Redactioneel-2012-03-juni

©Sjon Hauser: tekst en foto’s
Agenda juni 2012:

Sjon Hauserjuni – Raketfestival bij Wat Pa Tueng

22-24 juni: Phi Ta Khon in Dan Sai, Loei.


Slangennieuws:
Het regenseizoen is net begonnen, maar zorgde al meteen voor een aantal interessante vondsten en waarnemingen. Net als vorig jaar eindigde menig tochtje ermee dat ik ‘s avonds als een verzopen kat in een hotelletje in een provincieplaatsje belandde. Prachtig, zoveel regen en al dat glinsterende groen in de natuur—maar hopelijk ontaardt het seizoen niet opnieuw in een zondvloed.


Bijzonder waren de vondst van een juveniele Yunnan Keelback in Pai en een tamelijk gave DOR (Dead on Road) van een Two-striped Keelback op Doi Inthanon. Meer over die laatste in: Amphiesma bitaeniatum, a rare mountain snake.

Kukri slangen, om gek van te worden.

Oligodon albocinctus

Oligodon albocinctus of O. cinereus?

Een paar weken later reed ik op Highway 11 door de provincie Phrae, niet bepaald een favoriete route van mij als ik op zoek ben naar slangen. Ik zag een roodbruine slang dood op de weg liggen.

Het was onmiskenbaar een kukri snake, en hij leek kwa kleur en vorm sterk op Oligodon cinereus, een zeer variabele soort die ik goed uit Noord-Thailand ken. Deze kan bruin en roodbruin kan zijn, met of zonder zwarte kartelbandjes, en een roze of rode buik hebben, met of zonder rijen zwarte en witte vlekjes. Maar de slang op de weg had witte bandjes met een zwarte rand.
Van O. cinereus blijkt echter een kleurpatroon met zulke witte bandjes te bestaan, beschreven door Wagner in 1975. Een foto van zo’n vorm (afkomstig uit Zuid-Thailand) staat in Wirot Nutphans Snakes in Thailand (2001), tenminste als we David et al. (2004) mogen geloven. Wirot zelf dacht dat de door hem gefotografeerde kukri snake een Oligodon inornatus was, maar in hun vernietigende kritiek op Wirots boek stellen David et al. (2004) dat het (Wagners) witbandige vorm van Oligodon cinereus is. Het dier op Wirots foto heeft echter maar een stuk of 18-19 bandjes, de slang uit Phrae 27 stuks (24 op lichaam, 3 op staart, waaronder een paar ‘misvormde’ bandjes, waarschijnlijk een individuele afwijking). Dus de witbandige vorm van O. cinereus is mijn slang dus kennelijk niet, zo meende ik in eerste instantie.

O. cinereus

Kop en nek van de kukri snake uit Phrae.

buik

De buikzijde van de kukri snake uit Phrae.

Wat betreft de bandjes lijkt mijn vondst meer op de White-barred Kukri Snake (Oligodon albocinctus), bekend uit Myanmar, Bangladesh, Noord-India, Nepal en Bhutan, maar die is voor zover ik weet nooit in Thailand waargenomen. Oligodon albocinctus heeft volgens Das (2010) 19-27 bandjes op het lichaam en 4-8 op de staart. Als mijn slang uit Phrae een O. albocinctus is, dan is dat waarschijnlijk de eerste waarneming van deze soort in Thailand. En dat betekent in drie weken tijd twee new records van slangensoorten in Thailand—niet gek voor wat rondtuffen op een motorfiets door het noorden.
Maar bij kukri slangen weet je het nooit zeker en ik denk nu toch dat de slang uit Phrae een vorm van O. cinereus is. Het determineren van de interessante kukri snakes resulteert al gauw in hoge bloeddruk. De systematiek van talloze soorten is een namelijk grote warboel, voor een flink deel op rekening van de taxonomen, maar de variabele beestjes maken het hun ook niet echt gemakkelijk.
In Das (2010) worden zowel O. cinereus als O. albocinctus gedetailleerd beschreven en ze zijn in vrijwel al hun kenmerken gelijk. Een duidelijk verschil is de staart: het aantal paren subcaudals is bij O. albocinctus groter (47-68) dan bij O. cinereus (28-42). Hoeveel paren subcaudals heeft de slang uit Phrae? Dat zijn er 42. Het aantal ventrale schubben van de twee soorten overlapt elkaar: 177-207 bij O. albocinctus, 155-186 bij O. cinereus. De kukri slang uit Phrae heeft er 186, weer net de bovengrens van O. cinereus. Deze gegevens brengen dus zeker nog geen uitkomst.
Een belangrijk diagnotisch kenmerk is het aantal rijen dorsale schubben. Volgens Das (2010) zijn dat er bij zowel O. albocinctus als O. cinereus 17. Ook de slang uit Phrae heeft er 17, daar schieten we dus weinig mee op.
Volgens dezelfde Das zou de buik van O. cinereus crèmekleurig zijn, maar ik weet dat deze minstens zo vaak roze of rood met of zonder rijen zwart-witte vlekjes is. De buik van O. albocinctus zou echter crème, gelig of koraal met zwarte ‘gebieden’ zijn. De slang uit Phrae heeft een roze buik (bijna koraal) en dat sluit O. cinereus noch O. albocinctus duidelijk uit. O. albocinctus zou een donkere streep van bovenlip naar oogkas hebben, maar in de illustratie van de soort in het werk van Das is daar niet veel van te zien. De kop van de slang uit Phrae is platgereden en allerlei kenmerken van de kop zijn daardoor nogal onduidelijk, maar voor zover dat te zien is, lijkt het kukri-maskertje op de kop en nek sterk op dat van de afgebeelde O. albocinctus in Das (2010).
Aan de andere kant zou een masker bij O. cinereus ontbreken (‘forehead unpatterned brown’)—en ik weet dat dat voor (vrijwel) alle exemplaren van deze soort in Noord-Thailand niet zo is. Ze hebben meestal een tamelijk duidelijk maskertje met karateristieke losse stip. Wat Das schrijft is dus lang niet altijd correct (en sommige illustraties zijn ronduit slecht), al is zijn Field Guide wel het beste en meest uitvoerige recente werk over Zuidoost-Aziatische slangen. Maar het determineren wordt er niet gemakkelijker door.
Nee, ik ben er nog niet uit.

O.cinereus Phop Phra

Een veel vorkomende vorm van O. cinereus met dorsaal een groot aantal dunne, donkere kartelbandjes en een roze-rode buik met een pianotoesten patroon (foto rechts). Dit exemplaar komt uit Phop Phra.

buik O. cinereus

De rode buikzijde met rijen rechthoekige zwarte en witte vlekken.

In het geval de slang uit Phrae een witte bandjes-vorm van O. cinereus is, dan is deze vorm in Noord-Thailand zeer zeldzaam. Wat ik een een beetje gek vind is dat de gevonden slang kennelijk vrij laag in de heuvels voorkomt in nogal gedegradeerd bos met akkers en plantages. De algemene bruine en roodbruine O. cinereus vormen met of zonder zwarte kartelbandjes en een roze buik met of zonder ‘pianotoetsen’ (wat rechthoekige zwarte en witte vlekken) vind je juist voornamelijk in echt, dicht bos boven de 1000 meter.
Biedt het werk van Wagner (1975) uitkomst? Daarin wordt de witte bandjes-vorm van O. cinereus beschreven. Dit is echter een niet gepubliceerde MSc Thesis bij de Louisiana State University, niet een werk dat je zomaar tevoorschijn tovert op het internet.
En als de ‘Ring Kukri Snake’ in het boek van Wirot een witte bandjes-vorm van O. cinereus is, dan vind ik het verdacht dat het exemplaar in ‘Zuid-Thailand’ is gevonden. Andere vormen van O. cinereus zijn daar niet bekend. Het kan ook een slordigheid of vergissing zijn, Wirots werk staat er vol mee. Maar Wirot zelf is inmiddels overleden en hem kunnen we niet naar de precieze herkomst van de slang vragen.
Eerlijk gezegd denk ik dat Wirots Red Ring Kukri Snake uit Zuid-Thailand helemaal geen witte bandjes-vorm van O. cinereus is, al spreek ik daarmee enkele Goden van de Thaise slangentaxonomie, Patrick David en Olivier Pauwels, tegen.
Ik hoop dat moleculaire studies gecombineerd met meer nauwkeurige anatomische, morfologische en geografische gegevens uitkomst zullen brengen in de warboel van de systematiek van kukri slangen.
Een studie van Marc David Green van de universiteit van Toronto is een goed begin van die aanpak (Green, 2010). Vreemd genoeg kwam het door hem bestudeerde materiaal uit alle hoeken van het vasteland van Zuidoost-Azië, behalve uit Thailand.
In dit werk wordt overigens gesteld dat O. albocinctus 19 rijen rugschubben ter hoogte van het midden van het lichaam heeft. Als dat correct is, lijkt het erop dat de slang uit Phrae GEEN O. albocinctus is. Green vermeldt overigens dat O. albocinctus volgens de IUCN (een internationale commissie) nog steeds op te weinig gegevens is gebaseerd (“Data Deficient”) om als volwaardig soort te worden erkend. En over de witbandige vorm van O. cinereus (pallidocinctus = Wagners vorm) schrijft Green: ‘The pallidocinctus form is most distinctive with 27-34+3-4 light black-edged crossbars and unspotted ventrals.’ Dat komt verdomd aardig overeen met de slang uit Phrae en voorlopig houd ik de laatste dan ook op de pallidocinctus kleurvorm van Oligodon cinereus.
Verderop merkt Green op dat deze pallidocinctus kleurvorm bekend is uit Zuid-Vietnam. Het vinden van zo’n zelfde kleurvorm bijna 1500 km ten noordwesten van Zuid-Vietnam is dan toch wel weer bijzonder—al betreft het geen nieuwe soort voor Thailand (dat is het geval als de slang uit Phrae een O. albocinctus zou zijn).
Het is haast ondenkbaar, maar mocht u zich tot hier door de tekst hebben geworsteld, dan wordt u ongetwijfeld nu ook geplaagd door zo’n gespannen gevoel in het voorhoofd en een wat opgeblazen maagstreek, verschijnselen die kenmerkend zijn voor een slangenliefhebber die een kukri slang probeert te determineren. ‘Een zeer verwarrend taxon,’ schrijft Green over O. cinereus. En dat is niets te veel gezegd. Overigens draagt deze variabele soort de al even verwarrende Engelse naam Grey Kukri Snake. Zelden zijn ze namelijk grijs. En de weinige echt grijze exemplaren van Oligodon cf cinereus die ik ooit heb gevonden in Noord-Thailand, wijken zo sterk af dat ze (naar mijn gevoel) wel eens een andere soort kunnen zijn.

O. fasciolatus

Oligodon fasciolatus, de Banded Kukri Snake — dit exemplaar heeft echter geen bandjes!

Al zijn ze in taxonomisch opzicht erg verwarrend, kukri slangen zijn in menig ander opzicht interessante slangen.
Sommige soorten zijn bijzonder sterk en fel, zoals de in Thailand zeer algemene Banded Kukri Snake (Oligodon fasciolatus, voor mijn part O. cyclurus—What’s in a name?).

Ze bijten dwars door dikke handschoenen heen. En heb je er een stevig achter de kop vast, dan weten ze die zo te wrikken en draaien dat ze toch nog een flinke beet toebrengen met hun dolkvormige tanden achterin de bovenkaak.
Ondertussen zwaaien ze wild met hun staart of steken zelfs hun twee penissen dreigend uit de vent (“anus”).

De beet is pijnlijk en de wond blijft lang bloeden en geneest langzaam. Verder kan de beet hoofdpijn en duizeligheid veroorzaken. De slang is dus echt giftig, zij het niet gevaarlijk giftig.
Vreemd genoeg wordt hij in geen enkel werk een gifslang genoemd. In de wetenschappelijke werken over de slangen uit deze regio stuit je wel vaker op dit soort raadsels.

Phi Ta Khonhemipenes kukri snakemasker O.cinereusWie het dreigen met de penis bij de mens wil waarnemen, moet binnenkort naar Dan Sai in de noordoostelijke provincie Loei trekken. Van 22-24 juni vindt er het jaarlijkse Phi Ta Khon festival plaats. De lokale jongemannen zijn dan net als de kukri slangen gemaskerd. Hun bonte, spookachtige maskers zijn vaak artistieke meesterwerkjes en steken uit boven rafelige kostuums die ook al aan Halloween doen denken. Deze spoken dragen forse houten fallussen bij zich en tijdens de parades door de hoofdstraat van het plaatsje rennen ze vaak met dreigend vooruitgestoken fallus op de meisjes onder de toeschouwers af om die de stuipen op het lijf te jagen. Inderdaad, natuur en cultuur in Noord-Thailand, daar gaat deze website over.
Meer over de achtergronden van dit unieke festival vind je in het artikel: Phi Ta Khon, the festival of ghosts in Dan Sai, Loei. (zie ook: hier beneden)

♦ juni – Raketfestival Ban Pa Tueng
raket van bamboeVan alle vruchtbaarheidsfestivals verbonden met het (naderende) regenseizoen en het planten van de rijst is het watersmijtfestival in midden-april (Songkran of Thais Nieuwjaar) het bekendst.
Een ander, later festijn bestaat uit het afschieten van bamboeraketten — de zogenaamde bang fai. Dit gebeurt vooral in Noordoost-Thailand uitbundig plaats, maar het gebeurt hier en daar ook in het noorden. Het bekendst is het bang fai-festival van Ban Pa Tueng, een dorp 20 km ten oosten van Chiang Mai. De dorpen uit de wijde omgeving sturen afgevaardigden met de in hun dorp vervaardigde bamboeraket naar het festijn.
De meegekomen supporters uit het dorp dansen en slaan op drums en gongen als hun bijna 10 meter lange raket naar een houten stellage wordt gedragen vanwaar de projectielen worden afgevuurd — Ban Pa Tuengs Cape Kennedy. Daar aanschouwen ze het lot van de andere raketten tot het hun beurt is hun raket op de stellage te plaatsen. Aan de achterkant van het projectiel wordt het lont van een kruitvat aangestoken en bij een succesvolle lancering zal de raket een spectaculaire vlucht van honderden meters maken en daarna ergens in het bos of op de velden neerstorten. Het gebeurt echter regelmatig dat een raket ontploft bij de lancering, wat aanzienlijk bijdraagt tot de feestvreugde onder de toeschouwers. Men meent dat de raketten regen zullen brengen op de velden in de omgeving. Meestal wordt het afschieten van de raketten gecombineerd met een drum-wedstrijd tussen de grote tempeldrums uit de dorpen in de omgeving. Dus heel wat gedreun, geknal en gesis bij elkaar.
Wanneer het dit jaar plaatsvindt? Dat is altijd moeilijk te achterhalen—waarschijnlijk in de tweede helft van juni.

♦ 22-24 juni – Phi Ta Khon
ghost masksPhi Ta Khon is een ander, zeer bijzonder vruchtbaarheidsfestival. Het wordt alleen gevierd in het plaatsje Dan Sai in Loei (Noordoost-Thailand).
Het carnavaleske gebeuren is een wonderbaarlijke mengeling van een boeddhistische legende en vruchtbaarheidsriten. Het is een levendig, bijzonder kleurrijk en erotisch getint festijn, dus wat let je erheen te gaan.
Meer over de achtergronden van dit unieke festival vind je in het artikel: Phi Ta Khon, the festival of ghosts in Dan Sai, Loei.

 

Verzoening in verdeeld Thailand

aemdrukkenGedurende de doorgaans bloedhete maand mei blakert Noord-Thailand onder de geselende zon. Waag je je in de middag naar buiten dan heb je al gauw het gevoel in vuur en vlam te staan.
De kleurenpracht van de bloesems die deze maand in parken en langs de wegen domineren lijkt ook wel vuur. De intens gele bloesem van de gouden regen (Cassia fistula), een inheemse boomsoort, en de oranjerode bloemen van de Flame Tree of Flamboyant (Delonix regia), een exoot uit Madagascar, stelen dan de show. Niet zelden staan ze naast elkaar aangeplant en wedijveren dan om wie de uitbundigste bloemen voortbrengt. Knijp je je ogen een beetje toe dan versmelten de schreeuwende kleuren tot een priemende vlam.

Geel en rood zijn ook de kleuren van twee strijdende partijen, groeperingen, bewegingen of hoe je het ook wilt noemen. Hun strijd heeft Thailand al jarenlang in zijn greep. Een paar keer escaleerde de gewelddadige rivaliteit tot het niveau van een burgeroorlog—dat viel soms samen met de hitte van april en mei. Het conflict tussen de geel- en roodhemden en alles wat daar stevig of losjes mee verbonden is, heeft van Thailand een hopeloos verdeeld land gemaakt. Zo’n conflict en het geweld waarmee het gepaard gaat zou men tien, vijftien jaar geleden niet voor mogelijk hebben gehouden.
In binnen- en buitenland werden de Thais juist geprezen om hun vermogen conflicten soepel tot een oplossing te brengen, compromissen te sluiten, water bij de wijn te doen, zich snel aan te passen aan een nieuwe situatie. In een Thais woordenboek wordt vol lof gesteld dat ‘het genie van de Thaise natie schuilt in zijn aanpassingsvermogen.’
reclame boekMaar in het conflict tussen rood en geel en tussen de Phuea Thai en de Democraten is er van ‘buigzaam bamboe’ geen sprake. Je hoort het bamboe vooral krakend en knallend uit elkaar scheuren.
Nu is het al een tijdje rustig, op straat althans, maar achter, voor en onder de schermen gaat de strijd gewoon verder. Vaak onder het mom van ‘verzoening’, het grote woord dat de afgelopen maanden de politiek domineerde.
De regering van premier Yingluck Shinawatra, een jongere zus van de naar het buitenland gevluchte ex-premier Thaksin Shinawatra, had een parlementaire commissie in het leven geroepen die moest uitzoeken hoe nationale verzoening bewerkstelligt kon worden. Voorzitter van die commissie was kamerlid Sonthi Boonyaratglin, niemand minder dan de commandant van het leger die in 2006 met een coup een einde maakte aan het bewind van Thaksin. Die commissie besteedde de moeilijke taak uit aan het gerenommeerde, onpartijdige King Prajadhipok’s Institute.

gouden regenIn maart was het studierapport van het instituut over de mogelijkheden tot verzoening, inclusief adviezen, voltooid en werd aan de parlementaire commissie voor nationale verzoening overhandigd. Dat was nauwelijks gebeurd of de kamerleden vlogen elkaar in de haren. Die van de oppositie (Democratische Partij) kwamen opgewonden uit hun bankjes en omsingelden Sonthi. De kamerleden van de regerende Phuea Thai Partij wilden het rapport namelijk bovenaan de agenda zetten. De Democraten vonden dat voorbarig en verdacht en wilden dat het rapport herzien werd. De op handen zijnde ‘verzoening’ bracht zoveel consternatie teweeg dat de kamerleden van een kleinere oppositiepartij hun ongenoegen daarover uitten door demonstratief de kamer te verlaten.
De Democraten waren vooral zo opgewonden omdat de Commissie één van de verzoeningsmogelijkheden uit het rapport had gelicht, en dat was die van amnestie voor iedereen die zonder politieke motieven de Emergency Decree (tijdens de burgeroorlog van voorjaar 2010) had geschonden en daarnaast alle veroordelingen van de door de coupleiders in het leven geroepen Asset Scrutiny Committee (waaronder de beschuldigingen van belastingontduiking en andere malversaties aan het adres van Thaksin) nietig zou verklaren. Dat zou erop neerkomen dat Thaksin zonder een vuiltje aan de lucht zou kunnen terugkeren naar Thailand. De in ballingschap levende ex-premier zou niets liever willen en staat al bij de grens te popelen om naar huis te kunnen. Midden-april was Thaksin al in Vientiane (Laos) en Siem Reap (Cambodja) te vinden, dicht bij de grens met Thailand, waar duizenden van zijn aanhangers (met name roodhemden) hem bezochten om hem een gelukkig Nieuwjaar te wensen en hun solidariteit te betuigen.
Voor de geelhemden zou de terugkeer van Thaksin niet te pruimen zijn. Het zou erop neerkomen dat meer dan zeven jaar van strijd tegen het Thaksin-bolwerk voor niets is geweest.

Het Thaksin bolwerk had met de grote overwinning van de Phuea Thai Partij bij de verkiezingen van juli 2011 al weer veel van haar voormalige kracht terug, ook al vertoefde de echte leider, Thaksin, als een soort voortvluchtige boef in het buitenland. Daar komt bij het bolwerk op 30 mei nog eens de steun zal krijgen van 111 doorgewinterde politici (en invloedrijke zakenlieden) die sleutelfiguren waren in Thaksins voormalige Thai Rak Thai Partij. Op 30 mei 2007 was deze partij door de coupleiders illegaal verklaard en werden de 111 topfiguren uit de partij veroordeeld tot het verbod vijf jaar aan de Thaise politiek mee te doen. Die straf zit er over een paar weken op. Dat betekent dat het Thaksin bolwerk zal aanzwellen met invloedrijke figuren. Waarschijnlijk zal een aantal van hen belangrijke posten in het cabinet van Yingluck krijgen, hoewel de premier blijft zwijgen over de op handen zijn reshuffles. De Phuea Thai heeft al een meerderheid in het parlement en heeft de belangrijkste portfolio’s in handen. Als Thaksin, de regisseur van dit alles, zelf ook nog eens naar Thailand terugkeert dan verschilt de situatie weinig meer van de ‘parlementaire dictatuur’ van vóór de coup—een gruwelijk scenario voor de geelhemden.
Thaksin mag dan gesteld hebben de politiek niet meer te ambiëren en hooguit adviseur van de huidige regering te willen worden, iedereen weet dat hij in feite de touwtjes stevig in handen heeft. We gaan een spannende tijd tegemoet.

gouden regenTijdens alle discussies over ‘verzoening’ in commissies, forums, think tanks en dergelijke, werd voormalig coupleider Sonthi in een moeilijk pakket gebracht toen hem een pijnlijke vraag werd gesteld door ex-Democraat generaal Sanan, een invloedrijke ouwe rot in de Thaise politiek.
Sanan opperde dat het voor de nationale verzoening van essentieel belang is dat ‘het volk’ te weten komt wie er nu eigenlijk achter die coup van 2006 zat die Thaksin had uitgerangeerd.
‘Was jij het Sonthi,’ stelde Sanan, ‘of werd je gemotiveerd van buitenaf? Als hierover de waarheid niet aan het licht komt, zal de Thaise natie in onzekerheid blijven, met name Thaksin Shinawatra en de roodhemden die hem steunen en die denken dat aristocraten en machtige lieden buiten het bereik van de grondwet de coup steunden.’
Sonthi’s antwoord was: ‘Deze vragen moeten niet aan me gesteld worden en ik kan ze niet beantwoorden. Sommige vragen kunnen zelfs niet beantwoord worden na de dood.’ (Of Sonthi zijn eigen dood of die van een ander bedoelt is me niet duidelijk.) Waaraan werd toegevoegd dat de waarheid nu vertellen geen goed zal doen aan de pogingen tot verzoening.

De roodhemden beschouwen de bejaarde ex-premier Prem Tinsulanonda, belangrijkste raadsheer van de koning en voorzitter van de Privy Council, als de mastermind van de coup. Prem heeft dit altijd ontkend. Maar voor de roodhemden is Prem de personificatie van de krachten die Thaksin in 2006 aan de kant hebben gezet. Prem is voor hen zo’n beetje het masker van het kwaad, het gezicht van de ‘traditionele elite’ waar de militante pro-Thaksin beweging tegen demonstreerde en waarvoor tientallen roodhemden tijdens de rellen hun leven hebben gegeven.

flamboyantVoor de roodhemden was het dan ook een pijnlijke zaak dat premier Yingluck op een ‘verzoening’ met Prem aanstuurde. Dit werd een week na het Thaise Nieuwjaar bekroond met een traditionele rot nam dam hua- ceremonie. Premier Yingluck begaf zich in gezelschap van drie deputies naar de woning van de raadsheer om hun respect te tonen. De roodhemden beschouwden dit echter als een verraad van Yingluck—het was al de derde keer dat Yingluck toenadering zocht tot hun aartsvijand.
In werkelijkheid zijn de Phuea Thai-regering en de ‘traditionele elite’ elkaar in het geheel niet nader gekomen en lijkt de rot nam-ceremonie meer op een bezwering om de eventuele terugkeer van Thaksin te vergemakkelijken. Analysten spraken dan ook over ‘symbolische verzoening’. Niemand weet overigens wat Yingluck en Prem in de twintig minuten na de ceremonie met elkaar besproken hebben.
Van echte verzoening is nog geen sprake. Zelfs over de voorwaarden om tot verzoening te komen begint men al te bekvechten. En dat terwijl het kwik dagelijks tot tegen de veertig graden Celsius stijgt.
Zelfs premier Yingluck wordt de hitte soms te veel. Kritiek op de inflatie en het steeds duurder worden van het Thaise leven—in strijd met de beloftes van haar populistische bewind—pareerde ze met de opmerking dat het een illusie was. ‘Het lijkt alleen maar duurder! Dat komt door de hitte.’ En toen journalisten haar vroegen over toekomstige reshuffles in de cabinet, antwoordde Yingluck slechts ‘dat het een warme dag’ was.

Mobieltjes in het parlement en de gevangenissen

mobieltjeAchttien april was een normale dag in het Thaise parlement: een vrijwel lege Kamer met een handvol parlementariërs: de een zat slaperig in de stoel onderuitgezakt, de ander speelde met zijn mobieltje. Maar opeens verscheen het beeld van een half ontklede jonge vrouw op een van de monitorschermen. Iedereen was nu wakker.
Nauwelijks een maand ervoor was het Thaise parlement in opspraak gekomen door het beschonken gedrag van een parlementariër en een vice-premier (zie de column van maart 2012: Zeden en waarden, alcoholcultuur, zondige dames en gezichtsverlies).
Nu was de grote vraag waar het pornoplaatje vandaan kwam en hoe het in het parlement kon verschijnen? Een week later was een onderzoek naar deze affaire afgerond, maar zonder tot een duidelijke conclusie te komen. Dat gebeurt wel vaker bij zulke onderzoeken. Waarschijnlijk was het met een mobieltje of smartphone naar het circuit in de Kamer gedownload—al of niet opzettelijk.
Ondertussen was een kamerlid van de oppositie in de Kamer betrapt terwijl hij naar een pornoplaatje op zijn smartphone zat te kijken. ‘Gestuurd door een vriend, om me te plagen,’ legde hij later uit.
Behalve in het parlement gebeuren er in de Thaise gevangenissen gekke dingen met mobieltjes. Gedetineerden mogen zo’n ding daar helemaal niet hebben. Toch slingeren er gauw een paar honderd per gevangenis rond. Laatst werd ik door een Thaise vriend vanuit een de cel in Bangkok opgebeld, zomaar om even gezellig te leuteren. Net als buiten de muren zitten de mobieltjes in de gevangenissen volgeladen met porno—wel begrijpelijk trouwens. Zorgwekkender is dat gedetineerde drugshandelaren vanuit de gevangenissen hun business gewoon voortzetten. Dankzij de mobieltjes sluiten ze nieuwe deals af en bedienen ze een netwerk van tussenhandelaren en gebruikers. Zelfs een groot deel van de Thaise handel in drugs (overwegend ya ba, metamfetaminen) blijkt nu in handen van gedetineerden te zijn.
Veel verdachte drugshandelaren zijn inmiddels overgebracht naar een extra beveiligde gevangenis in Ratburi, maar zelfs die weet men niet ‘mobieltjesvrij’ te houden.

Zuchtende schildpad op Doi Suthep

schildpadEen week later was ik een paar keer op Doi Suthep, de berg ten westen van Chiang Mai. Er was geen slang te bekennen. Maar er wachtte mij een andere verrassing. Een paar keer hoorde ik een duidelijk geritsel tussen het dekbed van afgevallen bladeren, niet zo ver van de top van Doi Pui. (“Doi Suthep” heeft eigenlijk twee pieken: een op een hoogte van 1600 meter, Doi Suthep in engere zin, en een op 1685 meter, Doi Pui). Het was in de namiddag en elk moment verwachtte ik dat er een forse slang uit de bladeren zou opduiken.
Het geritsel bleek echter door een schildpad te worden voortgebracht, een aandoenlijk dier dat zich in een absurd traag tempo door het bos bewoog, lomp en loom alsof hij nog een hele wandeling voor de boeg had. Toen ik hem oppakte zuchtte hij dan ook zwaarmoedig. De platen van het schild van het dier waren wat ingedeukt, als een ijzeren helm die met een honkbalknuppel is bewerkt. Thuisgekomen was het niet moeilijk het dier te determineren: de Impressed Tortoise (Manouria impressa). Volgens mijn reptielengidsje is het een vrij zeldzame soort waarvan alleen hier en daar geïsoleerde populaties vrij hoog in de bergen voorkomen.
Toen een Lisu-vriend uit de bergen van Wiang Haeng mijn foto van het dier zag, beweerde hij dat het rond zijn dorp vrij veel voorkomt en dat het voortreffelijk snaakt. Ik geloofde hem toen hij het zuchten van de schildpad treffend imiteerde en opmerkte dat deze paddestoelen eet—precies wat ook in mijn gidsje staat. En ik moest die dag nog verschillende keren horen dat ik stom was het beest niet meegenomen te hebben. ‘Ze zijn echt heerlijk!’

Rattennieuws: ‘uitgestorven rattensoort’ duikt op in tuin van Nederlander

Lao Rock RatOver bijzondere, zeldzame dieren gesproken. Zo’n tien jaar geleden werd een nieuwe rattensoort ontdekt in Laos. Dat was niet het resultaat van moeizame biologische expedities in de verre binnenlanden. Nee, de ratten werden voor het eerst gesignaleerd op lokale markten rond Tha Khaek, waar ze als slachtvlees voor de barbecue werden aangeboden. Ook werden er wel levende dieren, ‘vers’ verkocht—alleraardigste dieren met een pluimstaart en een waggelende manier van lopen.
Het waren wel ratten, maar ze verschilden zo sterk van andere ratten en knaagdieren, dat de nieuwe soort in een aparte orde geplaatst werd. Helemaal onbekend was het dier echter niet. Paleontologen kenden fossielen van ratachtigen die miljoenen jaren geleden leefden en daarop leek de Laotiaanse pluimstaart. Omdat het dier vooral bij kalksteenbergen leefde werd hij de Laotian Rock Rat gedoopt.
Er is inmiddels heel wat onderzoek naar het ‘levende fossiel’ verricht. Bijzonder is onder andere dat het maagdarmkanaal lijkt op dat van runderen—waardoor het zich kan voeden met moeilijk verteerbare vegetatie.
Eind april kreeg ik een e-mail van een in Noord-Thailand wonende Nederlander. Zijn kat was met een buit gemaakt beest komen aanzetten: een Laotian Rock Rat! Omdat de rat nog leefde werd deze weer de vrijheid geschonken en moest de kat weer met brokjes genoegen nemen. De vraag van de Nederlander (wiens naam en woonplaats ik hier voor de privacy van de bijzondere rat niet vermeld—ik denk dat dierenhandelaren er wel pap van lusten) was of ik wist of de Laotian Rock Rat ook in Thailand voorkomt. Nu weet ik vrijwel niets van knaagdieren en kon ik op het internet niets vinden dat erop wees dat de rat ook ver buiten de omgeving van Tha Khaek is gevonden. Maar kennelijk komt hij dus ook voor in Noord-Thailand—ik neem tenminste aan dat de briefschrijver een eekhoorntje niet voor een zo’n opmerkelijk dier als de Laotian Rock Rat heeft gehouden.

En zo verwonderlijk is het voorkomen van het levend fossiel in Noord-Thailand misschien ook weer niet. Van veel soorten zijn een aantal tamelijk ver verspreid liggende populaties bekend. Noord-Thailand heeft veel kalksteengebergte waar de rat zich thuis zal voelen en het ligt maar zo’n 600-700 km van Tha Khaek in Laos. Van grote delen van het noorden zijn flora en fauna nog helemaal niet goed in kaart gebracht. Zo heb ik de afgelopen twaalf jaar een half dozijn slangensoorten in Noord-Thailand gevonden die in de herpetologische literatuur nog niet voor de regio beschreven waren (waaronder één nieuwe soort).
Omdat G. R. uit C. (het lijkt wel een politiebericht) geen foto van de rat heeft gemaakt en het bijzondere dier nog niet bij mij in de tuin is verschenen, moest ik de hierbovenstaande foto van het internet roven—waarvoor mijn excuses.