Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 8

 

dag 8-fig1-coverFig 1. Temple mural from Wat Nong Bua, Tha Wang Pha District, Nan.

Day 8. Pua-Tha Wang Pha-Wat Nong Bua-Nan: 80 km. Temples in and around Nan: 20 km
This day you will see relatively little of Nan Province’s natural beauty, but will visit a number of magnificent temples.
After breakfast follow Highway 1256 to Pua. At the junction with a four-lane road (more or less opposite the PTT petrol station) turn left. You are now on Highway 1081. You will soon pass Pua’s Crown Prince’s Hospital, and after a few kilometers the Papua Bhuka Hotel. (I like the atmosphere in this hotel located along a quiet main road, and it has fine views on the mountains; room rates are from 650-800 baht). Continuing for about 5 km you will get to the turn off to the small but scenic Silaphet Waterfall, which is not far from the main road. A little further in southern direction, beside an old bodhi tree, is another spirit house where Pho Luang Phu Kha is worshipped. Subsequently, you will get at a fork—turn right in the direction of Tha Wang Pha. You are now on Highway 1170. It’s 10 km to the T-junction with Highway 1080, just a little south of the district town of Tha Wang Pha. Turn left. From here its is about 1 km to a turn off to the village of Nong Bua and Wat Nong Bua; the turn off is at the other side of the road.

Follow that road until a T-junction, less than 1 km from the main road, and turn right. Soon turn left and cross the bridge over the Nan River, at the end turn left.
The little road leads to the beautiful Wat Nong Bua. This old temple was probably sponsored by Lue (not Lua) that had settled in the area in the 19th century, among them many wealthy merchants.

dag 8-fig 2-Wat Nong BuaFig. 2. Left: The main altar with Buddha image in the bot of Wat Nong Bua. In the background intriguing murals of Buddhas and celestial beings. Right: A khrut (garuda), a bird from Buddhist mythology, has captured a snake or naga, a mythological serpent. Mural in Wat Nong Bua.

Deze lieflijke tempel is vooral bekend om de oude muurschilderingen op de binnenmuren van de bot. Ze zijn meer dan 120 jaar oud en goed bewaard gebleven. Behalve veel episodes uit het leven van de Boeddha en uit boeddhistische legendes, vind je er talloze taferelen uit het dagelijkse leven in de tijd dat de schilderingen zijn vervaardigd. Zulke taferelen zijn kenmerkend  voor veel oude Noord-Thaise tempelschilderingen.
Rijd na het bezoek aan de tempel terug naar de hoofdweg (Highway 1080) en rijd verder in de richting van Nan. Naar Nan is vanaf hier 40 km. Vijftien kilometer vóór Nan vind je aan je rechterhand een bos met rotspartijen; het staat bekend als het Pha Tup Forest Park. Je kunt er je motorfiets parkeren en een wandeling maken langs de rotsen waarvan enkele kleine grotten hebben. Het geheel is niet erg groot dus je zult er niet gauw langer dan een uur vertoeven.

dag 8-fig 3-grottenFig. 3. Links: Een vereerde, natuurlijke stupa voor de ingang van een grotje in het Pha Tup Forest Park. Rechts: Een druipsteenformatie is bijgewerkt met gips en wordt nu vereerd als een mythologisch dier.

De stad Nan. Een half uur later bereik je Nan aan de noordkant, iets voorbij de luchthaven. Sla bij het kruispunt met stoplichten en een beeld van een olifant rechtsaf, dan bereik je vanzelf het centrum waar de meeste accommodatie is. Nan is tamelijk klein voor een provinciehoofdstad. Het ligt op de rechteroever (westoever) van de rivier de Nan. Het oude centrum bij de rivier is ruim opgezet, een aantal straten is omzoomd door knoestige Rain Trees.
Daar liggen ook enkele prachtige, historisch belangrijke tempels en er is een klein museum. In deze prettige stad word je beslist niet door de toeristen onder de voet gelopen. Toch heeft Nan de nodige faciliteiten voor bezoekers, zoals talloze hotels (met WiFi of Internet). Je zult er geen spijt van hebben als je er twee dagen of langer verblijft. Doordat een aantal hoofdstraten met flauwe bogen lopen (in plaats van rechttoe rechtaan, wat je gevoel je wijsmaakt) kan het even duren voordat je je er goed kan oriënteren: mannen die normaal vooral een ruimtelijke kaart in hun hoofd gebruiken om zich te oriënteren, zullen zich in Nan even vrouw voelen en vooral kenmerkende dingen langs de weg moeten memoriseren om de weg te vinden.
Accommodatie in Nan. Zeer centraal gelegen is het Suk Kasem Hotel, nabij het kruispunt bij het telefoonkantoor met een zendmast die al van ver te zien is. Adres: 29-31 Anan Woraritthidet Road. Het is een paar jaar geleden grondig gerenoveerd en de (piep)kleine en goedkoopste benedenkamers hebben airconditioning en kosten 400-500 baht. Geen mooi uitzicht en je slaapt in een (royaal) stapelbed, maar de management is vriendelijk en behulpzaam en grenzend aan het hotel is een van de beste restaurants van de stad (Pum 3 Restaurant), waar je ‘s avonds half op het trottoir in de buitenlucht kunt dineren. Op steenworp afstand zijn banken met geldautomaten, een avondmarkt met eetstalletjes en een 7 Eleven-winkel.
Twee hotels nog meer in het centrum (500 m richting rivier) gelegen zijn het Thewarat Hotel en het Nan Fa Hotel, maar dat is beslist geen budget accommodatie.
Voordelige accommodatie ligt 2 km noordelijker buiten het centrum. Zeker zo’n vier hotelletjes liggen daar bij elkaar in een buurt in twee zijstraatjes van de Prem Pracharat Road. Mijn favoriet is het propere Phoemphoon Mansion, met airco kamers voor 350 baht per nacht.
Eetgelegenheden. Goede plaatsen om te eten zijn naast het genoemde Pum 3 en de avondeetstalletjes, de eenvoudige restaurants die naast elkaar op de (west)oever van de rivier liggen, een paar honderd meter ten zuiden van de hoofdbrug (de Kittikhachonbrug, genoemd naar een diactator die van 1963-1973 premier van Thailand was) over de rivier de Nan. Ze zetten tafeltjes neer aan de boulevard vanwaar je uitkijkt over de rivier. Een deel van het jaar kun je er ‘s avonds prauwen bemand met zo’n twee dozijn peddelaars zien oefenen. De races met deze boten zijn in de provincie zeer populair en vinden vooral plaats aan het eind van september-november.

Neem je intrek ergens in Nan en ga in de middag een aantal tempels (zoals Wat Phumin) en het Nationaal Museum in de stad bekijken. Omdat het museum om 16.00 sluit is het misschien verstandig dit eerst te bezoeken. Het ligt naast Wat Phumin.

Geschiedenis Nan. Nan is in de 14e eeuw gesticht en is lange tijd de hoofdstad geweest van een rijkje dat min of meer onafhankelijk was van het Lan Na rijk met Chiang Mai als centrum. Deze oude stad lag ten oosten van de huidige, op de andere oever van de rivier de Nan.
Van de latere stad zijn nog restanten van een stadswal en –singel terug te vinden in het centrum. In de vorige eeuw hebben zich veel uit zuidelijk uitgeweken Lue in en rond Nan gevestigd, veelal handelaren en handwerklieden die tot de welvaart van het rijkje bijdroegen en de bouw van diverse tempels hebben gesteund.

Naast Wat Phumin staat het Nationaal Museum dat te herkennen is aan de groene daken en had eerder gediend als paleis voor de prinsen van Nan en daarna als provinciehal. Het heeft een aardige en gevarieerde collectie die een bezoek de moeite waard maakt. De benedenverdieping is gewijd aan de cultuur van de Khon Mueang (Noord-Thais) en de talloze etnische minderheden in de provincie (Lue, Yao, Hmong, Khmu en Mlabri). Op de bovenverdieping is een afdeling die gaat over de geschiedenis en archeologie van de provincie. Je vindt er een grote verzameling boeddhistische kunst. Ook zijn er prachtige kisten van lakwerk te zien die in het verleden in tempels gebruikt werden om de boeddhistische geschriften (van papier of repen gedroogd palmblad) te bewaren om ze tegen vraat door insecten te beschermen. Een bijzonder stuk is een zwarte slachttand van een olifant waarop inscripties gegraveerd zijn. De tand is bijna een meter lang en weegt 18 kg. Het open van maandag tot en met zaterdag van 9.00-16.00 uur.

De bekendste tempel is Wat Phimai die net als de tempel in Tha Wang Pha haar reputatie vooral aan de oude, levendige 19e-eeuwse muurschilderingen heeft te danken. Die bevinden zich in de kruisvormige wihan (hoofdtempelgebouw). De deuren en de thammat (preekstoel) in de wihan zijn rijk gedecoreerd.

dag8-fig4-Wat PhuminFig. 4. Links: De kruisvormige wihan van Wat Phumin. Midden: Een muurschildering in de wihan waarop serpenten in de hel de zondaars verslinden. Rechts: Een andere schildering. Vervoer per olifant in de 19e eeuw. Een edelman zit in een overkapte howdah op de rug van het dier. De eigenlijke berijder is gestoken in een blauw katoenen jasje. Zijn bovenbenen zijn zwaar getatoeëerd en in zijn hand heeft hij een pikhaak om het rijdier aan te sporen. Op de achtergrond marcherende soldaten bewapend met musketten.

Deze stichtelijke schilderingen zijn ongeveer 125 jaar oud. De kleuren zijn nog erg helder, maar ze zijn dan ook verschillende keren bijgekleurd en geconserveerd onderwijzen niet alleen over het boeddhisme, maar beelden ook (vaak op humoristische wijze) het dagelijks leven in die tijd uit. Je ziet ondermeer de afbeelding van een stoomboot en van westerlingen, die erop wijzen dat de schilders ook al gefascineerd waren door exotische zaken buiten de stad. Een bekend plaatje is dat van twee jongemannen die bijna amoreus met elkaar gearmd lopen. Hun bovenbenen zijn tot aan de knie zwaar getatoeëerd met donkerblauwe inkt. Het was de gewoonte dat mannen zich

dag 8-fig 5-Phumin2Fig. 5. 1: De restauratie van Wat Phumin in 1991 waarbij de muurschilderingen werden bijgekleurd en geconserveerd. 2-4: Diverse muurschilderingen (zie tekst).

vanaf de knie tot aan de navel lieten tatoeëren. De Noord-Thais werden daarom wel de “Zwartbuiken” (Black Bellies) genoemd. Op enige afstand van de mannen staat een in een sarong gehulde jongevrouw te huilen, alsof ze door een van de mannen is afgewezen. Een ander plaatje laat twee slechts in lendendoek gehulde mannen zien die langs de stadsmuur lopen. Ze hebben hun haar tot een knot gebonden. Een van hen rookt een pijp en heeft een forse krop door het gebrek aan jodium in het drinkwater in de bergen. Een zwart hondje blaft tegen ze. De mannen stellen leden van een van de bergvolkeren voor die naar de stad zijn afgedaald; het hondje vertrouwt ze niet helemaal. Maar verreweg de beroemdste schildering is die van Krasip Rak.

dag 8-fig6-Krasip RakFig. 6. De Krasip Rak-schildering in Nan’s Wat Phumin.

Thaise Mona Lisa. Deze schildering geniet een grote nationale bekendheid. Een getatoeëerde man met een tulband om zijn hoofd buigt zich met de hand voor de mond voorover naar een vagelijk glimlachende dame—een glimlach die doet denken aan de Mona Lisa. Dit tafereel staat bekend als Krasip Rak (‘Liefde fluisteren’) en is voor veel Thais een ‘nostalgisch’ plaatje uit een lang vervlogen tijd. In geen boek over tempelmuurschilderingen ontbreekt een reproductie ervan. Ingelijst decoreert de prent de muren in menig boutiquehotel. Het is ‘Thaise Cultuur met een hoofdletter C’. In 2012 ontstond de nodige consternatie nadat de Bangkokse nachtclub Bed Supperclub het plaatje gebruikt had om een ‘geblinddoekte wijnproefavond’ in haar restaurant te promoten. Op een affiche waren een paar kleine veranderingen aangebracht: de glimlachende vrouw draagt een blinddoek en de fluisterende man nipt aan een glas wijn. Onschuldiger retoucheerwerk is nauwelijks denkbaar. De affiche zou echter van ‘weinig respect getuigen’ en de gevoelens van de bevolking van Nan hebben gekwetst met deze heiligschennis. Omdat ‘de schildering is een stuk van de nationale erfenis’ zou de club worden aangeklaagd en de daders worden vervolgd om een voorbeeld te stellen. Waar men zich zoal druk over kon maken. De Mona Lisa, traditionele Italiaanse cultuur pur sang, inclusief glimlach, wordt al sinds de 19e eeuw ‘geretoucheerd’. Eugène Bataille liet haar in 1883 een pijp roken. Salvador Dali gaf haar in 1954 een krulsnor en een hand vol duiten. Toch voelen de Italianen zich daardoor niet gekrenkt. Nooit werden de schenners aangeklaagd, gevierendeeld of gedwongen hun excuses aan Mussolini of de paus aan te bieden. Maar in Thailand is men veel sneller op de tenen getrapt.

dag8-fig7-wallenFig. 7. Links: Resten van de stadswallen uit het eind van de 19e eeuw. Midden: Een rijk gedecoreerde lakwerkkist uit het nationaal museum. Rechts: De 4 m hoge Boeddha van Wat Suan Tan.

Wat Phra That Chang Kham ligt schuin tegenover Wat Phumin. De wihan dateert van de 15e eeuw en huist een groot boeddhabeeld. Er zijn ook nog resten van oude muurschileringen te vinden. De chedi is nog ouder (14e eeruw) en heeft een vierkante basis die gedecoreerd met beelden van olifanten, soortgelijk als bijvoorbeeld Wat Chom Lom in het Sukhothai Historisch Park (zie dag 13).
De rijk geornamenteerde Wat Ming Mueang is zilverkleurig en heeft prachtige en interessante moderne muurschilderingen met voorstellingen van een vergane tijd. Deze tempel ligt ten zuidwesten van Wat Phumin aan de Si Yaphong Road. Nog verder, aan een kruispunt met stoplichten is de rijk geornamenteerde goudkleurige Wat Si Pan Khon met o.a. indrukwekkende zevenkoppige naga’s bij de ingang. Op het terrein bevindt zich ook een fraaie prauw die in het regenseizoen voor de boot races te water wordt gelaten.

Een andere tempel die je niet mag overslaan is Wat Phra That Chae Haeng, die 3 km ten oosten van de stad, aan overkant van de Nan op een heuveltje schitterend is gelegen tussen de rijstvelden. Maar deze tempel ligt aan de weg naar Mae Charim en kun je ook de volgende dag bekijken (zie dag 9).

dag8-fig8-Wat Ming MueangFig. 8. Links: De zilverkleurige, rijk geornamenteerde Wat Ming Mueang. Midden: Moderne muurschilderingen in Wat Ming Mueang: de nozems van weleer hadden donker getatoeëerde bovenbenen en rookten opgerolde tabaksbladeren. Rechts: De zevenkoppige naga bij de ingang van de rijk decoreerde goudkleurige Wat Si Phan Khon in Nan.

Ga verder naar: Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 9

©SJON HAUSER: text and pictures