Otome Hutheesing en de tomatenkoorts op de Kale Berg

Otome 11. Otome Hutheesing in Doi Lan, ca. 1987 (foto: Ron Giling, met dank). 2. Langs de weg rottende tomaten in de buurt van Doi Lan, ca. 1990.

Otome Hutheesing en de tomatenkoorts op de Kale Berg*
In de bergen van Noord-Thailand constateerde sociologe Otome Hutheesing groeiende armoede en culturele verloedering onder het Lisu-volk, een ontwikkeling die vooral op rekening komt van krachtig ingrijpen van de overheid. Over de tomatenkoorts op de Kale Berg en de gevolgen ervan.
©Tekst: Sjon Hauser. Foto’s: Sjon Hauser en Ron Giling

Nauwelijks twee jaar geleden begon een Lisu-man op de hellingen van Doi Lan (de Kale Berg) in Noord-Thailand tomatenstruikjes te planten. Nu strekken de eentonige akkers zich eindeloos uit in de richting van de volgende bergrug. Eens bloeiden hier de papavers, maar het optreden van de Thaise militairen tegen de slaapbol dwingt het er woonachtige Lisu-volk over te stappen op het verbouwen van andere gewassen. Aanvankelijk waren dat vooral chili-pepers en bruine bonen, sinds kort is men in de ban van de tomaat.
Dr Otome Hutheesing (1930) belandde in 1981 op de Kale Berg. Na haar jeugd in Nederlands-Indië belandde ze na de oorlog in Nederland. Sociologie was toen een tamelijk jonge discipline en Otome was een van de eersten die in Leiden sociologie gingen studeren. Uiteindelijk promoveerde ze er in 1963 op een proefschrift over statusonderscheidingen. Daarna heeft ze zich vooral bezig gehouden met de socoale gelaagdheid in derde-wereldsamenlevingen. Voor de Unesco bestudeerde ze in India vijf jaar lang het kastensysteem en de sociale achtergronden van kleine ondernemers. Daarna doceerde ze sociologie in New York en Penang (West-Maleisië).
Hutheesing: ‘Maar aan de universiteit raakte ik de feeling kwijt met het vak dat ik doceerde. Ik besloot uit het academisch leven te stappen en zonder de verplichtingen van een universiteit opnieuw onderzoek te gaan doen.’ Dat haar keuze op de Lisu-cultuur viel was geen toeval. Dankzij de papaverteelt gold die namelijk als een opmerkelijk voorbeeld van gelijkheid. De verschillen tussen rijk en arm waren gering en man en vrouw stonden er op gelijke voet. In vijf jaar tijd heeft Hutheesing die egalitaire maatschappij van de Lisu’s uiteen zien vallen: ‘Als onderzoekster ben ik blij dat ik van die aftakeling getuige ben geweest. Maar als mens doet het pijn om te zien hoe snel de vernieling om zich heen slaat.’
We laten de onderzoekster achter in een rijstveld op een berghelling waar ze met enkele Lisu-vrouwen de rijpe aren afsnijdt. Hogerop legt een groep jongens hun tomatenstruikjes plat. Een van hen is een Lahu (een ander bergvolk) afkomstig uit Doi Tung, honderd kilometer noordelijker, waar het land minder geschikt is voor tomaten. Hij heeft al zo’n achthonderd gulden in zijn veld geïnvesteerd: voor de landhuur, het zaaizaad, de kunstmest, de pesticiden en het transport. De tomaten brengen nu vijftien cent per kilo op, maar als over een maand de grote oogst begint zal de prijs gedaald zijn. De jongen is echter optimistisch.
‘Waarom plant je geen papavers?’ vragen we hem.
‘Papavers vernietigen de natie,’ antwoordt hij aarzelend. Hij heeft zijn les goed geleerd.
‘Hoezo?’
‘Chavalit zegt dat.’
‘Was de opperbevelhebber van het leger dan ooit hier?’
‘Nee, dat niet, maar we ween dat hij het zei.’
Met het geld van de tomaten hoopt de jongen een vrouw te kopen, een van de Lahu-meisjes van zijn stam. Die kosten vierhonderd gulden plus een varken. We wensen hem succes en klimmen verder omhoog.
Al voor hij in 1986 opperbevelhebber van het leger werd, was generaal Chavalit Yongchaiyudh een belangrijke drijfkracht achter de programma’s om de bergvolkeren van de papaverteelt af te houden. Sinds decennia zijn die bergvolkeren, zo’n half miljoen mensen verdeeld over een tiental stammen, een doorn in het oog van de autoriteiten. Een deel ervan, nu nog geen tien procent, teelt papavers. Bangkok stelt ze bovendien verantwoordelijk voor vrijwel alle ontbossing en erosie in het koninkrijk. Dat het milieu in Thailand om te huilen is, wordt zelfs bij een vluchtig bezoek al duidelijk. De bergvolkeren zijn echter de grootste boosdoeners niet. De boeddhistische Thais kijken neer op de etnische minderheden in hun land en menen dat de bergvolkeren getemd moeten worden. Daarvoor worden ze uit de hoger gelegen bergbossen gehaald en in nieuwe settlements ondergebracht. Ze moeten Thais leren spreken en op de schralere, lager gelegen gronden mogen ze cash crops verbouwen. Om acht uur ‘s ochtends wordt bij een galmend volkslied de nationale vlag aan een paal omhoog gehesen.

Otome 21-2: Otome Hutheesing in Doi Lan, ca. 1990. 3. Otome Hutheesing met haar partner, historicus Michael Vickery, 1995.

Gifwolken
Dit soort pacificatie gaat de overheid echter niet altijd snel genoeg en eind vorig jaar, in 1988, werd rigoreuzer tegen de ‘animistische bosvernielers’ opgetreden. Nog voor de dageraad reden vrachtauto’s met defensievrijwilligers een tiental dorpen rond Doi Tung binnen. De bergmensen werden op de vrachtauto’s geladen, tijd voor het bijeenpakken van bezittingen was er niet. Ze werden naar de grens gereden en in Birma gedumpt. Hun achtergebleven vee werd later door de Thaise laaglanders geroofd en een deel van de dorpen werd platgebrand. Hoewel er slechts enkele doden vielen werd er systematisch bruut opgetreden. Vrouwen van de Akha-stam die hun hoofddracht traditioneel met oude munten tooien, werden van het zilver beroofd.
Als reden voor de acties gaf de overheid op dat de betrokken bergmensen — zo’n tweeduizend — illegale immigranten waren. In werkelijkheid was er geen poging gedaan de illegale status van de bergmensen te verifiëren. De dorpen werden als een eenheid opgevat, ook al waren de meeste bewoners er geboren of al decennia woonachtig. Voor de etnische minderheden is het vrijwel onmogelijk om aan identiteitspapieren te komen. Degenen die ze wel bezaten, werden ervan beroofd.
Typerend voor de positie van de bergvolkeren in Thailand is een krantebericht waarin melding gemaakt wordt van het platbranden van drie Akha-dorpen. Het bericht is geïllustreerd met een foto van een Akha-vrouw in vol ornaat. Bij nadere beschouwing blijkt ze een onderdeel te zijn van een advertentie van een souvenirhandelaar. Hoewel de kleurrijke bergvolkeren niet weg te denken zijn uit de gigantische Thaise toeristenindustrie, wordt de dreiging van een culturele genocide steeds groter.
Zelfs op de Kale Berg, honderd kilometer van de grens, treffen we sporen aan van acties. Op een veld zijn alle tomaten verrot. ‘Dat veld werd gehuurd door een Akha uit Doi Tung. Die is kennelijk naar Birma verdwenen, we hebben hem nooit meer gezien,’ legt onze Lisu-begeleider uit. Er zijn soms geruchten dat ook de Kale Berg dit soort acties te wachten staat. Momenteel wordt iedereen echter te zeer door de tomaten in beslag genomen om zich daarover druk te maken. De planten worden om de paar dagen bespoten met insecticiden. Zonder dat zou het vraatzuchtige ongedierte meedogenloos toeslaan, is hun verteld. Af en toe zijgt een een Lisu duizelig van de gifwolken neer tussen zijn struiken.
De ‘moderne landbouw’ heeft in enkele jaren tijd enorme veranderingen teweeggebracht en Otome Hutheesing volgt de ontwikkelingen rond de Kale Berg met verbijstering. ‘Toen de Lisu’s papavers teelden hadden ze maar een klein veldje nodig om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze waren onafhankelijk. Binnen enkele jaren leverde de opium het geld op voor een bruidsprijs wat bij de Lisu’s een flinke som is. Zo’n traditionele huwelijkstransactie geeft de Lisu voldoening. Het draagt bij tot zijn myi-do, wat zo ongeveer ‘eer’ of ‘goede naam’ betekent.
Die eer is een centraal begrip bij de Lisu en een basismotivatie bij vrijwel elk sociaal of economisch handelen. Sinds de acties tegen het telen van papavers komt die eer in het gedrang. Het verbouwen van vervangende gewassen leidt bijna steeds tot afhankelijkheid en verarming. Men moet geld lenen voor het kopen van bestrijdingsmiddelen: voor een Lisu betekent dat gezichtsverlies. Veel mannen verliezen door schulden hun land en moeten gaan werken voor een kleine groep rijkere Lisu’s. Omdat velen geen bruidsprijs meer kunnen betalen, trouwen ze uiteindelijk maar een meisje uit een andere stam of ze trouwen zonder bruidsprijs. Wat weer neerkomt op een aantasting van hun myi-do.

Otome 31. Het omspitten van de velden in het droge seizoen. 2-3. Bloeiende papavers in afgelegen veldjes buiten Doi Lan, 1995. 4. Een veld met slaapbollen met de kleverige opium lekkend uit de erin gemaakte kerfjes, ca. 1992. 5. Een heroïneverslaafde in het dorp die ruwe opium te koop aanbiedt.

Vooral de meisjes van de Akha-stam zijn nu in trek bij de Lisu-mannen, want die kosten maar één varken. Eigenlijk kijkt de Lisu neer op zo’n huwelijk. De Akha-vrouwen vinden ze maar niets met hun korte, dikke benen die ze gekregen zouden hebben door het vaak eten van honden. Vergeleken met vroeger is de Lisu-bruidsprijs ook sterk gestegen. Er bestaat een duidelijke koppeling met de heroïneprijs op de wereldmarkt, doordat een deel van de Lisu’s in Thailand op afgelegen plekken nog wel papavers teelt.’
Hoewel er onder de bergmensen legio vooroordelen bestaan tegenover de andere bergstammen, vallen deze in het niet bij de minachting die de Thais vertonen voor de minderheden. Informatie in reisgidsen of –brochures is vaak een bedroevend samenraapsel van etnologische trivialiteiten of leugens. Hutheesing: ‘Vaak is het ronduit lachwekkend, zo in de orde van: Nederlanders dragen zwarte klompen, eten tulpenbollen en wassen hun auto elke dag. Er wordt helemaal voorbijgegaan aan de grote problemen waarmee de bergmensen kampen.’
De talloze mythen die er over deze volkeren bestaan, lijken een bepaalde politiek tegenover hen te moeten rechtvaardigen. Het bedriegen van de minderheden lijkt in Thailand zelfs een vrijwel legitieme status te genieten. Land- en veeroof komt op grote schaal voor, terwijl Thiase ambtenaren zich steeds gewillig aandienen om tegen een flinke betaling voor identiteitspapieren te zorgen — waarna ze zich vaak nooit meer laten zien.

Otome 41: Grotendeels kale berghellingen rond Doi Lan als gevolg van illegale houtkap en commerciële landbouw. 2-3: In het droge seizoen worden de velden in brand gestoken.

Verloedering
De corruptie wordt nu verergerd doordat landloze Thais uit de laaglanden in steeds grotere aantallen hun heil zoeken in de Midden Zone van de bergstreken, een gebied op een hoogte van 600-1000 meter waar ook de meeste resettlements van de bergmensen te vinden zijn. Volgens de Thaise onderzoekster Uraivan Tankimyong, die probeert een dialoog tot stand te brengen tussen de Thais en de bergmensen, is er een crisis: ‘De armoede is er bitter en er is een enorme toename van diefstal en gewelddadige conflicten. Het is een slagveld geworden in de strijd om de schaarse bronnen en meestal moeten de bergmensen het onderspit delven.’
Verloedering van de Lisu-cultuur is de reactie op deze ontwikkelingen. In het Lisu-dorp toont Otome Hutheesing me er enkele voorbeelden van. Een waterleidingsysteem van bamboelatten ligt er verwaarloosd bij: ‘Normaal werd zoiets gerepareerd, maar nu lijkt het niemand meer iets te kunnen schelen. Als ze water nodig hebben lopen ze net zo ver tot waar er nog wel water is. De dorpsoudsten komen niet meer bijeen om oplossingen voor dit soort probleem te vinden.’
‘Sinds enkele jaren is een Haw-Chinees het dorpshoofd. Met behulp van steekpenningen heeft hij zich in die functie laten kiezen. Net als de Thaise leraren in het dorp acht hij momenteel de bouw van een houten vergaderruimte van groot belang. Het is echter duidelijk dat die keet moet dienen als een dekmantel voor de illegale houthandel van de Chinees. Hij laat veel meer hout dan nodig is uit afgelegen bos kappen, terwijl hij Lisu-dorpelingen banadert voor het kopen ervan. ‘Wees modern en ga in een houten huis wonen,’ praat hij ze aan.
De bouw van zo’n houten huis gebeurt nu voornamelijk door mannen. De golfplaten voor het dak worden door de Thais geleverd. Het bouwen van een traditionele woning van bamboe met rieten dak was echter iets waarbij man en vrouw innig samenwerkten. Het is nu, net als bij de tomatenteelt, ook een mannenzaak geworden. Vroeger had de vrouw haar eigen geld uit de opiumoogst, maar nu wordt het grote geld door de man beheerd en krijgt de vrouw een minderwaardige status. Veel vrouwen worden loonarbeidster, zoals op een koffieplantage van een Thaise ondernemer aan de achterkant van het dorp. Je ziet ook steeds meer huwelijken uit elkaar vallen.’

Otome 51. In de toekomst kijken met behulp van kippenbotjes. 2. De sjamaan van Doi Lan prevelt op Lisu Nieuwjaar bij zijn huisaltaar en (3-5) zegent de bezoekers door ze met strerke drank te besproeien.

Crêpepapier
Vanaf de koffieplantage hebben we uitzicht over een groot deel van de Kale Berg. Hoewel de naam anders doet vermoeden was de Kale Berg tien jaar geleden nog grotendeels bebost. Het meeste bos heeft echter plaats gemaakt voor akkers. Maar al vóór de tomatenkoorts was veel bos gedegradeerd doordat de grootste bomen er door een Thaise ondernemer gekapt werden. Hutheesing: ‘Die had van het Royal Forestry Department concessies gekregen voor exploitatie. Meer dan duizend woudreuzen werden geveld en je zag de enorme stammen tot voor kort langs de weg liggen totdat ze door trucks werden opgehaald. Later zeiden de Thais dat de Lisu’s die bomen gekapt hadden.’
Vrijwel alle kenners zijn het erover eens dat illegale houtkap en de jacht op nieuwe gronden voor het verbouwen van handelsgewassen de hoofdoorzaken van de rigoreuze ontbossing in Thailand zijn. De traditionele landbouwmethoden van de meeste bergvolkeren waren relatief milieu-vriendelijk. Een stuk gedeeltelijk gerooid bos werd één of twee jaar voor landbouw gebruikt en kreeg daarna doorgaans genoeg tijd om te regenereren. In de al sterk ontboste Midden Zones is dit soort cyclische landbouw al niet meer mogelijk.
Bij de bergweg naar het laagland zien we in korte tijd zeker vijf met tomaten beladen pick-up trucks afdalen. Hutheesing: ‘Een paar jaar terug reden hier zo’n twee of drie trucks per dag. Nu zijn het er wel vijftig. Een nieuwe klasse tomatenhandelaren heeft zich aangemeld: enkele rijke Lisu’s en steeds meer Thais en Chinezen uit het laagland. De meeste tomaten gaan naar de markten in het laagland of een ketchupfabriek in Chiang Rai. De prijs voor de tomaten daalt, want bij die ongeplande tomatenkoorts is er een overproduktie ontstaan. De transportkosten stijgen. Lisu’s die collectief voor eigen transport willen zorgen worden met geweld geïntimideerd.
Je ziet hier in twee jaar tijd een hele kapitalistische ontwikkeling in een notedop. Dat loopt verkeerd af. Steeds meer Lisu’s raken hun land kwijt en worden loonarbeider op de velden. Door de tomaten heeft de kinderarbeid zijn intrede gedaan. Kinderen van negen tot veertien jaar oud moeten de tomatenzaadjes in de plastic pootzakjes stoppen. De hele traditionele economie is van zijn voetstuk. Opium vereiste geen investeringen, het was een soort ideale democratizer die de basis had gelegd voor een niet-autoritaire, egalitaire maatschappij. Er is weinig van over en niemand lijkt meer te geven om zijn myi-do. Het is hard op weg een gelaagde maatschappij te worden.’
Bij de dorpsschool gooien in traditionele, kleurige broekrokken gestoken Lisu-jongens een bal heen en weer terwijl hun Thaise onderwijzer geestdriftig op een fluitje blaast. Hier illustreert Hutheesing de betrokkenheid van de Thais bij de etnische minderheden in hun land: ‘Een leraar van een handelsschool in Bangkok had eens een droom. Daarin werd hij aangespoord een bergdorp te pacificeren door er een school te laten bouwen. Aldus gebeurde. Sindsdien trekt hij elk jaar met zijn aanhang van Thaise leraren en leerlingen naar de Kale Berg, die nu geadopteerd heet te zijn. Ze doen dan tham bun (goede daden verrichten), een vooraanstaande boeddhistische deugd.
Drie dagen overvallen ze het dorp, maken van het dorpscentrum een soort picknickplaats. Drie dagen lang wordt er Thaise muziek gespeeld. Niemand toont enige interesse voor de Lisu’s. Hun hulp bestaat uit het met crêpepapier versieren van een tafel en het opblazen van ballonnen. De tafel wordt volgeladen met potloden, notitieblokken en afgedankte kleren. Lisu-kinderen krijgen een knipbeurt en de school wordt geverfd. De laatste avond wordt er een podium neergezet met een flinke geluidsinstallatie. Iemand van de Border Patrol Police is ceremoniemeester.

Otome 61-2: De weg naar Doi Lan wordt onbegaanbaar in het regenseizoen (1990). 3. Het vereist een flinke wandeling om nog intact bos te bereiken vanuit Doi Lan (1999).

Stomdronken
Geen Lisu kan op de Thaise muziek dansen en men staat het gebeuren dus maar wat apathisch te volgen. De Lisu’s krijgen tien minuten de tijd om hun traditionele dansen te vertonen. Aan het eind van de avond zijn de meeste Thais stomdronken. De Thais menen dat er nu vooruitgang in het dorp is, ‘want er is nu gas in de woningen van de leraren.’ Ze hebben geen flauw benul van de schrikbarende verarming in het dorp. Achteraf bleek dat de Lisu’s vaak nog twee kwartjes moesten betalen voor een afgedankte bh, een badpak of een nylon rok. Ook moesten de Lisu’s opdraaien voor de verblijfkosten van de welzijnsgezanten. Het was afgrijselijk!’
Onaangenamer waren evenwel de invallen van de Rangers, enkele jaren terug. Die maakten een definitief eind aan de opiumteelt. Alle huizen werden overhoop gehaald door de in zwarte uniformen gestoken paramilitairen. Hutheesing: ‘Hun klopjacht naar opium duurde drie dagen. Iedereen was in doodsangst, niemand durfde zich te verroeren. In totaal werden er negen kilogram in beslag genomen. Elf huishoudens waren volledig geruïneerd. Drie weken later kwam de Border Patrol Police zoet broodjes bakken. Ze deelden dekens, blikjes sardines, pakjes waspoeder en T-shirts met het opschrift “Ik plant geen opium meer” uit.’

Otome 7Otome Hutheesing met andere vrouwen van Doi Lan tijdens het inwijdingsfeest van haar nieuwe huisje (1995).

Harde acties
Inmiddels is Thailand opiumimporteur geworden. De acties tegen de papaverteelt, vaak onder druk van de Verenigde Staten, waren een groot succes. Thailand wordt in narcoticakringen voortdurend geprezen vanwege de grondige aanpak van het probleem. Terwijl er in de jaren zestig jaarlijks nog honderdvijftig ton opium werd geproduceerd, was dit het afgelopen jaar nog geen twintig tpm. Een schijntje vergeleken bij de tweehonderd ton van Birma en de zeventig ton van Laos. Overigens bereikt een groot deel hiervan de internationale markt via smokkelroutes door Thailand.
De twintig ton Thaise produktie wordt voornamelijk lokaal geconsumeerd. Hutheesing: ‘Het is paradoxaal. Toen de Lisu’s nog opium verbouwden waren er geen verslaafden. Nu telen ze geen papavers meer en zie je een sterk groeiend aantal verslaafden op de Kale Berg. Het is één manier waarop ze hun aftakelende cultuur ontvluchten.’
Ondanks de successen die geboekt zijn bij de bestrijding van de papaverteelt, lijkt de Thaise overheid meer dan ooit gemotiveerd te zijn de bergvolkeren verder te pacificeren. Momenteel gebeurt dit vooral onder het mom van het bestrijden van de ontbossing . Deze benadering vindt vaak veel gehoor bij de bezorgde internationale milieuorganisaties.
De Kale Berg is slechts één uit vele honderden Thaise bergdorpen waar het ingrijpen van de overheid tot een culturele verloedering heeft geleid. De laatste ontwikkelingen in het dorp: in enkele maanden tijd zijn er in twee hutten door Chinezen gerunde videobioscopen gekomen. Ruimschoots amusement voor een paar honderd Lisu-dorpelingen die zich het slechtste soort Amerikaanse en Thaise films laten welgevallen. ‘s Avonds galmen de gruweldaden uit de speakers tegen elkaar op over het in het donker gelegen dorp. Door de herrie was een genezingsritueel niet meer uit te voeren. De communicatie met het bovennatuurlijke lijkt op die manier verder te eroderen.
De verbinding met het dichtstbijzijnde Thaise provincieplaatsje is echter verbeterd. Lisu-mannen hebben er de geneugten van een bordeel ontdekt en zijn er nu te vinden om hun tomatencentjes in stijl uit te geven.
SJON HAUSER

*Een iets andere versie van dit verhaal werd gepubliceerd in onze Wereld, Januari 1989: 42-44.
Een gedetailleerd verslag van de verloedering van de Kale Berg is te vinden in: Otome Hutheesing-Klein, Dog Male, Elephant Female. A Lisu Metaphore and Emerging Inequality. Brill, Leiden, 1990.
Otome Hutheesing en de Kale Berg komen ook uitvoerig aan de orde in: Sjon Hauser, Thailand. Zacht als Zijde, Buigzaam als Bamboe. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 1990. In de dertiende, uitgebreide druk uit 2009 gaan hoofdstukken 13 en 24 over Otome en Kale Berg. De Lisu’s en Doi Lan passeren ook de revue in: Sjon Hauser, Mekong. Van de Gouden Driehoek naar Vietnam. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2008 (hoofdstukken 1 en 5).
Een verhaal voor kinderen dat zich afspeelt in Doi Lan is: Sjon Hauser, De Kampioenen van Tijgerberg. Koninklijk Instituut voor de Tropen — Amsterdam / Nivib — Den Haag, 2001. De verfilming ervan is tot stand gekomen dankzij de onvermoeibare steun van Otome Hutheesing: Tigermountain will never die (2001). Regie: Gerrit van Elst. Productie: Musch & Tinbergen.
Engelstalige verhalen over de Lisu zijn o.a.:
Otome Klein Hutheesing, The buying of Lisu brides. Guidelines Chiang Mai, February 2001: 14-17.
Sjon Hauser, Lisu New Year, enacting ethnic culture in the mountains. Guidelines, februari 2009: 24-26. Een nieuwe versie ervan op deze website: klik hier.
Sjon Hauser, Lisu Road, Lisu villages along Highway 1322 to Wiang Haeng. Guidelines, september 2005: 14-16. Een nieuwe versie ervan op deze website is klik hier
In de jaren negentig van de 20e eeuw ging Otome Hutheesing zich onder andere bezighouden met het bestrijden van aids in Lisu-dorpen. Zie daarvoor: Cornelia Ann Kammerer, Otome Klein Hutheesing, Ralana Maneeprasert, and Patricia V. Symonds, Vulnerability to HIV infection among three hilltribes in Northern Thailand: qualitative anthropological issues. In: Culture and Sexual Risk: Anthropological Perspectives on AIDS (H. ten Brummelhuis and G. Herdt, eds.), pp. 53-75. Gordon & Breach, Philadelphia, 1993?

Otome 81. Bij feesten worden er varkens geslacht die men vervolgens in brand steekt om de haren te verschroeien. Daarna wordt het dier in stukken gesneden.2. De vrouwen doen doorgaans het fijnere werk zoals het schoonmaken van de ingewanden. Ca. 1995.

Otome 9De nieuwe woning van Otome Hutheesing bereikt zijn voltooiing naast een traditionele hut van gespleten bamboe en daken bedekt met gras (ca. 1995).

Otome 10Naast tomaten verbouwt men als cash crops vooral soya- en bruine bonen, wortels en kool. 1: Bruine bonen. 2: Jonge koolplantjes. 3. Een oude Chinees in Doi Lan rookt zijn waterpijp.