me dat de Green Keelback Rhabdophis nigrocinctus ook in India voorkomt. Ik raadpleegde een boek over slangen in India. Wat bleek: Rhabdophis nigrocinctus is er niet bekend, maar wel komen er twee andere soorten Keelback Water Snakes voor die in het Engels ook Green Keelback worden genoemd. Waarschijnlijk hadden de Nederlanders te maken met de ‘Green Keelback’ Macropisthodon plumbicolor die ook opvallende ‘Pierrot’s tears’ heeft en tamelijk algemeen is. Van dit dier is bekend dat het regelmatig woningen binnendringt maar een uiterst zachtaardig en timide gedrag vertoont—en kennelijk zelden of nooit bijt. Maar of het dier gif produceert is waarschijnlijk onbekend. Wel heeft het sterk vergrote tanden helemaal achterin de bovenkaak, wat vaak een aanwijzing is voor ‘giftigheid’.

©SJON HAUSER: text and pictures