Redactioneel-2011-01-januari-september

Clerodendron plus auteurSeptember 2011

■ Nieuwe regering: Thaksins terugkeer een zwaard van Damocles.

■ Meer regen en overstromingen — nieuwe premier trekt de laarzen aan.

■ Rijst in de velden, bloeiende Clerodendron en gembers in de berm en aan de bosrand.

■ Agenda: bootraces in Phichit (3-4 sept.) en Nan (17-18 sept.)

■ Slangennieuws: baby-slangen.

NIEUWE REGERING

Augustus bracht een nieuwe regering met aan het hoofd Yingluck Shinawatra, Thailands eerste vrouwelijke premier. Bij het formeren ervan was de regie grotendeels in handen van Yinglucks oudere broer, de in 2006 afgezette en naar het buitenland gevluchte ex-premier Thaksin Shinawatra. Vóór de verkiezingen van 3 juli 2011, die een monsteroverwinning voor de Phuea Thai Partij van de Shinawatra’s opleverde, liet Thaksin weten het premierschap niet (meer) te ambiëren. Verzoening tussen de strijdende partijen was het belangrijkste voor Thailand, zo stelde hij. Zijn bewind (2001-2006) had tot een verdeeldheid van de bevolking geleid die de afgelopen jaren in een burgeroorlog leek uit te lopen. De strijd tussen de royalistische geelhemden en de Thaksin-gezinde roodhemden liet zien dat de Thaise politiek in een patstelling was terechtgekomen. Nieuwe verkiezingen zouden het land uit die situatie moeten redden. Inmiddels heeft de controversiële Thaksin zich weer wat minder soepel opgesteld door te zeggen dat hij het land wel weer zou willen leiden als dat nodig is. Het verlenen van gratie aan de ex-premier, zoals velen binnen de Phuea Thai nastreven, wordt een heet hangijzer in de maanden die voor ons liggen. Ondertussen begint het nieuwe bewind al stap voor stap door de mand te vallen: de beloftes van de verkiezingscampagnes worden niet waargemaakt. Zo wordt het toegezegde minimumloon van 300 baht voorlopig alleen ingevoerd in zeven provincies in plaats van in alle 77. En het nepotisme, waar Thaksin zo berucht om was, lijkt ook weer terug te zijn. Het hoofd van de politie, in Thailand een invloedrijke post, werd ontslagen en zal waarschijnlijk vervangen worden door een broer van Thaksins voormalige echtgenote.

OVERSTROMINGEN

Ravage aan de Mae Ngao.

Bewoners bouwen hun huis weer op.

Ondertussen werd Thailand door het ene regenfront na het andere geteisterd. Yingluck was nog maar net beëdigd als nieuwe premier of ze kon al een paar laarzen aantrekken om in overstroomde delen van het land voedselpakketten uit te delen en zich solidair met de getroffen bevolking te tonen.

De eerste helft van augustus had noodweer en ongerief gebracht in een groot deel van het Noorden.

Het scheelde maar weinig of de Ping was bij Chiang Mai buiten haar oevers getreden. Maar kleinere rivieren konden het regenwater helemaal niet meer aan.

Vooral in delen van Mae Hong Son en Tak was dat het geval. Ik kon de ravage er aan het eind van de maand nog met eigen ogen aanschouwen toen ik van Mae Sariang op weg was naar Mae Sot. Highway 105 loopt min of meer langs de grens met Myanmar. Deze grensstreek behoort helemaal tot het stroomgebied van de Salween, de enorme rivier die net als de Mekong zijn oorsprong in het hart van het Tibetaanse Plateau heeft.

Op talloze plaatsen gaat de ‘highway’ (voor een groot deel slechts een pad van verbrokkeld asfalt waar twee auto’s elkaar maar net kunnen passeren) over bruggen de beken en zijrivieren van de Salween over.

Oevers beek in Tha Song Yang.

Veertig kilometer ten zuiden van Mae Sariang had het overtollige regenwater de rivier de Mae Ngao in een wild monster veranderd dat een dozijn huizen op de oever had weggevaagd.

Het gehucht dat er aan de weg ligt is normaal de laatste plek waar je even nagaat of er nog genoeg benzine in de tank van je motorfiets zit om Mae Salit, 75 km zuidelijker, te halen.

De eigenaren van het winkeltje met de benzinepomp waren nu druk in de weer hun huisje opnieuw op te bouwen van de planken die ze wisten te redden.

Wat verderop bivakkeerden getroffen bewoners met hun hebben en houden onder een afdak van zeildoek.

Ook zijriviertjes van de Moei (een zijrivier van de Salween) die ik meer naar het zuiden passeerde hadden nu brede zandoevers waar hier en daar dode bomen uitstaken — alles wees erop dat het watergeweld eerder in augustus enorm moet zijn geweest.

AAN DE BOSRAND: CLERODENDRON, GEMBERS, ETC. IN BLOEI

bloeiende gember

Clerodendron

Ik was een paar weken nauwelijks op pad geweest en constateerde nu dat de bloeiende vegetatie in de berm en langs de bosrand van karakter was veranderd. Het opvallendst was de rijkdom aan bloeiende ‘Pagoda Flower’ (Clerodendron paniculatum), een plant met een schitterene felrode, samengestelde bloeiwijze.

Wanneer ik het bos inliep, was er vaak een weelde aan gembers van de soort Curcuma parviflora met zijn fraaie witte bloemen. Deze vrij kleine plant is een van de algemeenste gembersoorten en heeft groene bracten, een witte coma en sierlijke lila met witte bloemjes die hun kopje uit de coma steken. Hij is vooral talrijk in droog dipterocarpenbos . Zie de artikelen: Dipterocarps (Engels) of Dipterocarpen (Nederlands).

De rhizomen (wortelstokken) van gembers zijn niet weg te denken uit de Thaise keuken. De gekweekte Curcuma longa, verwant aan Curcuma parviflora, levert bijvoorbeeld de khamin (turmeric) op die essentieel is in de gele, ‘Indiase’ curries. Diverse soorten worden nu ook om hun prachtige bloemen gekweekt. Je komt in de Thaise natuur beslist vaker bloeiende gemberplanten tegen dan orchideeën; toch zijn het vooral de laatste die vanuit Thailand de wereld hebben veroverd.

Mijn scootertocht bracht me uiteindelijk in het Mae Wong nationaal park in de provincie Kamphaeng Phet, een gebied dat ondanks het vele natuurschoon en andere bezienswaardigheden relatief weinig bezoekers trekt. Meer hierover in het nieuwe artikel: Khlong Lan.

AGENDA:

Bootraces (oefeningen) op de Nan.

Aan het eind van het regenseizoen vinden op veel plaatsen in Thailand de traditionele bootraces plaats, zoals in de Nan in het Noorden en in de Mekong grenzend aan het Noordoosten. Ook worden ze plaatselijk in Centraal- en Zuid-Thailand gehouden. In sommige Noord-Thaise steden zijn ze uitgegroeid tot enorme evenementen die duizenden toeschouwers trekken en flink gepromoot worden. Het bekendst zijn de races in Phichit (dit jaar op 3 en 4 september) en in Nan (op 17 en 18 september).

Het zijn lange houten prauwen die het tegen elkaar opnemen. Traditioneel zijn ze net als de koninklijke prauwen gemaakt uit de uitgeholde stam van de takhian thong (de boomsoort Hopea odorata, zie het artikel: Dipterocarpen).

In heel wat tempels in het Noorden en elders brengen deze langwerpige boten (long boats) het leeuwendeel van het jaar door onder een afdak. Ze zijn meestal fraai beschilderd en voorafgaand aan de races worden ze nog eens gebreeuwd en krijgen ze een verfbeurt. Op sommige websites worden ze ‘langsstaartboten’ genoemd, maar daar hebben ze niets mee te maken. De lawaaiige langstaartboten of ‘long-tailed boats’ zijn van planken gemaakt en worden aangedreven door een krachtige motor waarvan de schroef aan het uiteinde van een lange as zit.

De ruea yao of ‘long boats’ zijn daarentegen peddelboten; de grootste bieden plaats aan zo’n 58 peddelaars. Tradioneel waren het de tempelgemeenschappen van verschillende dorpen, zeg maar de sterkste mannen uit de dorpen, die het tegen elkaar opnamen in de races. Tijdens de jaarlijkse evenementen werden zodoende de banden tussen de dorpen versterkt.

Inmiddels zijn er bij de bekendste wedstrijden grote geldprijzen door de winnaars binnen te slepen en is het sociale aspect sterk op de achtergrond geraakt.

model

Beelden van naga's

Maar het is nog wel duidelijk dat de races, net als de raketfestivals (zie ook deze pagina onder: juni), oorspronkelijk ook rituelen zijn die met regen, vruchtbaarheid en de rijstoogst zijn verbonden. Net als de bamboeraketten worden de boten tijdens de races getooid met naga’s (of draken), mythologische serpenten en vruchtbaarheidssymbolen bij uitstek.

‘Het effect van deze in vrolijke kleuren geschilderde ornamenten is indrukwekkend,’ schrijft antropoloog Richard Davies in zijn studie over Noord-Thaise mythen en rituelen, ‘en van een afstand lijkt het alsof er inderdaad een naga in de rivier zwemt.’ Op de Mekong vallen de meeste bootraces zelfs ongeveer samen met het spectaculaire naga-vuurballen festival van Nong Khai en Bueang Kan, dat meestal ergens in oktober plaatsvindt (zie het artikel: Naga-vuurballen).

Het te water laden van de ruea yao gaat ook gepaard met de nodige rituelen, vooral om de nymf (vrouwelijke geest) die erin huist goedgezind te stemmen.

SLANGENNIEUWS:

Een juveniele common blackhead.

Van de mythologische serpenten naar de echte slangen. Mijn tochten op de motorfiets leverden hartje regenseizoen weer waarnemingen van interessante soorten op. Van de slangen die ik tegenkwam — naast road kills ook de nodige levende exemplaren in de bosrand — bestond een aanzienlijk deel uit heel jonge dieren. Van nogal wat soorten komen de eieren in het midden van het regenseizoen uit en bij de levendbarende ligt de geboortepiek ook rond die tijd.

Een juveniele common blackhead (Sibynophis collaris) van nauwelijks 15 cm die ik ving was zo beweeglijk dat het me nog moeite kostte om hem goed op de foto te krijgen.

Deze soort behoort tot de algemeen voorkomende slangen in evergreen forest en is gespecialiseerd in het vangen en verorberen van skinks (bepaalde hagedissen; ze leven net als deze slang vooral tussen de gevallen bladeren). Jonge dieren hebben een witte rand aan de voor- en achterkant van het oog, die al gauw verdwijnt als ze ouder worden. Je vraagt je af wat er de functie van is, als het überhaupt een functie heeft. Een kort artikel over deze onschuldige, mooie bruine slangetjes had ik niet lang geleden gepost. Zie: Sibynophis collaris.

Een juveniele koningscobra.

De minuscule baby’s van de blackheads vallen in het niet bij de meer dan 40 cm grote slang op de foto hiernaast. Dat is ook een juveniel, maar van een koningscobra (Ophiophagus hannah). Deze zeer gave road kill vond ik een paar uur nadat ik de baby blackhead had gevangen.

Van de enorme en door velen zeer gevreesde koningscobra zijn de pasgeboren dieren schitterend: pikzwart met roomkleurige bandjes.

Als ze groter worden (en koningscobra’s bereiken een lengte van ruim 5 meter) vervagen de banden.

Ze zijn in Thailand beslist niet zeldzaam en komen ook in de bebouwde kom voor. Maar het gebeurt gelukkig zelden dat er iemand door wordt gebeten. Een volwassen koningscobra spuit soms zoveel gif in dat een slachtoffer binnen een uur dood kan zijn.

Meer over deze grootste der gifslangen in het artikel: King cobras.

* * *

AUGUSTUS 2011

Yingluck poster● ‘Landslide’ verkiezingsoverwinning van Yingluck Shinawatra.

● Rijst in de velden, teak langs de snelweg. Het aangezicht van het platteland wordt deze tijd van het jaar bepaald door de beplante rijstvelden en de bloeiende teak.

● Echte ‘landslides’ in de bergen: een duidelijk verband met ontbossing is er niet!

● Slangennieuws: de relatief zeldzame Chinese/Yunnanese keelback eindelijk springlevend op de foto. En de Indo-Chinese sand snake terug van weg geweest.

● Ook terug: de (Siberian) barn swallow.

AGENDA: Midden-augustus: schommelfestival in de Akha-dorpen.

(Pro-)Thaksin terug aan de macht

HISTORY in the making! luidde de kop van het voorpaginanieuws in de Bangkok Post nadat de uitslag van de verkiezingen van 3 juli j.l. grotendeels bekend was. De Phuea Thai Partij, gelieerd met de in ballingschap levende ex-premier Thaksin Shinawatra, had een monsteroverwinning behaald. Lijsttrekker Yingluck Shinawatra, een jongere zus van Thaksin, zal daarmee zo goed als zeker Thailands eerste vrouwelijke premier worden.

Opmerkelijk was de enorme marge waarmee de Phuea Thai zegevierde in het Noorden en het Noordoosten. In het Upper North (de negen meest noordelijke provincies van de streek) veroverde de partij op één na alle te behalen 36 zetels. Zelfs een kandidaat van een andere partij in het kiesdistrict van Mae Ai in Chiang Mai die razend populair is dankzij zijn werk op het gebied van de rurale gezondheidszorg, moest het onderspit delven tegen een Phuea Thai-kandidaat. Alleen in de dun bevolkte provincie Mae Hong Son, goed voor slechts één zetel, won de kandidaat van de Democraten, een man die met zijn glimlach van kachelglans kennelijk onweerstaanbaar was.

Het duurt nog even voordat Yingluck officieel groen licht krijgt voor het formeren van een regering en officieel Thailands nieuwe premier wordt. In sommige kiesdistricten waren kandidaten wegens onregelmatigheden (meestal het kopen van stemmen) tegen een rode of gele kaart opgelopen en daar moesten de kiesgerechtigden twee weken later, op 17 juli, opnieuw naar de stembus. Maar verschuivingen bracht dit niet teweeg.

Hoewel de Phuea Thai meer dan de helft van alle zetels behaalde, zal de partij met een paar kleinere partijen in zee gaan om comfortabel te kunnen regeren. Alle klieken binnen de grote Phuea Thai Partij en de kleinere coalitiepartners zijn achter de schermen al druk in de weer om invloedrijke posten in het cabinet op te eisen. De in de politiek compleet onervaren Yingluck zal het moeilijk krijgen het iedereen naar zijn zin te maken. Ze is vrijwel volledig afhankelijk van adviseurs. Aan de andere kant moet ze tonen zelfstandig te kunnen beslissen en natuurlijk helemaal vermijden het beeld te wekken een marionet te zijn van haar grote broer.

Velen zijn niet gelukkig met de Phuea Thai aan het roer, met name de top van het leger niet en een belangrijke ‘invloed’ op de achtergrond, die je in Thailand beter niet bij naam kunt noemen.

Vóór de verkiezingen had de opperbevelhebber van het leger, Prayuth Chan-ocha, het volk nog opgeroepen op de goede politici te stemmen en niet ‘zoals de vorige keer’ (toen een pro-Thaksin Partij eveneens een grote overwinning behaalde) op de slechte. Oftewel: stem niet op de Phuea Thai. Toen duidelijk werd dat de Phuea Thai overtuigend zou winnen en waarnemers steeds vaker de vrees uitspraken dat het leger bij een overwinning van de partij zou ingrijpen, liet de opperbevelhebber weten de uitslag te zullen respecteren en zeker geen coup te zullen plegen. Maar er zijn andere methoden om een regering ten val te brengen.

Dat bleek ruim twee jaar geleden toen premier Samak Sundaravej van de People Power Partij, de eerste opvolger van Thaksins illegaal verklaarde en ontbonden Thai Rak Thai Partij, werd gedwongen als premier af te treden — onder meer omdat hij ‘onwettelijk’ in een kookprogramma op de televisie was opgetreden. Toen Samak werd opgevolgd door een zwager van Thaksin gingen de ‘geelhemden’ massaal de straat op. Hun demonstraties cumileerden in de bezetting van Bangkoks luchthavens, zonder dat het leger daar een vinger voor stak — en kort daarop nam de oppositie het roer over en werd Democraat Abhisit Vejjajiva de nieuwe premier.

Mocht het nieuwe bewind door coup, trucjes met de wetgeving of buitenparlementaire acties ondermijnd worden, dan zal een krachtige reactie van de roodhemden, de militante aanhang van Thaksin, zeker niet uitblijven. Laten we dus hopen dat de tegenstanders van de Phuea Thai de overwinning respecteren. Maar het nieuwe bewind moet niet in de fouten van Thaksin vervallen: tegenstanders de mond snoeren, extreem nepotisme, gewelddadigheid en zo’n machtshonger dat het lang gevestigde instituties (hoe je daar ook over denkt) in de haren vliegt.

Gratie voor Thaksin, zoals velen binnen de Phuea Thai nastreven, lijkt me voorlopig niet op zijn plaats. Bij Thaksins terugkeer naar Thailand is de knuppel zeker in het hoenderhok.

 

rijstvelden en bloeiende teakploegenRijst planten, bloeiende teak

Ondertussen ploegt de boer gewoon door. Overal worden de velden nog steeds klaargemaakt om met rijst te beplanten. Noord-Thailand is nu op zijn mooist. De dalen zijn lapjesdekens van de talloze schakeringen groen van de zaaibedden en net beplante velden met daartussen de velden die net geploegd en geëgd zijn waarop een laagje water staat en die schitteren als de stukjes spiegelglas waarmee tempels worden gedecoreerd. In de verte rijzen de bergen, dit jaargetijde meestal getooid met grimmige, donkere regenwolken. Laag op de berghellingen, tussen beemd en veld en langs de wegen staan de teakbomen volop in bloei. Hun kruinen lijken met een roomkleurig schuim bedekt: de enorme ragebollen van minuscule witte bloempjes die zich na de bestuiving rap tot lichtgroene vruchtjes ontwikkelen.

Rijst is niet weg te denken uit Thailand, een van ‘s werelds grote rijstschuren. Het verbouwen van rijst zit de Thais in het bloed. In een insciptie uit het oude Sukhothai wordt de ‘rijst in de velden’ al lovend genoemd (de authenticiteit van de gebeitelde tekst is weliswaar omstreden). Reisschrijvers die honderd jaar geleden door Thailand trokken konden over van alles en nog wat klagen en soms stelden ze dat de Thais tot weinig goeds in staat waren. Maar allen gaven ruiterlijk toe dat ze gedreven rijsttelers zijn.

De verschillende fasen van de rijstbouw worden uit de doeken gedaan in het artikel: Rijstbouw.

Teak, dat een sleutelrol in de geschiedenis van Noord-Thailand speelde, komt aan de orde in de verhalen: Teak en Grootste teakbomen.

 

 

lawine

Ontbossing en aardverschuivingen

Weinig boeren zullen dit jaar geklaagd hebben over een tekort aan regenwater. Het regenseizoen begon ongekend vroeg en flinke buien waren er vanaf april met de regelmaat van de klok. Nooit eerder ben ik zo vaak drijfnat geregend tijdens tochten op de motorfiets.

Midden-juli was ik in Phitsanulok en de zon wilde maar niet doorbreken. De wegen waren spekglad door de blubber die in de velden en op onverharde paden aan de banden van tractoren en vrachtauto’s blijft kleven en op het asfalt wordt uitgesmeerd. Op de steile wegen met scherpe bochten in de bergen moet je dan erg voorzichtig en geconcentreerd rijden. Hier en daar zijn hellingen ingekalfd en soms kan daardoor een weg zelfs gestremd zijn. Ik kan nog wel vijf redenen noemen waarom ik regen op zo’n reisje haat. Toen het op de ochtend van de derde dag nog steeds druilweer was, besloot ik niet zoals gepland naar Nan te rijden, maar terug te keren naar Chiang Mai — de laatste honderd kilometer door de stromende regen.

Een aantal delen van Noord-Thailand werd die dagen door noodweer getroffen. De provincie Nan het zwaarst en in het district Wiang Sa stond het water meer dan een meter hoog.

Eind juli, twee weken na de watersnood, was ik in Nan en kon ik de ravage met eigen ogen aanschouwen. In de bergen zag je dat vele hellingen waren ingestort. Bulldozers hadden er inmiddels voor gezorgd dat de meeste wegen niet meer geblokkeerd werden door lawines.

Zulke aardverschuivingen na regenval worden vaak toegeschreven aan de ontbossing.

In 1988 werden in de Zuid-Thaise provincie Nakhon Si Thammarat twee dorpen tijdens noodweer bedolven onder een brij van modder en boomstammen die zich vanaf een berg omlaagstortte. Honderden dorpelingen kwamen om. Ontbossing die er eerder had plaatsgevonden werd aangewezen als de grote boosdoener en de ramp leidde uiteindelijk tot een totaal verbod op houtkap in Thailand. Dat had grote gevolgen: honderden in de bosbouw gebruikte olifanten werden werkeloos en de illegale houtkap nam sterk toe.

De vermeende samenhang tussen ontbossing, het wegspoelen van de aarde, en erosie is bij velen inmiddels een ‘diep gewortelde’ overtuiging. Dankzij het wortelstelsel van de bomen zou regenwater geabsorbeerd worden en de grond vastgehouden worden. Het water sijpelt daardoor ook heel geleidelijk uit de vochtige bodem en blijft de rivieren met water vullen, ook als het al weken niet geregend heeft. Bos is als het ware een spons die gemakkelijk water opneemt en langzaam wordt uitgeknepen en water afgeeft. Bergen met bos blijven in droge tijden ook koel en de waterdamp die het uitademt kan later weer als regen neerslaan. Ontboste gebieden zijn daarentegen net woestijnen die blakeren in de zon en waarvan de aarde bij regen wegspoelt. Ontbossing is dus in alle opzichten slecht, zo wordt doorgaans geconcludeerd.

aardverschuiving

meer lawines

Dit stereotype beeld, een dogma van menig milieuactivist, gaat echter vaak niet op. Dat kale grond gemakkelijk wegspoelt is buiten bekijf, maar een groot deel ervan slaat wat lager in de bergen weer neer en is niet automatisch ‘verloren’. Bouwland dat na een oogst met rust wordt gelaten, verandert gauw in grasland en dat voorkomt net zo goed als bos dat aarde wegspoelt.

Bos zou als een spons het water goed vasthouden. Maar de bladerrijke vegetatie van bos zuigt water juist krachtig op om aan het bladoppervlakte te verdampen. Daardoor droogt de bodem van bos in feite sneller uit dan van vergelijkbaar grasland.

Het zijn maar een paar kritische kanttekeningen bij het stereotype plaatje van de geïdealiseerde sponswerking van het bos! In het boek Forest Guardians, Forest Destroyers. The Politics of Environmental Knowledge in Northern Thailand (2008) van Tim Forsyth en Andrew Walker wordt afgerekend met de ongenuanceerde dogma’s over ontbossing. De auteurs wijzen erop dat het vasthouden van water door het bos zijn beperkingen heeft bij zware regenval. De ramp van 1988 komt in het boek ook ter sprake. In het rampgebied viel in de vijf dagen vóór de lawines 105 cm regen, waarvan bijna de helft op de laatste dag. De berg moet dus oververzadigd van water zijn geweest. ‘In fact, the sheer weight of water within the soil itself — a product of its spongelike properties — is well recorded as a contributing factor to landslides,’ schrijven de auteurs op bladzijde 112. Wat verder stellen ze: ‘Dramatic natural variation in rainfall is simply ignored in a [popular] narrative that confidently links environmental cause (upland clearing) and effect (downstream flooding).’

Ik zag deze kritiek geïllustreerd toen ik vanaf het districtsplaatsje Pua, 60 km ten noorden van Nan, Highway 1256 insloeg en de circa 1700 meter hoge Doi Phu Kha besteeg. Nadat ik rijstvelden had doorkruist moest ik over een noodbrug, want een deel van de oude brug was tijdens het noodweer weggeslagen.

Halverwege de top, waar het bos al jaren geleden was gekapt voor het verbouwen van maïs en bergrijst, was een helling over de breedte van zo’n honderd meter ingekalfd.

Dogmatici zouden er onmiddellijk de ontbossing de schuld van geven. Bulldozers en graafmachines hadden inmiddels een doorgang door de lawine van aarde gemaakt. Naarmate ik hoger op de berg kwam, werd het bos dichter en uiteindelijk was ik omgeven door ongerept montane forest. Toch hadden ook ook hier vergelijkbare aardverschuivingen plaatsgevonden, zelfs meer nog dan op de lagere, ontboste hellingen.

Je kon goed zien dat er enorme krachten gewerkt hadden toen de bodem van regenwater oververzadigd raakte: op plaatsen was het asfalt van de weg geplooid en waren er metersdiepe scheuren ontstaan — alsof er een aardbeving was geweest. Tegen de kracht van duizenden tonnen opgelost water dat een uitweg zoekt is geen bos opgewassen!

Overigens lieten de slangen zich die zonnige middag in het gehavende Doi Phu Kha nationaal park van Nan niet zien.

 

Chinese keelback

Maar tijdens andere tochten door de natuur wachtten mij enkele verrassingen. Hoog in de bergen van Lampang stond ik bij een kleine poel onverwacht oog in oog met een schitterende, vrije jonge ‘Chinese keelback’. Deze soort is in Noord-Thailand beslist niet algemeen en ik kende hem alleen als road kill en had nooit eerder een levend exemplaar waargenomen. Met ingehouden adem haalde ik mijn camera tevoorschijn, zoemde in en klikte. Toen nog een paar keer. Ik sloop dichterbij voor meer foto’s. De slang bleef zitten. Ik klikte opnieuw, maar nu gaf mijn camera aan dat de memory stick vol was! Ik vervloekte het dat ik een uur eerder zeker honderd foto’s gemaakt had van een slangetje (Laotian wolf snake) dat ik in een terrarium had gehouden, maar niets wilde eten: ik had het daarom de vrijheid geschonken, maar maakte van de gelegenheid gebruik het eerst in zijn natuurlijke milieu te fotograferen. Helaas, terwijl ik oude foto’s begon te wissen om ruimte te maken op de memory stick, gleed de Chinese keelback het struikgewas in. Gelukkig waren de foto’s die ik gemaakt had goed gelukt. Thuis poste ik meteen een kort verhaaltje over deze soort. Uiteraard met foto erbij. Dat was wat te voorbarig want een week later kwam ik in een tijdschrift voor herpetologen uit 2009 de eerste beschrijving van de ‘Yunnanese keelback’ in Thailand tegen. En daar lijken de slang op de bovenstaande foto en de eerder gevonden road kills helemaal veel op. Het verhaaltje over de slang is inmiddels herschreven, zie: Sinonatrix yunnanensis.

Een andere verrassing was de vondst van een road kill van een Indo-Chinese sand snake (Psammophis indochinensis) in het laagland twintig kilometer ten oosten van Chiang Mai. Deze fraaie, bruin gestreepte slang met glanzende schubben was daar vroeger tamelijk algemeen. Ook in andere delen van Thailand kwam ik hem wel eens tegen. Dat was althans het geval tot 2004. Daarna heb ik de soort nergens meer gezien, noch levend, noch als road kill. Naarmate de jaren verstreken begon ik dat steeds merkwaardiger te vinden en ik filosofeerde al over het uitsterven van deze soort. Maar de slang blijkt dus nog steeds in het gebied rond San Kamphaeng voor te komen, al is de uitdrukking alive and well in het geval van dit platgereden exemplaar een beetje misplaatst.

barn swallow

Barn swallow

Ook terug van weg geweest is de barn swallow (Hirundo rustica). Elk jaar verlaat deze zwaluw Siberië om in het regenseizoen massaal in Thailand neer te strijken. Hij brengt de nacht bij voorkeur door op de electriciteitsdraden in de steden. Daarop zijn ze bij tienduizenden te vinden, netjes op uitgemeten kritische afstand van elkaar. Een plek waar ze steeds maar weer terugkeren is Silom Road, Bangkoks financieel centrum annex hoerenbuurt (Patpong). Bankdirecteuren en sekstoeristen worden er zonder onderscheid des persoons ondergekakt.

Ook in Nan voelen de zwaluwen zich thuis op de leidingen, al worden ze er vanwege hun geschijt voordurend met lange bamboes verjaagd. Terwijl ik in een hoofdstraat aan een tafeltje op het trottoir genoot van een maaltijd en een glas whisky-soda, werd ik boven me een paar vogels gewaar die de onrustige nachten op de kabels hadden ingeruild voor de geborgenheid van een slaapplekje tegen de gevel: bovenop de reclameletters van de naam van het restaurant. Daar worden ze niet opgejaagd met stokken.

Akha schommelceremonie

Schommelfestival

Het Akha schommelfestival (ngan ching cha sawan – งานชิงช้าสวรรค์์), soms ook wel ‘Akha Nieuwjaar’ genoemd, vindt middenin het regenseizoen plaats, meestal in de tweede helft van augustus of begin-september. De datum van de viering verschilt van dorp tot dorp en deze wordt niet vóór begin-augustus bepaalt. Het kan zelfs gebeuren dat er in een dorp helemaal geen festival is of dat de schommel als zijnde ‘onveilig’ wordt afgekeurd. Veel migrantarbeiders in de Noord-Thaise steden keren voor het feest naar hun dorp in de bergen terug. Jongedames werkzaam in het Chiang Maise uitgaansleven verwisselen dan vaak hun strakzittende jeans en lakschoentjes voor het zeer kleurrijke traditionele Akha-kostuum om schommelend ‘de vrijheid te vieren’.

Talloze Akha-dorpen zijn slechts door miserabele onverharde paden met de hoofdwegen verbonden en zodoende in het regenseizoen moeilijk te bereiken. Maar andere liggen aan een highway en daar kan men dus zonder geploeter door de modder naartoe om het feest bij te wonen. Ten noordoosten van Tha Ton liggen diverse Akha-dorpen, zoals Huai Sala en Lo Cha, aan Highway 1089, ruim 150 km van Chiang Mai vandaan. Wil je daarheen voor het festijn dan moet je nog zien te achterhalen wanneer het plaatsvindt. Volgens een Akha-vriend uit Huai Sala begint het feest in zijn dorp op 15 augustus.

Huai Pong (ห้วยโป่ง) is waarschijnlijk het dichtst bij Chiang Mai gelegen Akha-dorp (ca. 50 km). Naar zeggen begint de viering er dit jaar op 12 augustus (de verjaardag van koningin Sirikit). Om er te komen moet je eerst over Highway 107 naar Mae Malai. Een paar kilometer vóór Mae Malai sla je linksaf, de eerste afslag naar Pai op. Na ongeveer 5 km bereik je een kruispunt met stoplichten. Daar begint ook Rural Road 4020. Er staat een massa borden, onder andere met de opschriften ‘Bamboo Country Lodge’ en ‘Lisu Lodge’. Je gaat deze smalle, maar verharde weg op. Na ongeveer 10 km bereik je het dorp Ton Lung. De inwoners zijn overwegend Lisu — er is ook een Akha-wijk, maar daar wordt niet geschommeld. Een paar kilometer verder passeer je de (Noord-Thaise) dorpen Ban Chang en San Pa Sak. Voorbij dit laatste dorp is aan de rechterkant de afslag naar Huai Pong, dat je al na een paar honderd meter bereikt. De schommel staat naast het kerkje, waar de weg ophoudt.

Voor de culturele achtergrond van het schommelen en voor meer informatie over de Akha-cultuur zie het artikel: Akha swing festival.

* * *

* * *

Verkiezingen 3 juli 2001

Zondag 3 juli gaat Thailand naar de stembus. De strijd gaat vooral tussen de Phuea Thai (‘Voor de Thai’) partij (lijst 1) met als lijsttrekker Yingluck Shinawatra, een zus van de in ballingschap levende ex-premier Thaksin Shinawatra (2001-2006), en de Democratische Partij (lijst 10) van Abhisit Vejjajiva, Thailands premier van 2008-2011.

Wie er gaat winnen? Volgens opiniepeilingen ligt de Phuea Thai nog duidelijk op kop, maar de Democraten blijven optimistisch en wijzen op tekenen dat ze langzaam inlopen; ze denken dat uiteindelijk vele burgers voor ‘zekerheid’ zullen kiezen, dat wil zeggen: de Democraten.

Mogelijk behaalt Yingluck landelijk een forse overwinning, maar een meerderheid van de stemmen voor haar Phuea Thai is onwaarschijnlijk. Om te kunnen regeren zal de eerste vrouwelijke premier van Thailand, van wie enkele maanden geleden nauwelijks iemand gehoord had en die buiten de politiek was gebleven, het dus op een akkoord moeten gooien met een aantal kleinere partijen. Die zijn er genoeg en regeren willen ze bijna alle.

De stemgerechtigden kunnen kiezen uit maar liefst veertig partijen waarvan de miljoenen posters momenteel veel kleur aan het land geven. De hele dag schallen er oorverdovende partijliederen en verkiezingsleuzen uit speakers die bovenop pick-up trucks zijn geplaatst. Een beetje partij heeft een aantal van deze wagens in kolonne door stad en platteland rijden. Daarnaast zijn er ook regelmatig grote partijbijeenkomsten op pleinen, in stadions en bij markten. Het is een soort rondtrekkend circus en in veel opzichten is er sinds vijftien jaar geleden niet veel veranderd (zie het artikel: Verkiezingen 1996).

Op de affiches ogen sommige kandidaten, gehuld in wit uniform behangen met onderscheidingen en met een stuurse blik, nog even potsierlijk als voorheen. Canvasser (stemmenwerver) blijft een gevaarlijke bezigheid in de business van de politiek en er zijn er al een aantal, net als bij voorgaande verkiezingen, neergeknald. Het uitdelen van geld om stemmen te kopen speelt nog steeds een grote en vaak beslissende rol en gebeurt vooral vlak voor de verkiezingsdag.

Gelukkig zijn er altijd wel kleurrijke figuren die voor een vrolijke noot zorgen. Een van de meest excentrieke kandidaten ooit — het betrof de verkiezingen van de gouverneur van Bangkok — had als campagneleuze “Alle lichten op groen”, als oplossing voor de chronische files in de hoofdstad. (De filosofie daarachter was dat je bij een rood licht altijd stilstaat, maar er bij licht op groen soms nog wel beweging in zit. Hij werd overigens niet gekozen.)

De meest kleurrijke figuur van deze verkiezing is Chuwit Kamonwisit van lijst 5. Terwijl de meeste kandidaten zoet glimlachend, wat stijf of zelfs stuurs op de affiches staan afgebeeld, kijkt Chuwit verbeten, alsof hij uit het dolhuis ontsnapt is.

Vijf vingers houdt hij in de lucht gestoken wat betekent: Halt! (en tevens: Lijst 5!) De ongebreidelde corruptie ziet Chuwit als Thailands grootste probleem en daaraan moet zonder pardon een eind worden gemaakt.

Chuwit is populair in Bangkok, vooral bij scholieren en studenten die de andere kandidaten maar saai en vervelend vinden.

Hij is miljonair geworden met zijn ‘massagesalons’ (een verkapte vorm van bordeel) en een bordeelhouder in de politiek is weer eens wat anders dan een jurist of econoom.

Zijn achtergrond verklaart overigens zijn kruistocht tegen de corruptie: Chuwit heeft zich in zijn carrière blauw moeten betalen aan smeergelden om de politie te vriend te houden om zijn zaken te ‘beschermen’.

Een nieuw verschijnsel is de grote schaal waarop verkiezingsposters worden vernield, althans hier in Noord-Thailand. De vandalisten hebben het vooral gemunt op het hoofd van ex-premier Abhisit van de Democraten. Noord-Thailand is een bolwerk van de ‘roodhemden’ (Thaksin komt uit Chiang Mai) en ik kan me wel voorstellen dat een aanhanger van Thaksin, die vorig jaar in Bangkok tegen de Abhisit-regering demonstreerde en meemaakte dat het protest bloedig werd neergeslagen, met een viltstift een Hitlersnorretje op de bovenlip van Abhisit tekent.

Maar overal zijn ook het hoofd van Abhisit uit het canvas geknipt of gesneden. Nog een stapje verder gaat het simpelweg in elkaar hengsten van de affiches die vaak slechts op dunne bamboelatjes rusten. Oproepen van de Phuea Thai-leiding om met dit vandalisme te stoppen hebben weinig uitgehaald. Wat voor Abhisit een goede reden was zijn rivaal te kritiseren: ‘Als je je aanhang al niet eens in de hand kunt houden, wat moet dat dan worden als je het land wilt gaan besturen!’

Vermoedelijk komt een deel van dit vandalisme op rekening van de canvassers van de Phuea Thai. In Mae Rim was bijvoorbeeld een groot aantal affiches van Lijst 10 vernield op plaatsen waar net de nieuwe posters van Yingluck (Lijst 1) waren geplaatst — wat suggereert dat het door dezelfde ploeg lieden is gedaan.

Lees verder over deze verkiezingen in het artikel: Verkiezingen 2011 .

Rijst en maïs

En de boer, die ploegt ondertussen gewoon voort. De afgelopen weken zijn in Noord-Thailand miljoenen velden geploegd en met rijst beplant.

Het klaarmaken en beplanten van de velden is de meest tijdrovende en arbeidsintensieve fase van de rijstcyclus. Deze cyclus begint in feite in december met het in brand steken van de velden en eindigt in het najaar met de oogst en het hooien.

De gehele cyclus wordt in detail beschreven en in beeld gebracht in het artikel: Rijstbouw. Vooral nuttig voor de vele Nederlanders die nooit eerder in deze regio geweest zijn en vaak geen idee hebben ‘waar de rijst precies vandaan komt’.

Voor honderdduizenden boeren in de uplands is het verbouwen van maïs minstens zo belangrijk als de rijstbouw. Maïs is weliswaar onbeduidend als voedingsgewas, het is des te belangrijker als cash crop voor deze boeren.

Het grootste deel van de oogst wordt verkocht, een klein deel wordt gebruikt om het vee te voeren en alcohol van te destilleren. Net als rijst wordt het vooral aan het begin van het regenseizoen geplant.

Meer hierover in het artikel: Corn.

* * *

* * *

Juni 2011: Regen- en andere rituelen

Volop tropisch fruit en paddestoelen

• Voorbereidingen voor het planten van de rijst

• Raketfestivals en Phi Ta Khon

• Verkiezingen op 3 juli

Juni is mijn favoriete maand. Het regenseizoen is dan echt doorgebroken.

Dan blaakt de natuur van de frisheid en levenskracht.

PADDESTOELEN. In de bossen schieten de paddestoelen als paddestoelen uit de grond en voor veel plattelanders is het een aardige bijverdienste de eetbare soorten te plukken en op markten en langs de weg te verkopen.

Een aantal (gekweekte) paddestoelen is niet uit de Thaise keuken weg te denken — in een goede tom yam mag de heerlijke het fang (‘stropaddestoel’) bijvoorbeeld niet ontbreken. Juni is hier op paddestoelengebied wat oktober is in Nederland. Meer hier over in het artikel: Thai mushrooms.

TROPISCH FRUIT.

Ook is juni de maand met het grootste assortiment van verrukkelijk tropisch fruit: volop mango’s (zie het artikel: Mangomania), doerians (zie artikel: Doerians), litchi’s en ramboetans (zie: Litchi, longan and rambutan).

Ook de meer zeldzame vruchten uit het zuiden, zoals mangistans en salaks, zie je dan regelmatig op de markten in het noorden.

RIJST PLANTEN. En de boeren zijn druk bezig in hun velden: ze ploegen en eggen de rijstvelden en herstellen en hogen de dijkjes eromheen op wanneer die zijn afgekalfd. De zaaibedden worden ingezaaid en uiteindelijk worden de jonge rijstplantjes vanuit de zaaibedden in de onder water staande velden overgeplant.

Er zijn talloze vruchtbaarheidsfestivals verbonden met het (te komen) regenseizoen en het planten van de rijst. Het watersmijtfestival in midden-april (Songkran of Thais Nieuwjaar) is het bekendst.

BANG FAI-FESTIVALS. Maar minstens zo spectaculair is het afschieten van bamboeraketten tijdens de zogenaamde bang fai-festivals.

Die vinden vooral in de Isan (Noordoost-Thailand) uitbundig plaats, maar ook in het noorden zijn er enkele dorpen waar dit gebeurt.

Het bekendst is het bang fai-festival van Ban Pa Tueng, 20 km ten oosten van Chiang Mai in het district San Kamphaeng.

Het afvuren van een bamboeraket gaat gepaard met het ritme van drums en gongen. De leden van een dorpsgemeenschap dansen als hun bijna 10 meter lange raket naar een houten stellage wordt getild vanwaar de projectielen worden afgevuurd — Ban Pa Tuengs Cape Kennedy. Daar aanschouwen ze het lot van de andere raketten tot het hun beurt is hun raket op de stellage te plaatsen.

De leider van de groep roept instructies naar de enige man op de stellage die vervolgens kleine veranderingen in de positie van het projectiel aanbrengt. Aan de achterkant van het projectiel wordt het lont van een kruitvat aangestoken en bij een succesvolle lancering zal de raket een spectaculaire vlucht van honderden meters maken en daarna ergens in het bos of op de velden neerstorten. Het gebeurt echter regelmatig dat een raket ontploft bij de lancering, wat aanzienlijk bijdraagt tot de feestvreugde onder de toeschouwers. Men gelooft dat de raketten regen zullen brengen op de velden in de omgeving. Ze stellen in feite naga’s voor, mythologische regen brengende serpenten. Daarnaast hebben ze een opmerkelijke fallus-symboliek: ‘een oplichtende fallus die met zijn mannelijk vuur zowel de vrouwelijke elementen aantrekt als onderwerpt,’ stelde een antropoloog. In het verleden was dat duidelijker toen bij de parade van de bamboeraketten de vergezellende mannen houten fallussen bij zich droegen en opschepten over de seksuele potentie van hun projectiel.

Wanneer het dit jaar plaatsvindt? Ik was onlangs in het dorp en oude mannen die op het terrein van de dorpstempel aan het werk waren zeiden met stelligheid: 24 juni. Het is de moeite waard er dan heen te gaan. Meestal wordt het afschieten van de raketten gecombineerd met een drum-wedstrijd tussen de grote tempeldrums uit de dorpen in de omgeving. Dus heel wat gedreun, geknal en gesis bij elkaar.

PHI TA KHON. Een van Thailands meest bijzondere festivals is het Phi Ta Khon, dat alleen wordt gevierd in het plaatsje Dan Sai, in Loei in Noordoost-Thailand. Het carnavaleske gebeuren is een wonderbaarlijke mengeling van boeddhistische legende en vruchtbaarheidsrituelen. Dit jaar vindt het plaats van 1-3 juli. Uitvoerige informatie daarover in het artikel: Phi Ta Khon.

VERKIEZINGEN. Een ander carnaval dat al in heel het land aan de gang is zijn de campagnes voor de verkiezingen van 3 juli. Al sinds een paar weken rijzen overal de billboards van de kandidaten op langs de straten en in beemd en veld, terwijl vanuit speakers bovenop de song thaeo‘s de verkiezingsleuzen en fascistisch strijdvaardig-vrolijke partijliederen schallen. Het zal een harde strijd worden tussen de Democraten van premier Abhisit en de Phua Thai oppositiepartij met als lijsttrekker Yingluck Shinawatra, de jongere zus van de naar het buitenland gevluchte ex-premier Thaksin Shinawatra.

In het noorden met zijn vele Thaksin-aanhangers (inclusief diens in rode shirts gestoken ‘strijdkrachten’) heeft Abhisit zich bijzonder ongeliefd gemaakt door zijn ‘stille, politieke coup’ waarmee hij twee jaar geleden aan het bewind was gekomen en vooral door de harde hand waarmee hij vorig jaar april en mei tegen de protesten van de roodhemden in Bangkok was opgetreden – waarbij bijna honderd doden vielen.

Die haat jegens de leider van de Democraten blijkt uit de grote schaal waarmee over het hele noorden zijn campagne-bill boards worden toegetakeld: in Fang zag ik het portret van de premier besmeurd met rode verf, in Sop Moei was Abhisits hoofd uit de verkiezingsposters gesneden en in Chai Prakan waren vele posters met de spuitbus voorzien van commentaar: khuai (‘lul’).

Opiniepeilingen wijzen er op het ogenblik op dat Yingluck een forse overwinning zal behalen. Sinds 2005 heeft een vagelijk verenigd front van democraten, gele shirt-demonstranten, fanatieke nationalisten en koningsgezinden en het leger er alles aan gedaan om Thaksin en zijn aanhang uit te rangeren. Dat zou dan allemaal voor niets zijn geweest wanneer zijn zus na 3 juli aan het bewind komt. Het blijft de vraag of het leger dat zal pikken.

* * *

* * *

Na de zondvloed

(eind april 2011)

• Songkran voorbij

• Inthakhin rituelen: devotie in het hart van Chiang Mai

• Wisakha Bucha

• Heiligschennis van een muurschildering in Nan

• Bloesempracht aan de stadsgracht

Songkran is weer voorbij, godzijdank. Voor menig toerist mag het traditionele Thaise nieuwjaar en watersmijtfestival een geweldige ervaring zijn, de meeste buitenlanders die langer dan een paar jaar in Chiang Mai wonen ervaren het festijn als een jaarlijks terugkerende verzoeking. Het is een verloren week waarin je geen voet buiten de deur kunt zetten zonder drijfnat te worden gegooid. En ‘s avonds schallen oorverdovende populaire liedjes door de straat, die vaak weer worden overstemd door het gejoel en geschreeuw van feestende en zuipende buurtbewoners. Pas ‘s nachts rond een uur of drie komt er een eind aan, niet zelden na een kortstondig hoogtepunt van glasgerinkel, hysterisch gejank en zo nodig de sirene van politiewagen of ambulance.

Sommige expats gaan zo ver zich een hele week ergens in een natuurpark ver van de bewoonde wereld af te zonderen. De meeste anderen sluiten zich thuis op om zich daar een week lang te zitten ergeren. Tot die laatste groep behoorde ik ook, totdat ik me sinds enkele jaren weer in het feestelijk gewoel waag. Meestal begeef ik me dan naar de Chaeng Katam, een soort bakstenen fortificatie op een van de hoeken van de stadsgracht. Na het drinken van twee blikjes bier en door vrienden in het smerige water van de gracht te zijn gegooid, zit ik dan druipend op de kant met achter mij een eindeloze file voertuigen vol water smijtende feestvierders. Al mijmerend, met een derde blikje bier in de hand, overvalt me weldra een lome tevredenheid, zoals dat ook op een mooie zomerse dag kan gebeuren tussen de krioelende massa op een strand aan de Hollandse kust.

boekreclameMe aldus halve dagen overgevend aan de gekkigheid van het festijn gingen de dagen redelijk snel voorbij. Een aangename bijkomstigheid was dat er dit jaar geen zatte mensen verdronken, terwijl bloedige vechtpartijen uitbleven — althans bij de Chaeng Katam.

Natuurlijk vielen er wel weer vele doden in het verkeer. Het was een gewoonte geworden dat met elk nieuw Songkranfeest het record aantal doden in het verkeer (overwegend door dronkenschap) steeds weer werd gebroken, maar sinds een paar jaar gebeurt dat niet meer en is er sprake van een dalende lijn en blijft de score beneden de 400 doden. Ik verwacht dan ook dat er dit jaar geen records zijn gebroken, maar ben nog niet op de hoogte van de laatste statistieken.

Wel werd het feest in Bangkok op bijzondere wijze opgeluisterd door een aantal topless dansende tienermeisjes. Dat wist de gemoederen meer in beroering te brengen dan de verkeersslachtoffers. Na een week staat de krant nog steeds vol met ingezonden brieven over het zedenbederf. Gelukkig is Chiang Mai een nette stad en werden wij hier niet opgeschrikt door jeugdige blote borsten.

inthakhin

Inthakhin en Wisakha Bucha.

De komende maanden is er even wat rust en zijn er geen grote festijnen met braspartijen in het vooruitzicht. Wel een aantal culturele evenementen met hoofdletter C. In de eerste plaats een week durend festival rond de stichtingspilaar (Inthakhin) van de stad. Dit jaar wordt het gevierd van 29 mei – 4 juni. De lokale bevolking begeeft zich dan massaal naar het terrein van Wat Chedi Luang (waar de Inthakhin staat) om er bloemen te offeren en bekertjes water te schenken over een beroemd boeddhabeeld. Van dat beeld wordt aangenomen dat het over bijzondere krachten beschikt om te bewerkstelligen dat het het nieuwe jaar overvloedig zal regenen. Net als bij Songkran hebben de ceremonies veel weg van regenrituelen. Wie meer wil weten over de achtergonden van het Inthakhin-festival zal daarover het nodige vinden in het artikel Inthakhin ceremonies in de rubriek Boeddhisme en vereringen.

Tijdens volle maan in de maand mei of juni is het Wisakha Bucha (dit jaar op 17 mei), de belangrijkste boeddhistische feestdag in Thailand. Op die dag worden zowel de geboorte, de verlichting als de dood van de Boeddha herdacht. Op de eraan voorafgaande nacht maken veel bewoners van de stad en wijde omgeving een traditionele bedevaart naar Wat Phra That Doi Suthep, de beroemde tempel op Doi Suthep, de berg ten westen van Chiang Mai. De volgende ochtend wordt er vervolgens massaal geofferd aan de monniken van deze tempel. Meer over de verlichting van Boeddha, die centraal staat bij de plechtigheden, vind je in het artikel Boeddha’s verlichting in de rubriek Boeddhisme en vereringen.

Heiligschennis

De liefhebbers van traditionele cultuur kunnen dus weer aan hun trekken komen. Dat onder de Thaise minnaars van eigen cultuur nogal wat fijnzinnigen zitten die gauw op hun lange tenen getrapt zijn, bleek kort na Songkran (waarschijnlijk vaak dezelfde mensen die zich opwinden over blote tienerborstjes). Ik ging er steeds vanuit dat Thailands ‘heilige huisjes’ beperkt zijn tot het koningshuis en het boeddhisme, maar door een bericht in de Bangkok Post van 23 april werd ik wakker geschud en werd het me duidelijk dat de geheiligde traditionele cultuur veel verder reikt. Wees op je hoede.

Nan mural

Wie kent niet die oude schildering van een getatoeëerde man met een tulband om zijn hoofd die zich met de hand voor de mond naar een vagelijk glimlachende dame (een glimlach die doet denken aan de Mona Lisa) vooroverbuigt? Dit tafereel uit de negentiende eeuw staat bekend als Krasip Rak (‘Liefde fluisteren’) en is een van de bekendste ‘nostalgische’ plaatjes uit een lang vervlogen tijd, een detail van een muurschildering van Wat Phumin in de Noord-Thaise provincie Nan. In geen boek over tempelmuurschilderingen ontbreekt een reproductie ervan. Ingelijst decoreert de prent de muren in menig boutiquehotel. Toevallig werd het ook gebruikt om een verhaal van mij over de Thaise glimlach te illustreren in het pas verschenen Thailand-reisgidsje in de Te Gast In-serie. Het is een oerwerelds tafereel — in de 19e eeuw bestonden de Noord-Thaise tempelschilderingen voor bijna de helft uit zulke alledaagse taferelen.

Over dit plaatje is echter de nodige consternatie ontstaan nadat de Bangkokse nachtclub Bed Supperclub het in februari gebruikt had op een affiche voor de promotie van een ‘geblinddoekte wijnproefavond’ in haar restaurant. Voor de affiche waren een paar kleine veranderingen aangebracht: de glimlachende vrouw draagt een blinddoek en de fluisterende man nipt aan een glas wijn. Onschuldiger retoucheerwerk is nauwelijks denkbaar.

Maar het krantenbericht meldt dat de affiche de gevoelens van de bevolking van Nan heeft gekwetst en dat het heiligschennis van een oude muurschildering is. De club in Bangkok zal worden aangeklaagd, want ‘de schildering is een stuk van de nationale erfenis’ en iedereen die dit bezoedelt dient te worden vervolgd — om een voorbeeld te stellen.

Waar men zich zoal druk over kan maken. Ik moet dan meteen denken aan Da Vinci’s Mona Lisa, traditionele Italiaanse cultuur pur sang, inclusief glimlach, en gehuisvest in het Louvre, het Pantheon van de cultuur met hoofdletter C.

Al sinds de 19e eeuw is de glimlachende Italiaanse ‘geretoucheerd’. Eugène Bataille begon ermee in 1883 en liet haar een pijp roken. En het Mona Lisa-zelfportret van Salvador Dali uit 1954 (met krulsnor en een hand vol duiten) was twintig jaar later zelfs zo populair dat deze als poster in menig studentenkamertje aan de muur hing. Type Mona Lisa in op Google en een eindeloze rij geretoucheerde Da Vinci’s verschijnt. Toch voelen de Italianen zich daardoor niet gekrenkt. En nooit werden de talloze schenners aangeklaagd, gevierendeeld of gedwongen hun excuses aan Mussolini of de paus aan te bieden.

Die gekrenktheid over de heiligschennis van de Thaise culturele erfenis blijft me verbazen en is al net zo raadselachtig en dubbelzinnig als de Thaise glimlach.

(Overigens waren de schilderingen in Wat Phumin waarschijnlijk gesponsord door de toen in Nan invloedrijke Lue, een ‘Tai’ volk uit zuidelijk China waarvan de leden nog maar kort ervoor in Nan waren neergestreken. En de twee geliefden op de schildering dragen volgens het krantenbericht ‘Birmese kostuums’ — ik vraag mij dus af wat er zo traditioneel Thais aan is.)

Het is niet de eerste keer dat men in Thailand in beroering raakt door ‘gebrek aan respect’ voor een stukje (niet zelden verzonnen) geschiedenis. Een aantal andere voorvallen in het verleden komt ter sprake in het artikel Helden en heldinnen in de rubriek Boeddhisme en vereringen.

flamboyants

Bloesems aan de gracht

Deze website heet ‘Natuur en cultuur in Noord-Thailand’. Naast een overdaad aan ‘cultuur’ hebben de komende maanden ook veel te bieden op het gebied van de natuur. Door de bijzonder koele en natte maanden maart en april is de flora al helemaal uit zijn verdorring ontloken en is de natuur nu al veel groener dan in andere, ‘normale’ jaren. De smog en bosbranden waarvoor ik in mijn februari-stukje vreesde, zijn grotendeels uitgebleven.

Mei en juni zijn geschikt om de relatieve koelte en de natuur in de hoger gelegen nationaal parken op te zoeken. Ook voor veel dierlijk leven is de winterstop daar inmiddels achter de rug. Talloze (levendbarende) slangen bevallen in mei van hun jongen, terwijl het wijfje van de koningscobra dan haar eieren bewaakt en inherent aan haar moederinstinct soms zonder provocatie alles en iedereen aanvalt dat te dicht in de buurt komt. Mocht dat jou overkomen, gooi dan een hoed of een kledingsstuk naar het dier. Het zal dan doorgaans haar agressie daarop uitleven. Word je toch gebeten dan is een troost dat je niet al te lang zult lijden. Een feit is echter dat slachtoffers van koningscobra’s in de natuur zeer zeldzaam zijn, dus laat je niet ontmoedigen de bergen in te trekken.

Zelfs de stad heeft in mei en juni heel wat natuurschoon te bieden. Een aantal van de mooiste sierbomen staat dan in bloei. Grote delen van de gracht worden getooid door de knalgele bloesems van de gouden regen (Cassia fistula) — een boomsoort die uit deze streek komt — afgewisseld met de lila-roze kleurenpracht van de ‘Pride of India’ (Lagerstroemia spec.) en het overweldigende oranjerode bloemengeweld van de ‘flamboyant’ (Delonix regia), een exoot uit Madagascar. Er staan genoeg interessante en mooie bomen om een botanische wandeling langs de gracht en de wallen de moeite waard te maken. Tekst en uitleg over zo’n bomentocht rond de wiang en de nodige floristische wetenswaardigheden vind je in het artikel Arboreal excursion in de rubriek Planten en bomen.

* * *

* * *

Jaar van het konijn — met verrrassingen in petto? (februari 2011)

In Het verboden rijk schrijft Slauerhoff hoe voorafgaand aan de stichting van de Portugese kolonie Macao de Chinese stad Nan Wei met de grond werd gelijk gemaakt. Farria had voor zijn belegering het Chinese nieuwjaar uitgekozen: het vuurwerk van de feestvierders moet zich toen met het gebrul van de Portugese kanonnen vermengd hebben: ‘In de ochtend was Nan Wei verdwenen … uitgeveegd als van een zwarte lei.’

In Chiang Mai is de invloed van de Chinezen en hun nakomelingen niet bijzonder groot, maar de herrie die ze op hun traditionele nieuwjaar maken heeft me al menig keer hartkloppingen bezorgd. Eén keer drongen de ratelende knallen waarmee mijn buren vroeg in ochtend het mythologische monster Nian verdreven bij mij een droom binnen en werd ik wakker in de veronderstelling dat de stad werd belegerd.

Dit jaar werd met het geknal het jaar van het konijn ingeluid. De krant schrijft dat het konijn voorspoed symboliseert, maar Chinese astrologen maken er wel de kanttekening bij dat het dier minder snoezig is dan het eruit ziet en het jaar daarom wel eens de nodige verrassingen in petto kan hebben.

Gezien de gebeurtenissen in Thailand van de afgelopen paar jaar houdt menigeen zijn hart dan ook vast. Het gewelddadig beëindigen van de bezetting van stadsdelen in Bangkok in mei 2010 betekende allerminst het eind van de strijd tussen de ‘rode shirts’, de ‘gele shirts’ en de regering. Van nationale verzoening is de afgelopen acht maanden weinig terecht gekomen.

Het jaar van het konijn was nog niet begonnen of de PAD (People’s Alliance for Democracy, de ‘gele shirts’) organiseerde nieuwe demonstraties aan de grens met Cambodja nabij een duizend jaar oude Khmer-ruïne (zie het artikel Khao Phra Wihan in de rubriek Isan (Noordoost-Thailand)) die al sinds 1958 een regelmatig oplaaiend dispuut is tussen beide landen. De PAD maakte geagiteerd en in ultranationalische bewoordingen Cambodja uit voor dief van Thais grondgebied. Een aantal dagen later begonnen het Thaise en Cambodjaanse leger elkaar er te beschieten. Inmiddels zijn er acht doden gevallen en hangt een grootschaliger conflict in de lucht.

Het oplaaiende conflict is een soort sideshow van de strijd tussen de PAD en de ‘rode shirt’- aanhangers van de Thailand ontvluchte ex-premier en zakenman Thaksin Shinawatra. Behalve dat Thaksin een vriend van de Cambodjaanse premier Hun Sen is, werd hij tijdens zijn ballingschap als een adviseur van de Cambodjaanse regering aangesteld. De PAD schildert Thaksin daarom af als een collaborateur die zijn vaderland aan de vijand verkoopt uit persoonlijk winstbejag.

Wanneer zullen de ‘rode shirts’ de confrontatie weer aandurven? En zullen de rookpluimen van een burgeroorlog ook de komende hete zomermaanden (april en mei) weer boven Bangkok en Chiang Mai opstijgen? Met twee tegenstanders die niet tot compromissen geneigd zijn lijkt een hernieuwde, gewelddadige strijd niet onwaarschijnlijk.

brandende rijstvelden met inzet van bloesem

Branden en bloesems

Voorlopig is brand en rook hier beperkt tot de velden. Februari is in Noord-Thailand een maand van de overgang. Het relatief frisse winterweer maakt er geleidelijk (soms abrupt) plaats voor het warme zomerweer. De boeren steken dan het verdorde onkruid, struikgewas en de stoppels van de laatste oogst op hun velden in brand — dat gebeurt zowel in het laagland als in de bergen.

Ook in bos wordt de onderbegroeiing vaak aangestoken, meestal opzettelijk, maar ook slaat het vuur wel per ongeluk over vanuit het smeulende bouwland. ‘s Nachts zie je een front van brandende onderbegroeiing over de berghellingen trekken. Zelfs in de stad harken mensen braaf droge bladeren in hun tuin bij elkaar en steken die in brand.

Het resultaat is dat zich een dikke smog in het dal van Chiang Mai vormt. De stad ziet er eind-februari uit als een legioen bankovervallers, zovelen dragen op straat monddoekjes of maskers tegen de ongezonde lucht. Mensen met aandoeningen van de luchtwegen melden zich massaal bij de ziekenhuizen en de luchtvervuiling schrikt zelfs menig toerist af. Het is vooral het ongezond hoge gehalte aan minuskule vaste deeltjes dat de ademhalingskwalen veroorzaakt, maar het spreekt voor zich dat Noord-Thailand in vuur en vlam ook flink bijdraagt tot de mondiale CO2-uitstoot.

brand in de velden

Ook hoger in de bergen vertoont de natuur tekenen van uitdroging. Maar het zijn niet alleen kale bomen en geblakerde ondergrond die de toon aangeven. In februari staat een groot aantal bomen uitbundig in bloei. Shower of orchids, flame of the forest, Bauhinia en nog veel meer soorten zorgen voor een ongekende kleurenpracht. Soms lijkt het of door de vuurrode bloesems van de tiger claws hele berghellingen in brand staan.

De rijkdom aan bloesems maakt een tocht de bergen in zeker de moeite waard. En als ik vanaf de relatief koele hoogte van Doi Suthep over de smog van Chiang Mai uitkijk, verbeeld ik me zelfs in de bergen veel schonere lucht in te ademen. Meer over de bloeiende bomen van het seizoen in het artikel Bloesempracht in februari in de rubriek Planten en bomen. Behalve Doi Suthep zijn Doi Inthanon en het Huai Nam Dang nationaal park (zie de gelijknamige artikelen in de rubriek Natuurgebieden) geschikt als bergstreek om de smog van de stad te ontvluchten, hoewel daar ook wel eens een flinke brand door het bos raast.

SJON HAUSER

 

Noord-Thaise winterfeesten (januari 2011)

In Noord-Thailand blijft de viering van het nieuwe jaar niet beperkt tot 31 december en 1 januari. Veel bewoners beginnen zich al vroeg in december warm te lopen en terwijl het kwik geleidelijk daalt zitten ze steeds vaker op de stoep en in tuinen en ‘eettuinen’ bijeen om flessen bier en sterke drank soldaat te maken. Aanleidingen zijn er genoeg om bijna de hele maand in een zekere feestroes te kunnen verkeren. Te beginnen met de verjaardag van koning Bhumibol op 5 december, al streeft de Thaise overheid ernaar drankgebruik op die dag te beperken. Dan is er Constitutiedag op 10 december, een soort herdenking van de eerste grondwet die het land kreeg, maar vooral toch een vrije dag die uitnodigt tot pai thieo (een leuk uitje) en een stevige borrel. En het westerse Kerstmis wordt met open armen ontvangen om het feesten voort te zetten, ook al zijn 25 en 26 december geen officiële feestdagen. In Chiang Mai begint kort daarna de jaarlijkse Winter Fair, een enorme kermis met allerlei evenementen, waaronder de optredens van Thailands bekendste popgroepen. Een beetje noorderling brengt er de meeste avonden wel door. Het duurt tot 8 of 9 januari, waarna menigeen begint uit te zien naar het Chinees Nieuwjaar dat doorgaans in de tweede helft van januari of begin februari valt.

De leden van de etnische minderheden, van wie er tienduizenden in Chiang Mai zijn neergestreken, hebben ook nog hun eigen ‘nieuwjaarsfeesten’. Vaak valt zo’n belangrijk feest in de winter, zoals in december bij de Hmong en Lahu. Dan trekken ze naar de dorpen in de bergen waarmee ze nog een band hebben om het feest uitbundig te vieren. Voor de gekerstenden onder de bergvolkeren is de speciale viering van Kerstmis een goede reden om naar hun geboortedorpjes terug te keren.

Van die etnische feesten is het Lisu Nieuwjaar, dat in de meeste Lisudorpjes samenvalt met Chinees Nieuwjaar, misschien wel het kleurrijkst en onstuimigst. De drank vloeit er zo rijkelijk dat de gemoederen van bezatte feestgangers hoog kunnen oplopen en ruzies vechtpartijen schering en inslag zijn. Soms vallen er doden, ondanks de maatregelen die tevoren worden genomen om de uitwassen van het alcoholmisbruik juist te beperken. Achter het zuipen en dansen gaat nog een heel stukje ‘Lisu-cultuur’ verscholen. Bezoekers kunnen daaraan proeven en zijn doorgaans van harte welkom op het feest!

Na deze aderlating in de bergen is het feesten even voorbij. Het wordt tijd op de velden te gaan werken; die moeten worden klaargemaakt voor het planten van de rijst of maïs aan het begin van het regenseizoen. Ondertussen stijgt het kwik gestadig en als het in april in het laagland naar de 40 graden Celsius toe kruipt, wordt de verzengende hitte de reden voor een nieuwe periode van feesten en zuipen, het Songkran oftewel traditionele Thaise Nieuwjaar.

©Sjon Hauser: tekst en foto’s

Wil je meer over het Lisu Nieuwjaar weten? Lees dan het verhaal Lisu New Year in de rubriek Artikelen – Engels.

In mijn boek Mekong. Van de Gouden Driehoek naar Vietnam (2008) gaat het vijfde hoofdstuk grotendeels over het Lisu Nieuwjaar.

In Thailand. Zacht als zijde, buigzaam als bamboe (13e druk 2009) komen de Lisu en het Lisu Nieuwjaar in twee hoofdstukken (13 en 24) aan de orde.