Redactioneel-2012-02-maart-mei

Cassia and Delonix©Sjon Hauser: tekst en foto’s
Agenda mei-juni 2012:

Sjon Hauser1 mei – Dag van de Arbeid (vrije dag) ♦ 5 mei – Coronation Day (officiële feestdag) ♦ 7 mei – Vrije dag (omdat Coronation Day op een zaterdag valt) ♦ 17-24 mei: Inthakhin ceremonie in Chiang Mai ♦ 4 juni – Wisakha Bucha ♦ juni – Raketfestival bij Wat Pa Tueng ♦ 22-24 juni: Phi Ta Khon in Dan Sai, Loei.


Slangennieuws: het regenseizoen is begonnen met een stortvloed van interessante vondsten en waarnemingen.
Over de vondst van een juveniele Yunnan Keelback: scroll een stukje omlaag.
Ook bijzonder was de vondst van een ‘gave’ DOR (Dead on Road) van een Two-striped Keelback op Doi Inthanon. Meer hierover in: Amphiesma bitaeniatum, a rare mountain snake.

Kukri slangen, om gek van te worden.

Oligodon albocinctus

Oligodon albocinctus of O. cinereus?

Een paar weken later reed ik op Highway 11 door de provincie Phrae, niet bepaald een favoriete route van mij als ik op zoek ben naar slangen. Ik zag een roodbruine slang dood op de weg liggen.

Het was onmiskenbaar een kukri snake, en hij leek kwa kleur en vorm sterk op Oligodon cinereus, een zeer variabele soort die ik goed uit Noord-Thailand ken. Deze kan bruin en roodbruin kan zijn, met of zonder zwarte kartelbandjes en een roze of rode buik hebben met of zonder rijen zwarte en witte vlekjes. Maar de slang op de weg had witte bandjes met een zwarte rand.
Van O. cinereus blijkt echter een kleurpatroon met witte bandjes te bestaan, beschreven door Wagner in 1975. Een foto van zo’n vorm (afkomstig uit Zuid-Thailand) staat in Wirot Nutphans Snakes in Thailand (2001), tenminste als we David et al. (2004) mogen geloven. Wirot zelf dacht dat de door hem gefotografeerde kukri snake een Oligodon inornatus was, maar in hun vernietigende kritiek op Wirots boek stellen David et al. (2004) dat het (Wagners) witbandige vorm van Oligodon cinereus is. Het dier op Wirots foto heeft echter maar een stuk of 18-19 bandjes, de slang uit Phrae 27 stuks (24 op lichaam, 3 op staart, waaronder een paar ‘misvormde’ bandjes, waarschijnlijk een individuele afwijking). Dus de witbandige vorm van O. cinereus is mijn slang dus kennelijk niet.

 

O. cinereus

Kop en nek van de kukri snake uit Phrae.

buik

De buikzijde van de kukri snake uit Phrae.

Wat betreft de bandjes lijkt mijn vondst meer op de White-barred Kukri Snake (Oligodon albocinctus), bekend uit Myanmar, Bangladesh, Noord-India, Nepal en Bhutan, maar die voor zover ik weet nooit in Thailand is waargenomen. Oligodon albocinctus heeft volgens Das (2010) 19-27 bandjes op het lichaam en 4-8 op de staart. Als mijn slang uit Phrae een O. albocinctus is, dan is dat waarschijnlijk de eerste waarneming van deze soort in Thailand. En dat betekent in drie weken tijd twee new records van slangensoorten in Thailand—niet gek voor wat rondtuffen op een motorfiets door het noorden.
Maar bij kukri slangen weet je het nooit zeker en ik denk toch dat de slang uit Phrae een vorm van O. cinereus is. Het determineren van de interessante kukri snakes resulteert al gauw in hoge bloeddruk. De systematiek van talloze soorten is een grote warboel, voor een deel op rekening van de taxonomen, maar de variabele beestjes maken het hun ook niet echt gemakkelijk.
In Das (2010) worden zowel O. cinereus als O. albocinctus gedetailleerd beschreven en ze zijn in vrijwel al hun kenmerken gelijk. Een duidelijk verschil is de staart: het aantal paren subcaudals is bij O. albocinctus groter (47-68) dan bij O. cinereus (28-42). Hoeveel paren subcaudals heeft de slang uit Phrae? Dat zijn er 42. Het aantal ventrale schubben van de twee soorten overlapt elkaar: 177-207 bij O. albocinctus, 155-186 bij O. cinereus. De kukri slang uit Phrae heeft er 186. Deze gegevens brengen dus nog zeker geen uitkomst.
Een vaak belangrijk diagnotisch kenmerk is het aantal rijen dorsale schubben. Volgens Das (2010) zijn dat er bij zowel O. albocinctus, O. cinereus als de slang uit Phrae 17. Daar schieten we ook weinig mee op. Ook zou de buik van O. cinereus crèmekleurig zijn, maar ik weet dat deze minstens zo vaak roze of rood met of zonder rijen zwart-witte vlekjes is. De buik van O. albocinctus is volgens genoemde auteur echter crème, gelig of koraal met zwarte ‘gebieden’. De slang uit Phrae heeft een donkerroze buik (bijna koraal) en dat sluit O. cinereus noch O. albocinctus uit. O. albocinctus zou een donkere streep van bovenlip naar oogkas hebben, maar in de illustratie van de soort in het werk van Das is daar niet veel van te zien. De kop van de slang uit Phrae is platgereden en allerlei kenmerken van de kop zijn daardoor nogal onduidelijk, maar voor zover te zien lijkt het kukri-maskertje sterk op dat in de afbeelding van O. albocinctus in Das (2010).
Aan de andere kant zou een masker bij O. cinereus ontbreken (‘forehead unpatterned brown’)—en ik weet dat dat voor (vrijwel) alle exemplaren van deze soort in Noord-Thailand niet zo is. Ze hebben meestal een tamelijk duidelijk maskertje met karateristieke losse stip. Wat Das schrijft is dus lang niet altijd correct (en sommige illustraties zijn ronduit slecht), al is zijn Field Guide is wel het beste en meest uitvoerige recente werk over Zuidoost-Aziatische slangen.
Nee, ik ben er nog lang niet uit.
In het geval de slang uit Phrae een witte bandjes-vorm van O. cinereus is, dan is deze vorm in Noord-Thailand zeer zeldzaam. Wat ik een een beetje gek vind is dat hij vrij laag in de heuvels voorkomt in nogal gedegradeerd bos met akkers en plantages. De algemene bruine en roodbruine O. cinereus vormen met of zonder zwarte kartelbandjes en een roze buik met of zonder ‘pianotoetsen’ (wat rechthoekige zwarte en witte vlekken) vind je juist voornamelijk in echt, dicht bos boven de 1000 meter.
Het werk van Wagner (1975) waarin de witte bandjes-vorm van O. cinereus wordt beschreven is een niet gepubliceerde MSc Thesis bij de Louisiana State University, niet een werk dat je zomaar tevoorschijn tovert op het internet.
En als de ‘Ring Kukri Snake’ in het boek van Wirot een witte bandjes-vorm van deze O. cinereus is, dan vind ik het verdacht dat het dier in ‘Zuid-Thailand’ is gevonden. Andere vormen van O. cinereus zijn daar niet bekend. Het kan ook een slordigheid of vergissing zijn, Wirots werk staat er vol mee, maar Wirot zelf is inmiddels overleden en hem kunnen we niet naar de precieze herkomst van de slang vragen.
Eerlijk gezegd denk ik dat Wirots Red Ring Kukri Snake uit Zuid-Thailand misschien helemaal geen witte bandjes-vorm van O. cinereus is, al spreek ik daarmee enkele Goden van de Thaise slangentaxonomie, Patrick David en Olivier Pauwels, tegen. Ik denk dat alleen moleculaire studies gecombineerd met nauwkeurige anatomische, morfologische en geografische gegevens uitkomst zullen brengen.
Een studie van Marc David Green van de universiteit van Toronto was een begin van die aanpak (Green, 2010). Vreemd genoeg kwam het door hem bestudeerde materiaal uit alle hoeken van het vasteland van Zuidoost-Azië, behalve uit Thailand.
In dit werk wordt overigens gesteld dat O. albocinctus 19 rijen rugschubben ter hoogte van het midden van het lichaam heeft. Als dat correct is, lijkt het erop dat de slang uit Phrae GEEN O. albocinctus is. Green vermeldt overigens dat O. albocinctus volgens de IUCN (een internationale commissie) nog steeds op te weinig gegevens is gebaseerd (“Data Deficient”) om al volwaardig soort te worden erkend. En over de witbandige vorm van O. cinereus (pallidocinctus=kennelijk Wagners vorm) schrijft Green: ‘The pallidocinctus form is most distinctive with 27-34+3-4 light black-edged crossbars and unspotted ventrals.’ Dat komt heel aardig overeen met de slang uit Phrae en voorlopig houd ik de laatste dan ook op de pallidocinctus kleurvorm van Oligodon cinereus.
Verderop merkt Green op dat deze pallidocinctus kleurvorm bekend is uit Zuid-Vietnam. Het vinden van zo’n zelfde kleurvorm bijna 1500 km ten noordwesten van Zuid-Vietnam is dan toch wel bijzonder—al betreft het geen nieuwe soort voor Thailand (in het geval de slang uit Phrae een O. albocinctus is).
Mocht u niet al lang zijn afgehaakt, maar heeft u zich tot hier door de tekst geworsteld, dan heeft u ongetwijfeld nu ook dat gespannen gevoel in het voorhoofd en het wat opgeblazen gevoel in de maag dat kenmerkend is voor een slangenliefhebber die een kukri slang probeert te determineren. ‘Een zeer verwarrend taxon,’ schrijft Green over O. cinereus. En dat is niets te veel gezegd. Overigens draagt deze variabele soort de minstens zo verwarrende Engelse naam Grey Kukri Snake. Zelden zijn ze namelijk grijs en van de grijze exemplaren van Oligodon cf cinereus die ik ooit gevonden heb, denk ik dat het wel eens een andere soort kan zijn.

O. fasciolatus

O. fasciolatus

Bijzondere dieren zijn de kukri slangen, ook in menig ander opzicht. Sommige soorten zijn bijzonder sterk en fel, zoals de in Thailand zeer algemene Banded Kukri Snake (Oligodon fasciolatus, voor mijn part O. cyclurus, What’s in a name?).

Ze bijten dwars door dikke handschoenen heen. En heb je er een stevig achter de kop vast, dan weten ze die zo te wrikken en draaien dat ze toch nog een flinke beet toebrengen met hun dolkvormige tanden achterin de bovenkaak. Ondertussen zwaaien ze wild met hun staart of steken zelfs hun knalroze hemipenissen dreigend uit de vent.

De beet is pijnlijk en de wond blijft lang bloeden en geneest langzaam. Verder kan de beet hoofdpijn en duizeligheid veroorzaken. De slang is dus echt giftig, zij het niet gevaarlijk giftig.
Vreemd genoeg wordt hij in geen enkel werk een gifslang genoemd. In de wetenschappelijke werken over de slangen hier stuit je vaker op dit soort raadsels.

♦ 1 mei – Dag van de Arbeid (vrije dag)
bouwvakkersHoewel dit een officiële feestdag is, gaat hij doorgaans ongemerkt voorbij. Geen knallend vuurwerk, plechtstatige processies of het gebral dat andere feestdagen vergezelt. Mogelijk zullen er hier en daar bescheiden demonstraties plaatsvinden. Veel arbeiders en ‘arme sloebers’ voelen zich beetgenomen door de huidige regering, waarvan ze aanvankelijk zulke hoge verwachtingen hadden. Het minimum dagloon van driehonderd baht was met moeite doorgevoerd en de vergoedingen aan de slachtoffers van de overstromingen van het afgelopen jaar bleven uit. Bovendien voelen velen — en ik bedoel vele ‘roodhemden’ — zich door premier Yingluck Shinawatra verraden vanwege haar verbroedering met de bejaarde ex-premier Prem Tinsulanonda, een topadviseur van de koning. De roodhemden beschouwen Prem als het brein achter de militaire staatsgreep van 2006 waarmee een eind gemaakt werd aan het populistische bewind van premier Thaksin Shinawatra, de oudere broer van Yingluck. Meer hierover in de onderstaande column ‘Verzoening in verdeeld Thailand’.

♦ 5 mei – Coronation Day (officiële feestdag)
coronation BhumibolOok al geen wild evenement. Op deze dag wordt de kroning van Bhumibol Adulyadej tot koning van Thailand herdacht. Dat was in 1950 en sindsdien ie er veel veranderd, ook wat betreft het koningschap.
Toen de 23-jarige Bhumibol de troon besteeg, had het Thaise koningschap geen erg hoog aanzien. Na de afschaffing van de absolute monarchie in 1932 was de toenmalige koning naar het buitenland vertrokken en in de erop volgende jaren had generaal (later maarschalk) Phibun Songkhram zich tot Thailands sterke man ontpopt. Zijn zelfverheerlijking was een opmerkelijk aspect van zijn bewind. Pas nadat Phibun in 1957 opzij werd geschoven door een andere sterke man uit het leger—generaal Sarit Thanarat—begon de ster van de koning hemelwaarts te rijzen. Sarit stond een snelle economische ontwikkeling van Thailand voor en de koning zou daarbij een grote rol moeten spelen. Sarit moedigde hem aan vaak in het openbaar te verschijnen en reizen naar het buitenland te maken om Thailand te promoten. De koning werd het gezicht van het moderniserende Thailand. Door zelf allerlei koninklijke ontwikkelingsprojecten te leiden was hij de public relations man van de gepropageerde ontwikkeling. Het respect en ontzag en de liefde voor de koning groeide met de dag en hij werd heilig en onschendbaar.
Omdat 5 mei op een zaterdag valt, is maandag 7 mei een vrije dag.

♦ 17-24 mei – Inthakhin ceremonie in Chiang Mai
water schenkenVoor de bewoners van Chiang Mai is dit een culturele evenement met een hoofdletter C. Tijdens dit festival begeeft de lokale bevolking (uit de stad maar ook uit de omgeving) zich massaal naar Wat Chedi Luang in het hart van de oude stad. Op het terrein van de tempel staat de stichtingspilaar (Inthakhin) van de stad, waar de mensen bloemen zullen offeren op speciale tafeltjes van gespleten bamboe. Bij de ingang, voor de grote verzamelhal, staat een beroemd boeddhabeeld afkomstig uit een andere tempel in de stad op een podium. Van dat beeld wordt aangenomen dat het over bijzondere krachten beschikt om te bewerkstelligen dat het het nieuwe jaar overvloedig zal regenen. De bezoekers staan er in de rij om bekertjes geparfumeerd water over het beeld te schenken, een ritueel dat veel wegheeft van de regenrituelen op Songkran, het traditionale Thaise Nieuwjaar midden-april. Dit jaar beginnen de plechtigheden op 17 mei. Op 19 mei om 15.00 uur is er een speciale ceremonie.
Wie meer wil weten over de achtergonden van het Inthakhin-festival zal aan zijn trekken komen bij het lezen van het artikel: Inthakhin ceremonies—Lawa spirits and the city pillar

♦ 4 juni – Wisakha Bucha
muurschildering verlichting BoeddhaDit is de belangrijkste boeddhistische feestdag in Thailand. Drie essentiële gebeurtenissen in het leven van de Boeddha worden dan herdacht: zijn geboorte, het bereiken van de verlichting en zijn dood. De dag valt altijd op volle maan en ‘s avonds komen de mensen in de tempels bijeen om er kaarsjes, wierook en bloemen te offeren nadat ze met de offerandes drie maal rond de chedi waren gelopen. Veel bewoners van Chiang Mai en omgeving maken de voorafgaande ochtend een bedevaartstocht naar Wat Phra That Doi Suthep, de heilige tempel op de berg ten westen van de stad. De echte diehards lopen de twaalf kilometer naar de 1150 meter hoog gelegen tempel niet over de hoofdweg, maar volgen een hier en daar steil pad door het bos. De volgende ochtend offert men eten aan de monniken en maakt zijn rondjes om de vergulde chedi waarin naar men beweert een echt relikwie van de Boeddha zit verborgen.

♦ juni – Raketfestival Ban Pa Tueng
raket van bamboeVan de vruchtbaarheidsfestivals verbonden met het naderende regenseizoen en het planten van de rijst is het watersmijtfestival in midden-april (Songkran of Thais Nieuwjaar) het bekendst.
Een ander, later festijn bestaat uit het afschieten van bamboeraketten — de zogenaamde bang fai. Dit gebeurt vooral in Noordoost-Thailand uitbundig plaats, maar het gebeurt hier en daar ook in het noorden. Het bekendst is het bang fai-festival van Ban Pa Tueng, een dorp 20 km ten oosten van Chiang Mai. De dorpen uit de wijde omgeving sturen afgevaardigden met de in hun dorp vervaardigde bamboeraket naar het festijn.
De meegekomen supporters uit het dorp dansen en slaan op drums en gongen als hun bijna 10 meter lange raket naar een houten stellage wordt gedragen vanwaar de projectielen worden afgevuurd — Ban Pa Tuengs Cape Kennedy. Daar aanschouwen ze het lot van de andere raketten tot het hun beurt is hun raket op de stellage te plaatsen. Aan de achterkant van het projectiel wordt het lont van een kruitvat aangestoken en bij een succesvolle lancering zal de raket een spectaculaire vlucht van honderden meters maken en daarna ergens in het bos of op de velden neerstorten. Het gebeurt echter regelmatig dat een raket ontploft bij de lancering, wat aanzienlijk bijdraagt tot de feestvreugde onder de toeschouwers. Men meent dat de raketten regen zullen brengen op de velden in de omgeving. Meestal wordt het afschieten van de raketten gecombineerd met een drum-wedstrijd tussen de grote tempeldrums uit de dorpen in de omgeving. Dus heel wat gedreun, geknal en gesis bij elkaar.
Wanneer het dit jaar plaatsvindt? Dat is altijd moeilijk te achterhalen—waarschijnlijk in de tweede helft van juni.

♦ 22-24 juni – Phi Ta Khon
ghost masksPhi Ta Khon is een ander, zeer bijzonder vruchtbaarheidsfestival. Het wordt alleen gevierd in het plaatsje Dan Sai in Loei (Noordoost-Thailand).
Het carnavaleske gebeuren is een wonderbaarlijke mengeling van een boeddhistische legende en vruchtbaarheidsriten. Het is een levendig, bijzonder kleurrijk en erotisch getint festijn, dus wat let je erheen te gaan.
Meer over de achtergronden van dit unieke festival vind je in het artikel: Phi Ta Khon, the festival of ghosts in Dan Sai, Loei.

Verzoening in verdeeld Thailand

aemdrukkenGedurende de doorgaans bloedhete maand mei blakert Noord-Thailand onder de geselende zon. Waag je je in de middag naar buiten dan heb je al gauw het gevoel in vuur en vlam te staan.
De kleurenpracht van de bloesems die deze maand in parken en langs de wegen domineren lijkt ook wel vuur. De intens gele bloesem van de gouden regen (Cassia fistula), een inheemse boomsoort, en de oranjerode bloemen van de Flame Tree of Flamboyant (Delonix regia), een exoot uit Madagascar, stelen dan de show. Niet zelden staan ze naast elkaar aangeplant en wedijveren dan om wie de uitbundigste bloemen voortbrengt. Knijp je je ogen een beetje toe dan versmelten de schreeuwende kleuren tot een priemende vlam.

Geel en rood zijn ook de kleuren van twee strijdende partijen, groeperingen, bewegingen of hoe je het ook wilt noemen. Hun strijd heeft Thailand al jarenlang in zijn greep. Een paar keer escaleerde de gewelddadige rivaliteit tot het niveau van een burgeroorlog—dat viel soms samen met de hitte van april en mei. Het conflict tussen de geel- en roodhemden en alles wat daar stevig of losjes mee verbonden is, heeft van Thailand een hopeloos verdeeld land gemaakt. Zo’n conflict en het geweld waarmee het gepaard gaat zou men tien, vijftien jaar geleden niet voor mogelijk hebben gehouden.
In binnen- en buitenland werden de Thais juist geprezen om hun vermogen conflicten soepel tot een oplossing te brengen, compromissen te sluiten, water bij de wijn te doen, zich snel aan te passen aan een nieuwe situatie. In een Thais woordenboek wordt vol lof gesteld dat ‘het genie van de Thaise natie schuilt in zijn aanpassingsvermogen.’
reclame boekMaar in het conflict tussen rood en geel en tussen de Phuea Thai en de Democraten is er van ‘buigzaam bamboe’ geen sprake. Je hoort het bamboe vooral krakend en knallend uit elkaar scheuren.
Nu is het al een tijdje rustig, op straat althans, maar achter, voor en onder de schermen gaat de strijd gewoon verder. Vaak onder het mom van ‘verzoening’, het grote woord dat de afgelopen maanden de politiek domineerde.
De regering van premier Yingluck Shinawatra, een jongere zus van de naar het buitenland gevluchte ex-premier Thaksin Shinawatra, had een parlementaire commissie in het leven geroepen die moest uitzoeken hoe nationale verzoening bewerkstelligt kon worden. Voorzitter van die commissie was kamerlid Sonthi Boonyaratglin, niemand minder dan de commandant van het leger die in 2006 met een coup een einde maakte aan het bewind van Thaksin. Die commissie besteedde de moeilijke taak uit aan het gerenommeerde, onpartijdige King Prajadhipok’s Institute.

gouden regenIn maart was het studierapport van het instituut over de mogelijkheden tot verzoening, inclusief adviezen, voltooid en werd aan de parlementaire commissie voor nationale verzoening overhandigd. Dat was nauwelijks gebeurd of de kamerleden vlogen elkaar in de haren. Die van de oppositie (Democratische Partij) kwamen opgewonden uit hun bankjes en omsingelden Sonthi. De kamerleden van de regerende Phuea Thai Partij wilden het rapport namelijk bovenaan de agenda zetten. De Democraten vonden dat voorbarig en verdacht en wilden dat het rapport herzien werd. De op handen zijnde ‘verzoening’ bracht zoveel consternatie teweeg dat de kamerleden van een kleinere oppositiepartij hun ongenoegen daarover uitten door demonstratief de kamer te verlaten.
De Democraten waren vooral zo opgewonden omdat de Commissie één van de verzoeningsmogelijkheden uit het rapport had gelicht, en dat was die van amnestie voor iedereen die zonder politieke motieven de Emergency Decree (tijdens de burgeroorlog van voorjaar 2010) had geschonden en daarnaast alle veroordelingen van de door de coupleiders in het leven geroepen Asset Scrutiny Committee (waaronder de beschuldigingen van belastingontduiking en andere malversaties aan het adres van Thaksin) nietig zou verklaren. Dat zou erop neerkomen dat Thaksin zonder een vuiltje aan de lucht zou kunnen terugkeren naar Thailand. De in ballingschap levende ex-premier zou niets liever willen en staat al bij de grens te popelen om naar huis te kunnen. Midden-april was Thaksin al in Vientiane (Laos) en Siem Reap (Cambodja) te vinden, dicht bij de grens met Thailand, waar duizenden van zijn aanhangers (met name roodhemden) hem bezochten om hem een gelukkig Nieuwjaar te wensen en hun solidariteit te betuigen.
Voor de geelhemden zou de terugkeer van Thaksin niet te pruimen zijn. Het zou erop neerkomen dat meer dan zeven jaar van strijd tegen het Thaksin-bolwerk voor niets is geweest.

Het Thaksin bolwerk had met de grote overwinning van de Phuea Thai Partij bij de verkiezingen van juli 2011 al weer veel van haar voormalige kracht terug, ook al vertoefde de echte leider, Thaksin, als een soort voortvluchtige boef in het buitenland. Daar komt bij het bolwerk op 30 mei nog eens de steun zal krijgen van 111 doorgewinterde politici (en invloedrijke zakenlieden) die sleutelfiguren waren in Thaksins voormalige Thai Rak Thai Partij. Op 30 mei 2007 was deze partij door de coupleiders illegaal verklaard en werden de 111 topfiguren uit de partij veroordeeld tot het verbod vijf jaar aan de Thaise politiek mee te doen. Die straf zit er over een paar weken op. Dat betekent dat het Thaksin bolwerk zal aanzwellen met invloedrijke figuren. Waarschijnlijk zal een aantal van hen belangrijke posten in het cabinet van Yingluck krijgen, hoewel de premier blijft zwijgen over de op handen zijn reshuffles. De Phuea Thai heeft al een meerderheid in het parlement en heeft de belangrijkste portfolio’s in handen. Als Thaksin, de regisseur van dit alles, zelf ook nog eens naar Thailand terugkeert dan verschilt de situatie weinig meer van de ‘parlementaire dictatuur’ van vóór de coup—een gruwelijk scenario voor de geelhemden.
Thaksin mag dan gesteld hebben de politiek niet meer te ambiëren en hooguit adviseur van de huidige regering te willen worden, iedereen weet dat hij in feite de touwtjes stevig in handen heeft. We gaan een spannende tijd tegemoet.

gouden regenTijdens alle discussies over ‘verzoening’ in commissies, forums, think tanks en dergelijke, werd voormalig coupleider Sonthi in een moeilijk pakket gebracht toen hem een pijnlijke vraag werd gesteld door ex-Democraat generaal Sanan, een invloedrijke ouwe rot in de Thaise politiek.
Sanan opperde dat het voor de nationale verzoening van essentieel belang is dat ‘het volk’ te weten komt wie er nu eigenlijk achter die coup van 2006 zat die Thaksin had uitgerangeerd.
‘Was jij het Sonthi,’ stelde Sanan, ‘of werd je gemotiveerd van buitenaf? Als hierover de waarheid niet aan het licht komt, zal de Thaise natie in onzekerheid blijven, met name Thaksin Shinawatra en de roodhemden die hem steunen en die denken dat aristocraten en machtige lieden buiten het bereik van de grondwet de coup steunden.’
Sonthi’s antwoord was: ‘Deze vragen moeten niet aan me gesteld worden en ik kan ze niet beantwoorden. Sommige vragen kunnen zelfs niet beantwoord worden na de dood.’ (Of Sonthi zijn eigen dood of die van een ander bedoelt is me niet duidelijk.) Waaraan werd toegevoegd dat de waarheid nu vertellen geen goed zal doen aan de pogingen tot verzoening.

De roodhemden beschouwen de bejaarde ex-premier Prem Tinsulanonda, belangrijkste raadsheer van de koning en voorzitter van de Privy Council, als de mastermind van de coup. Prem heeft dit altijd ontkend. Maar voor de roodhemden is Prem de personificatie van de krachten die Thaksin in 2006 aan de kant hebben gezet. Prem is voor hen zo’n beetje het masker van het kwaad, het gezicht van de ‘traditionele elite’ waar de militante pro-Thaksin beweging tegen demonstreerde en waarvoor tientallen roodhemden tijdens de rellen hun leven hebben gegeven.

flamboyantVoor de roodhemden was het dan ook een pijnlijke zaak dat premier Yingluck op een ‘verzoening’ met Prem aanstuurde. Dit werd een week na het Thaise Nieuwjaar bekroond met een traditionele rot nam dam hua- ceremonie. Premier Yingluck begaf zich in gezelschap van drie deputies naar de woning van de raadsheer om hun respect te tonen. De roodhemden beschouwden dit echter als een verraad van Yingluck—het was al de derde keer dat Yingluck toenadering zocht tot hun aartsvijand.
In werkelijkheid zijn de Phuea Thai-regering en de ‘traditionele elite’ elkaar in het geheel niet nader gekomen en lijkt de rot nam-ceremonie meer op een bezwering om de eventuele terugkeer van Thaksin te vergemakkelijken. Analysten spraken dan ook over ‘symbolische verzoening’. Niemand weet overigens wat Yingluck en Prem in de twintig minuten na de ceremonie met elkaar besproken hebben.
Van echte verzoening is nog geen sprake. Zelfs over de voorwaarden om tot verzoening te komen begint men al te bekvechten. En dat terwijl het kwik dagelijks tot tegen de veertig graden Celsius stijgt.
Zelfs premier Yingluck wordt de hitte soms te veel. Kritiek op de inflatie en het steeds duurder worden van het Thaise leven—in strijd met de beloftes van haar populistische bewind—pareerde ze met de opmerking dat het een illusie was. ‘Het lijkt alleen maar duurder! Dat komt door de hitte.’ En toen journalisten haar vroegen over toekomstige reshuffles in de cabinet, antwoordde Yingluck slechts ‘dat het een warme dag’ was.

Mobieltjes in het parlement en de gevangenissen

mobieltjeAchttien april was een normale dag in het Thaise parlement: een vrijwel lege Kamer met een handvol parlementariërs: de een zat slaperig in de stoel onderuitgezakt, de ander speelde met zijn mobieltje. Maar opeens verscheen het beeld van een half ontklede jonge vrouw op een van de monitorschermen. Iedereen was nu wakker.
Nauwelijks een maand ervoor was het Thaise parlement in opspraak gekomen door het beschonken gedrag van een parlementariër en een vice-premier (zie de column van maart 2012: Zeden en waarden, alcoholcultuur, zondige dames en gezichtsverlies).
Nu was de grote vraag waar het pornoplaatje vandaan kwam en hoe het in het parlement kon verschijnen? Een week later was een onderzoek naar deze affaire afgerond, maar zonder tot een duidelijke conclusie te komen. Dat gebeurt wel vaker bij zulke onderzoeken. Waarschijnlijk was het met een mobieltje of smartphone naar het circuit in de Kamer gedownload—al of niet opzettelijk.
Ondertussen was een kamerlid van de oppositie in de Kamer betrapt terwijl hij naar een pornoplaatje op zijn smartphone zat te kijken. ‘Gestuurd door een vriend, om me te plagen,’ legde hij later uit.
Behalve in het parlement gebeuren er in de Thaise gevangenissen gekke dingen met mobieltjes. Gedetineerden mogen zo’n ding daar helemaal niet hebben. Toch slingeren er gauw een paar honderd per gevangenis rond. Laatst werd ik door een Thaise vriend vanuit een de cel in Bangkok opgebeld, zomaar om even gezellig te leuteren. Net als buiten de muren zitten de mobieltjes in de gevangenissen volgeladen met porno—wel begrijpelijk trouwens. Zorgwekkender is dat gedetineerde drugshandelaren vanuit de gevangenissen hun business gewoon voortzetten. Dankzij de mobieltjes sluiten ze nieuwe deals af en bedienen ze een netwerk van tussenhandelaren en gebruikers. Zelfs een groot deel van de Thaise handel in drugs (overwegend ya ba, metamfetaminen) blijkt nu in handen van gedetineerden te zijn.
Veel verdachte drugshandelaren zijn inmiddels overgebracht naar een extra beveiligde gevangenis in Ratburi, maar zelfs die weet men niet ‘mobieltjesvrij’ te houden.

Slangennieuws: Sinonatrix (vervolg)

Yunnan KeelbackVorig jaar stond ik tijdens het regenseizoen onverwachts oog in oog met de in Thailand zeldzame Chinese Keelback. Het lukte me zowaar het prachtige steenrode dier met zwarte bandjes goed op de foto te krijgen. Wat later werd me duidelijk dat de slang niet de Chinese maar de Yunnanese Keelback (Sinonatrix yunnanensis) was, een soort die net een paar jaar eerder voor het eerst in Thailand was beschreven. Niet dat je elke dag tegen een nieuwe soort aanloopt, maar in de Thaise natuur valt nog heel wat te ontdekken en je komt soms voor echte verrassingen te staan.
Op grond van die waarneming en de eerdere vondsten van road kills had ik het idee gekregen dat deze soort alleen hoog in de Noord-Thaise bergen voorkomt, met name in relatief afgelegen en ongeschonden gebieden. Dit jaar was het regenseizoen nog niet begonnen of ik vond een juveniel exemplaar dood op de weg — nog tamelijk gaaf. Niet vlakbij een beekje op een afgelegen dicht beboste piek, maar net tien kilometer ten westen van Pai, vrij laag in heuvels waar de kaalslag en slash and burn grootschalig is. Veel hellingen waren er zwart geblakerd en met een laagje as bedekt door vuur dat door de onderbegroeiing was getrokken. Hier en daar smeulde zelfs nog een vuurtje. Het was een bijzondere start van het nieuwe ‘slangenseizoen’. Van december tot maart zijn de meeste slangen in Noord-Thailand niet actief, maar aan die ‘winterstop’ is nu echt een eind gekomen.

Zuchtende schildpad op Doi Suthep

schildpadEen week later was ik een paar keer op Doi Suthep, de berg ten westen van Chiang Mai. Er was geen slang te bekennen. Maar er wachtte mij een andere verrassing. Een paar keer hoorde ik een duidelijk geritsel tussen het dekbed van afgevallen bladeren, niet zo ver van de top van Doi Pui. (“Doi Suthep” heeft eigenlijk twee pieken: een op een hoogte van 1600 meter, Doi Suthep in engere zin, en een op 1685 meter, Doi Pui). Het was in de namiddag en elk moment verwachtte ik dat er een forse slang uit de bladeren zou opduiken.
Het geritsel bleek echter door een schildpad te worden voortgebracht, een aandoenlijk dier dat zich in een absurd traag tempo door het bos bewoog, lomp en loom alsof hij nog een hele wandeling voor de boeg had. Toen ik hem oppakte zuchtte hij dan ook zwaarmoedig. De platen van het schild van het dier waren wat ingedeukt, als een ijzeren helm die met een honkbalknuppel is bewerkt. Thuisgekomen was het niet moeilijk het dier te determineren: de Impressed Tortoise (Manouria impressa). Volgens mijn reptielengidsje is het een vrij zeldzame soort waarvan alleen hier en daar geïsoleerde populaties vrij hoog in de bergen voorkomen.
Toen een Lisu-vriend uit de bergen van Wiang Haeng mijn foto van het dier zag, beweerde hij dat het rond zijn dorp vrij veel voorkomt en dat het voortreffelijk snaakt. Ik geloofde hem toen hij het zuchten van de schildpad treffend imiteerde en opmerkte dat deze paddestoelen eet—precies wat ook in mijn gidsje staat. En ik moest die dag nog verschillende keren horen dat ik stom was het beest niet meegenomen te hebben. ‘Ze zijn echt heerlijk!’

Rattennieuws: ‘uitgestorven rattensoort’ duikt op in tuin van Nederlander

Lao Rock RatOver bijzondere, zeldzame dieren gesproken. Zo’n tien jaar geleden werd een nieuwe rattensoort ontdekt in Laos. Dat was niet het resultaat van moeizame biologische expedities in de verre binnenlanden. Nee, de ratten werden voor het eerst gesignaleerd op lokale markten rond Tha Khaek, waar ze als slachtvlees voor de barbecue werden aangeboden. Ook werden er wel levende dieren, ‘vers’ verkocht—alleraardigste dieren met een pluimstaart en een waggelende manier van lopen.
Het waren wel ratten, maar ze verschilden zo sterk van andere ratten en knaagdieren, dat de nieuwe soort in een aparte orde geplaatst werd. Helemaal onbekend was het dier echter niet. Paleontologen kenden fossielen van ratachtigen die miljoenen jaren geleden leefden en daarop leek de Laotiaanse pluimstaart. Omdat het dier vooral bij kalksteenbergen leefde werd hij de Laotian Rock Rat gedoopt.
Er is inmiddels heel wat onderzoek naar het ‘levende fossiel’ verricht. Bijzonder is onder andere dat het maagdarmkanaal lijkt op dat van runderen—waardoor het zich kan voeden met moeilijk verteerbare vegetatie.
Eind april kreeg ik een e-mail van een in Noord-Thailand wonende Nederlander. Zijn kat was met een buit gemaakt beest komen aanzetten: een Laotian Rock Rat! Omdat de rat nog leefde werd deze weer de vrijheid geschonken en moest de kat weer met brokjes genoegen nemen. De vraag van de Nederlander (wiens naam en woonplaats ik hier voor de privacy van de bijzondere rat niet vermeld—ik denk dat dierenhandelaren er wel pap van lusten) was of ik wist of de Laotian Rock Rat ook in Thailand voorkomt. Nu weet ik vrijwel niets van knaagdieren en kon ik op het internet niets vinden dat erop wees dat de rat ook ver buiten de omgeving van Tha Khaek is gevonden. Maar kennelijk komt hij dus ook voor in Noord-Thailand—ik neem tenminste aan dat de briefschrijver een eekhoorntje niet voor een zo’n opmerkelijk dier als de Laotian Rock Rat heeft gehouden.

En zo verwonderlijk is het voorkomen van het levend fossiel in Noord-Thailand misschien ook weer niet. Van veel soorten zijn een aantal tamelijk ver verspreid liggende populaties bekend. Noord-Thailand heeft veel kalksteengebergte waar de rat zich thuis zal voelen en het ligt maar zo’n 600-700 km van Tha Khaek in Laos. Van grote delen van het noorden zijn flora en fauna nog helemaal niet goed in kaart gebracht. Zo heb ik de afgelopen twaalf jaar een half dozijn slangensoorten in Noord-Thailand gevonden die in de herpetologische literatuur nog niet voor de regio beschreven waren (waaronder één nieuwe soort).
Omdat G. R. uit C. (het lijkt wel een politiebericht) geen foto van de rat heeft gemaakt en het bijzondere dier nog niet bij mij in de tuin is verschenen, moest ik de hierbovenstaande foto van het internet roven—waarvoor mijn excuses.

APRIL 2012

Het wordt een hete en onstuimige maand in Noord-Thailand.

AGENDA:

Eind maart-begin april: Poi Sang Long-viering in Shan-tempels, zoals:

30 maart-1 april: Wat Ku Tao, Mueang district, Chiang Mai, achter het oude sportstadion.

4-6 april: Wat Pang Lo, Mueang district, Mae Hong Son.

4-6 april: Wat Pa Pao, Mueang district, Chiang Mai. Iets buiten de ommuurde binnenstad, 300 meter ten oosten van de Chang Phueak Poort

Poi Sang Long is een van Thailands meest kleurrijke en onstuimige boeddhistische festivals.

13-15 april: Songkran, het traditionele Thaise Nieuwjaar—het watersmijtfestival. De niet-officiële viering vindt van ongeveer 10-16 april plaats. Reken op een nat pak zodra je je overdag op straat begeeft.

30 april: Koninginnedag & Oranjebal (Bangkok)

BLOESEMS VAN DE MAAND: Gouden Regen (Cassia Fistula) en Pride of India (Lagerstroemia spec.)

SLANGENNIEUWS:

Een andere ondersoort van de Golden Tree Snake (Chrysopelea ornata) in Mae Hong Son?

NIEUWE PAGINA EN NIEUWE ARTIKELEN: Motorfietstochten, Rondje Mae Hong Son, Pang Mapha

POI SANG LONG

prinsje

Een prinsje tijdens de Poi Sang Long-processie in Chiang Mais Wat Ku Tao.

kersverse noviet

Kersverse noviet met remote controle voor race-auto, Wat Pa Pao, Chiang Mai.

Poi Sang Long

Ben je in de periode 25 maart – 10 april in de provincie Mae Hong Son of in de stad Chiang Mai, dan mag je het bijzonder kleurrijke en levendige driedaagse Poi Sang Long-festival niet missen. De meeste tempels in de dalen van Mae Hong Son zijn Shan-tempels en in elke tempel vindt in die periode dit unieke boeddhistische festival van de Shan plaats—maar de datum verschilt per tempel.

Jongens van 7-15 jaar oud, die voor een (korte) tijd noviet willen zijn, worden kaal geschoren en door de familie in de meest wonderbaarlijke glitterkostuumpjes gestoken en behangen met kralenkettingen. Hun hoofd wordt getooid met bossen (kunst)bloemen, hun wangen met rouge bepoederd en hun lippen rood geverfd. Ze zien eruit als kleine prinsjes en zo worden ze ook behandeld. Jongemannen dragen hen rond op hun schouders, anderen beschermen de jongens tegen het zonlicht met een vergulde parasol waaraan vele kralensnoeren bengelen.

Verwacht geen ingetogen parade maar een levendig evenement met dansen en het ritmische gebonk op gongen en drums. Soms zijn leden van de entourage van een noviet al vroeg in de ochtend beschonken. Op de tweede ochtend is er een vergelijkbare processie, maar nu worden de geschenken van de familie van het prinsje aan de tempel meegezeuld: van stapels oranje gewaden voor de monniken tot met strikken versierde ventilatoren. Op de derde dag worden de jongens tot noviet ingewijd en maakt het prinsjeskostuum plaats voor het sobere oranje gewaad.

Vanwaar die prinsjes, kun je je afvragen? We weten dat de Boeddha zelf een prins, Gautama Siddharta, was. Deze leefde in Noord-India in weelde, totdat hij besloot op zoek te gaan naar de ultieme waarheid, afstand deed van alle wereldse zaken en begon rond te zwerven. Maar de oorsprong van het Poi Sang Long festival ligt waarschijnlijk in de boeddhistische legende van prins Rahula, de zoon van de Boeddha, die al heel jong alle wereldse zaken afzwoor om de leer van zijn vader in de praktijk te brengen. Rahula werd daarmee de eerste noviet.

water smijtenSONGKRAN

De vieringen van Poi Sang Long zijn nog maar net voorbij of het monotome ritme van de gongen en drums lijkt zich voort te zetten in het gedreun en gejoel van Songkran, het traditionele Thaise Nieuwjaar en watersmijtfestival.

Chiang Mai is beroemd en berucht om de uitbundigheid van de viering—waar geen eind aan lijkt te komen. Voor menig toerist is het festijn een geweldige ervaring, maar buitenlanders die al een paar jaar in Chiang Mai wonen ervaren het doorgaans als een jaarlijks terugkerende verzoeking. In de Top Tien van Irritaties in Thailand die deze expats koesteren, heeft Songkran een zeer hoge notering. Velen sluiten zich een week in huis op om zo min mogelijk van het festijn mee te maken. Een enkeling maakt het nog gekker door naar Nederland op vakantie te gaan. Overigens kan menig expat moeiteloos een Top Vijfhonderd van Irritaties samenstellen—wanneer je hun gesprekken volgt, lijken ze daar ook voortdurend mee bezig zijn.

Toegegeven, een week van domme waterpret en ongeremd zuipen kan inderdaad het nodige van je energie en zenuwen vergen.

dronken luidronken, vechtenDat het water smijten midden-april plaatsvindt is geen toeval. Thailand smoort dan gaar in de blakerende zon. Het kwik stijgt dagelijks met gemak tot boven de 40 graden Celsius en iedereen hunkert naar koelte en water.

Kenmerkend zijn de middagen waarin de hemel plotseling betrekt en rukwinden door de stad trekken.

Bomen worden platgelegd en soms vliegen losgerukte golfplaten daken horizontaal als guillotines door de straten.
Een enkele keer kletteren er hagelkorrels zo groot als duiveneieren uit de hemel en vallen er slachtoffers onder het vee. Dit is geen nieuw verschijnsel. De weerbarstige Noor Carl Bock die van 1881-82 door het noorden van Thailand reisde, maakte er ook melding van.

Maar echt regenen doet het nog nauwelijks in deze ziedende periode. Pas in de weken na Songkran pakken de regenwolken wat steviger samen en zijn de buien regelmatiger en langer van duur. Voor de boeren breekt dan een zware tijd aan: ze moeten de velden klaarmaken voor het planten van de rijst.

ongeval

Een vertrouwd straatbeeld op Songkran.

Het watersmijten op Songkran kun je dus zien als een soort regen makend ritueel. De overgang van de droge tijd naar de natte is voor de Thais ook de overgang van het oude naar het nieuwe jaar. Dat komt ook tot uitdrukking in een aantal reinigingsrituelen. In de woningen is er vaak een grote schoonmaak. En in de tempels worden boeddhabeelden ‘schoongemaakt’ door er kopjes geparfumeerd water overheen te schenken. Jongeren tonen hun respect aan ouderen door water over de handen van die laatsten te gieten.

Op de tempelterreinen wordt ook op grootse wijze respect aan de heilige bodhibomen getoond door met zilver- en goudpapier versierde stokken tegen de stam te plaatsen. De bodhiboom steunde prins Gautama ooit bij het mediteren door hem schaduw te bieden en uiteindelijk werd de prins verlicht. Nu steunen de boeddhisten deze oude bomen symbolisch met stutten.

Tenslotte zie je dat overal zand naar het terrein van tempels wordt gedragen om er een stoepa van te bouwen. In de zandstoepa worden honderden gekleurde vlaggetjes gestoken. Het maken van stoepa’s wordt gezien als een goede daad en op Songkran kan het maken van plezier dus gecombineerd worden met het opvijzelen van het eigen karma.

Er valt op Songkran dus nog heel wat te zien op het gebied van religie en ritueel, ook al domineren de ongecompliceerde waterpret en de beneveling door de alcohol het straatbeeld— zeker in Chiang Mai.

De donkere kant van het gezuip is dat er tijdens de Songkran-feestdagen een bizar hoog aantal doden in het verkeer valt. Bij meer dan de helft van de ernstige ongevallen is alcohol in het spel. De scores voor een klein weekje waterpret bedragen al gauw zo’n 300 tot 400 doden. In de kranten wordt dagelijks het aantal slachtoffers per provincie bijgehouden, alsof het de voetbalcompetitie betreft.

zanstoepa

Zandstoepa, Wat Phan Tao.

Bodhiboom met stutten.

Bodhi-boom in Chiang Saen.

In Chiang Mai schallen de hele dag oorverdovende, populaire liedjes door de straat die de drinkgelagen begeleiden. Soms wordt de muziek weer overstemd door het gejoel en geschreeuw van de zuipende feestvierders.

Pas ‘s nachts rond een uur of drie komt er een eind aan de herrie, niet zelden na een kortstondig hoogtepunt van glasgerinkel, hysterisch gejank en wat later vaak de sirene van een politiewagen of ambulance.

In Bangkok is nu het initiatief genomen tot een alcohol-vrije Songkran-viering. In Chiang Mai zijn al langer maatregelen van kracht om de verkoop van drank rond de feestcentra te beperken. Delen van de ‘grachtengordel’ zijn dan alcoholvrije zones. Ik ben benieuwd hoe dat dit jaar uitpakt. Zal dit jaar dan landelijk eindelijk de magische grens van ‘nog geen 300 doden’ worden gehaald?

In Luang Prabang, de oude koningsstad van Laos, is het boeddhisme tijdens het socialistisch bewind krachtig onderdrukt. Maar tien jaar geleden liet men de teugels vieren, wat een opmerkelijke revival tot gevolg had.
Songkran wordt er nu weer met grote overgave gevierd. Het is er weliswaar wat kleinschaliger dan in Chiang Mai, maar de rituele en religieuze aspecten van het feest vallen daardoor meer in het oog.
Wil je er meer over lezen: Splashing Songkran celebrations in Luang Prabang.

BLOESEM VAN DE MAAND

gouden regen

Gouden regen.

Lagerstroemia

Lagerstroemia.

Rond Songkran zijn de oevers van de stadssingel in Chiang Mai één grote kleurenpracht—veel bomen met prachtige bloesems staan dan in bloei. De show wordt gestolen door de uitbundige, hangende bloemtrossen van de gouden regen (Cassia fistula). De gouden regen is inheems in Thailand, maar in het wild zie je hem niet bijzonder vaak. Hij is echter op grote schaal aangeplant. Inmiddels beschouwt men hem als Thailands nationale boom. Het is geen toeval dat een boom met gele bloemen die status kreeg. Geel is namelijk ook de kleur die met de alom vereerde Koning Bhumibol Adulyadej wordt geassocieerd.

Al net zo algemeen als sierboom is de Lagerstroemia, ook wel bekend als Queen of Flowers en Proud of India. In feite betreft het een aantal verschillende, verwante soorten die met hun lila of roze (soms bijna witte) bloemen als sierboom populair zijn. Sommige gekweekte soorten zijn uitheems, maar talloze Lagerstroemia-soorten komen in Noord-Thailand in het wild voor. In april en mei zie je de bloesems ervan hier en daar in het droge bos laag op de heuvels, terwijl een soort die er midden in het regenseizoen (juli-augustus) bloeit zelfs erg algemeen is en hele berghellingen lila kan kleuren.

Meer over gouden regen, Lagerstroemia en andere bomen met fraaie bloesems in: Arboreal excursion along Chiang Mai’s city moats.

SLANGENNIEUWS

Op zoek naar slangen.

Op zoek naar slangen.

Een Golden Tree Snake uit Mae Hong Son.

Een Golden Tree Snake uit Mae Hong Son.

Wanneer het na Songkran wat vaker regent, komt aan de ‘winterstop’ van de meeste slangen een eind. In de droge maanden januari, februari en maart zie je maar zelden slangen. De meeste zitten dan verscholen in de bodem of in spleten van boomstammen en rotsen.
De laatste week van maart hoefde ik op een tocht naar Mae Hong Son dan ook niet vaak te stoppen om een op de weg doodgereden slang te bekijken. Maar drie algemene soorten zijn gedurende deze hete, droge periode toch wel actief, de Oriental Whip Snake, de Marbled Cat Snake en de Golden Tree Snake.

Die laatste komt veel voor in geheel Noord-Thailand. Hij houdt zich graag in en rond huizen op. Omdat hij spectaculaire zweefvluchten kan maken, wordt hij ook wel Flying Snake genoemd. Het zijn vaalgroene slangen waarbij de meeste (lichtgroene) rugschubben een zwarte tekening hebben. De ondersoort die in Thailand voorkomt draagt de fraaie Latijnse naam Chrysopelea ornata ornatissima. De ondersoort bekend uit India en Myanmar heeft een rij oranje vlekken over de wervelkolom en heet Chrysopelea ornata ornata.
Interessant is dat de Golden Tree Snake in de districten Khun Yuam, Mueang en Pang Mapha van Mae Hong Son ook (vage) oranje vlekken heeft. Kennelijk betreft het de Indiase ondersoort of is er sprake van een overgangsvorm. Op deze tocht vond ik een tamelijk gave road kill van deze ondersoort (of wat het ook mag zijn), die voor zover ik weet nooit eerder voor Thailand is beschreven. Een foto ervan vind je hierboven. Meer over deze prachtige, behendige slang in het artikel: Chrysopelea ornata, de vliegende Golden Tree Snake.

MOTORFIETSTOCHTEN
Ik was al lang van plan een flink deel van deze website aan motorfietstochten in Noord-Thailand te wijden. Het begin is er nu: een nieuwe pagina met praktische dingen over het huren van en rijden op een motorfiets of scooter (zie: Motorfietstochten). Daarnaast is de eerste volledige routebeschrijving nu ook voltooid, een zevendaagse tocht op de zeer populaire Mae Hong Son Loop (zie: Route 01-Rondje Mae Hong Son).
Het is mijn bedoeling de komende maanden nog talloze andere tochten door Noord-Thailand uit te werken, zoals een zevendaagse tocht naar Nan, een zevendaagse tocht naar de Gouden Driehoek en een aantal kortere tochten. Een reisje van Chiang Mai naar de Mekong bij Chiang Khan staat al een hele tijd gepost, maar de beschrijving ervan is weinig gedetailleerd (zie: Van Ping naar Mekong—op reis langs de grens met Laos), terwijl in de post Top 5 verbazingwekkende accommodatie die reisinformatie beperkt blijft tot de omgeving van een vijftal eenvoudige guesthouses en resorts waar ik graag kom (zie: Top 5 verbazingwekkende accommodatie).

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

Zeden en waarden: Alcoholcultuur, zondige dames en gezichtsverlies

Zelden was de Thaise politiek zo saai als de eerste vier, vijf maanden nadat Yingluck Shinawatra, Thailands eerste vrouwelijk premier, het roer in handen nam. Verzoening tussen de strijdende partijen in de door geschillen verdeelde natie gaven de toon aan. Bovendien hield men zich tijdens de wittebroodsweken van de premier ‘uit fatsoen’ gedeisd, uiteindelijk moet een nieuwe regering een kans krijgen zich waar te maken. Vervolgens stond alles in het kader van de overstromingsramp die Bangkok en een groot deel van Centraal-Thailand en zelfs het Zuiden trof. Normaal weet een regerende partij zijn populariteit flink op te vijzelen met een ramp (nog beter is een oorlog), maar in december werd duidelijk dat de overstromingen voor een deel waren te wijten aan mismanagement door de overheidsinstanties onder Yingluck. In januari nam de kritiek toe, terwijl de (honderdduizenden) slachtoffers van de overstromingen steeds gefrustreerder werden vanwege het uitblijven van de toegezegde vergoedingen.

Ondertussen traden de voorstanders van het amenderen van de wet op majesteitsschennis in de schijnwerpers. Daarop reageerden behoudende segmenten van de maatschappij, zoals de strijdkrachten en ‘geelhemden’, weer uiterst fel. Duidelijk kwam weer aan het licht hoe diep de tegenstellingen nu in Thailand zijn en hoe gevoelig ze liggen.

YingluckIn februari werd tenslotte de persoon van premier Yingluck onder vuur te genomen. Ze had het parlement verlaten om in een vijfsterrenhotel in het geheim besprekingen te voeren met Thaise zakenlieden. De oppositie van de Democratische Partij riep haar daarover ter verantwoording. Er waren zelfs aantijgingen dat in het hotel is onderhandeld over grondprijzen en bouwprojecten — uiteindelijk zijn er miljarden te besteden bij de herstelwerkzaamheden na de overstromingsramp.

Yingluck redde zich er niet goed uit. De oppositie speelde zelfs de troef van de ‘goede zeden’ uit: Wat doet een nog jonge vrouw in haar werktijd eigelijk in een kamer op de zevende verdieping van een hotel met alleen maar mannen bij zich? Zulke insinuaties brachten weer grote verontwaardiging teweeg.

Uiteindelijk bracht voormalig politiekapitein en vice-premier Chalerm Yubamrung, de bloedhond van de Yingluck-regering, redding. Deze wist alle aandacht van de in moeilijkheden verkerende premier af te leiden en naar zichzelf toe te trekken. Hoe hij dat deed? Door flink bezopen het parlement binnen te stappen en met een van zijn beruchte donderspeeches oppositieleider Abhisit in de tang te nemen. Zijn dronkenschap (en dat van een collega) was zo duidelijk, dat een dame van de oppositie verontwaardigd interrumpeerde en zijn verwijdering uit de zaal eiste. Chalerm ontkende zat te zijn. ‘Ik ben slechts beneveld door de liefde,’ antwoordde hij met een vette knipoog naar de dame. Het is allemaal live uitgezonden op de tv.

Later gaf Chalerm wel toe ‘één of twee’ drankjes op een receptie te hebben genoten. ‘Dat is normaal,’ stelde hij, ‘maar dronken was ik niet.’ Bevriende parlementariërs sprongen voor Chalerm in de bres en stelden dat diens ‘problemen’ kwamen van het overwerk en slaaptekort als gevolg van de lange parlementaire sessies. De volgende dag kwam Chalerm met een ander excuus: hij zou aan een stoornis van het evenwichtsorgaan te lijden. Zijn partijgenoot die in het parlement ook niet stevig op zijn benen stond, had inmiddels uitgelegd dat collega’s hem aan zijn jasje hadden getrokken om te verkomen dat hij ging interrumperen. Daardoor wankelde hij. Ondertussen waren in een pedaalemmer in de kantine van het parlement lege flessen sterke drank gevonden en kwam de oppositie met het voorstel alcoholdetectors bij de ingang van het parlement te installeren.

Een dag of twee later klaagde Chalerm een aantal kranten en personen bij de rechter aan, omdat ze hem vals van dronkenschap zouden hebben beschuldigd.

Wat opvalt bij al de consternatie over (vermeende) slechte zeden in parlement en hotelkamers (en bij corruptieschandalen, etc.) is de nadruk die wordt gelegd op het gezichtsverlies dat men (=Thaise parlement, Thaise mensen, Thaise natie) hierdoor lijdt. De schade die men berokkent aan ‘de goed naam’ van Thailand wordt kennelijk als het grootste kwaad gezien, iets wat diep geworteld zit in de Thaise cultuur. Met de geheime bespreking in het hotel zou de Thaise premier vooral het image van de Thaise vrouwen hebben bezoedeld, terwijl het dronken gedrag van Chalerm het image van het Thaise parlement heeft kwaadgedaan. Veel politieke maatregelen die volgen op een schandaal of een crisis zijn er daarom op gericht de goede naam van het koninkrijk te herstellen.

De nadruk op ethiek en zedelijk voorkomen (inclusief een hoop preutsheid) kwam laatst ook in het nieuws naar aanleiding van een toelatingsexamen voor een College. Scholieren die net de middelbare school hadden voltooid waren met een multiple choice vraag opgezadeld waar de zedelijke betutteling vanaf droop:

Wat hoor je te doen wanneer je een seksuele aandrang voelt?

a. Ga voetballen met vrienden.

b. Praat erover met je ouders.

c. Probeer te gaan slapen.

d. Ga uit met een vriend(in) van het andere geslacht.

e. Ga met je beste vriend(in) naar de bioscoop.

Het goede antwoord was a. , ook al is het geen echte optie voor meisjes (de helft van de kandidaten), voor wie voetballen een vreemde sport is. Thais onderwijs staat bol van de moraal, terwijl zelfstandig denken niet wordt aangemoedigd. Waar moet dat heen met zulk belabberd onderwijs? En met politici die zelf niet het goede voorbeeld geven? Dat stellen de commentatoren heel vaak — en zijn daarbij op hun beurt weer heel moraliserend.

Overigens is de tijd van de toelatingsexamens een hel voor studenten die zich suf moeten blokken. Hun ouders dringen erop aan dat ze naar de meest prestigieuze scholen (met de moeilijkste toelatingsexamens) gaan. Zakken voor zo’n examen leidt niet alleen tot gezichtsverlies, maar vaak ook tot depressie. Niet zelden plegen jongeren zelfmoord als ze niet aan de hoge verwachtingen weten te voldoen. Je zal als teenage-meisje, bij wie de seksuele drang vanwege alle prestatiedruk toch al nauwelijks is ontloken, toch net voor zo’n examen zakken, omdat je niet aan voetballen doet.

Agnew en Churchill

Overigens is drankmisbruik ‘op het werk’ en in de politiek ook in het Westen geen vreemd verschijnsel. Het volgende moet ongeveer gebeurd zijn toen Spiro Agnew, vice-president onder Nixon en liefhebber van drank en vrouwen, rond 1970 een bezoek bracht aan Bangkok: De Amerikaan genoot ‘s avonds letterlijk met volle teugen van het Oosten. Dientengevolge verscheen hij ‘s ochtends met een verschrikkelijke kater op de besprekingen. Generaal Thanom Kittikachorn, de toenmalige sterke man in Thailand, moet gezien hebben in wat voor toestand Agnew verkeerde. Bemoedigend, zelfs vaderlijk begroette hij de Amerikaan met een stevige omhelzing, wat voor de bezoeker net iets te veel was: die kotste toen de boel onder, inclusief zijn gastheer.

In Engeland werd Winston Churchill eens door een dame, ik meen een politica, op een party boos aangesproken met de woorden: ‘Churchill, how aweful, you are drunk!’ Churchill antwoordde met een dikke tong: ‘But you are ugly…and tomorrow I will be sober.’

bosbrand

Brand in een dennenbos.

brandstichter

De brandstichtster?

Smog en bosbranden

Terwijl Bangkok en omgeving nog maar net zijn bijgekomen van de maandenlange overstromingen van vorig jaar, zijn grote delen van het land, waaronder het noorden, inmiddels kurkdroog. Overal kringelen grijze rookwolken hemelwaarts waar het verdorde akkeronkruid en de al even dorre onderbegroeiing van het bos in brand staan.

Meestal worden branden opzettelijk aangestoken. Soms slaat vuur van bouwland over naar bos. ‘s Nachts zie je een front van brandende onderbegroeiing over de berghellingen trekken — een prachtig gezicht. Die branden dragen flink bij tot de dikke smog die zich in Chiang Mai en elders in Noord-Thailand heeft gevormd. Het waterige, bleke zonnetje is soms nog maar net te zien. Veel Thais dragen een monddoekje of masker tegen de ongezonde lucht en zien eruit als bankrovers.

Lijders aan luchtwegaandoeningen verdringen zich bij de ziekenhuizen. De luchtvervuiling schrikt zelfs toeristen af. Veel binnenlandse vluchten moeten worden afgelast vanwege het beperkte zicht op de luchthavens. Vooral het hoge gehalte aan minuskule vaste deeltjes (PM10 oftewel deeltjes met een doorsnede van minder dan 10 micron) is de boosdoener. Lampang en Lamphun waren eind februari het smerigst met niveaus van boven de 270 microgram PM10 per kubieke meter lucht, ruim het dubbele van de veiligheidsgrens die bij 120 microgram ligt. In het centrum van Chiang Mai is de lucht ook al niet meer gezond (170 microgram). Begin maart spande Mae Sai in het noorden van Chiang Rai de kroon. De contouren van de ‘Slapende Vrouw’ (een berg ten zuiden van Mae Sai) waren door de smog niet meer te zien. Ik sprak er met marktvrouw die met tranende ogen en een heze stem de schuld aan de bosbranden in Myanmar gaf.

billboard1billboard2Wanneer je door Noord-Thailand toert zie je vele grote billboards langs de weg die waarschuwen voor de gevolgen van bosbranden. Maar net als de billboards die motorrijders aansporen een helm te dragen, trekt men zich er weinig van aan. Adviezen en aanmaningen van de Thaise overheid hebben op de bevolking nooit een grote indruk gemaakt, zolang men er niet direct bij gebaat is. Voor velen hebben de branden grote voordelen. Op de braakliggende akkers wordt het lastige, verdorde onkruid omgezet in een laagje as dat later als bemesting fungeert. En door het wegbranden van de (vaak doornige) onderbegroeiing wordt bos toegankelijker. Dat komt weer van pas bij de jacht, het verzamelen van paddestoelen en het planten van gewassen op gedeeltelijk gerooide terreinen.

Ondanks de stroom van berichten over de ernst van de smog, inclusief lange tabellen met PM10-waarden voor verschillende districten, ben ik nooit ergens kwalitatieve analyses van de kleine partikels tegengekomen. Smog bevat niet alleen de roetdeeltjes van bosbranden.

bosbrand

Het vuur trekt door de onderbegroeiing.

rook rond de Bauhinia's

Bloeiende Bauhinia variegata in de rook.

Vergeet niet de verbranding van fossiele brandstoffen in de miljoenen motoren van auto’s en motorfietsen. En de uitstoot van enkele energiecentrales, waaronder die van Mae Mo in Lampang die met Thaise bruinkool wordt gestookt — Mae Mo en contreien zijn berucht om luchtvervuiling.

Ook is er het stof dat overal in het droge seizoen opwaait (bijvoorbeeld op wegen) of vrijkomt bij bouw- en sloopactiviteiten. Met de termiek van de ziedende voorjaarshitte worden PM10s hoog in de atmosfeer gedreven. Maar in de media worden vooral de bosbranden aangewezen als boosdoeners, omdat ze voornamelijk in het droge seizoen plaatsvinden en zo zichtbaar destructief zijn.

Van alle zegens van de regenval is het filteren van de lucht er één. Een paar echte buien en de lucht is weer schoon.

Vorig jaar (2011) had Thailand nauwelijks last van smog: het voorjaar was dan ook ongekend koel en regenachtig. Het regenseizoen was zelfs één lange serie van regenfronten dat over het land trok. In het Noorden leidde dat tot flinke overstromingen en honderden land slides, en een deel van Centraal-Thailand kwam vele weken onder water te staan.

‘Ontbossing’ werd vaak op nogal ongenuanceerde wijze als hoofdschuldige aangewezen. Onlangs benadrukte ook koning Bhumibol de ontbossing als boosdoener toen premier Yingluck en de leden van het Strategic Formulation Committee for Water Resources Management bij hem op audiëntie waren.

Ik heb al eens kritische kanttekeningen bij zoveel nadruk op het kwaad van ontbossing (Zie post: Redactioneel-2011-01-januari-september onder het kopje Augustus 2011), dat zal ik nu niet weer doen.

AGENDA:

MAKHA BUCHA – 7 MAART:

tempelschilderingDeze belangrijke boeddhistische feestdag is meestal in februari, maar valt dit jaar laat, bij volle maan op 7 maart. De devoten lopen dan met kaarsjes of lampions en met wierook en bloemen driemaal met de wijzers van de klok mee rond de tempel. De Boeddha, de Dhamma (zijn leer) en de Sangha (boeddhistische monnikenorde) worden daarmee eer betoond.

Ook wordt de dag herdacht dat de Boeddha een belangrijke preek voor 1250 discipelen hield, negen maanden nadat hij verlicht werd. Hij leerde ze af te zien van elke vorm van kwaad en spoorde ze aan slechts goed te doen en de geest te zuiveren.

Veel leken trekken met Makha Bucha witte kleren aan en blijven een paar dagen in een tempel.

De viering is bij sommige tempels een kleurrijk en druk gebeuren. Vooral ‘s avonds is het een bezoek waard. Ga eens kijken, bijvoorbeeld bij Wat Phra Sing, Wat Chedi Luang of Wat Phra That Doi Suthep in Chiang Mai.

Makha Bucha is een officiële feestdag waarop veel bars en restaurants geen alcohol serveren of zelfs zijn gesloten. Winkels verkopen geen bier en whisky meer, sommige alleen stiekem onder de toonbank — je krijgt je fles bier verpakt in een ondoorzichtige papieren zak zodat je geen ‘gezichtsverlies’ hoeft te lijden.

ROYAL FLORA RATCHAPHRUEK – TOT 14 MAART:

koning en rozengele tulpAl vanaf 14 december vorig jaar is op de Royal Flora Ratchaphruek, 8 km ten zuiden van Chiang Mai, een grootse expositie over landbouw, Thailands koninklijke projecten en global warming.

Een gigantisch gebeuren met tientallen inzendingen van Thaise bedrijven en instellingen en daaraast ook van zo’n dertig verschillende landen.

Gedurende het evenement zijn er internationale symposia over medicinale en aromatische planten, over tropische en subtropische vruchten en over orchideeën en andere sierplanten. 14 maart is het echt afgelopen.

Het is allemaal te veel en te uitgestrekt om op één dag te bekijken. Ik zeul van de gele bloem van een nieuw tulpenras, genoemd naar koning Bhumibol, naar een kas waarin een stukje nevelbos van de top van Doi Inthanon is aangelegd, slenter door palmentuinen en over een honderd meter lange promenade beschaduwd door duizenden neerhangende slangkomkommers. Ik bezoek kassen met exquise orchideeën en het sprookjesachtige koninklijk paviljoen op een heuveltje. Aan de bloemperken lijkt geen eind te komen … Dan sta ik opeens voor het Nederlandse paviljoen.

visitorsrode koemeisje in reuzenklompenDe Nederlandse inzending ligt strategisch nabij het koninklijk paviljoen en in de schaduw van het reuzenrad.

In de tuin nodigen vier beelden van ludiek en bont beschilderde Hollandse koeien (stijl Karel Appel) bezoekers uit er te komen kijken.

Het is er nogal uitgestorven. Eén koe is rood geschilderd met dwars over de schouder- en ribkarbonades heen een witte baan waarop staat: Die individuelle Freiheit ist kein Kulturgut.

Wat krijgen we nou? Zit een inmiddels rechts en al wat fascistisch land als Nederland hier in de tropen een beetje reclame te maken voor het marxisme? Gelukkig kan ik met een Foremost-ijsje, opgeschept door een Thais meisje in een soort Spakenburgse dracht, in de schaduw van een parasol bijkomen van de verwarring.

Marx? Of is het Hegel? Of misschien Fichte? Dan begint er iets te dagen. Verdomd als het niet waar is: Freud!! Met een citaat van die fantast en charlatan uit Wenen valt de Hollandse ondernemersgeest hier in Thailand dus in huis.

Maar wat ermee bedoeld wordt blijft voor mij een raadsel.

promenade

Wandelen onder de slangenkomkommers.

Met een smeltend ijsje in mijn hand prakkiseer ik me suf en dat is niet goed op het heetst van de dag. Een hele ploeg Thaise dagjesmensen komt uit het niets en stevent recht op me af — alsof ze me ter verantwoording willen roepen voor het opruiende citaat.

Ze blijken echter voor de houten boer en boerin in Hollandse klederdracht te komen en steken hun hoofd door de gaten op de plaats van de tronies. Camera’s en mobieltjes klikken aan de lopende band.

Anderen struinen in no time door de Hollandse kas met dwergtomaatjes en verwelkte petunia’s. Weer buiten vermaken ze zich met een paar reusachtige klompen maat 65. Daarin staand en met een molentje op de achtergrond, levert dat weer veel lol en honderden kiekjes op.

En voor ik het weet, zit ik er weer moederziel alleen, met kleverige handen van het gesmolten ijs, aangestaard door een rode koe in analyse — een klein stukje Nederland in Chiang Mai.

Het florapark bevindt zich in het Mae Hia district aan de voet van Doi Suthep, 8 km ten zuiden van Chiang Mai.

De entreekosten bedragen 200 baht.

Ben je er uitgekeken, rijd dan door naar Wat Phra That Doi Kham, een interessante tempel die heuvelopwaarts ligt. Het is een van de plekken waar de geest van de oude Lawa, de oorspronkelijke bewoners van Noord-Thailand, nog waart. Jaarlijks wordt er zelfs een jonge waterbuffel geofferd aan de Lawa-geesten. Je hebt er ook een schitterend uitzicht over Chiang Mai…als er door de smog nog iets te zien is.

Bloesempracht in maart

tiger clawDe tiger’s claw (Erythrina stricta) wil ik dit jaar tot BLOESEM VAN DE MAAND (MAART) uitroepen. Hij wordt ook wel coral tree genoemd vanwege de coral (‘koraalrode’) bloemen. Het is een algemeen voorkomende, middelgrote boom. De stam en takken van de jonge bomen zijn net als de red cotton silk trees bezaaid met scherpe doornen. De bloeiwijze bestaat uit puntige scharlaken bloemen waarvan een cluster doet denken aan de klauw van een tijger. Vaak bloeit de boom uitbundig, terwijl er geen blad meer aan zit. Er komen heel wat vogelsoorten op de bloemen af, waaronder de scarlet minivet, waarvan de mannetjes dezelfde kleur hebben als de bloemen. In Chiang Mai is de boom voor zover ik weet niet aangeplant, maar een verwante soort met minder opvallende donkerrode bloemen is te vinden langs de paar stinkende beken die door en langs Chiang Mai stromen. In Centraal-Amerika worden schors en zaden van verwante soorten door vissers gebruikt om water te vergiftigen — vis raakt erdoor ‘verdoofd’ en kan dan gemakkelijk worden gevangen.

Naast de Royal Flora Ratchaphruek heeft de omgeving van Chiang Mai de liefhebbers van plantentuinen veel te bieden. De mooiste plantentuin vind ik de Queen Sirikit Botanical Garden, ruim 30 km ten noordwesten van de stad in het district Mae Rim. Deze ligt in de bergen en vanuit de tuin kun je ook over trails door het bos wandelen.

Dokmai Garden is een privaat botanische tuin die zeven jaar geleden is aangelegd in het district Hang Dong, circa 20 km ten zuiden van de stad. Over elke boom en struik en elk gewas is een ruime hoeveelheid informatie te vinden op metalen borden. De Zweedse plantkundige dr Eric Danell geeft op verzoek rondleidingen.

Zie verder: www.dokmaigarden.co.th

De stad Chiang Mai heeft behalve het kleine Suan Buak Hat park in de zuidwestelijke hoek van de ommuurde, oude stad en het Arboretum naast de dierentuin weinig te bieden — overigens is die dierentuin wel een prachtig gelegen junglepark op zich. Liefhebbers van sierbomen zullen ook aan hun trekken komen wanneer ze de gehele stadsgracht om de oude stad aflopen (een wandeling van ruim 6 km). Er is een verrassende verscheidenheid aan bomen aangeplant, waarvan er deze maand en de komende maanden vele in bloei staan. Zie het artikel: Arboreal excursion along Chiang Mai’s City moats.

NIEUWE RUBRIEKEN: ♦ SEKSE & SEKSUALITEIT ♦ CULINAIR

Thailand is in het buitenland beroemd om de seks: sekstoerisme, prostitutie, transseksualiteit, travestie en ga maar door. En tot mijn schande heb ik daaraan op deze informatieve website nog geen aandacht geschonken. Daar komt nu verandering in. Te beginnen met artikelen over transseksualiteit en over het implanteren van penisbelletjes. Van dat laatste maakten de VOC-kooplieden die Siam aandeden al opgewonden melding. Deze oude traditie is echter alive and well in het moderne Thailand, maar nu worden er overwegend kleine glazen kralen onder de voorhuid geschoven. Het fang muk (‘parels begraven’) gebeurt vooral in politiecellen en gevangenissen. De kralen worden door gedetineerden vervaardigd door een stuk glas uit de bodem van een frisdrankflesje eindeloos lang tegen de muur van de cel te schuren. Een vriend wilde zijn muek wel tonen en voor me poseren. En als een slecht journalist legde ik hem een vraag met antwoord in de mond: ‘En die knikker heb je zelf geslepen uit het glas van een Cola-flesje?’ En tot mijn verbazing antwoordde hij ontkennend: ‘Nee… het was een Sprite-flesje!’

Zie de nieuwe artikelen:

Boys Town-Phatthaya’s straatje voor flanerende nichten

Kathoei, Thailands derde geslacht

Transsexuality in Northern Thailand-historical notes

Penile inserts, a piercing tradition in Southeast Asia

Penisbelletjes, een piercing traditie in Zuidoost-Azië

Losbandige oosterlingen en geprikkelde westerlingen