Phu Khao Thong Festival – horror bij Bangkoks Golden Mount

ballengooien

Ballengooien aan de Phu Khao Thong.

Aan de voet van Bangkoks Golden Mount (Phu Khao Thong) vindt elk jaar in november een enorme kermis vol bizarre attracties plaats.

‘Er is werkelijk geen afzichtelijker gezicht dan de kale geraamtes met eromheen de weldoorvoede honden en in de bomen tientallen gieren die zich zo volgevreten hebben dat ze urenlang niet kunnen vliegen,’ schreef graaf Fritz zu Eulemburg in 1861 over Wat Saket (1) waar de lijken van zwervers en arme sloebers aan de aaseters werden gevoerd. Misschien was deze tempel daarom een toeristische attractie, want opmerkelijk vaak worden de lotgevallen van de lijken waarvoor geen crematie is, door reizigers uit de 19e eeuw vermeld.

Zo schrijft ook de Noorse avonturier Carl Bock in1881 beeldend over de schranspartij: ‘Twee gieren pikten meteen de ogen van de dode man eruit wat tot de ijzingwekkendheid van het spektakel bijdroeg: of de vogels dat uit angst deden of omdat ze het als een lekkernij beschouwden, kan ik niet zeggen.’(2)

Golden Mount overdag.

De Golden Mount overdag...

Golden Mount 's nachts

...en 's nachts.

Een eeuw eerder keerde een Thais leger van een succesvolle veldtocht tegen de Khmer terug bij Wat Saket. Omdat de Thaise koning krankzinnig zou zijn geworden, liet de opperbevelhebber de monarch in een fluwelen zak doodknuppelen, beklom zelf de troon en stichtte daarmee de huidige dynastie.

De nieuwe koning liet een kanaal graven dat bij Wat Saket op de stadssingel uitkwam ‘opdat de bewoners,’ zo stelt een kroniek, ‘er tijdens de ceremonie van het regenseizoen in boten bijeenkomen om muziek te maken en gedichten op te zeggen.’ Een latere koning wilde er de hoogste pagode ter wereld bouwen, maar het project mislukte jammerlijk. De bodem was er ongeschikt voor en de Gouden Berg (Phu Khao Thong) werd een bescheidener bouwwerk op een flinke terp. Niettemin is het uitzicht over de stad er subliem en sinds 1899 herbergt het heiligdom een heuze relikwie van Boeddha.

De aasgieren hebben Bangkok niet overleefd, maar elk jaar is rond de pagode nog wat te proeven van de sfeer uit de relazen van de westerlingen. Lugubere spookhuizen en tenten met spelingen der natuur vinden er een plaats naast kunst en vermaak dat in de kroniek wordt beoogd, zoals klassiek theater met als acteurs geschminkte apen in kleurige pakjes.

Het Gouden Berg Festival is een van Thailands grootste en authentiekste tempelkermissen, ideaal om werelds vermaak te combineren met het vroom offeren van lotusbloemen, kaarsjes en wierook voor de talloze boeddhabeelden. Een week lang persen de bezoekers zich door de mensenmassa, alsof Bangkoks verkeersopstoppingen niet erg genoeg zijn.

Nu eens sta ik vast naast een stalletje met gefrituurde sprinkhanen, rupsen, kevers en eendenembryo’s, dan weer lijkt het licht eindeloos op rood te staan bij een kraam met een gevarieerde collectie spotgoedkope bh’s in overwegend kleine maten. Voorbij een kruispunt wordt het gedrang minder en passeer ik schiettenten waar verbeten kijkende meisjes in schooluniformen met een pistool op een roos mikken. Achter een krakkemikkige draaimolen verdringen honderden zich bij de trap naar de top van het heiligdom. Voor geld kun je er vogeltjes uit een kooitje bevrijden, een goede boeddhistische daad. Verderop liggen bij een kraam zulke vogeltjes gefrituurd te koop. Om op te eten, geen goede daad, maar wel lekker.

spook

Spook.

python

Python wurgt meisje.

Dan sta ik voor de eerste horrortent. Om bezoekers te lokken wordt bij de ingang een meisje van vijf door een python gewurgd. Voor tien baht (25 cent) mag ik naar binnen. De foetus van een Siamese tweeling op sterk water heet me welkom. Als een icoon staat hij op een altaar waarvoor mandarijntjes en bananen zijn geofferd. Maar de eigenlijke attractie krijg ik te zien wanneer de rode gordijnen voor een kooi worden geopend. Op een brij van bloederige ingewanden balanceert het hoofd van een mooi meisje. Het leeft want af en toe knippert het met haar ogen. Het heeft diezelfde trieste, holle blik die kenmerkend is voor geesten en spoken in de Thaise griezelfilms.

Drie tenten verderop kamt een zeemeermin bij volle maan haar haar en zweeft een los meisjes hoofd boven een kelk van lotusbloemen. Wonderbaarlijk, net als de potten met varkensembryo’s met vier oren en acht poten. Bij de buren bestaat de attractie uit een kooi met een Siamese tweeling  met vergroeid onderlijf.  De twee zusjes hebben geblondeerde krullen en kijken ook al niet zo vrolijk.

Siamese tweeling.

Siamese tweeling.

Toen het nog Siam heette, was Thailand vooral bekend vanwege een, of juister dé Siamese tweeling die in het Westen als circusattractie  rondtrok. Een speling der natuur werd een symbool van een natie. Maar dat de tweeling in de kooi zwendel is, wordt me duidelijk als straatjochies lachend krachok roepen: een spiegel.

In het aangrenzende spookhuis is het zo donker dat de horrortaferelen achter het kippengaas min of meer geheim blijven. Zonder hulp van kinderen ontraadsel ik het ‘speciale effect’ waar ik met mijn hoofd tegen loop: flappen rubber aan een draadje. Dan duikt vanuit het niets een spook op mij af, de armen als een slaapwandelaar vooruitgestoken.  Het is weer even snel verdwenen als het gekomen is. Met mijn fototoestel in de aanslag hoop ik dat het opnieuw zal opduiken. In plaats daarvan komt de exploitant van de horror me knorrig gebieden naar de uitgang te gaan.

Bij de tenten voor het ballengooien ben ik weerover de teleurstelling heen. Bij deze topattractie zitten vijf ongeveer 18-jarige meisjes in fleurige blouse en kort rokje elk boven een grote ton met water. Hun ‘stoel’ bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde metalen elementen; de koppeling is met een staaf verbonden aan een plaatje dat als schietschijf fungeert. Wanneer het plaatje door een bal wordt geraakt, schuift de zegel uit elkaar en valt het meisje in de ton — een simpele maar geniale constructie.

Vijf ballen voor tien baht. Bij een beetje aardige werpers zijn de meisjes vooral bezig druipend uit de ton te kruipen en weer op het zitelement plaats te nemen. Dan is het nog een kwestie van enkele seconden voor ze er weer in tuimelen. Hun bloesje plakt tegen hun jeugdige, sexy lichaam. De nozems van Bangkok worden er wild van en bestellen aan de lopende band emmertjes met ballen. In andere landen worden de meisjes gesluierd in zolderkamertjes opgesloten, hier weten ze op deze geraffineerde wijze  in de kortste tijd de mannen hun moeizaam verdiende spaarcenten te ontfutselen. Het bewijst weer eens hoe geëmancipeerd de Thaise vrouwen zijn, ook al komt de attractie bij westerse feministen misschien als horror over. Behalve vermakelijk is de kermis dus ook erg leerzaam.(3)

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

Voetnoten:

(1) Ost-Asien 1860-1862 in Briefen des Grafen Fritz zu Eulenburg. Ernst Siegfried Mittler und Sohn, Berlin, 1900: 358.

(2) Carl Bock, Temples and Elephants: the Narrative of a Journey of Exploration through Upper Siam and Lao. White Orchid Press, Bangkok, 1996: 58-59.

(3) Een iets andere versie van dit verhaal verscheen in de Volkskrant van 14 december 1996.