Ptyas korros, de algemene Indo-Chinese Rat Snake

Volwassen Indo-Chinese rat snake

Een Indo-Chinese Rat Snake in de Mae Sa Snake Farm. Kenmerkend zijn de grote, donkere ogen en de zwarte randjes aan de schubben op het achterste deel van het lichaam en op de staart. Soms blijven er sporen van de lichte bandjes van het jeugdstadium zichtbaar.

Het genus Ptyas (Oriental rat snakes) bestaat uit grote tot zeer grote slangen met een rond lichaam en grote ogen. Ze vormen een opvallend bestanddeel van de slangenfauna in Zuidoost-Azië. Drie soorten komen voor in Noord-Thailand; twee daarvan behoren tot de algemeenste soorten van de regio, terwijl een derde zeldzaam is.

Deze snelle slangen zijn overdag actief. Hun dieet bestaat voor een groot deel uit  zoogdieren, vooral ratten en muizen, waaraan ze de Engelse naam ‘rat snake’ te danken hebben. In het Thais worden ze ngu sing (‘sing slang’) genoemd. Van ‘sing’ is de oorsprong niet erg duidelijk; volgens Cox is het Noord-Thais voor ‘donker’. (1)

De geslachtsnaam Ptyas is afgeleid van een oud-Grieks woord dat ‘spuwer’ betekent en dat de Grieken in de oudheid gebruikten om een slang mee aan te duiden die kon sissen en spuwen. (2) Deze eigenschappen ontbreken echter bij de rat snakes.

Indo-Chinese Rat Snake (Ptyas korros)

Thaise naam: ngu sing thammada – งูสิงธรรมดา

Hij wordt ook wel Javan Rat Snake genoemd.

Een volwassen Indo-Chinese rat snake uit het Muang district van de provincie Tak.

Een volwassen Indo-Chinese rat snake uit Tak.

Deze zeer algemene slang kan een lengte van ruim twee meter bereiken. (3) De lengte van de staart is ongeveer 20 procent van de totale lengte van het dier. De rug is olijfbruin en de schubben zijn glad. De achterkant van het lichaam en de staart zijn wat donkerder dan de voorkant doordat de schubben er zwarte randen hebben.

De kop heeft dezelfde kleur als de rug en is goed te onderscheiden van de nek. Het dier heeft grote zwarte ogen met een ronde pupil.

De buik is aan de voorkant lichtgeel, naar achteren toe crèmekleurig, de randen van de ventrale schubben zijn vaak wat blauwgroen.

De jonge dieren hebben een twintigtal dunne witte bandjes over de voorste heelft van het lichaam lopen. Ze zijn maar één schub breed en lijken zodoende op een parelsnoer. Deze bandjes verdwijnen als de dieren 50 cm groot zijn, maar laten vaak sporen achter bij het volwassen dier.

De Indo-Chinese Rat Snake voedt zich vooral met warmbloedige dieren (knaagdieren en vogels), maar koudbloedigen (kikkers en hagedissen) zijn ook geliefd prooi. Je ziet ze vaak overdag, maar ze vluchten snel. Het zijn goede klimmers, meestal zijn ze evenwel op de grond te vinden. Bij het kruipen richten ze zich vaak een beetje op. Het zijn felle dieren die in het nauw gedreven niet zullen aarzelen te bijten. Ik heb er een op een weg zien opspringen naar een voorbijrijdende scooter. Vanwege hun algemeenheid, grootte en levendigheid (en wellicht ook omdat ze niet giftig zijn) worden ze veel in slangenshows gebruikt.

Een Indo-Chinese rat snake in een vijver met pennyworth.

Een Indo-Chinese Rat Snake verkent de omgeving vanuit een vijver begroeid met pennyworth. Mae Sa Snake Farm, in het district Mae Rim van Chiang Mai.

Een juveniele Indo-Chinese rat snake uit Lampang.

Een juveniele Indo-Chinese Rat Snake met parelssnoerbandjes op de voorste helft van zijn lichaam uit het district Chae Hom in Lampang.

Deze slang werd vroeger veel op markten verkocht en stond op het menu van diverse restaurants. Voor de stukjes slang in de tom yam ngu (een scherpe, wat zure curry gekruid met o.a. laos, citroengras en limoensap en -bladeren)  en werd in de restaurants die dit gerecht serveerden doorgaans de Indo-Chinese Rat Snake gebruikt. Tot tien jaar geleden was er op de markt van Bo Sang, 8 km ten oosten van Chiang Mai, regelmatig een man te vinden die deze slang voor de consumptie verkocht.

Deze soort is algemeen in geheel Thailand en wordt door de Thai ngu sing thammada genoemd, wat in het Engels ‘common rat snake’ betekent. Met deze laatste naam wordt echter doorgaans de verwante Ptyas mucosa aangeduid, die in Thailand algemeen is, maar beslist minder algemeen dan Ptyas korros.

De laatste slang is vooral in het laagland en laag in de heuvels te vinden, vaak op land dat in cultuur gebracht is en dichtbij waar mensen wonen. Soms leeft deze slang ook tamelijk hoog in de bergen of diep in het bos, ver verwijderd van menselijke bewoning.

Behalve in Thailand komt hij voor in Bangladesh (4), Noordoost-India, zuidelijk China, Myanmar, Laos, Vietnam, Cambodja, West-Maleisië, Singapore, Java, Sumatra en Borneo. (5)

De soort wordt van belang geacht voor het bestrijden van ratten en muizen en de export ervan is sinds 1982 verboden. (6)

©Sjon Hauser: tekst en foto’s

Voetnoten:

1. Cox, Merel, J., 1991. The snakes of Thailand and their husbandry. Krieger, Malabar, Florida: 477.

2.  David, Patrick and Indraneil Das, 2004. On the grammar of the gender of Ptyas Fitzinger, 1843 (Serpentes: Colubridae). Hamadryad, 28 (1-2): 113-116.

3. In Cox, Merel J., Peter Paul van Dijk, Jarujin Nabhitabhata, and Kumthorn Thirakhupt,1998. A Photographic Guide to Snakes and other Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok (p. 54) wordt een maximumlengte van 256 cm gegeven.

4. Ashan, M. Farid, and Shayla Parvin, 2001. The first record of Ptyas korros (Colubridae) from Bangladesh. Asiatic Herpetological Research 9: 23-24.

5. Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 299.

6. Cox, 1991, ibid.: 465.