Redactioneel-2011-02-oktober-december

DECEMBER 2011

Agenda:

■ Lamphun Winter Fair: 2 – 11 december 2011

■ Verjaardag koning Bhumibol (5 december)

■ De Mae Hong Son-loop

■ Chiang Mai Winter Fair: laatste dagen december 2011 – eerste week januari 2012

Natuur:

■ ‘Slangennieuws’: Krarok (eekhoorns) en Baan Kra Rohk

■ Bombast: Bombax ceiba (bloesem van de maand)


■ Lamphun Winter Fair: 2 – 11 december 2011

De meeste Noord-Thaise steden hebben in het koude seizoen een Winter Fair, een combinatie van kermis en jaarbeurs waar de lokale bevolking ongeduldig naar uitziet. Meestal vindt deze in en rond het sportstadion plaats en worden er allerlei activiteiten georganiseerd. Het evenement in Lamphun, een oud historisch stadje 25 km ten zuiden van Chiang Mai, is bekend vanwege de twee Miss-verkiezingen die er verspreid over een aantal dagen worden gehouden: één voor echte jongedames en één voor kathoei (travestieten / transseksuelen). De laatste staat bekend als de ‘Miss Angel in Disguise’-verkiezing en trekt de meeste belangstelling. Er zijn jaren geweest dat ze op de landelijke TV werden uitgezonden.

Noord-Thailand ligt in het centrum van een regio met een opvallend hoog percentage ‘echte’ transseksuelen: mannen die al als kind het gevoel hadden in het verkeerde lichaam geboren te zijn en van wie een deel zich in de loop van hun leven laat ‘ombouwen’. Onduidelijk is of dit vooral in de cultuur zit geworteld of dat het biologisch bepaald is. Het is echter een oud fenomeen dat al in de negentiende eeuw de aandacht van bezoekers trok (zie het artikel: Transsexuality in Northern Thailand).

Maar ook zonder de ‘vermomde engelen’ is de bedrijvige Winter Fair al een bezoek waard.

Tha Phae-poort met bord koning
De Tha Phae-poort van Chiang Mai, rond 5 december feestelijk getooid met bloemen, vlaggen en een enorm portret van de koning. Op de avond van de vijfde komt men hier bijeen om het volkslied te zingen.
koning met neusdruppel
Vaak wordt de koning afgebeeld met een zweetdruppel aan zijn neus terwijl hij een project inspecteert, om aan te geven dat hij zichvoor zijn volk inspant.

■ Verjaardag koning Bhumibol (5 december 2011)

Op 5 december wordt de 84e verjaardag van koning Bhumibol Adulyadej gevierd. Het is een nationale feestdag. In de avond komen de mensen op bekende openbare plaatsen bijeen. Daar is een enorm portret van de monarch geplaatst en wordt hem hulde te gebracht en een goede gezondheid en lang leven gewenst. Uit volle borst zingt men het volkslied en vervolgens wordt vuurwerk afgestoken. Wie dat in Chiang Mai wil bijwonen kan het best in de vroege avond naar het plein bij de Tha Phae-poort in het hart van de stad gaan.

Dit jaar krijgt de viering wat extra allure omdat de koning met zijn 84e verjaardag zijn zevende levenscyclus afsluit — het leven is traditioneel in cycli van 12 jaar verdeeeld. Uit respect voor de alom vereerde koning wordt er die dag in de meeste cafés en restaurants geen alcohol geschonken. De koning heeft de gewoonte op zijn verjaardag een boodschap uit te spreken. In cryptische bewoordingen wordt daarin soms kritiek op bepaalde politici of gebeurtenissen geuit.

Het koningshuis is een heilig huisje in Thailand en met betrekking tot de koning moet men erg op zijn woorden passen. Er liggen altijd wel lieden op de loer om iemand van lèse majesté te beschuldigen. De laatste tijd hebben de zware straffen voor majesteitsschennis en het misbruik dat van deze wetgeving gemaakt kan worden in de media weer de nodige kritiek gekregen.

Ook een aantal vorsten uit het verleden worden als heiligen vereerd. Zie daarvoor de artikelen: Naresuan the Great en King Chulalongkorn.

borden langs de weg naar Mae Hong Son
Highway1095 naar Mae Hong Son ter hoogte van de afslag naar het Huai Nam Dang nationaal park. Inzet: de op reis onmisbare kaart van de Mae Hong Son-loop.

■ Wintertoerisme: Rondje Mae Hong Son

In december barst het Thaise wintertoerisme los. Gedurende de verschillende feestdagen en lange weekends in deze maand trekt de burgerij van met name Bangkok en Centraal-Thailand in de eigen auto (kan de 4WD eindelijk zijn nut bewijzen) of georganiseerd in minibusjes naar Noord-Thailand om er te genieten van de koelte in de bergen. De Mae Hong Son-loop (Chiang Mai – Pai – Mae Hong Son – Mae Sariang – Chiang Mai) is een van de populairste bestemmingen. De piek van Thaise bezoekers valt samen met de aanwas van bezoekers uit Europa en Amerika, van wie er vele die Kerstmis en Nieuwjaar in eigen land ontvluchten.

In wat dertig jaar leden nog een verloren uithoek van het land was kan het dan erg druk zijn, met files in de haarspeldbochten in de bergen. Door die toeristische ontwikkeling rijzen de uitspanningen waar je koffie kunt drinken nu als paddestoelen uit de grond— soms is daarvoor flink langs de weg gekapt. De reclameborden voor die nieuwe zaakjes zijn een vloek in het landschap. In de meeste kleine plaatsjes op de route is nu accommodatie te vinden. Het stadje Pai is de afgelopen tien jaar zelfs veranderd in een woekernest van resorts en guesthouses — en nog steeds wordt er lustig verder gebouwd.

Een feit blijft dat het landschap langs de route een van het mooiste van Thailand is. Behalve sublieme vergezichten en prachtig bos is er een overdaad aan pittoreske dorpstempeltjes en ‘onbedorven’ dorpjes van kleurrijke bergstammen. En voor veel Thai bestaat het ultieme vakantiegenot eruit zich met een ijsmuts op (liefst nog met een koddig speelgoedbeestje eraan bungelend) zich te laten fotograferen met op de achtergrond gedeeltelijk door nevelsluiers omhulde bergen.

geestenhuis Khun Yuam
Keurige huisjes met Shan-decoraties voor de lokale beschermgeesten aan de voet van knoestige ficussen in het hart van Khun Yuam.

Een tip: exploreer de Mae Hong Son-loop, bij voorkeur op een motorfiets, maar stel het avontuur uit tot de decemberdrukte voorbij is.

Nog een tip: rijd Pai voorbij en breng een nacht door in het rustige en mooie Pang Mapha, 40 km verder richting Mae Hong Son.

Tenslotte: Khun Yuam is een plaatsje op de route waar de meeste toeristen snel doorheen rijden. Maar het is er beslist aardig vertoeven.

Vanaf Khun Yuam kun je een stuk van de Mae Hong Son-loop afsnijden door via Highway1263 naar Mae Chaem te rijden (een prachtige, stille weg) en van Mae Chaem via het Doi Inthanon nationaal park en Chomthong terug naar Chiang Mai — een waardig alternatief voor de eigenlijke loop via Mae Sariang. (Dit stuk van de route komt aan de orde in het artikel: Logboek Doi Inthanon – Mae Sot.)

Meer informatie over de mooie streek (Pang Mapha, Mae Hong Son en omgeving en Mae Sariang) hoop ik binnenkort te posten.

■ Chiang Mai Winter Fair: laatste dagen december 2011 – eerste week januari 2012

Van alle Noord-Thaise Winter Fairs is die van Chiang Mai het grootst. Ze vindt plaats op een uitgestrekt open terrein nabij het nieuwe sportstadion Chet Roi Pi (wat ‘700 jaar’ betekent, omdat het in 1996 met de viering van het 700-jarig bestaan van de stad werd geopend). Van de kermisattracties vind ik het spookhuis en de botsautootjes het leukst. Het spookhuis onder meer vanwege de ‘echte’ spoken die proberen je er te doen griezelen — jongens in slecht zittende spookkostuums die ‘boeh’ roepen. De botsautootjes zijn het populairst bij de opgeschoten jeugd en de baldadigheid kent er geen grenzen. Echt cool is het wanneer je er tussen de rijdende autootjes gaat dansen. Met wapenstokken uitgeruste politie heeft handen tekort om deze waaghalserij de kop in te drukken.

Laat in de avond is er doorgaans een optreden van een bekende Thaise popgroep. Dat trekt duizenden bezoekers en loopt niet zelden uit op flinke knokpartijen tussen verschillende groepen jongeren.

mural eekhoorn
En gestreepte eekhoorn op een tempelschildering in Li, Lamphun.

■ Zoogdieren: Knabbel of Babbel?

De lezer van deze ‘natuurwebsite’ wordt overladen met feiten over exotische slangen, sommige zo zeldzaam dat ze nog niet zijn beschreven in de vakliteratuur, maar de zoogdieren komen daarentegen uiterst karig aan bod. En dat terwijl deze warmbloedige, behaarde knuffeldieren ‘ons’ toch het meest aan het hart liggen.

Dat mijn voorkeur uitgaat naar slangen is een kwestie van smaak. Een objectief feit is echter dat mijn Oriental whip snake (Ahaetulla prasina), koelbloedig in slanke, groene windingen over een tak gedrapeerd, en slechts af en toe een geruisloze lenige beweging makend om een lus te herrangschikken (als de plooien in het gewaad van een vorst), een toppunt van gratie is vergeleken bij de twee altijd wat trillende en nerveus snuffelende gevlekte muizen die in hetzelfde hok zitten — wat kunnen deze ‘hogere’, warmbloedige gedomesticeerde neurootjes zich uitsloven met zinloze, jachtige en vaak dwaze activiteiten. Terwijl de slang met onfeilbare precisie naar een tjitjak duikt en het met de soepele peristaltiek van de keel in een paar seconden naar binnen werkt, zijn de muizen de halve dag aan het knagen, je wordt er zelf bijna nerveus van. Ze waren trouwens als voer voor de slang bedoeld, maar die toont geen enkele belangstelling en doet zich liever tegoed aan koudbloedig prooi.

Een paar dagen geleden presteerde een van de ‘slimme warmbloedige pluisbeestjes’ het om in een bakje water nauwelijks groter dan zijn eigen lichaam te verdrinken. De muis die hem heeft overleefd, snuffelt, knaagt en wroet nu in zijn eentje verder.

Maar ook in het wild kom je bij knaagdieren dat nerveuze, wispelturige, weinig doelgerichte gedrag tegen — vooral bij eekhoorns. Van alle zoogdieren zie je eekhoorns het meest wanneer je door de Thaise natuur wandelt. Op de motorfiets kom ik ze soms om de paar minuten op de weg tegen. Vele worden er dood gereden, hoewel ze tien keer zo snel als een slang zijn. Hun stomme gedrag draagt bij tot de holocaust. Regelmatig gebeurt het dat een eekhoorn in de begroeiing van de berm verdwijnt als ik aan kom rijden, maar vervolgens onverwachts vlak voor mijn wiel tevoorschijn duikt. Niet zelden worden de kamikaze-eekhoorns naar de weg gelokt doordat er wat voor ze te eten valt, zoals maïskorrels gemorst door de trucks die de oogst van de velden naar de groothandel en verwerkingsindustrieën vervoeren. Maar meestal fourageren eekhoorns in de bomen en zijn dan vaak behoorlijk lawaaiig met hun gekwetter dat aan vogels doet denken.

eekhoorn
Een gestreepte eekhoorn in Umphang, Tak.

De gewone Thai maakt onderscheid tussen (gewone) eekhoorns (krarok, กระรอก) en vliegende eekhoorns (krarok bin, กระรอกบิน) en dat is het zo’n beetje. In werkelijkheid bestaat de gewone krarok uit een ruim aantal verschillende soorten, waarvan sommige erg variabel zijn, en die niet zo gemakkelijk uit elkaar te houden zijn. Kortom, het verschil tussen Knabbel en Babbel is nog niet zo eenvoudig.

Waarschijnlijk het algemeenst in Noord-Thailand is een kleine, gestreepte eekhoorn die zich ook graag in tuinen en boomgaarden ophoudt: de Himalayan striped squirrel (Tamiops mclellandi). Deze wordt ook wel kralen (กระเล็น) genoemd; de punten van de oren zijn wit — zie foto hiernaast. Leuke diertjes, die ook vaak te zien zijn op de muurschilderingen in tempels. Daarnaast is er de grotere variable squirrel (Callosciurus finlaysoni), die erg variabel van kleur is (grijs, roodbruin en zelfs bijna wit) en een licht gekleurde band op de flank draagt, maar geen rugstrepen heeft zoals de kleinere ‘gestreepte krarok’. De roodbruine dieren lijken sprekend op de in Nederland bekende soort.

De Himalayan striped squirrel zie je veel in tuinen, maar ook diep in het bos. De geringe omvang van de diertjes houdt de Noord-Thais en de bergvolkeren niet tegen op ze te jagen en boven een vuurtje te roosteren. Ik heb jarenlang gemeend dat eekhoorns kalo heten, want zo noemden mijn Lisu-vrienden de Knabbels en Babbels: de ‘r’ wordt door Thais al gauw ingeslikt of tot een ‘l’ verbasterd, terwijl in de bergen ook eindmedeklinker niet worden uitgesproken.

BAAN KRA ROHK

logo Ban Kra-RohkVolgende maand weer gewoon wat weetjes over een slang. Maar nu we het toch over eekhoorns hebben: Baan Kra-Rohk (“Huize Eekhoorn” of “Eekhoorndorp”) is de naam van een groep mooi gelegen vakantiebungalows in Mae Rim, ongeveer twintig kilometer ten noorden van Chiang Mai. Ze zijn onder de hoede van de Twentenaar Ger Horst en zijn Thaise vrouw Jiraporn Moontun (zie: www.kalok.eu ). Ger en Jiraporn organiseren ook (geheel verzorgde) flora- en faunareizen in Thailand — meer daarover op de website www.reizendoorthailand.nl .

 

BOMBAST & BOMBAX CEIBA

kale Bombax ceiba vol bloemen
De red silk cotton tree (Bombax ceiba) in volle bloei.
stekels stam
De stam en takken zijn met gemene doorns bedekt.
hel
Een tafereel uit de hel. Muurschildering Wat Hariphunchai, Lamphun.

Een van de schoonheden van het seizoen is de in vele opzichten zeer interessante kapokboom Bombax ceiba, die in het Engels doorgaans ‘red silk cotton tree’ wordt genoemd. Als alle bladeren in december zijn gevallen brengt hij een weelde aan fel oranjerode bloemen voort die wat op tulpen lijken. In het bos is hij niet erg algemeen, maar hij is veel langs wegen aangeplant, zoals bijvoorbeeld Highway 1001 naar Phrao of Highway 1317 naar Mae On. De stam van de ton ngiu, zoals de boom in het Thais heet, is bezaaid met dikke, scherpe doorns. In de boeddhistische hel worden zondaars, zo neemt men aan, gedwongen naakt in deze bomen te klimmen. De boom is er zeer talrijk, maar je ziet hem er nooit bloeien — meer hierover in het artikel: Boeddhistische hel.

kinderen in Laos verkopen meeldraden Bombax
Laotiaanse kinderen verkopen de gedroogde meeldraden van de red cotton silktree op de oever van de Mekong nabij de Gouden Driehoek.

De afgevallen bloemen worden veel verzameld om de grote, vlezige meeldraden te drogen en later als ingrediënt voor de heerlijke Noord-Thaise curry kaeng khae te gebruiken.

In januari zijn de meeste bomen al weer uitgebloeid. De ovale zaden hebben zich dan inmiddels ontwikkeld, de bomen hangen ermee vol.

Wanneer ze openbarsten worden de minuscule, pluisvormige zaadjes door de wind verspreid. De hele omgeving van de boom wordt dan met een donslaagje ondergesneeuwd.

De kapok in de zaden wordt traditioneel als vulstof voor matrassen en kussens gebruikt. Als leverancier hiervan is een andere kapokboom met minder spectaculaire, witte bloemen, overigens belangrijker: de exoot Ceiba pentandra die eeuwen geleden vanuit Amerika is ‘overgewaaid’.

De Latijnse naam Bombax komt van het Griekse woord bombux voor katoen en kapok. In het verleden zijn er perioden geweest waarin het de gewoonte was om ook kledingstukken (de schouders e.d.) op te vullen met ‘bombace’. Bombast, de ‘opgeblazen’ schrijfstijl van vele mindere litteratoren, is daar weer van afgeleid, evenals het woord bombarie.

 

foto editorialNOVEMBER 2011

■ 1. Watersnood (vervolg)

■ 2. Umphang Wildlife Sanctuary

■ AGENDA:

■ 3. Loi Krathong en Yi Peng (8-11 november 2011)

■ 4. Mae Hong Son: zonnebloemen (2e helft november)

■ 5. Takro-tournooi in Chiang Mai

■ 6. SLANGENNIEUWS: lastige bronzeback

1. WATERSNOOD IN CENTRAAL-THAILAND

Terwijl Noord-Thailand in oktober redelijk droog bleef, werd de wateroverlast in Centraal-Thailand een plaag. Industrieterreinen in de provincie Ayutthaya vielen achter elkaar ten prooi aan het water. Daarna volgden buitenwijken van Bangkok, de luchthaven Don Mueang en het centrum van de stad. De kersverse premier Yingluck Shinawatra, gekozen in juli, kreeg de nodige kritiek op de wijze waarop haar regering de watersnoodramp te lijf ging. Zo zou er een slechte samenwerking zijn geweest tussen het bestuur van Bangkok en de Flood Relief Operations Command van de regering (met het toepasselijke acroniem Froc). De Democraten van de oppositie stelden dat veel eerder een noodtoestand had moeten zijn afgekondigd, waarbij zo’n situatie zou zijn vermeden.

Overstromingen leveren altijd aangrijpende beelden op. Maar ik vond een foto in de Bangkok Post van een tafereel op het droge een topper. Op het terrein van Bangkoks Chulalongkorn Universiteit zie je drie vrijwilligers — van wie twee duidelijk westerlingen en niet meer zo jong — toegewijd en met een stofmasker voor met vijl en zaag grote gaten maken in plastic krukjes. ‘Buitenlandse bezoekers maken draagbare WC’s voor de slachtoffers van de overstromingen’ luidt het onderschrift. Dit soort hulp heeft iets aandoenlijks. Maar ze roept bij mij ook meteen allerlei kriebels en wilde gedachten op. Ik vraag me meteen af of een Thai uit de upper middle class zich ook voor zulke hulp zou aanmelden. Tegelijkertijd vind ik dat hartstochtelijk promoten van het op een kruk of stoel kakken weer typisch iets uit het westerse gedachtengoed, een soort ‘cultureel imperialisme’.

Bangkoks strijd tegen het water is overigens niet iets van de laatste tijd. Zo stond het water in 1942 twee meter hoog rond de paleismuren. Een van mijn eerste verhalen die ik over Thailand schreef toen ik er begin jaren tachtig neerstreek, droeg als titel Dweilen met de kraan open en ging over de overstromingen in Bangkok. Veel is er in dertig jaar veranderd, maar ook veel is hetzelfde gebleven. Zie: Overstromingen Bangkok 1983.

Umphang-pool
Dichte jungle met poel. Inzet: blackhead.

2. UMPHANG WILDLIFE SANCTUARY

Het begin van de maand bracht ik een kleine week door in het Umphang Wildlife Sanctuary in de provincie Tak, een van de mooiste en ruigste natuurgebieden van Thailand. Het reservaat is vooral bekend om de Thi Lo Su-waterval, door velen beschouwd als de mooiste van Zuidoost-Azië.

In 1995 had ik eens vlak bij de waterval gekampeerd. ‘s Nachts klonken toen uit het omringende bos onheilspellend geblaat en gebulder. Vroeg in de ochtend werd min of meer duidelijk waar al die herrie door veroorzaakt was. Een volwassen samber hert (Cervus unicolor) rende als een bezetene het kampeerveldje op, maakte een rondje van 37.2 en viel dood neer.

Het hert had grote, maar ondiepe bloedende schrammen over het lichaam die door forse klauwen veroorzaakt waren. Een dierenarts die ons vergezelde stelde vast dat het hert door stress of uitputting was gestorven. Waarschijnlijk was de sambar in de vroege ochtend verschillende keren door een tijger besprongen, maar was de laatste er niet in geslaagd het dier de dodelijke nekbeet toe te brengen.

Thi Lo Su waterval
De Thi Lo Su-waterval.

Misschien was de tijger een gebrekkig of oud dier — en het zijn vooral deze dieren die vaak gedwongen worden zich op gemakkelijk prooi te richten: de mens. Hierover meer in het artikel: Tigers.

Nog steeds leven er in het reservaat talloze tijgers.

Een paar maanden geleden stond er in de krant een foto van een Hmong-man die er gearresteerd was met een doodgeschoten exemplaar.

Traditionele Chinese apothekers tellen graag een kapitaal neer voor bepaalde lichaamsdelen van tijgers.

De laatste zeven of acht jaar bezoek ik regelmatig het bergachtige noordelijke deel van het reservaat. Zo ook begin oktober van dit jaar. Ik ben steeds weer onder de indruk van het dichte, zompige bos, rijk aan boomvarens en kleine poelen vol kwakende kikkers. Meestal verken ik het gebied op een motorfiets.

In dit deel van het reservaat kronkelt de weg van Mae Sot naar Umphang dwars door de bergen. Soms maak ik een kleine wandeling over een van de ‘hazenpaden’ die waarschijnlijk zijn gemaakt door jagers of verzamelaars van bamboe. Groot wild ben ik er nooit tegengekomen. Wel stak er een paar keer een yellow-throated marten (Martes flavigula), een marter formaat kleine hond, de weg over. En soms zie je een dusky langur (Trachypithecus obscurus), een grijze aap met een wit maskertje en een lange staart, in de bomen fourageren. Vrij vaak zie ik er roofvogels boven de kruinen cirkelen of in de top van bomen zitten, zoals de crested goshawk (Accipiter trivirgatus). Laatst vloog er opeens een flinke roofvogel uit de berm op met iets kronkelends in zijn bek, mogelijk een grote skink (een soort hagedis).

vlinders
Vlinders.

Twee keer kroop er een dikke, donkere slang van ongeveer twee meter lang over de weg — beide keren was ik net iets te laat om hem bij zijn staart te grijpen.

Ik denk dat het een grote cobra, een koningscobra of een ‘gekielde rattenslang’ was.

De rijkdom aan slangen was trouwens het hoofddoel van mijn bezoek aan het park. Ik was vooral op zoek naar een bepaalde soort bronzeback, zo goed als zeker een nieuwe, nog niet beschreven soort. (Zie het Slangennieuws hieronder.)

Maar ook de kleine diertjes in het reservaat bekoorden me. Bij een onbeduidend watervalletje streek een veelheid aan kleurige vlinders neer, minstens een dozijn soorten.

Elke keer dat ik het reservaat bezoek, constateer ik met misnoegen dat er weer stukken bos zijn gerooid om plaats te maken voor velden waarop de Hmong (een bergvolk) kool verbouwen. De kleine trucks die zwaar beladen de kool naar het laagland rijden hebben in de afgelopen, zeer natte maanden ook flink bijgedragen tot het kapot rijden van het wegdek.

kool
Koolvelden.
kapotte weg
Slecht wegdek.

Voordat de kool wordt vervoerd, verwijdert men de buitenste bladeren en laat die achter langs de weg. Overal dus rottende koolbladeren die een flinke stank verspreiden. In de kazernes en kampen in de Tweede Wereldoolog moet altijd de onaangename geur van koolsoep gehangen hebben — ik kan me er nu iets bij voorstellen.

In de wintermaanden wordt het reservaat druk bezocht door Thaise toeristen (velen uit Bangkok) die vooral in Umphang neerstrijken om van daaruit de Thi Lo Su-waterval te bezoeken of te gaan wildwatervaren. Op Highway 1090 door het reservaat staan de minibusjes en dure vans van de bezoekers dan bijna in de file. Maar nu was het er rustig en kon ik zelfs op mijn gemak overstekende slangetjes fotograferen, zonder elk moment opgejaagd te worden door een toesnellend voertuig.

Binnenkort meer over mijn verblijf in het reservaat in het artikel: Logboek Umphang Wildlife Sanctuary.

AGENDA

3. LOI KRATHONG en Yi Peng: 8-11 november 2011

Loi Krathong is Chiang Mais meest feeërieke festival en wordt dit jaar gevierd van 8 – 11 november. De maan die vol boven de stad staat krijgt dan gezelschap van honderden, duizenden hete luchtballonnen die als een slome hyberbool van lichtjes over het firmament uitwaaieren.

Op de Ping, zes weken eerder nog kwaadaardig buiten haar oevers getreden en een bron van kommer en kwel, worden duizenden krathongs (sierstukjes op een drijver gemaakt van bananenstam of piepschuim en voorzien van een brandend kaarsje) te water geladen.

De rivier is dan een gloed van lichtjes: alsof Doi Suthep een vulkaan is en er zich na een uitbarsting een enorme stroom gloeiend lava door de stad walst.

Voor hun deur en op het balkon plaatsen de mensen brandende kaarsjes en lampionnen, terwijl kinderen vuurwerk afsteken. Verder zijn er optochten van praalwagens en Miss-verkiezingen.

Ook wordt er kranig gezopen. Ploegen zatte jongeren ontmoeten elkaar op vaste punten om op elkaar in te slaan. Vuurpijlen vliegen net zo vaak horizontaal als vertikaal door de lucht. Op de eerste hulp in de ziekenhuizen heeft men het extra verband en naaigaren al klaarliggen. Dit hoort allemaal bij de onstuimigheid van Thaise feesten.

Net als zovele andere festivals is Loi Krathong verbonden met de rijstcyclus: het oogsten van de rijst en de vruchtbaarheid van de velden.

Meer hierover in het artikel: Loi Krathong.

4. ZONNEBLOEMVELDEN

Dok bua tong in Mae Hong Son.

velden zonnenbloemen
Berghellingen overwoekerd met bloeiende zonnebloemen.

Alfred Russel Wallace, de natuuronderzoeker die eerder dan Darwin de natuurlijke selectie als de drijvende kracht in de evolutie had onderkend, merkte in zijn beroemde reisverslag The Malay Archipelago (midden 19e eeuw) op dat er in het Oosten niets vergelijkbaar is met de overdaad aan kleur van velden met bloeiende heide of brem in Engeland. De tropen waren voor Wallace vooral groen, groen en nog eens groen.

Wie de bergen van Noord-Thailand eind november bezoekt, weet dat de bewering van Wallace daar niet opgaat — tegenwoordig tenminste niet. Op veel plaatsen zijn de hellingen dan zo ver het oog reikt eigeel van de bloeiende zonnebloemen. Het spectaculairst zijn de vergezichten in de districten Khun Yuam en Mae Sariang in de provincie Mae Hong Son. Net als de Europese heide- en bremvelden zijn ze gecreëerd door het ingrijpen van de mens — niet door het hoeden van schapen, maar door de slash-and-burn landbouw van de bergvolkeren (met name de Hmong).

zonnebloemen
Tithonia diversifolia.

De plant die er de braakliggende velden overwoekert is een exoot: de composiet Tithonia diversifolia, inheems in Mexico.

Zijn bloemen zijn beduidend kleiner dan die van de gekweekte zonnebloem. Velden met die laatste staan rond die tijd ook in bloei.

Thais zijn groot liefhebbers van de pitten: het peuzelen ervan is een soort nationaal tijdverdrijf. De pitten van de wilde Mexicaan worden niet gegeten; wel worden ze verzameld om er een insecticide van te maken.

Het drukst bezocht worden de wilde zonnebloemen in de bergen rond Mae U Kho, circa 25 km ten noordoosten van Khun Yuam.

De natuurminnende middenklassers van Bangkok rijden er in hun dure auto’s en masse naartoe. Behalve om in verrukking te raken van al dat geel, ook om weer eens gezonde, frisse en vooral koele lucht in te ademen.

Paritosh
Paritosh

Geobsedeerd door zonnebloemen (en klaprozen) is de Nederlandse kunstschilder Klaas Julsing (Paritosh).

Bekijk en koop zijn schilderijen: http://paritosh.exto.nl

5. SEPAK TAKRO: VOLLEYBAL MET JE VOETEN

Een bijzondere, echt Oost-Aziatische sport is het sepak takro. Spectaculair om te zien, maar nog niet als Thaise cultuur gepromoot door de Tourism Authority of Thailand, de Thaise VVV. Het is een ogenschijnlijk bizarre kruising tussen voetbal, volleybal en badminton en wordt gespeeld met een bal gevlochten van platte strengen plastic. Voor een smash over het net (de rand is op een hoogte van 1.55 m gespannen) moet een speler een atletische sprong maken.

De koele avonden van november en december zijn ideaal voor takrotournooien. Een van de belangrijkste in Chiang Mai vindt dan plaats op een veldje bij de Metta School op het terrein van Wat Chedi Luang — aan de voet van de imposante yang-boom naast de kapel die de Inthakhin, de stichtingspilaar van Chiang Mai, huist — zie het artikel: Inthakhin ceremonies. Een mooiere plek, zwanger van cultuur en geschiedenis, is haast niet denkbaar.

sepak takro
Sepak takro

Gedurende een aantal weken vinden er dan bijna elke avond van ongeveer 19.00 tot 21.00 uur partijen plaats tussen de beste teams uit de stad en de wijde omgeving.

De finale is op de laatste avond, ergens in december. Meer over deze bijzondere sport in het artikel: Sepak takro.

6. SLANGENNIEUWS: LASTIGE NIEUWE BRONZEBACK

Ik had al eerder bericht dat ik eind augustus jammerlijk faalde een mooi exemplaar van een hoogst waarschijnlijk nieuwe soort bronzeback te vinden.

In oktober trok ik opnieuw de bergen in, op zoek naar een levend exemplaar, maar een verse, gave road kill zou ook al mooi zijn.

Twee dagen lang lieten de prachtige dieren zich niet zien, ondanks het zonnige weer dat ze graag hebben, willen ze actief worden. Maar in de middag van de derde dag vond ik een gave road kill, met zijn brede, gekartelde zwarte band over de nek gemakkelijk te herkennen als de nieuwe soort.

Een probleem was een beetje dat het een jong dier was, 43 cm van snuit tot staartpunt. Aan zo’n klein dier is het lastig meten en schubben tellen. Ik hoopte dan ook de volgende dagen een groter exemplaar te vinden. Helaas, dat lukte niet. Geen grotere bronzeback, wel vele andere interessante slangensoorten, waaronder enkele weinig algemene.

green tree racer
Een green tree racer.

Ik ving een kleine green tree racer (Rhadinophis prasinus). Gedurende vijf dagen had ik daarnaast een dozijn, soms vrij verse road kills van deze soort gevonden — overwegend jonge dieren.

In het dichte bos in Tak, maar ook in andere berggebieden in Noord-Thailand, is het een vrij algemene slang. Toch ben ik over deze soort in de vakliteratuur nooit veel tegengekomen.

In een aantal werken wordt hij zelfs niet vermeld. Terug in Chiang Mai heb ik er maar meteen een verhaaltje over gepost.

Zie: Rhadinophis prasinus.

Thuis begon ik natuurlijk ook de kleine bronzeback van top tot teen te fotograferen en eraan te meten.

Johan van Rooijen van het Zoölogisch Museum in Amsterdam was er wel gelukkig mee en meent dat het diertje als het holotype in de beschrijving van de nieuwe soort kan dienen.

Hoewel de nieuwe soort wat kleur en patroon betreft sterk verschilt van andere soorten, is hij wat zijn ‘basic statistics’ (aantal buik- en staart schubben, aantal rijen rugschubben en de bijzonderheden van de schilden van de kop) aangaat vrijwel identiek aan de blue bronzeback (Dendrelaphis cyanochloris), die ook in Tak voorkomt.

Dat was eigenlijk niet wat je verwachtte.

Na het nodige speurwerk heeft Van Rooijen wel een klein verschil gevonden. Bij de nieuwe soort grenzen er twee ‘postpariëtale’ schubben aan de grote pariëtale schilden (in het rode cirkeltje), bij Dendrelaphis cyanochloris ligt op het kruispunt nog een kleine centrale schub.

species novum
Een verse juveniele road kill.

 

kop nieuwe soort
De kop van de nieuwe soort.

Vervelend is dat een enkel exemplaar van de nieuwe soort ook zo’n centraal schubje schijnt te hebben. Dat zijn zo de onhebbelijkheden van het taxonomisch werk.

De resultaten van mijn tochtjes door de bossen van Tak, inclusief een aantal foto’s van de soort, zijn nu in goede handen bij Johan van Rooijen en de Duitser Gernot Vogel, de twee uitgesproken experts op het gebied van Zuidoost-Aziatische bronzebacks.

Zij zullen er ongetwijfeld in slagen deze wat dwarsliggende bewoners uit de bergbossen langs de grens met Myanmar (maar ook bekend uit één locatie in Myanmar en één 100 km ten zuidwesten van Bangkok) tot de status van species novum (nieuwe soort) te promoveren.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

OKTOBER 2011

♦ OVERSTROMINGEN IN CHIANG MAI

♦ BLOESEM VAN DE MAAND: SENNA SPECTABILIS

♦ BERMONKRUIDEN

♦ DOKMAI GARDEN

AGENDA

♦ BEETLEMANIA

♦ NAGA-VUURBALLEN

♦ CHULALONGKORNDAG

SLANGENNIEUWS: NIEUWE SOORT BRONZEBACK

WELCOME TO CHIANG MAI: OVERSTROMINGEN

September is de natste maand in Thailand. De overvloedige regenval die het noorden die maand te wachten stond was ik uit de weg gegaan door een verblijf van bijna drie weken in Nederland — in het vaderland kon ik zowaar genieten van een zachte en zonnige nazomer.

Toen ik aan het eind van de maand weer in Chiang Mai aankwam, was de hemel er met loodgrijze regenwolken gedrapeerd. De taxichauffeur die me van het vliegveld naar huis bracht wees op de plassen langs de weg: “Vannacht en vanochtend hoosde het!’ Ik had niet anders verwacht, maar ik was intens gelukkig weer terug te zijn. Thuis pakte ik mijn rugzak uit, controleerde of computer en internet nog werkten en viel op bed om van de reis bij te komen.

wadende mensen in de straat1Een uur later ontwaakte ik uit mijn inhaalslaap door de hilariteit van de op straat bijeengeschoolde buurtbewoners. Uit hun opgewonden woorden maakte ik op dat de Ping (de rivier die door de stad stroomt) buiten haar oevers was getreden en de aangrenzende Nightbazaar al blank stond. Ik was klaarwakker en begon mijn spullen op de benedenverdieping te inspecteren en in gedachte een noodplan op te stellen voor verhuizing ervan naar de bovenverdieping.

Mijn mu ban (woonwijk) ligt weliswaar anderhalve kilometer van de rivier, maar is een laag gelegen ‘soepkom’ die door het buiten de oevers getreden water ras wordt gevonden. De afgelopen veertien jaar is mijn woning zo’n vijf keer overstroomd (ik ben de tel kwijt), meestal kwam het water tot kniehoogte in mijn benedenwoning te staan. Nadat dit een paar keer was gebeurd, metselde ik een muur van een meter hoog rond voor- en achterdeur. Was ik Hollander of niet? Luctor et emergo! Maar de buren verklaarden me voor gek. Via een trap over het muurtje verliet en betrad ik elke dag mijn woning. Menig bezoeker heeft er zijn nek bijna gebroken. In augustus 2005 kwam de dag des oordeels: de Ping was weer als een bezetene gezwollen en het water begon de wijk binnen te stromen. Driftig schreeuwende buren waadden door de straat, slechts een enkeling had zandzakken om een barricade voor de deur te bouwen. Overal stroomde het water de rijtjeswoningen binnen.

Ik stond met leedvermaak droog achter mijn muurtje en sommige buren wierpen me een gemene blik toe. Mijn muurtjes, oerdegelijke staaltjes van Hollandse waterbouwkunde, stonden onverwoestbaar tussen het geplens en geklots.

Dit genoegen duurde echter niet lang. Na een paar uur, toen het water zo’n zestig tot zeventig centimeter hoog in de straat stond en de eerste bootjes hun verschijning deden, constateerde ik tot mijn schrik plasjes water op de betegelde vloer van het benedenhuis. Die plasjes werden snel groter. Door kleine gaatjes in de vloer sijpelde het water naar binnen. Ik wist ze aanvankelijk te dichten door er tandenstokers in te steken. Een vriend was ondertussen als een bezetene aan het dweilen. Dat was dweilen met de kraan open, want voor elk gestopt gaatje leken er – als de afgehakte koppen van de hydra van Lerna — twee nieuwe voor in de plaats te komen. Het water werd kennelijk met een krachtige druk door de poreuze vloer en muren omhoog mijn huis in geperst. Na een paar uur stond het net zo hoog als bij de buren.

Een week na deze overstroming had ik veel gaatjes met een soort polyester dichtgemaakt. Ik had echter weinig vertrouwen in de vloer. Toen ik na vier tamelijk droge jaren vernam dat de afwatering van Chiang Mai sterk was verbeterd, brak ik de lastige muurtjes weer af.

wadende mensen2Zo was de situatie bij mijn thuiskomst.

Aan het eind van de straat zag ik in de vroege avond een glinstering opdoemen die erop wees dat het Ping-water mijn wijk had gevonden. Ik begon mijn spullen naar boven te sjouwen: schemerlampjes, matrassen, kleren en kisten vol boeken. ‘s Nachts steeg het water gestaag en vroeg in de morgen stroomde het naar binnen. In de middag stond het kniehoog. Behalve dat kasten en andere meubels werden doorweekt bleef voor mij de schade beperkt.

Het was trouwens een prachtige zonnige dag. Maar in de bergen ten noorden van de stad had het weer hard geregend, dus het water bleef langzaam stijgen. Een stoet wijkbewoners trok wadend door de straat, vaak met rugzakken of grote plastic zakken vol kleren bij zich, om hun heil tijdelijk elders te zoeken.

Anderen keerden terug van de winkels in hoger gelegen stadsdelen en trokken een dobberende teil vol levensmiddelen achter zich aan. Jongemannen duwden hun scooters waarvan alleen het stuur nog boven water stak naar drogere plekken.

Ondanks alles was het een vrolijke boel. De kinderen genoten van de waterpret. Veel mannen konden niet naar hun werk en maakten op het balkon flessen bier soldaat. Geen gemopper en geklaag — een heel verschil met Nederland.

In de loop van de dag verschenen er ook bootjes van waaruit kant-en-klaar-maaltijden aan de noodlijdende bewoners werden verstrekt. De derde dag werden er zelfs noodrantsoenen (een kilo rijst, acht blikjes makreel en vijf pakken instantnoedels) uitgedeeld — daar at ik een week later nog steeds van. Aan het eind van de tweede dag begon het water te zakken en op de vierde dag vielen de woningen weer droog — als we de dikke laag blubber die overal achterbleef even wegdenken. Na twee dagen spuiten, schrobben en vegen was mijn benedenhuis weer schoon. Alleen nog een bruine band die tot op kniehoogte de muren tooit, herinnert aan de overstroming.

Inmiddels heeft al dat overtollige water van de Ping en enkele andere rivieren de Chao Phraya-delta bereikt. Daar staat het land nu 1-2 meter onder water. De provincie Ayutthaya is in zijn geheel tot rampgebied verklaard.

BLOESEMS EN KLIMPLANTEN

Senna spectabilis
Senna spectabilis

De rijst staat ondertussen te rijpen in de velden, maar heeft soms zwaar geleden onder de overstromingen. Een deel zal in oktober geoogst worden.

Aan het eind van het regenseizoen is de natuur op zijn groenst, toch staan er ook dan heel wat planten in bloei. De meeste teak is uitgebloeid. In september begonnen de prachtige bloeiwijzen van een aantal vlinderbloemige bomen en struiken te ontluiken; in oktober staan ze in volle bloei.

Tot de bloesem van de maand zou ik de aan de gouden regen verwante Senna spectabilis willen uitroepen. Deze laat zijn gele bloemen niet in trossen vallen, maar brengt ze voort als fiere, tot 40 cm grote toortsen. De kleine bomen zitten er berstensvol mee, als een kerstboom afgeladen met gele kaarsjes. De soort is inheems in tropisch Amerika maar wordt op grote schaal in Noord-Thailand aangeplant. De Thai noemt hem khilek amerikan. Wegen omzoomd met deze bomen maken grote indruk op toeristen. In het centrum van Chiang Mai ontbreken ze, maar langs de weg van de dierentuin naar Wat Phra That Doi Suthep staan er vele.

De naaste Thaise verwant van deze schoonheid is de minder opzichtige, ‘gewone’ khilek (Senna siamea), die iets eerder een vergelijkbare, maar rommelige en minder spectaculaire bloesem voortbrengt. Van de nogal bittere blaadjes wordt de in het noorden populaire curry kaeng khilek gemaakt, een prutje dat er als bedorven spinazie uitziet, maar overheerlijk is.

Enkele vlinderbloemigen met prachtige bloesems in het voorjaar komen ter sprake in de artikelen: Arboreal excursion en Bloesempracht.

MikaniaMikania met IpomoeaDe bermvegetatie ondergaat in oktober een drastische verandering. Een aantal wild woekerende creepers is zich aan het opmaken om vanaf het eind van de maand tot ver in november het aangezicht langs de weg te domineren. Een van de opvallendste is Mikania cordata uit de familie der Asteraceae (vroeger bekend als de ‘Composieten’). Als die in het najaar de groeistuipen krijgt worden struiken, muren, heggen, hekken en telefoonpalen in hun geheel overwoekerd met een dicht netwerk van stengels en bladeren, waardoor grillige en kunstzinnige creaties ontstaan. De spoken die de Thais ‘s avonds vaak zien komen misschien wel voor een deel op rekening van dit gewas. Eind oktober, maar vooral in november, begint de plant te bloeien. Door de ontelbare minuskule bloempjes zien de woekerkunstwerken er dan uit als golven van schuim, een enorme opgeklopte mousse van appel of avocado. Vaak is deze Mikania in een strijd om het Lebensraum gewikkeld met de klimplant Ipomoea hederifolia uit de familie der Convolvulaceae. Deze heeft sierlijke, felrode klokvormige bloemetjes en de combinatie met de schuimende Mikania streelt het oog. In december beginnen beide planten snel te verdorren en een deel wordt later verteerd door de vlammen van de vuurtjes die overal door de bermen trekken.

DOKMAI GARDENDokmai Garden

Wie geïnteresseerd is in bloemplanten moet zeker eens een bezoek brengen aan Dokmai Garden, een botanische tuin in Hang Dong, 20 km ten zuiden van Chiang Mai. Het is het geesteskind van de Zweedse plantkundige en mycoloog Eric Danell. Samen met zijn charmante Thaise vrouw Ketsanee Seehamongkol is hij zes jaar geleden uit het niets met de aanleg van de tuin begonnen op een stuk land land van vier hectare. Verwacht dus geen knoestige, eeuwenoude woudreuzen. Toch is het verbazingwekkend wat er in die korte tijd al is opgegroeid. Van de meer dan duizend soorten planten, heesters en bomen die er gedijen hebben sommige al een verrassend grote omvang bereikt. Uniek zijn de metalen borden met uitvoerige informatie over elke soort. Daarnaast doet Eric op verzoek persoonlijke rondleidingen.

Aan de tuin is een natuurboekenwinkel en een uitstekend restaurant verbonden. Dokmai Garden organiseert regelmatig natuurexcursies onder deskundige begeleiding, lezingen en andere activiteiten. Op dokmaidogma.wordpress.com word je daarvan op de hoogte gehouden en krijgen bijzondere planten die in bloei staan een extra vermelding. Hoe je bij de botanische tuin kunt komen wordt uitgelegd op de website www.dokmaigarden.co.th .

AGENDA

■ BEETLEMANIA (hele maand oktober)

Rhinoceros beetle
De neushoornkever Xylotrupes gideon
verkoper neushoornkever
Neushoornkevers op de rundermarkt van San Pa Tong

Neushoornkevers (Engels: rhinoceros beetles; Thai: kwang oi) zijn aan het eind van het regenseizoen (september en oktober) voor tienduizenden Thais hun lust en hun leven, vooral in het noorden. Deze kevers uit de familie der Scarabaeidae kunnen knapen van 15 cm worden. De mannetjes zijn uitgerust met geweldige geweien of hoorns. Die opzichtige gevechtsuitrusting is geëvolueerd als gevolg van de jaarlijkse gevechten tussen de mannetjes om de vrouwtjes.

De Thais zijn verzot op vechtsporten, denk maar aan de populariteit van het muai thai (Thais kickboksen), hanengevechten, stierengevechten (tussen twee stieren) en het kweken van vechtvissen. Geen wonder dat de gevechten tussen de neushoornkevers ook tot een sport zijn uitgegroeid.

De liefde voor de macho-kevers bestaat al minstens vijftig jaar. In het stadje Pua in de provincie Nan is er jaarlijks (in september) zelfs een festival aan gewijd. Zoals bij de meeste vechtsporten wordt er flink bij gegokt.

Eén soort ter grootte van een duim is het populairst als vechtjas: Xylotrupes gideon. Deze is uitgerust met twee gekromde, aan het eind gevorkte hoorns die in het vertikale vlak als de scharen van een tang ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Deze tang is het belangrijkste wapen en de mannetjes kunnen elkaar ermee vast vastgrijpen. De kever die zijn rivaal beetpakt en optilt (vandaar ook de naam ‘Hercules-kever’) scoort punten. Meestal gaat de zwakkere kever ervandoor. In feite verwonden de kevers elkaar zelden. Soms moet een scheidsrechter bepalen welk dier de winnaar is.

De strijd vindt plaats op een kleine, uitgeholde boomstam met wat gaatjes erin; erbinnen zit een wijfjeskever opgesloten. Ze heeft geen speciale uitsteeksels en ziet er maar heel gewoon uit, als een forse mestkever. Maar ze scheidt geurstoffen af die de vechtlust van de mannetjeskevers sterk aanwakkeren.

De liefhebbers van de sport vangen in augustus of september de jonge kevers door ‘s nachts geschild suikerriet op te hangen. De dieren strijken erop neer en gaan er in boren om het zoete sap op te zuigen. In de natuur kunnen de kevers enorme schade aanrichten door de levenssappen van allerlei struiken en bomen aan te boren; cultuurplanten, zoals suikerriet en kokospalmen, hebben er ook onder te lijden.

De kevers worden overwegend met suikerriet gevoed. Om te voorkomen dat ze wegvliegen, worden er een draadje aan een van hun scharen en het suikerriet gebonden. De echte experts trainen hun dieren en stomen ze klaar voor de ‘ring’. Tot de Spartaanse regimes die sterke en agressieve kevers zouden maken behoren het door mul zand laten lopen en speciale behandelingen in het water.

In september en oktober zie je op veel plaatsen de kevers op hun stuk suikerriet te koop liggen. In Chiang Mai is de oever van de Ping nabij de Nawarat Brug de plek waar veel verkopers van de kwang oi (oi=suikerriet) te vinden zijn.

■ NAGA-VUURBALLEN AAN DE MEKONG

(12-13 oktober 2011)

naga-beeld
Een naga-beeld in de grotten van Chiang Dao.
toeschouwers Bang Fai Phaya Nak
De met toeschouwers afgeladen oevers van de Mekong tijdens het evenement.

Naga’s zijn reusachtige mythologische serpenten die in Noord-Thailand gedurende het regenseizoen opduiken bij allerlei religieus getinte festiviteiten, zoals de raketfestivals en de long boat races. Op Ok Phansa (bij volle maan aan het einde van de drie maanden durende boeddhistische ‘vastenperiode’) vindt aan de Mekong in de provincies Nong Khai en Bueang Kan jaarlijks een groots spektakel plaats, het Bang Fai Phaya Nak, dat honderdduizenden bezoekers trekt. Vroeg in de avond van die dag, als de oevers van de rivier zijn afgeladen met mensen uit het hele land, stijgen (of beter: vliegen) er vuurballen uit de rivier, waarvan men veronderstelt dat ze door de devote naga’s geproduceerd worden als welkom aan de Boeddha — die was ooit op Ok Phansa uit de hemel teruggekeerd, waar hij voor zijn moeder gepredikt had.

Anderen menen dat de lichtflitsen een natuurlijk verschijnsel zijn, vergelijkbaar met het ontvlammen van moerasgas. Tenslotte zijn er de sceptici die denken dat het bedrog is en dat de ‘vuurballen’ worden voortgebracht door Laotiaanse soldaten aan de overkant van de rivier door tracer rounds met hun AK47 geweren in de lucht te vuren. Hoe het ook zij, het is een evenement dat je een keer moet hebben meegemaakt. Meer over de ‘vuurballen’ en over naga’s in het artikel: Naga-vuurballen.

Nagakoningin gevangen door Amerikaanse mariniers.Nong Khai ligt ongeveer 600 km ten noorden van Bangkok en 700 km ten zuidoosten van Chiang Mai. Om het evenement te kunnen bijwonen moet je tijdig accommodatie boeken in een van de talloze hotels in de stad. In enkele kleinere plaatsen aan de Mekong is eveneens accommodatie te vinden, zoals Sang Khom, Si Chiang Mai en Bueang Kan. Reken erop dat het op de dag van het festival daar een chaos is. En als in de de loop van de avond de vuurballen zijn gestopt en veel mensen met de auto naar huis terugkeren, zitten de wegen langs de Mekong potdicht met files. Vanuit Bangkok is Nong Khai ook dagelijks per trein te bereiken.

Je kan op verschillende manieren per auto of motorfiets vanuit Chiang Mai naar Nong Khai rijden. Een prachtige route, met uitweidingen over de bezienswaardigheden langs de weg, wordt beschreven in het artikel: Van Ping naar Mekong.

In mijn boek Mekong. Van de Gouden Driehoek naar Vietnam (2008) ga ik in een aantal hoofdstukken uitvoerig in op de naga’s in en langs de Mekong. Ook het Bang Fai Phaya Nak-festival komt daarin ter sprake. Het boek is nog te koop in de Nederlandse boekwinkels — zowel in een paperback- als een pocketuitgave.

CHULALONGKORN DAG (23 oktober)

Wat Don Chan
De versierde Wihan Luang Chao Fa Chulalongkorn van Wat Don Chan op Chulalong
Het vergulde beeld van de koning in de wihan.
Het vergulde beeld van de koning in de wihan.

Koning Chulalongkorn wordt beschouwd als een van de grootste vorsten uit de Thaise geschiedenis. De vele hervormingen gedurende zijn lange bewind (1868-1910) gaven Thailand een nieuw gezicht. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw begon de verering van de besnorde monarch van weleer uit te groeien tot een ware cult. Op Chulalongkorn Dag (23 oktober, een nationale feestdag) wordt zijn sterfdag herdacht en worden over het hele land offerandes gebracht aan de vele standbeelden en portretten van deze grootvader van de huidige koning Bhumibol. Het spreekt voor zich dat de aanhangers van de cult de dag ook aangrijpen voor grootse herdenkingen en vereringen. Een belangrijk cultcentrum in Chiang Mai is Wat Don Chan bij het grote viaduct ten oosten van de stad waar Highway 1317 naar San Kamphaeng and Highway 11 naar Lampang elkaar kruisen.

boekOp 23 oktober is een bezoek aan deze tempel zeer de moeite waard vanwege de overdaad aan offerandes (duizenden rode rozen) en het boeiende syncretisme van de cult. De verering van de koning is er verweven met allerlei andere religieuze en wereldse zaken.

De populaire abt is een medium van de koning (kan worden bezeten door diens geest), terwijl de verering van Ganesha, de hindoegod met het hoofd van een olifant, op het tempelterrein sterk toeneemt. Daarnaast zijn er de meer traditionele boeddhistische activiteiten en vindt er grootschalige fondswerving plaats ten bate van een kostschool voor misdeelde kinderen van de bergvolkeren.

Meer over de koning en Chulalongkorn Dag in het artikel: King Chulalongkorn.

Het boek Worshipping the Great Modernizer van de Amsterdamse antropoloog Irene Stengs biedt een boeiende analyse van de Chulalongkorn Cult. Het is te koop bij onder andere het Suriwong Book Centre in Chiang Mai.

SLANGENNIEUWS:

OP ZOEK NAAR EEN NIEUWE SOORT BRONZEBACK

Op mijn tochten door Noord-Thailand kwam ik sinds 2004 regelmatig een slangensoort tegen die ik altijd gehouden heb voor de ‘Cohn’s bronzeback’ (Dendrelaphis striatus). Deze soort is bekend uit o.a. Sumatra en Zuid-Thailand, maar was, voor zover ik kon nagaan, niet eerder in Noord-Thailand waargenomen. Ik had in het noorden wel meer slangensoorten gevonden die eerder voornamelijk bekend waren uit Zuid-Thailand. De ‘unieke’ schuine strepen, waarop striatus in de latijnse naam van de Cohn’s bronzeback betrekking heeft, wezen volgens mij op de soort Dendrelaphis striatus. Welke soort kon het ook anders zijn?

bronzebackMaar later begon ik weer te twijfelen. Op de weinige foto’s die ik van de Cohn’s bronzeback kon vinden waren toch wel verschillen met de door mij gefotografeerde dieren te zien. ‘Mijn’ bronzeback (foto hiernaast) heeft een zeer dikke, zwarte balk over de nek lopen, bij de Cohn’s bronzeback ontbreekt die balk en is de nek licht gekleurd.

Onlangs stuurde ik er een paar foto’s op naar Johan van Rooijen van het Zoölogisch Museum in Amsterdam. Samen met de Duitser Gernot Vogel is deze al jaren bezig orde op zaken te stellen binnen het geslacht Dendrelaphis (bronzebacks). Dat was hoog nodig want de verkeerde identificatie van sommige soorten had vaak tot grote verwarring geleid. Bij de bestudering van bijna 1000 explaren van bronzebacks die op sterk water in museumcollecties over de hele wereld worden bewaard, kwamen verschillende nieuwe soorten aan het licht.

Van Rooijens reactie op mijn foto’s was dat ‘mijn dieren’ hoogst waarschijnlijk tot een nieuwe, nog niet beschreven soort behoren. Dat oordeel sloot aan bij wat ik inmiddels ook begon te vermoeden. Volgens Van Rooijen lijken de dieren op mijn foto’s sterk op twee ‘afwijkende’ bronzebacks die hij had aangetroffen onder de museumexemplaren en die waren afkomstig uit ongeveer hetzelfde gebied waar ik mijn probleembronzebacks tegenkwam. De overeenkomsten waren treffend. Van twee tamelijk gave road kills had ik gedetailleerde foto’s gemaakt en daarop kon het aantal buikschubben (een belangrijk diagnostisch kenmerk) geteld worden: dat bleek vrijwel gelijk te zijn aan het aantal bij de twee museumexemplaren.

Bij elkaar is dit genoeg materiaal voor de publicatie van de ‘nieuwe soort’ in een wetenschappelijk tijdschrift, zeker als dat door autoriteiten als Van Rooijen en Vogel gebeurt, die beschikken over een enorm databestand van de verwante Dendrelaphis-soorten waarvan een nieuwe soort significant moet verschillen.

Maar twee exemplaren op sterk water is aan de magere kant en het zou mooi zijn wanneer er nog eentje bijkwam. In de hoop nog een exemplaar te vinden, trok ik daarom weer eens op mijn scooter de bergen in.

Het was op de derde dag van mijn tocht dat ik in dicht bos was gestopt om een heel vieze road kill te rapen. Het leek net een stuk verdroogd vodden dat op het asfalt plakte. Niemand zou er gauw een slang in herkennen, maar als expert in de ‘forensische herpetologie’ zag ik in één oogopslag dat het de nieuwe soort was.

Op hetzelfde moment hoorde ik iets in het struikgewas achter de vangrail. Ik sloop er naartoe en zag het levende broertje van de voddenlap in dreighouding tussen de struiken staan — hij moet mij eerder in de gaten hebben gekregen dan ik hem. Normaal ben ik blij met wat foto’s van een slang — mijn camera zit in een tas die altijd om mijn nek hangt. Maar dit dier wilde ik uiteraard vangen.

Veel slangen blijven wel enige tijd in zo’n dreighouding volharden, dus ik haastte me naar mijn scooter om een soort lasso aan een PVC-pijp te pakken. Helaas had ik die onhandig verbonden met een snelbinder en duurde het nogal lang voor ik hem had losgemaakt. Toen ik bij de bronzeback terug was, had deze zich net uit zijn opgerichte pose ‘ontvouwd’. Een zwaai met de pijp deed hem niet opnieuw de defensieve houding aannemen: hij gleed weg in de struiken. Ik wachtte nog een klein half uur maar hij kwam niet meer tevoorschijn.

Ook de volgende dag leverde geen levend exemplaar of verse road kill op, wel een oude road kill waaraan nog wel het een en ander gemeten kon worden. Van Rooijen en Vogel werken inmiddels aan de wetenschappelijke publicatie van de nieuwe soort. Ik zal deze maand opnieuw een poging wagen een vers exemplaar te pakken krijgen. Of dat gelukt is, kun je de volgende maand lezen. (Meer over de slang in het artikel: Dendrelaphis striatus — ook al klopt de naam niet.)

©SJON HAUSER: tekst en foto’s