Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 5

vergezicht MekongDag 5: Chiang Saen – Chiang Khong – Wiang Kaen – Pha Tang – Phu Chi Fa
Chiang Saen>55 km<Chiang Khong>38 km<Wiang Kaen>16 km<Pang Hat>14 km>Pha Tang<25 km>Phu Chi Fa. Totaal: 148 km

Bocht in de MekongWil je mooie foto’s van de Mekong maken, sta dan vroeg op. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat door de snelle commerciële ontwikkelingen langs de rivier de Mekong er in fotogeniek opzicht niet op vooruit gegaan is. Ook is het goed om vroeg op de markt in het centrum van het plaatsje rond te kijken (die ligt aan een weg die doodloopt op de boulevard langs de rivier). Al om zes uur is het daar een en al bedrijvigheid—een goede plek voor een eenvoudig ontbijt.
De ruïnes van Chiang Saen. Ga daarna de ruïnes van het stadje verkennen. De oude stad (inclusie het centrum van modern Chiang Saen) strekte zich ongeveer noord-zuid uit op aan een ruime bocht in de rivier. Rijd vanaf de markt landinwaarts (naar het westen) en je ziet weldra links de verweerde chedi van Wat Chedi Luang staan. Het bouwwerk is opgetrokken uit een groot formaat bakstenen. Het was ooit het grootste en belangrijkste religieuze bouwwerk van de stad. Chiang Saen bloeide vooral in de 14e en 15e eeuw en was een van de belangrijkste steden in het Lan Na Rijk. Naast deze oude tempel ligt het Nationaal Museum van Chiang Saen met een heel aardige collectie boeddhabeeldjes en andere oudheden. Tegenover de tempel liggen nog wat kleinere ruïnes. Voorbij Wat Chedi Luang bereik je de (lange) westkant van de stadswallen (met stadssingel). Bij de grote poort in de wallen staat een interessant geestenhuis omringd door teakbomen waarvan sommige met bonte sjerpen zijn omwikkeld. Niet ver er vandaan, buiten de wallen, vind je de ruïnes van een kleine maar relatief gave tempel: Wat Pa Sak (‘Teakbos tempel’)—een deel van de fraaie (gerestaureerde) stuccodecoraties is nog intact. Je ziet dat ook een groot deel van de stadswallen is overwoekerd met jonge teakbomen. De wallen waren gebouwd van bakstenen die aanzienlijk groter waren dan de tegenwoordige standaard-bakstenen. Ze werden niet met cement aan elkaar gemetseld maar met een substantie aan elkaar gelijmd. Aan de noordkant van de wallen zijn ook nog fortificaties te vinden; en verspreid in en rond de stad zijn nog talloze ruïnes.
Chiang Saen heeft eeuwenlang gelegen in het grensgebied van staten die vaak met elkaar in oorlog waren. Het wist zich steeds te handhaven, totdat een oorlog in 1803-04 leidde tot grote verwoestingen. Stad en wijde omgeving werden ontvolkt. Het duurde zo’n tachtig jaar tot het opnieuw bevolkt werd, aanvankelijk vooral met Noord-Thais uit Chiang Mai en Lamphun die uit hun dorpen verbannen waren omdat men meende dat ze door gevaarlijke boze geesten waren bezeten.
De Noorse avonturier Carl Bock was in 1882 waarschijnlijk de eerste westerling die Chiang Saen bezocht en er een groepje armzalige phi phop (‘bezetenen’) aantrof temidden van de ruïnes van de ooit welvarende stad. Hij slaagde erin een aantal kostbare boeddhabeelden op te graven en te ontvreemden, wat van weinig ontzag voor boeddhisme en de geesten getuigde, en de buit zou hem dan ook geen geluk brengen. Meer over Bocks omzwervingen in Noord-Thailand in: Carl Bock’s frustrating Odyssey in North Thailand, 1881-82
Zorg ervoor dat je rond 10.00 am terug bent in je guesthouse om in te pakken en uit te checken. Je hebt nog een flinke rit voor de boeg en vertrek daarom niet later dan 10.30 am.
Ruines Chiang Saen
De route vandaag is schitterend, maar helaas is het wegdek van het eerste deel ervan, Chiang Saen-Chiang Khong, vol gaten en kuilen. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de weg, maar voorlopig (september 2013) maken de werkzaamheden de situatie alleen maar erger. Met wat geluk is een groot deel van de weg januari 2013 weer in een goede conditie.
Rijd vanuit Chiang Saen zuidwaarts op Highway 1129 die min of meer de Mekong volgt. Na een kilometer passeer je de zuidelijke wallen van de oude stad en na 4 km bereik je bij Sop Kham een heuvel met de interessante tempel Wat Phra That Pha Ngao. Deze is beslist een bezoek waard vanwege o.a. het prachtige houtsnijwerk waarmee een kleine wihan is gedecoreerd en het mooie uitzicht vanaf de top van de heuvel. Maar verpoos er niet te lang want je hebt nog een flinke rit voor de boeg. De Phra That waarnaar de tempel genoemd is staat op de top.

Mekong foto's
Intermezzo: Wat Phra That Pha Ngao
Niet alle tempels (in en rond Chiang Saen) zijn vervallen tot ruïnes. De glasnost achter het Bamboe Gordijn bood investeerders veel mogelijkheden aan de Mekong. Kapitaal was er aan de Thaise zijde genoeg. Sommige lokale zakenlieden en politici waren rijk geworden dankzij de drugshandel die de streek de bijnaam Gouden Driehoek had gegeven. Ze investeerden in hotels, resorts, boomgaarden, villawijken, golfbanen, een casino en een hovercraftdienst op Yunnan. Ook werd er op de tempelterreinen flink gebouwd dankzij royale donaties — daarmee menen zelfs de grootste boeven nog een goede draai aan hun karma te geven.
Een sprekend voorbeeld is Wat Phra That Pha Ngao, ( vijf kilometer) ten zuiden van de stadswallen. Bij deze chique tempel worden weelde en nationalisme op groteske wijze in een boeddhistische context tentoongespreid. De tempel was ooit door de Mekong weggevaagd en werd daarna aan de voet van een heuvel herbouwd. Het was een bescheiden dorpstempel, totdat iemand een droom kreeg over een ‘wonderbaarlijk voorwerp’. Kort daarop kwam bij het ontginnen van de heuvel een oud boeddhabeeld aan het licht.
De tempel was meteen in the picture. In 1981 plantten de koningin en een prinses er een heilige bodhiboom. Tien jaar later wijdde koning Bhumibol een gloednieuwe chedi op de top in — met uitzicht over de achtergebleven socialistische buurlanden. Honderd jaar na Bock werd de Thaise vlag hier stevig en theatraal geplant.
Een lager gelegen bouwwerk is wat pracht en praal aangaat het meest overweldigend. Alle decoraties bestaan uit verguld houtsnijwerk, zelfs de traditionele muurschilderingen van het leven van Boeddha zijn vervangen door teakpanelen met reliëfvoorstellingen. Met dat houtsnijwerk — een handelmerk van het Noorden —  heeft het complex iets regionaals meegekregen. Thaise nouveaux riches en middenklassers vergapen zich aan de rijkdom en brengen verwoed offerandes.
(Uit: Sjon Hauser, Mekong. Van de Gouden Driehoek naar Vietnam. Nijgh & Van Ditmar, 2008, p.30-31.)

Vervolg de tocht richting Chiang Khong op Highway 1129. Drie kilometer voorbij Wat Phra That Pha Ngao ga je over de Mae Kok die wat noordelijker (aan je linkerhand) in de Mekong uitstroomt. De Mae Kok is hier een stuk breder dan in Tha Ton vanwaar je de rivier al kent (op dag 3). Een kilometer voorbij de brug is (rechts) de afslag naar de districtsplaats Doi Luang; je gaat echter rechtdoor, verder op Highway 1129 en passeert na 2 km de afslag (links) naar de nieuwe commerciële haven aan de Mekong. Ruim 6 km verder maakt Highway 1129 een scherpe bocht naar rechts. Volg die bocht en rijd niet rechtdoor!!  (Rechtdoor kom je op een plattelandsweg die de oever van de Mekong blijft volgen en met een flinke omweg weer op de Highway 1129 uitkomt.) De Highway 1129 begint na enkele kilometers geleidelijk de bergen in te klimmen temidden van maïsvelden afgewisseld met bos. Na ongeveer 9 km, op het hoogste punt, bereik je het Hmong-dorp Kiu Kan. Je kunt er even rondkijken, maar je krijgt de komende dagen nog talloze Hmong-dorpen te zien. Hmong zijn vaak te herkennen aan hun zwarte klederdracht met kleurrijk borduurwerk erop. Van de bergvolkeren in de Zuidoost-Azië waren deze Hmong de beruchtste papavertelers.

meer Mekong foto's
Vanaf Kiu Kan volgt een afdaling van 5 km, soms vrij steil, die laat zien dat je eerder wel degelijk naar een hoogte  van circa 750 m bent geklommen. In de wijde omgeving zijn de berghellingen ontgonnen voor de maïsteelt. Je zult inmiddels begrepen hebben dat het verbouwen van maïs in de bergen minstens zo belangrijk is als de rijstteelt. Wil je meer over de betekenis van maïs in Noord-Thailand weten, lees dan: Corn or maize, essential crop for millions of Thai farmers
Tijdens de afdaling zie je de Mekong na enige tijd beneden je liggen. Helemaal beneden, niet ver van de oever, kom je bij een T waar je rechtsaf slaat— de rit gaat gewoon verder op de H1129. Na 2 km, weer iets hoger in de heuvels, die er grenzen aan de rivier, bereik je een prachtig uitkijkpunt (Huai Sai Man Viewpoint).
Chiang Khong. Ongeveer 10 km verder ben je op Mekong-niveau (ca. 350 m boven zeeniveau) en bereik je het stadje Chiang Khong. Het heeft een belangrijke rivierhaven (de Tha Ruea Bak) en soms staan er lange rijen vrachtwagens te wachten om er hun goederen af te leveren. Bij een T ga je linksaf naar de haven, maar jij slaat rechtsaf en komt dan in de hoofdstraat van Chiang Khong.
Chiang Khong is in Noord-Thailand de toeristische springplank naar Laos. Veel toeristen steken er de rivier over naar het Laotiaanse Huai Xai, vanwaar ze met een slow boat (meestal een kampan) afzakken naar Pang Beng en verder naar Luang Prabang. Het plaatsje is dan ook veel toeristischer dan Chiang Saen en er zijn veel kleine hotels en guesthouses—sommige aardig gelegen aan de rivier—en vrij veel restaurants. Na ongeveer 2 km ben je door de ‘dorpsstraat’ van heen en voorbij het politiebureau begint de straat weer wat meer op een highway te lijken: Highway 1020 die zelfs grotendeels vierbaans is. Als je hier links een straat inslaat zul je door de ‘buitenwijken’ van Chiang Khong de oever van de rivier bereiken. Het dorp wat er ligt,  Ban Hat Khrai is beroemd om het vissen op pla buek, de Giant Mekong Catfish (de Mekong Reuzenmeerval, Pangasianodon gigas), de grootste zoetwatervis ter wereld die bijna 3 m lang en 250 kg zwaar kan worden. Het visseizoen is in het voorjaar wanneer de vissen naar de paaigronden in China trekken en duurt maar een paar weken. De opening ervan, meestal kort na Songkran in april,  is een groots spektakel met talloze ceremoniën en evenementen. Op de oever, bij de dorpstempel en naast het Nang Nual restaurant, is een aquarium voor deze enorme vissen gebouwd, maar een aantal jaren geleden was dit geheel verkrot en was er geen vis te bekennen. Er staat wel een mooi beeld van de vis. Als je op schema ligt dan is het Nang Nual (ran ahan nang nuan) de aangewezen plek om te lunchen—als het ook een keertje wat duurder mag zijn.


Highway 1020, vierbaans,  gaat aanvankelijk vooral door lintbebouwing en is dan weinig interessant. Pas na 10 km wordt de omgeving wat landelijker en na 16 km gaat deze verkeersweg over de Ing, een andere grote zijrivier van de Mekong. Meteen voorbij de brug sla je linksaf op de Highway 1155 naar Wiang Kaen. Dit is weer een vrij rustige tweebaansweg. Na 7 km bereik je Pak Ing bij de uitmonding van de Ing in de Mekong. Vanaf een tempel op een heuveltje heb je weer een mooi uitzicht. De weg gaat verder iets omhoog en je ziet de enorme rivier weldra links een honderd meter beneden je liggen. Ik vind dit deel van de rivier in het droge seizoen erg schilderachtig vanwege de vele rotspartijen die boven de waterspiegel uitsteken. Weldra zie je aan je linkerhand een klein geestenhuisje (San Chao Nakharat Nak Nakhi), niet zo opvallend, maar het is de moeite waard er even rond te kijken. Hier worden de naga’s van de Mekong vereerd. Naga’s zijn ‘draakachtige’, mythologische waterserpenten. Op het altaar staan dan ook vele naga-beeldjes, en er zijn vijvertjes aangelegd voor deze wezens. Een enkele keer spelen oude plattelanders er op klassieke Thaise muziekinstrumenten om de naga’s te behagen. Vijftig meter verderop is een klein bamboerestaurantje met uitzicht op de rivier—helaas nogal vaak gesloten. Een kilometer in de richting van Wiang Kaen is er opnieuw een mooi gelegen view point met eetgelegenheid.

naga's
Intermezzo: Naga’s van de Mekong
De oevers van de Mekong bevinden zich in het hart van de naga-verering. Deze mythologische slangachtige wezens werden al in het oude India vereerd en zijn waarschijnlijk met het hindoeïsme en boeddhisme in Zuidoost-Azië beland. Naga’s wonen vooral in de onderaardse wereld. Ze bewaken waterbronnen en zorgen voor regen en de vruchtbaarheid van het land. Ze zijn van nature niet kwaadaardig, maar als ze getergd worden kunnen ze met waterrampen en ander onheil toeslaan.
Ze spelen een grote rol in de mythen van Zuid- en Zuidoost-Azië. Zo zou Phya Si Satta Nak, de koning van de naga’s, de mekong hebben gegraven, inclusied de stroomversnellingen en omliggende bergen. Hij had ook steden aan de rivier gesticht, zoals het legendarische Yonok, en later weer van de boem weggevaagd. Naga’s domineren de mythen over de oorsprong van de de Khmers en Lao’s. Volgens één zo’n mythe was een jonge vrouw bij het zwemmen tegen een boomstam gestoten, dacht ze. Later baarde ze een zoon en de naga-koning claimde de vader van het kind te zijn. De jongen werd de leider van een volk dat naar Laos trok, de voorouders van de huidige Lao’s. Omdat ze menen van de naga-koning af te stammen tatoeëren Lao-mannen hun rug en armen nog met naga-figuren.
Regelmatig brengen naga’s onheil. Scheepvaarders op de Mekong gooien bij stroomversnellingen stukjes vlees en balletjes kleefrijst in het water om de serpenten goed te stemmen. Ze mogen dan af en toe geweldadig zijn, de naga’s zijn ook vrome boeddhisten. In Noordoost-Thailand meent men dat de monsters jaarlijks vuurballen produceren die vanuit de rivier hemelwaarts stijgen. Dit wonderbaarlijke fenomeen vindt alleen plaats op Ok Phansa (een dag met volle maan in het najaar) en de naga’s zouden met deze vuurballen eer brengen aan de Boeddha die ooit in de hemel zijn moeder bezocht en op Ok Phansa weer naar de aarde terugkeerde. Meer hier over in: Naga-vuurballen, mysterieuze lichtflitsen aan de Mekong

Wiang Kaen. Na een paar kilometer buigt de weg van de Mekong af en 12 km verder bereik je het kleine districtsplaatsje Wiang Kaen. Het centrum is bij een COSMO-benzinestation met aan de overkant nogal saaie accommodatie (de Daisy Inn met kamers voor 300 baht). In de buurt zijn ook een paar eenvoudige restaurants. Iets verder bereik je een T: de H1155 gaat er rechts verder richting Thoeng. Sla rechtsaf en na nog geen 100 m vind je aan je linkerhand de aardig gelegen accommodatie van Khoon Luang: kleine eenvoudige bungalowtjes rond een vijver. Een aardige plek als je eens wilt overnachten in een typisch, klein Noord-Thais plaatsje waar zelden of nooit toeristen komen. Je kunt vanuit Wiang Kaen ook uitstapjes maken. Wanneer je bij de T linksaf gaat kom je na ca. 12 km uit bij stroomversnellingen in de Mekong (de Kaeng Pha Dai en de Kaeng Kon Khan).  Ongeveer op deze plaats houdt de rivier op grensrivier te zijn en buigt af om naar de binnenlanden van Laos. Thailand houdt hier ook zo’n beetje op: je bent in de uiterste noordoosthoek van Noord-Thailand. Verder is er een grot in de buurt en 12 km ten zuiden van Wiang Kaen ligt een kleine waterval aan de weg.
Houd je je aan het schema, dan rijd je Wiang Kaen echter voorbij. De Highway 1155 loopt nu min of meer zuidwaarts in de richting van het stadje Thoeng. In de omringende bergen zijn talloze Hmong-dorpen en in een van de dorpjes aan de weg is wekelijks een bedrijvige markt waar de Hmong sterk vertegenwoordigd zijn (o.a. met hun traditionele kleding). In de jaren zestig en zeventig had de Communistische Partij van Thailand (CPT) hier veel invloed en veel Hmongs sloten zich bij hun bevrijdingsleger aan.
Na 16 km bereik je het dorp Pang Hat waar bij een school de afslag naar Pha Tang is. Sla hier linksaf. De  thang chonnabot (rural road of plattelandsweg) waar je nu op rijdt klimt al gauw de bergen in. Je passeert (aan je rechterhand) een indrukwekkende kalksteenberg en daarna slingert de weg vrij steil omhoog. Het bos heeft hier grotendeels plaatsgemaakt voor bouwland.
Pha Tang. Vanaf de afslag is het 14 km naar Pha Tang, een van de KMT(Kuomintang)-plaatsen in Thailand. Het plaatsje is niet al te schilderachtig vergeleken bij sommige van de KMT-dorpen die je inmiddels gezien hebt. De woningen liggen nogal verspreid maar het heeft nog een duidelijke Chinese uitstraling. Omdat je erg hoog zit is het uitzicht overal prachtig. Bijna bovenaan maakt de weg bij een afslag naar een school een scherpe bocht naar rechts en evenlater ben je bij een driesprong. Rechtsaf ga een van de dorpsstraatjes in, linksaf (de weg daalt er) ga je verder richting Phu Chi Fa. Ik zou zeggen: laat Pha Tang voor wat het is en ga verder naar Phu Chi Fa, nog zo’n 25 km.
Meteen bij de afdaling, grenzend aan Pha Tang, vind je een keuze aan accommodatie (bijvoorbeeld het Chill Chill) met een prachtig uitzicht over de bergen.
(Is het al laat, wat let je om hier de nacht door te brengen—ik raad het beslist af in het donker over dit soort bergwegen te rijden! Je zou dan de volgende morgen een uitstapje kunnen maken naar het hoogste punt bij Pha Tang. Tussen de driesprong en de accommodatie gaat een cementen weggetje omhoog. Aan het eind ervan, na ongeveer ongeveer 1 km, moet je nog een stuk over een pad door rotslandschap lopen totdat je bij een rots komt vanwaar je Laos en de Mekong ver in de diepte ziet liggen. Deze prachtige plek staat bekend als Doi Pha Tang Pratu Siam.)

Phu Chi Fa
Volgens schema rijd je Pha Tang echter voorbij. Je bent nu op Highway 1093 die langs de westkant van een bergketen kronkelt. Links (in het oosten) zijn overwegend beboste hellingen die zich boven de weg verheffen, rechts is vooral bouwland (met kool en maïs) op lager gelegen hellingen en kijk je uit op berg en dal die in het westen beneden je liggen. Er zijn stukken met prachtige natuur langs de weg en je komt voorlopig geen dorpjes tegen. Het aantal nog af te leggen kilometers naar Phu Ch Fa verschilt op de verkeersborden soms sterk van wat op de kilometerpalen staat aangegeven. In feite zijn er een aantal “Phu Chi Fa’s” langs de weg. Het eerste bereik je na 20 km: er is allerlei accommodatie links van de ‘highway’ waar een smalle weg bij een sala (wachthuisje) omhoog gaat. Ik zou kiezen voor het tweede Phu Chia Fa en doorrijden. Bijna 3 km voorbij het eerste Phu Chi Fa is aan je rechterhand een afslag (omlaag) naar Thoeng. Rijd daar rechtdoor. Twee kilometer verder gaat een zijweg links haaks omhoog naar het ‘Phu Chi Fa Forest Park’.
Phu Chi Fa. Ga rechtdoor en je bereikt na een paar honderd meter het tweede Phu Chi Fa, een dorpje met vooral links van de weg veel accommodatie en talloze restaurantjes en winkeltjes.
Phu Chi Fa is een belangrijke attractie, vooral voor Thaise toeristen. Al ver buiten Phu Chi Fa staan verkeersborden waarop de naam van de berg prijkt (zoals in Song in de provincie Phrae: PHU CHI FA 251  KM (vergelijk het met een bord ZANDVOORT AAN ZEE 250 KM dat je in de buurt van Keulen zou tegenkomen). In de wintermaanden strijken er honderden Thaise toeristen neer, maar de rest van het jaar is het er rustig.
Mijn favoriete plek is het Phu Chi Fa Inn iets omlaag rechts van de weg. De bungalows (300-400 baht) zijn basic, maar de tuin met grasveld grenst met een ballustrade aan een met jungle begroeide rotshelling. Er gaat een verhard pad met trap door deze jungletuin. ‘s Avonds kun je bij de ballustrade genieten van de geluiden uit het bos met een biertje in de hand. Bij veel andere accommodatie heb je weliswaar een wijdser uitzicht, maar de complexen van huisjes grenzen nogal dicht aan elkaar.
Besef dat het in de wintermaanden tijdens lange weekends en feestdagen hier erg druk kan zijn. De bezoekers kunnen nogal luidruchtig zijn. Andere maanden kan het er juist uitgestorven zijn: je moet dan ‘s avonds vroeg eten wil je nog een restaurantje vinden dat open is.
Rijd je dit tweede Phu Chi Fa door en vervolg je de route in zuidelijke richting dat vind je de erop volgende 10 km nog wel wat verspreid liggende accommodatie langs de weg, zoals het prijzige Phu Sawan. In “Phu Chi Fa II” zit je het centraalst en zijn de meeste voorzieningen (incl. benzine-automaat).
Je bent op een hoogte van 1400-1500 m en het koele klimaat en de omringende wilde natuur is hier de grote attractie.
Een must is de klim naar het hoogste punt. Je kunt dat het best in de namiddag of de volgende ochtend doen.  Rijd daarvoor iets terug naar de genoemde afslag naar het ‘Phu Chi Fa Forest Park’. Sla die weg in. Deze weg kronkelt een paar km verder omhoog en eindigt bij een parkeerplaats. Zet daar je motorfiets op slot en wandel door tamelijk open terrein naar de top van Phu Chi Fa, een afstand van ca. 800 m. De top met enkele steile rotswanden is op een hoogte van 1721 m en is een groot deel van het jaar door frisse nevels omgeven. (En in januari kan het er vroeg in de ochtend steenkoud zijn!) Je vindt er een interessante vegetatie aangepast aan de kille vochtigheid. De naam Phu Chi Fa is toepasselijk en betekent “Berg (met) Pis (uit de) Hemel”.

Ga verder naar: Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 6

©SJON HAUSER: tekst en foto’s