Ptyas carinata, de imposante Keeled Rat Snake

Een keeled rat snake in Bangkoks Snake Farm.

Een Keeled Rat Snake in Bangkoks Snake Farm. De rijen crèmekleurige ronde vlekjes op de staart zijn goed te zien.

Het genus Ptyas (Oriental rat snakes) bestaat uit grote tot zeer grote slangen met een rond lichaam en grote ogen. Ze vormen een opvallend bestanddeel van de slangenfauna in een groot deel van Zuidoost-Azië. Drie soorten komen voor in Noord-Thailand, waarvan twee tot de algemenere soorten van de regio behoren, terwijl een derde zeldzaam is. Het zijn snelle slangen die voornamelijk overdag actief zijn.
Hun dieet bestaat voor een relatief groot deel uit  zoogdieren, vooral ratten en muizen, waaraan ze met een aantal andere soorten de Engelse naam ‘rat snake’ te danken hebben. In het Thai worden ze ngu sing genoemd waarvan de etymologie onduidelijk is. De geslachtsnaam Ptyas is afgeleid van een oud-Grieks woord dat ‘spuwer’ betekent en dat de Grieken in de oudheid gebruikten om een slang mee aan te duiden die sissen en spuwen kon — waarschijnlijk een giftige asp. (1)

Keeled Rat Snake (Ptyas carinata)

Thaise naam: ngu sing hang dam – งูสิงหางดำ

De soort was lange tijd bekend als Ptyas carinatus, totdat David en Das aantoonden dat de geslachtsnaam vrouwelijk is en de soortnaam dus Ptyas caranata dient te zijn. (2)

Deze rat snake kan een lengte bereiken van bijna vier meter en is de grootste colubride slang op de wereld. Het bruine of olijfkleurige lichaam is enigszins driehoekig en er lopen vage dwarsbanden over die gevormd worden door het netwerk van de zwarte en witte randen van de dorsale schubben. De kin en de keel zijn wit, de buik is grijs en wordt van voor naar achteren geleidelijk donkerder. De schubben zijn doorgaans glad maar de middelste rijen kunnen zwak gekield zijn. Vanwege zijn grote omvang en de vage dwarsbanden wordt hij wel verward met de koningscobra, maar hij onderscheidt zich van deze door zijn grote groenachtige ogen en de donkerbruine, bijna zwarte staart met rijen crèmekleurige vlekken. Op de punt van de staart  zijn die vlekken vaak regelmatig rond en ellipsvormig.

Deze slang heeft de reputatie agressief te zijn en gauw te bijten en zeer pijnlijke wonden te kunnen veroorzaken, mogelijk als gevolg van gif uit een stel gifklieren. (3) Verder is bekend dat hij op kikkers en hagedissen jaagt, maar waarschijnlijk vreet hij alles wat hij te pakken krijgt, waaronder ook zoogdieren. Ik vond eens een dood gereden exemplaar dat een kleine Green Keelback (Rhabdophis nigrocinctus) had verorberd.

De slang is net als de twee andere in Noord-Thailand voorkomende  rat snakes van het geslacht Ptyas overdag actief. Hij houdt zich vooral op de grond op, maar hij kan uitstekend klimmen.

Deze slang is in Noord-Thailand zeker niet algemeen. Ik vond slechts exemplaren in het Khun Chae nationaal park (Chiang Mai en Chiang Rai) en in het Pha Charoen National Park (Phop Phra district, Tak), op beide plaatsen in evergreen forest op een hoogte van 800-1100 m.

Volgens Taylor (1965) werd hij in de jaren zestig veel gegeten en toen was de slang kennelijk niet zeldzaam. De Amerikaan noemt echter alleen ‘Chiang Mai’ en het Mae Pao Forest (in het district Ngao in Lampang) als plaatsen in het noorden waar de soort voorkomt. (4)

 

kaart

Zwarte stippen: plaatsen waar ik de Keeled Rat snake heb gevonden. Rode stippen: vindplaatsen in andere bronnen.

In de jaren twintig van de vorige eeuw bivakkeerde de Britse teak wallah Reginald Campbell in het dal van de Mae La in Ngao en stuitte er op een grote slang die misschien een Keeled Rat Snake was. Hier volgt de beschrijving uit zijn Teak-wallah:

‘I was first aware of it through hearing an unusual rustling in the dead leaves on the ground directly in front of my tent … a real whopper of a snake, much bigger than the cobra, coming at a fast speed over the clearing straight in my direction…The snake was going the length of the tent from front to back…Rearing itself up on its tail, it began feeling all round for an exit, a most weird and revolting spectacle…I realized almost at once that it was harmless. The chief types of poisonous snakes in Siam are the cobra (plus, of course, the king-cobra or hamadryad), the banded krait, and Russell’s viper, and this chap certainly wasn’t one of them. He was long, about ten feet, and of a negative dusty-brown colour, which led me to believe he was a rat-snake…[Seizing my stick] but try as I might I couldn’t get a real hit home; and all the while the horrible, blind, scaly thing was writhing round my feet and legs. I found myself shrieking for my coolies and raining curses at this thing I could not kill and which could not kill me; then rage gave way to fear, the innate fear a man has of any reptile, and I rushed out of the tent, to meet my coolies hastening up with drawn jungle knives in their hands. Somehow the snake escaped before they could get in and despatch it…’ (5)

Behalve in Thailand, waar hij volgens één bron op ‘vele plaatsen’ zou voorkomen (6), is hij bekend uit een groot deel deel van Zuidoost-Azië, van Myanmar tot de Filipijnen. (7)

Voetnoten:

1.  David, Patrick and Indraneil Das, 2004. On the grammar of the gender of Ptyas Fitzinger, 1843 (Serpentes: Colubridae). Hamadryad, 28 (1-2): 113-116.

2.   David and Das, 2004, ibid.: p. 113.

3.   www.naturemalaysia.com/keeled-rat-snake

4. Taylor, Edward H., 1965. The serpents of Thailand and adjacent waters. The University of Kansas Science Bulletin, vol. 45 (No. 9): 609-1079, p. 737.

5.   Campbell, Reginald, 1986 [1935]. Teak-wallah. The adventures of a young Englishman in Thailand in the 1920s. Oxford University Press, Singapore: 66-68.

6.   Cox, Merel, J., 1991. The snakes of Thailand and their husbandry. Krieger, Malabar, Florida: 169.

7.   Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok: 298.