Phu Po

Phu Po, een heilige heuvel in de Isan

Figuur 1. De Liggende Boeddha gehakt uit zandsteen aan de voet van Phu Po.

Kalasin in de noordoostelijke regio wordt niet plat gelopen door toeristen. De provincie is misschien het bekendst om zijn vindplaatsen van dinosauriërs en een museum dat eraan gewijd is. In 2017 bezocht ik er de voetafdrukken van een voorouder van Tyrannosaurus rex. Ze waren te vinden in de zandstenen bedding van een beekje aan de voet een heuvel, Phu Faek. Het was een heerlijk uitstapje naar deze mooie, afgelegen plek waar ik vrijwel geen mens tegenkwam (zie link: klik hier ).
Een paar dagen later verliep de verkenning van Phu Po, een andere heuvel in de provincie Kalasin, al even aangenaam.
Phu Po ligt hemelsbreed zo’n 15 km ten zuidoosten van de districtsplaats Sahat Sakhan, maar ik was op de motorfiets en er ging nog wel wat speurwerk aan vooraf voordat ik aan de voet van de kleine zandsteenberg stond. De plek wordt locaal beschouwd als een historische attractie van betekenis, maar ik zag het nergens aangegeven op borden aan de weg. Pas op de terugweg bespeurde ik de naam van de heuvel vrijwel onleesbaar op een verroest bord aan de rand van een suikerrietveld. Toen ik me eerder volgens de gedetailleerde en goede (Thaise) wegenatlas, versie 2559 (jaargang 2016), in de buurt van de heuvel behoorde te meende ik de tijd rijp te zijn ergens de weg te vragen. Bij een tempeltje waren mannen aan het werk, maar ze zeiden geen idee te hebben wat Phu Po was en waar het te vinden was. Ze kwamen dan ook niet uit de buurt.
Maar nadat ik op goed gevoel was verder gereden zag ik na enkele minuten een heuvel die eenzaam oprees temidden van cassave- en suikerrietvelden—het bleek Phu Po te zijn.

Zulke vrijstaande bergjes in het vlakke land zijn er vele in de Isan (Noordoost-Thailand). Ze zijn ook te vinden in delen van Zuid-Thailand, zoals de provincie Phatthalung, en daar zijn ze nog markanter omdat ze van kalksteen zijn en vaak loodrecht omhoog rijzen. De Duitse geograaf W. Donner noemt ze ‘inselbergs’ in zijn klassiek werk over het Thaise landschap. In Cambodja had ik talloze van dit soort bergen beklommen, want vaak waren er religieuze monumenten op de top te vinden. Zelfs in Vietnams Mekong-delta heb je een aantal van deze eilandbergjes temidden van de oceaan van rijstvelden. Historicus Milton Osborne schrijft daarover in zijn boek over de Mekong: ‘Op de top van een heuvel van nauwelijks honderd meter hoog, maar in een volkomen vlakke omgeving, ervaar je een sterk gevoel van macht en van alles beneden afgesneden te zijn. Dan heeft zelfs de kleinste heuvel een fascinatie voor degenen die er wonen’ (geciteerd in Hauser, 2008.) Het is niet verwonderlijk dat dit soort rotsbergen belangrijke pelgrimsoorden werden en soms met heiligdommen bezaaid zijn.

Figuur 2. Aan het pad dat vanaf de voet van Phu Po voert naar de Liggende Boeddha aan de rand van de top van de berg. A. Thaise bezoekers aan locaties met rotspartijen kunnen het niet nalaten overhangend gesteente te ‘stutten’ met stokken en takken. B. Ook de drang kleine stoepa’s te bouwen door strenen op elkaar te stapelen kunnen ze niet onderdrukken. Meer hierover in: Heilige rotsen. C. Een bord met informatie over de tweede Liggende Boeddha aan de rand van de top van Phu Po.

Phu Po is bekend om twee beelden van de Liggende Boeddha. Christophe Munier schrijft dat ze bij een rotswand van zandsteen liggen en beide in situ in het zandsteen zijn uitgehouwen, en zodoende zijn geïntergreerd met hun omgeving. De horizontale rotslagen zijn als het ware substituties voor de umbrella of canopy die je traditiegetrouw vindt boven het hoofd van de Boeddha. In dat opzicht maken ze van de heuvel een heiligdom. Phu Po is dus niet een gewone heuvel met twee heilige beelden, maar een heilige heuvel met twee ‘stations’, aldus Munier (1998).
De stijl van de Boeddha aan de voet van de heuvel is Dvaravati, maar die bij de top dateert van de latere Sukhothai periode. De oudere Liggende Boeddha was mogelijk een belangrijk beeld dat behoorde bij de aan de voet van de berg gelegen forest monastery, en mogelijk was er ook een relatie met de Liggende Boeddha (of Moggallana) uit dezelfde periode die te vinden is bij Phu Khao, een heuvel een paar km ten noorden van Sahat Sakhan.

Figuur 3. De Liggende Boeddha aan de top van Phu Po.

“Liggende Boeddha’s” stellen meestal de Boeddha op zijn sterfbed voor (zie daarvoor de post : klik hier ) en soms zijn de discipelen en goden die de Boeddha dan omringen ook afgebeeld.
Vanaf de Liggende Boeddha aan de voet van de berg is het een korte, mooie wandeling bergopwaarts naar een tweede Liggende Boeddha. Deze Liggende Boeddha ligt net onder de rand van de (platte) top van de kleine tafelberg. Een korte beklimming van een steile trap brengt je op deze top, een nog tamelijk uitgestrekt gebied begroeid met bladverliezend bos. Volg daar een pad en je komt bij verschillende uitzichtspunten en een plek waar een “schaduw” van de Boeddha wordt vereerd.

Wanneer je weer beneden bent, neem dan ook een kijkje in de moderne tempel met zijn interessante ‘muurschilderingen’, o.a. afbeeldingen van episodes uit de Vessantara Jattaka en taferelen die een beeld geven van de Boeddhistische Hel weergeven. Het voornaamste tempelgebouw, de wihan, is een open gebouw en de ‘muurschilderingen’ zijn in feite beschilderde panelen die onder het dak zijn opgehangen.

Figuur 4. A. Een bord bij het parkeerterrein aan de voet van de berg waarop staat aangegeven welke attracties de bezoeker hier kan verwachen. B. Een kleurrijk beschilderde kast in de wihan van Wat Phu Po. Boven de kast het tafereel uit de Vessantara Jataka waarin de oude antiheld Chu Chok wordt aangevallen door de honden van een boswachter. Chu Chok is in een boom geklommen terwijl de boswachter een pijl op hem gericht heeft. C. Taferelen uit de boeddhistische hel. Boven de plek zweeft de monnik Phra Malai die de horror van de verschillende bestraffingen van de zondaars observeert. Uiterst rechts worden mannen en vrouwen naakt in de met scherpe doorns bedekte kapokbomen gedreven.

 

Figuur 5. Twee taferelen uit de Vessantara Jataka. Links: De kinderen van prins Vessantara hebben gehoord dat hun vader ze wil weggeven aan Chu Chok, een oude man die aan het kluizenaarsoord een bezoek brengt. Ze verschuilen zich daarom in een lotusvijver. Rechts: Uiteindelijk worden de twee kinderen toch door Chu Chok meegenomen. De oude man beschouwt ze als zijn slaafjes en slaat ze wanneer ze niet verder willen lopen. Prins Vessantara ziet dat en het doet hem pijn in het hart, maar hij grijpt niet in. Het weggeven van zijn kinderen was voor hem de ultieme daad van dana (vrijgevigheid), een van de laatste station naar zijn eindbestemming, het Nirvana (meer over dit bijzondere offer in: The ultimate sacrifice  en  The ultimate sacrifice II  )

 

Figuur 6. Deze schildering in de wihan van Wat Phu Po illustreert het hoofdstuk Matsi van de Vessantara Jataka. Drie grote, wilde katchtigen blokkeren het pad in het bos waar prinses Matsi vruchten heeft verzameld. Ze is daardoor verhinderd naar haar kluizenaarsoord terug te keren. Ondertussen geeft haar echtgenoot prins Vessantara hun kinderen weg aan een bezoeker.

 

Figuur 7. Een ander tafereel uit de Vessantara Jataka in de wihan van Wat Phu Po. ‘s Nachts slaapt Chu Chok gerieflijk in een hangmat in het bos, maar zijn slaafjes heeft hij vastgebonden aan een boomstam. Als Chu Chok slaapt dalen twee goden in de gedaante van prins Vessantara en prinses Matsi neer om de kinderen te koesteren.

tekst en foto’s©SJON HAUSER

Geciteerde literatuur:

Donner, W., 1978. The Five Faces of Thailand.

Hauser, Sjon, 2008. Mekong. Van de Gouden Driehoek naar Vietnam. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam.

Munier, Christophe, 1998. Sacred Rocks and Buddhist Caves in Thailand. White Lotus, Bangkok.

Osborne, Milton, 2000. The Mekong. Turbulent past, uncertain future. Atlantic Morning Press, New York.