Pang Mapha, het alternatief voor toeristisch Pai

Tham Lot

Lot Cave op een bamboevlot binnenvaren.

Pai links laten liggen….en naar het bekoorlijke Pang Mapha doorrijden

In 1983 was ik een keer genoodzaakt de nacht in Pai door te brengen — de bus uit Mae Hong Son ging die dag gewoon niet meer verder. Pai bestond toen uit weinig meer dan twee straten en een paar tempels en ik was blij dat er een klein houten hotel was. Van de stuk of zes kamers was er nog één vacant.

‘s Avonds was er kermis in het ‘stadje’ en beschonken Lisu-mannen uit de omringende bergdorpen bonsden op de deur van het hotelletje en werden kwaad omdat alle kamers bezet waren.

Pai met één enkel hotelletje kun je je tegenwoordig niet voorstellen. Het dal waarin de plaats ligt is nu één groot conglomeraat van hotels, guest houses, resorts, lodges, garden homes, spa’s en ga maar door.

Eind jaren tachtig nam de keuze aan accommodatie er geleidelijk toe en in de jaren negentig werd het zelfs een topbestemming voor backpackers. Daaropvolgend groeide Pai’s populariteit bij de middenklasse van Bangkok, voor wie het koele winterweer in de bergen het ultieme vakantiegenot is.

Het jaar 2005 was het begin van een golf nieuwe bouwactiviteiten. Daar is nog steeds geen eind aan gekomen, want elke maand worden er wel een paar nieuwe guest houses en resorts geopend.

Het eens zo rustige en rustieke plaatsje is inmiddels onherkenbaar veranderd. In de drukke wintermaanden (november-februari) lijkt het vooral een pretpark voor Thaise toeristen die er in minibusjes of met hun dure 4WD-wagens neerstrijken. De rest van het jaar domineren de jonge buitenlanders en heeft Pai veel weg van een ‘Ko Pha Ngan in de bergen’ — weliswaar zonder full moon parties.

Voor vele anderen heeft Pai al zijn bekoring verloren. Maar voor deze gedesillusioneerden is er Pang Mapha, minder dan 40 km ten westen van Pai, dat veel weg heeft van Pai vóór de boom.

dennenbos

Dennenbos.

Pang Mapha — nog ‘onbedorven’

Pang Mapha is de hoofdplaats van een district dat ongeveer vijftien jaar geleden werd gecreëerd, maar vele noemen het plaatsje nog bij de oude naam Sop Pong. Het bestaat uit weinig meer dan 300 meter lintbebouwing aan Highway 1095 (van Pai naar Mae Hong Son) en een zijstraat die verder doorloopt naar de Lot Cave. De Nam Lang, een kleine beek, stroomt achter de bebouwing aan de rijksweg.

De centraal gelegen markt trekt in de ochtend honderden leden van de bergvolkeren uit de omringende dorpen, van wie er vele nog in hun traditionele klederdracht lopen. Vooral de Lisu-dames in hun kakelbonte kledij zijn er een opvallende verschijning. In en rond het plaatsje vind je momenteel een tiental guest houses, lodges en resorts en het ziet er naar uit dat dit aantal zich in de toekomst zal uitbreiden.

Een paar aanbevelingen in de Lonely Planet en Rough Guides en Pang Mapha zal over tien jaar misschien een tweede Pai zijn. Dus haast je! Nu kan het plaatsje nog de bijnaam ‘Wilderness Adventure Centre’ claimen die het op de GT-Rider Guide Map van de Mae Hong Son Loop heeft gekregen.

Vergeleken bij Pai (en Mae Hong Son) is Pang Mapha een en al rust; dagelijks strijkt er maar een handvol toeristen neer. Het leven wordt er gedomineerd door de lokale Khon Mueang, Shan en de bergvolkeren — overwegend Lisu, Lahu en Karen — uit de omringende dorpen, waarvan er enkele op loopafstand van het plaatsje liggen.

verkeersborden in landschapHet landschap rond Pang Mapha is beslist indrukwekkender dan dat rond Pai. Het district is rijk aan grillige kalksteenbergen. In deze karst zijn veel grotten verborgen waarvan er talloze toegankelijk zijn en het verkennen waard. De bergen rond Pang Mapha zijn gedeeltelijk met dennenbos bedekt — zie het kader hieronder.

Sommige grotten en kalksteenkliffen werden door de prehistorische mens gebruikt voor begrafenissen en andere ceremoniën – gedeeltelijk vergane houten doodskisten getuigen er nog van.

In andere grotten liggen spectaculaire stalagmieten en stalactieten verscholen. De grotten zijn met de dorpjes van de bergvolkeren de belangrijkste attracties. Talloze schilderachtige Lahu-dorpjes liggen ten noorden van Pang Mapha, demeeste Lisu-dorpen aan de zuidkant.

Ik raad je aan één of meer nachten in Pang Mapha door te brengen en er uitgebreid op verkenning te gaan.

Dennenbos
Delen van Noord-Thailand zijn bedekt met dennenbos, een vegetatietype waarbij je in eerste instantie niet zult denken bij tropisch bos. Natuurlijk dennenbos ligt overwegend op een hoogte van 800-1700 meter. Er zijn twee inheemse soorten dennen: de ‘black pine’ Pinus merkusii en de ‘yellow pine’ Pinus kesiya.

gebrande den

Ze lijken op het eerste gezicht sterk op elkaar maar Pinus merkusii heeft een veel donkerder schors met diepere kloven. Verder groeien de naalden bij P. merkusii in bundeltjes van twee, bij P. kesiya van drie. Terwijl P. merkusii zelden hoger dan 30 meter wordt, kan P. kesiya een respectabele hoogte van meer dan 50 meter bereiken. P. kesiya vind je op een hoogte van 1000-1700 meter, waar ze vaak tamelijk open dennenbos vormen. P. merkusii is meestal te vinden beneden de 1000 meter-grens, vaak samen met soorten van het dry dipterocarp forest (zie het artikel: Dipterocarpen, dominerende boomsoorten in Zuidoost-Azië).
Beide soorten leveren een gewaardeerd hars. Er worden vaak gaten in de stammen gehakt en gebrand voor het winnen van harsrijke spaanders. Die worden als aansteekhoutjes voor de haard gebruikt. Oude dennen met enorme zwart geblakerde gaten in de stam zijn een vertrouwd beeld in het Noord-Thaise bos. Dennen met zwaar zo’n zwaar toegetakelde stam begeven het na een aantal jaren en vallen dan om.

Omdat dennen snel groeien, werden ze veel gebruikt voor herbebossing, met name P. merkusii.  Bossen ontstaan na beplanting met jonge dennen zijn gemakkelijk te herkennen aan de regelmatige afstand tussen de bomen.

Zulke herbebossing heeft grootschalig plaatsgevonden op Doi Inthanon, in de bergen van Mae Fa Luang, ten noorden van Doi Chiang Dao aan Highway 1322 naar Wiang Haeng en op talloze andere plaatsen. Ook ten westen van Hot is op ruime schaal dennenbos aangeplant. De sylvicultuur en arboretums nabij Bo Luang worden ‘s winters veel bezocht door Thaise toeristen om de gezonde dennengeur op te snuiven.

De dichtstbijzijnde attracties kun je lopend bereiken, maar een motorfiets of scooter is ideaal voor tochtjes in de omgeving. Voor zover ik weet zijn die nog niet te huur in Pang Mapha, maar dat kan elk moment veranderen. Het verdient echter de voorkeur een motorfiets te huren in Chiang Mai en een verblijf in Pang Mapha te combineren met het populaire ‘rondje Mae Hong Son’.

Als je op een motorfiets of scooter gaat, wees dan voorzichtig. Wegen in de bergen kunnen erg steil zijn en in het regenseizoen soms spekglad. Het gebeurt regelmatig dat je moet uitwijken voor tegenliggers die bochten afsnijden (zie pagina: Motorfietstochten).

coffin cave

Coffin Cave.

Tham Phi Maen (Coffin Cave)

De grot die het dichtst bij het plaatsje ligt is een ‘Coffin Cave’. Je vindt hem een paar honderd meter voorbij het districtsziekenhuis in de richting van Mae Hong Son. Vanaf de hoofdweg gaat een pad door dicht bamboebos rijk aan vogels, zoals Greater Coucal, Oriole (wielewaal) and White-rumped Shama. Vervolgens is het een niet al te zware klim naar een deel van een kalksteenklif waar enkele doodskisten op stelten zijn geplaatst. Eén staat vlak voor de klif, een andere bevindt zich in een kleine grot — er is genoeg licht, dus je hoeft geen schijnwerper mee te nemen.  Vlak voor de grot staat een oude, knoestige tamarindboom, die door de lokale bevolking is getooid met kleurige sjerpen om hun respect te tonen aan de geest die in de boom woont.

De prehistorische graven van Ban Rai

Pang Mapha’s indrukwekkendste archeologische vindplaats van doodskisten op stelten is voorbij het dorp Ban Rai — het is ook een van de moeilijkst te bereiken vindplaatsen. Voor een bezoek eraan ben je al gauw een halve dag kwijt. Maar zo’n trip is de moeite waard en je wordt naast de spectaculaire klif met de doodskisten beloond met een schilderachtig dal met rijstvelden en een klim door dichte jungle.
Rijd vanuit Pang Mapha over Highway 1095 in de richting van Mae Hong Son. Na ongeveer 7 km bereik je een klein dal met rijstvelden dat zich uitstrekt aan de linkerkant van de rijksweg. Sla linksaf een weg op die door de velden gaat en over de Nam Lang — deze beek buigt voorbij de brug af naar links en verwijdert zich van de rijksweg.
Sla rechtsaf en volg een nogal kapot gereden asfaltweg die enkele honderden meters te midden van bos heuvelopwaarts gaat. Deze weg daalt vervolgens af naar het dorp Ban Rai.
In het centrum van het dorp is een soort gemeenschapshuis met aan de buitenkant een vergrote foto van de verder- en hogerop gelegen archeologische vindplaats waar de bewoners zo trots op zijn. Er staat ook een bord met een kaart van dorp en omgeving. Volg het weggetje door het dorp. Aan het eind gaat het met een bocht om een heuvel en doorkruist vervolgens een schilderachtig, smal dal met velden dat omgeven is door heuvels met kalksteenkliffen. Na enige tijd gaat de weg opnieuw over de Nam Lang en verandert in een moeilijk begaanbaar pad dat in het regenseizoen vooral uit blubber bestaat. Bij de brug is een sala (wachthuisje) en een tempel. Hier kun je het beste je motorfiets parkeren. De tempel ligt aan de voet van een kalksteenklif en er gaat een pad een stukje omhoog, maar er is niets van archeologische betekenis te vinden.

kaart

Kaart van Pang Mapha en omgeving (niet helemaal op schaal).

Vervolg de weg lopend. Na ongeveer een halve kilometer wordt deze geblokkeerd door een hek van bamboe. Verwijder één of twee bamboes en passeer deze poort. Vergeet niet de twee bamboes weer op hun plaats te brengen, want anders ontsnapt het vee.
Loop verder. Het pad wordt steeds smaller. Iets voorbij twee hutten eindigt een aftakking ervan op de oever van de Nam Lang. Dit is de beste plek om de beek wadend over te steken. Vervolg het pad op aan de overkant totdat je bij een (omgevallen) blauw bord komt waarop in het Thais staat: NOG 600 METER (foto hieronder).

bord 600m

Nog 600 meter klimmen!

Hier gaat een pad de heuvel op. Soms is het behoorlijk steil en in het regenseizoen kun je van flinke glijpartijen verzekerd zijn. Ooit werd het in een goede staat gehouden, maar toen ik er was (juli 2011) was het erg verwaarloosd.

Een wandelstok kan van pas komen en vergeet niet water en muggenmelk mee te nemen. Je zult op pad een aantal indrukwekkende bomen, rotsblokken en bamboebossen tegenkomen. Hoewel het maar 600 meter naar de klif is, ben je al gauw een half uur kwijt met de klim erheen.

Voor de klif vind je een aantal gedeeltelijk vergane doodskisten. Er staan borden met uitgebreide informatie over de archeologische vondsten.
Je zal er  naast een enkele schoenafdruk  ook ontelbare pootafdrukken op de losse bodem vinden, wat erop wijst dat dieren, zoals wilde zwijnen, hier vaker komen dan mensen.

Er bevinden zich ook prehistorische schilderingen gemaakt met oker op de wand van de klif, maar ik kon ze niet vinden — misschien zijn ze in de loop der tijd vervaagd.

Een van de voorstellingen betreft een dansend menselijk figuur, met grote overeenkomsten met de dansers op andere klippen in Noord- en Noordoost-Thailand, zoals de Pratu Pha in Lampang (zie het artikel: Lampang’s rock art at Pratu Pha).

Ban Rai rock shelter

Ban Rai Rock Shelter.

schildering

Prehistorische schildering.

Lot Cave

Verreweg de bekendste grot in de streek is de Lot Cave, genoemd naar de ‘tunnel’ (lot) door een kalksteenberg waar de beek de Nam Lang doorheen stroomt. Hij ligt 10 km ten noorden van Pang Mapha bij het dorp Ban Tham.
Dagelijks trekt de grot honderden bezoekers. De ingang van een klein nationaal park is buiten het dorp (aan de zuidwestkant). Er is een parkeerplaats en een restaurant.
Wat verderop betaal je entreegeld en vandaar loopt een pad naar de ingang van de grot: je ziet de beek er een donkere tunnel binnenstromen. Daar staan doorgaans gidsen met gaslampen en kun je op een bamboevlot de grot binnenvaren. Meestal ga je na nog geen tweehonderd meter varen al weer aan land om een wandeling te maken langs de druipsteenformaties. Er lopen allerlei paden met trappen. Boven je spant zich het hoge gewelf van de grot, als een enorme kathedraal.

op vlot in groy

De donkere tunnel in.

kalksteenformaties

Kalksteenformaties.

Op de wanden verblijven duizenden vleermuizen en zwaluwen.

Je kan aan het eind van de grot het vlot verlaten. Een kleine wandeling rond de kalksteenberg brengt je terug bij de parkeerplaats.

Bij Ban Tham bevinden zich ook de eenvoudige hutten van de Cave Lodge — mooi gelegen, en een en al rust daar.

Tham Pha Mon is een andere grot die een bezoek waard is. Deze bevindt zich 3-4 km ten oosten van Pang Mapha.
Nabij het plaatsje Mae Lana, circa 30 km ten noordwesten van Pang Mapha, liggen meerdere fraaie en toegankelijke grotten: Mae Lana Cave, Coral Cave en Diamond Cave.

De Mae Lana-loop

Tijdens dit rondje door de bergen (ca. 60 km) kun je een bezoek aan de Tham Lot (grot) combineren met prachtig berglandschap, dorpjes van bergstammen en het schilderachtige plaatsje Mae Lana.

Een goede, smalle asfaltweg gaat van Pang Mapha noordwaarts. Na 2 km passeer je het Lahu-dorp Wana Luang en daarna gaat de rit door gemengd bladverliezend bos (met veel teak) tot Ban Tham. De Lot Cave ligt aan de oostkant van het dorp.

Rijd na een bezoek aan de grot naar de westkant van het dorp. Bij een kruispunt bij een school en twee winkeltjes gaat een smalle, cementen weg westwaarts de bergen in. Sommige stukken zijn behoorlijk steil. Na een paar kilometer zit je op een hoogte van 800-1000 meter. De berghellingen zijn gedeeltelijk begroeid met dennenbos. Je hebt een prachtig uitzicht op de bergen in het noorden nabij de grens met Myanmar. Na acht kilometer is er een afslag naar links, naar het Lahu-dorp Ya Pa Nae. Rijd je rechtdoor dan bereik je na nog geen 2 km na een steile afdaling het Red Lahu-dorp Huai Haeng. In dit dorp staan nog veel authentieke paalhutten van bamboe met grasdaken. Het dorp is genoemd naar de beek die je gepasseerd bent. Waarschuwing: de 150 meter weg van de brug over de beek tot de eerste huisjes van het dorp is buitengewoon steil!

tempel van Mae Lana

De Shan-tempel van Mae Lana.

Rijd vanuit Huai Haeng 2 km terug en sla af richting Ya Pa Nae.  Vanaf de afslag tot aan dit Lahu-dorp  is de weg onverhard, maar in een goed conditie. Blijf de kronkelende weg volgen; na enkele kilometers bereik je het dorp Pha Charoen. Van Pha Charoen daal je af naar het vrij grote, mooi in een klein dal gelegen Shan-dorp Mae Lana. In het centrum van dit dorp zijn verschillende winkels. De houten Shan-stijl tempel is een bezoek waard. Kenmerkend voor Shan- en Birmaanse tempels zijn de versieringen van de daklijsten: die zijn geknipt uit platen van blik.

Iets buiten het dorp ligt een guesthouse aan een beek, ideaal voor wie van rust houdt.

Bezoek eventueel een van de grotten (op wandelafstand vanuit het plaatsje) en vervolg daarna je tocht naar het Black Lahu-dorp Cha Bo (Ja Bo).

In een kalksteenberg aan de rand van het dorp is een coffin cave vergelijkbaar met die bij Pang Mapha.

Vervolg de hoofdweg (nu weer een smalle asfaltweg) zuidwaarts en na 5 km kom je uit op Highway 1095, ongeveer 15 km ten westen van Pang Mapha. Sla linksaf en rijd richting Pang Mapha. Je passeert een interessant geestenhuis aan de weg waar een rijkdom aan kleine limonadeflesjes is geofferd.

bamboesspruiten.

Bamboespruiten vers uit het bos.

aansteekhoutjes

Harsrijke spaanders van dennenhout.

Vervolgens vind je bij een afdaling een groot aantal kramen waar Lahu (de meesten in traditionel dracht) lokale producten, zoals bamboespruiten en spaanders van dennenhout voor het aansteken van het haardvuur verkopen.

De meeste dames die er kramen beheren komen uit het dorp Bo Khrai. De afslag naar dat dorp komt nabij de kramen uit op de highway.

Het dorpje ligt slechts een kilometer van de hoofdweg en is een bezoek waard. Maar een grot in de buurt ervan kun je overslaan. Die staat op een aantal kaarten aangegeven, maar is, zoals bewoners me verzekerden, heel moeilijk te bereiken.

Vanaf de kraampjes daal je in oostelijke richting verder af naar het dal van Ban Rai. Vandaar rijd je over de hoofdweg door naar Pang Mapha.

Lisu-dorpen

Op de Mae Lana-loop kom je niet langs een Lisu-dorp, maar ten zuidwesten van Pang Mapha ligt een aantal Lisu-dorpen. De afslag naar de dorpjes is aan de westkant van Pang Mapha, bij de Hillside (Lodge) aan de overkant van de Sop Pong River Inn.
Het eerste dorp, Nong Tong, ligt op loopafstand (ca. 2 km) en is niet al te schilderachtig. Een paar kilometer verder ligt het Lisu-dorp Nong Pa Cham (Nong Pa Jam). Ga je voorbij het dorp rechtdoor dan loopt de weg dood. Maar in het dorp is ook een afslag naar rechts, die naar het afgelegen Lisu-dorp Ket Sam Sip gaat, dat ruim 20 km zuidelijker ligt. De weg is gedeeltelijk verhard en buiten het regenseizoen is de tocht erheen de moeite waard. De omgeving is prachtig om doorheen te rijden.

Trekking door de jungle: Mueang Phaem – Pha Mon

dansende Lahu

Lahu-dames in Pha Mon voeren een dans op.

Houd je van wandelen dan is de trekking van Mueang Phaem naar Pha Mon een aanrader. Je kunt hem ook wel zonder begeleiding doen, maar ben je bang om te verdwalen (ik stel me er niet voor aansprakelijk!), probeer dan een dorpeling te vinden in Mueang Phaem die met je meegaat als gids (tot Pha Mon, voor 500 baht wil hij dat waarschijnlijk graag doen). De Cave Lodge in Ban Tham Lot en Little Eden in Pang Mapha kunnen waarschijnlijk ook wel een gids regelen.

Begin vroeg en reken op een overnachting in een bergdorp. Neem dus een (klein) rugzakje met alleen de allernoodzakelijkste spullen mee en zorg dat je een lunchpakket en genoeg water bij he hebt. Laat je vanuit Pang Mapha met een motorfietstaxi naar Mueang Phaem brengen, ca. 18 km. Dit is een groot Karen-dorp. Regel daar eventueel een gids.

Aan de ‘achterkant van het dorp gaat een pad in zuidoostelijke richting, dat weldra verandert in een smal wandelpad dat een beek volgt, nu eens op de ene oever dan op de andere. Je moet dus heel wat keren de beek oversteken. Je bent omringd door schitterend bos. Na zo’n twee uur wandelen knikt het pad heel duidelijk van de beek af (naar rechts) en gaat vrij steil omhoog. Na een pittige klim bereik je open velden. Waarschijnlijk moet je een keer over een hek van bamboe klimmen dat dient om vee tegen te houden.

In de velden liggen open schuilhutjes van bamboe met daken van gedroogd gras, een geschikte plek om je lunchpakket uit te pakken. Vervolg je tocht na de lunch. Weldra duikt het pad vanuit de velden het bos. Veel bos wordt hier gedomineerd door dicht bamboe. Na een half uur bereik je een aantal hutten, de voorpost van het dorp Pha Mon dat je snel bereikt door bij een van de hutten een pad omlaag te nemen.

Pha Mon is een vrij groot Lahu-dorp. Je kunt er bij een aantal bewoners overnachten en er mee-eten. Dit dorp heeft al heel wat georganiseerde groepen trekkers op bezoek gehad. De dames van het dorp bieden aan je te masseren (niet erg professioneel) en als je er met een groepje overnacht kunnen enkele dames en kinderen in dracht bij een open vuur dansen en zingen. Zo’n voorstelling kost ongeveer 500 baht, is nogal knullerig, maar wel leuk. De overnachting  (matrassen op de vloer van bamboelatten in een paalwoning) kost iets van 100 -150 baht per persoon. Bier en flessen drinkwater zijn er doorgaans in overvloed.

Vanaf Pha Mon is het ongeveer anderhalf uur lopen over een macadamweg naar Wana Luang. Deze wandeling gaat door open bos met veel dennen. Vanf het hoogste punt heb je een prachtig uitzicht over het dal van Pang Mapha em Wana Luang. Vanuit Wana Luang is het nog 2 km lopen naar Pang Mapha.

Little Eden.

Little Eden, met zwambadje!

beek

Uitzicht op de Lang.

Accommodatie in Pang Mapha

Een aanrader is Little Eden, fraai (en tamelijk centraal) gelegen aan de Nam Lang (beek). De kleine hutten met ventilator kosten er 500 baht per nacht en liggen in een prachtige tuin met een klein zwembad. Andere accommodatie (waaronder zelfs een bruidssuite) is prijziger. De keuken serveert uitstekende gerechten.

Lemon Hill ligt vergelijkbaar mooi aan de beek en zelfs pal in het centrum. Maar het is een stuk soberder. Piepkleine hutten kosten er 300 baht.

Andere accommodatie, in het westen van de plaats, zijn de Jungle Lodge, en verderop de Sop Pong River Inn met weelderige tuin. Aan de overkant daarvan ligt de de Hillside. Nog westelijker, buiten Pang Mapha aan de highway liggen de huisjes van de The Rock Garden.
Accommodatie elders:
In Ban Tham vind je de hutten van de Cave Lodge, mooi gelegen aan het bos, niet ver van de beroemde Tham Lot (grot). Deze lodge bestaat al sinds het midden van de jaren tachtig en was een van de eerste in zijn soort (vooral bestemd voor avontuurlijke reizigers) buiten de platgetreden paden in Noord-Thailand.
In Mae Lana op de Mae Lana-loop is ook een guest house, en acht kilometer ten oosten van Pang Mapha in de aan de hoofdweg gelegen Lisu-dorp Nam Rin staat de eenvoudige Lisu Lodge.

©SJON HAUSER: tekst, foto’s en kaart.