Psammodynastes pulverulentus, de kleine felle Mock Viper

Een tamelijk donkere, roestbruine Mock Viper hangt in een defensieve houding in het struikgewas in het Huai Nam Dang nationaal park, Mae Taeng, Chiang Mai. Dit exemplaar heeft opvallende, witte supralabialen. Aan de voorkant van de gele buik zijn twee rijen roestbruine stippen.

Het geslacht Psammodynastes (mock vipers) omvat twee soorten kleine slangen waarvan de meer algemene, Psammodynastes pulverulentus, wijd verspreid over geheel Zuidoost-Azië voorkomt. De Engelse naam slaat op de oppervlakkige gelijkenis met adders (‘vipers’) vanwege de enigszins driehoekige kop (die goed te onderscheiden is van de nek) en de ogen met vertikale pupil.

De mock vipers werden door David en medewerkers (2004) ondergebracht in de onderfamilie der Colubrinae van de familie der Colubridae (1), maar in een recenter werk bevinden ze zich in de familie der Natricidae. (2)

Mock viper (Psammodynastes pulverulentus)

Thaise naam: ngu mok – งูหมอก

Deze kleine slang wordt zelden langer dan 50 cm. Het lichaam is rond en de schubben zijn glad. De kleur van het dier varieert van lichtbruin en beige tot roest- en donkerbruin.
Verspreid over de rug komen kleine driehoekige, donkere vlekjes voor; talloze schubben hebben lichtgekleurde of donkere randen die een vaag patroon kunnen vormen.

Lichtbruine mock viper.

Deze lichtbruine Mock Viper werd op een hoogte van 1200 meter gevonden in het Huai Nam Dang nationaal park, district Mae Taeng, Chiang Mai.

De kop is  enigszins driehoekig. De kleur ervan is gelijk aan die van de rug, maar bovenop de kop is een karakteristiek lijnenpatroon. Dat bestaat uit een donkere lijn die vanaf de nek over de achterkant van de kop loopt en zich halverwege de snuit V-vormig splitst.

De armen van de V eindigen tussen de ogen en neusgaten aan de rand van de snuit. Binnen de V ligt een derde ‘tak’ die naar de punt van de snuit loopt. Het geheel lijkt op de delta van een rivier. Dit ‘maskertje’ kan erg duidelijk (soms zijn de lijnen omgeven zijn door een dun, wit randje), maar kan ook nogal vaag zijn — het is echter altijd aanwezig.

De supralabialen en infralabialen kunnen opvallend wit zijn, maar ook kan er in het geheel geen wit in de randen van boven- en onderkaak voorkomen of is dit beperkt tot enkele stippen.

De ogen zijn relatief groot en hebben een vertikale spleetvormige pupil. Door dit laatste en de tamelijk hoekige kop lijkt de slang enigszins op adders en op die gelijkenis berust de Engelse naam ‘mock viper’. De Thaise naam ngu mock (‘mock slang’) is daar een vertaling van. De tong is grijsbruin.

Donker exemplaar van Doi Suthep.

Een donker exemplaar in het Doi Suthep-Pui nationaal park in het Mueang district van Chiang Mai.

Details kop en nek.

Details van kop en nek van een okerbruin exemplaar uit het Chae Son nationaal park in Lampang.

De keel en het voorste deel van de buik zijn geel met twee rijen roestbruine stippen; naar achteren toe is de buik grijsbruin.

Deze slang prefereert evergreen bos op een hoogte van 700 meter en hoger — tot een hoogte van 1800 meter. Hij is vooral  overdag actief en voedt zich met hagedisjes, kikkers en kleine zoogdieren.

Je vindt hem doorgaans op de grond, maar hij kan ook goed klimmen. Vaak staat het voorste deel van het lichaan roerloos, stokstijf als een takje, schuin vooruit gestoken.

Als het dier gestoord wordt neemt het een dreighouding aan door het lichaam in bochten te gooien. Sommige exemplaren kunnen vanuit die positie fel toebijten en zelfs in de richting van de belager springen.

De Mock Viper heeft kleine giftanden achterin de bovenkaak, maar zijn gif wordt als ongevaarlijk voor de mens beschouwd.

Hier dier is levendbarend en de wijfjes werpen 5-8 jongen per dracht.

kaartje met vindplaatsen

Een kaart van Noord-Thailand met daarop de plaatsen aangegeven waar ik de Mock Viper heb gevonden.

In Noord-Thailand komt de Mock Viper vrijwel overal voor in bos op een hoogte van meer dan 700 meter. Het dier is ook algemeen in de rest van Thailand. Het totale verspreidingsgebied strekt zich uit van Nepal en Noord-India in het westen tot Taiwan en het oosten van insulair Zuidoost-Azië. (3)

©Sjon Hauser: tekst, foto’s en kaartje

Voetnoten:

1. David, Patrick, Merel J. Cox, Oliver S. G. Pauwels, Lawan Chanhome, and Kumthorn Thirakhup, 2004. Book Review. When a book review is not sufficient to say all: an in-depth analysis of a recent book on the snakes of Thailand, with an updated checklist of the snakes of the Kingdom. The Natural History Journal of Chulalongkorn University 4(1): 47-80, April 2004.

2. Das, Indraneil, 2010. A Field Guide to the Reptiles of Thailand and South-East Asia. Asia Books, Bangkok 2010: 339.

3. Das, 2010, ibid.: 339.