Penisbelletjes, een piercing traditie in Zuidoost-Azië

Penisbelletjes

Behalve met sterke verhalen komen reizigers nu ook vaak met een exotische tatoeage thuis uit het Oosten. Vooral uit Thailand waar tatoeëren goedkoop is en de keuze groot. Het dubbele mesje dat in de inkt wordt gedoopt  is vervangen door een electrische naald en met wat geluk word je niet met aids besmet. Dus waarom geen hippe draak op je schouder?

De tatoeëerkunst is in heel Zuidoost-Azië populair. Op 19e-eeuwse tempelschilderingen in Noord-Thailand lijken alle mannen een wielrenbroek onder de lendendoek te dragen, want ze zijn van hun navel tot knieën getatoëerd. In de oude reisverhalen worden de tatoeages steevast genoemd, maar nog meer aandacht krijgt een andere vorm van piercing, de penisbelletjes.

Zo schrijft de Vlaamse avonturier Jaques de Coutre in 1640 dat alle mannen in Pattani (Zuid-Thailand) ‘op de eikel van de penis twee bellen dragen die in het vlees gedrongen zijn. (…) Ze lijken even groot als noten en klinken zeer helder.’ De praktijk zou door een koningin van Pegu (in het huidige Myanmar) zijn uitgevonden om sodomie te beteugelen.

Sodomie zou er zo algemeen zijn dat de vrouwen  er halfnaakt rondliepen om de aandacht van de mannen nog een beetje te trekken. Zelfs de geringe bevolkingsdichtheid van Noord-Thailand werd eraan toegeschreven — ook daar droegen de mannen penisbelletjes. In de meeste reisverslagen  klinkt echter door dat de kennis over die belletjes ‘van horen zeggen’ is. Op reis werd toen ook al veel geleuterd.

Het idee van penisbelletjes als wapen tegen sodomie was mogelijk ingegeven door de enorme angst voor de ‘verschrikkelijke en abominabele zonde’. Bij de VOC stond er de doodstraf op. In 1644 belandde Joost Schouten ervoor op de brandstapel, terwijl heel Java werd uitgekamd om zijn ‘medeplichtigen’ in zakken te binden en in zee te gooien.

Uit een recente inventariserende studie wordt duidelijk dat penisimplantaties bij vele Zuidoost-Aziatische volkeren populair waren en soms nog steeds worden gedaan. De auteurs sluiten niet uit dat ze voor het genot van de vrouw dienen. Door hun sterke positie zouden de vrouwen een zekere zeggenschap over de seksuele prestatie van de man hebben. Daarmee in strijd is dat talloze implantaties — zoals een botje dwars door de eikel — de copulatie ernstig belemmeren. Redmon O’Hanlon schrijft dat de Dayaks op Borneo traditioneel een grote visgraat door hun penis boren, maar dat modegevoelige jongemannen nu kiezen voor een schroef uit een motor.

Waarschijnlijker is dat al deze attributen geen enkele praktische functie hebben en vooral ‘ritueel’ zijn. Daarvoor pleit in Thailand het implanteren van ‘pareltjes’ onder de voorhuid. Dat gebeurt voornamelijk in de politiecel of in de gevangenis, waar het op een initiatie lijkt. De pareltjes worden geschuurd uit een stuk glas uit de bodem van een colaflesje. Met het vlijmscherm geslepen heft van een tandenborstel wordt een sneetje in de voorhuid gemaakt waardoor het pareltje wordt ingebracht. Puur macho-ritueel, maar de mannen zweren dat ze het doen om de meisjes te behagen.

Het wachten is nog op de eerste toerist die met deze piercing van vakantie thuiskomt.

©SJON HAUSER

Een eerdere versie van dit verhaal verscheen in de Volkskrant van 3 november 2001. Meer over dit onderwerp in het Engelstalige artikel: Penile inserts, a piercing tradition in Southeast Asia.