Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 4

Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag4
Gezicht op Sop Ruak vanaf de MekongDag 4. Mae Salong  – Mae Fa Luang – Mae Sai – Chiang Saen
Mae Salong<12 km>Sam Yaek<35 km>Mae Fa Luang Gardens<8 km>Phra That Doi Tung<36 km>Mae Sai<28 km>Gouden Driehoek<9 km>Chiang Saen. Totaal: 128 km

Vandaag leg je geen bijzonder grote afstand af. Vertrek echter vroeg, want een deel van de route gaat over tamelijk steile wegen door de bergen en er is veel te zien onderweg. Vanuit het centrum van Mae Salong rijd je verder over Highway 1234 in oostelijke richting. Je passeert weldra het Mae Salong Villa (aan je rechterhand) en wat verder het sjieke Mae Salong Flower Resort (links). Verderop strekken de theeplantages zich uit langs de dalende weg. Maak er eventueel nog wat foto’s als er theebladeren worden geplukt. De rit zet zich voort door nogal kaal berglandschap waar overwegend maïs wordt verbouwd. Na ongeveer 12 km bereik je een verhard veldje met een beeld van Phra Sayam Thewa Thirat, een soort beschermgod (of –geest) van de Thaise natie. Een paar honderd meter verder kom je bij een een T (Sam Yaek) waar je linksaf slaat, Highway 3051 op richting Thoet Thai. Bij de afdaling passeer je de Akha-dorpen Mae Salaep en Ton Muang. Dat laatste is tamelijk ‘authentiek’. Mocht je nog niet genoeg hebben van Akha-dorpen dan kun je er even rondkijken.

Doi Tung

Precies 8 km voorbij de T bij Sam Yaek moet je naar rechts afslaan. Let goed op want deze afslag staat niet duidelijk aangegeven en ligt wat verborgen. Het is een tamelijk smalle weg (Highway 1334) die meteen omhoog gaat. Op de hoek staat een verroest bord met daarop nog half leesbaar iets over de Mae Fa Luang Police en een geel bord met een pijl met  “6 km”; aan deze afslag ligt een kleine rubberplantage. Als je hier omhoog gaat zie je al gauw links een beek in de diepte liggen—je zit dan goed. De weg kronkelt behoorlijk, maar je gaat steeds maar rechtdoor, passeert een dorpje en een bruggetje. Geleidelijk wordt het wegdek slechter en worden de scheuren en pot holes dieper. Na 8 km ben je in bos en gaat de weg over een beek die rechts van de brug uitstroomt in een iets grotere beek. Een halve kilometer verder is de conditie van de weg bijzonder slecht. Er zitten diepe geulen in de weg, maar deze is voor de motorfiets nog begaanbaar (augustus 2013). Rijd geconcentreerd langs de geulen, loods desnoods de motorfiets aan je hand verder. Het is maar een stuk van een paar honderd meter. (Er is een kleine kans dat dit stuk weg in het regenseizoen na noodweer echt onbegaanbaar is geworden. In dat geval kun je het best naar de T van Sam Yaek terugrijden en daar rechtdoor gaan op de Highway 1234 richting Mae Chan. Na ruim 11 km is er een afslag naar links, de Highway 1338, waarover je ook Mae Fa luang bereikt.)
Een kilometer voorbij het zeer slechte stuk van Highway 1334 bereik je een T: sla rechtsaf het gave asfalt op. Ga steeds maar “rechtdoor” en negeer zijwegen die schuin op de weg uitkomen. Vijftien kilometer voorbij de T bereik je op nieuw een T met een bord “Phra That Doi Tung 17 KM”—sla linksaf. Twee kilometer verderop zijn de Royal Villa en de Mae Fa Luang Gardens gelegen, die zijn aangelegd ter ere van de Princess Mother. Als je van aangelegde tuinen houdt zijn de Mae Fa Luang Gardens een bezoek waard; er staan veel beelden tussen de bloemen en heesters. Rijd anders gewoon verder. Twee kilometer voorbij de tuinen komt de weg met een scherpe hoek uit op een andere weg (Highway 1149), rijd er gewoon rechtdoor. Weer 2 km verder gaat de hoofdweg met een bocht naar links, maar jij gaat echter rechtdoor over een smallere weg die vrij steil omhoog gaat. Na 2,5 km bereik je een soort plein bij een tempel. De H1149 gaat hier links omhoog richting Mae Sai. Je slaat echter rechts van het pleintje een weg in die ook omhoogklimt en na weer 1 km bereik je de trappen naar de Phra That Doi Tung bij een parkeerplaatsje waar waarschijnlijk een paar souvenirstalletjes staan. Je kunt hier je motorfiets parkeren en de trappen naar de Phra That beklimmen. De weg gaat echter links 500 m verder omhoog naar de Phra That op de top van Doi Tung. Deze klim is zeer steil en is af te raden bij een nat wegdek—afdalen kan dan gevaarlijk zijn.

Mae Sai

De Phra That Doi Tung is een van de meest vereerde boeddhistische heiligdommen in de province Chiang Rai. De vergulde phra that en het uitzicht zijn prachtig en er staan interessante beelden. De phra that is eeuwenoud en er bestaan allerlei legendes over. De restauratie van het heiligdom was een van de vele projecten van Khruba Si Wichai, de meest vereerde monnik van Noord-Thailand (1877-1938)— meer hierover in: Heilige van Noord-Thailand—de monnik Khruba Si Wichai.
De trap naar het heiligdom is over een grote afstand omzoomd door bronzen klokken. Bezoekers slaan er met houten stokken zachtjes tegen wat een aangenaam gebeier in vele toonhoogten voortbrengt. De tempel is helemaal door bosomgeven. In nabijgelegen bos (aan de steile weg, ongeveer honderd meter vóór de ingang van de tempel) liggen tientallen beelden verscholen tussen de rotsen en struiken. Sommige stellen episodes uit het leven van de Boeddha voor, maar er staan ook beelden van naga’s en demonen. Bij een boom die met veelkleurige sjerpen is omwikkeld wordt een vrouwelijke geest vereerd. De mensen hebben o.a. traditionele japonnen van brokaat aan deze geest geofferd.
Ben je bij het heiligdom uitgekeken rijd dan naar het ‘pleintje’ een kleine kilometer lager (waar de eigenlijke tempel ligt en de monniken verblijven) en sla er rechtsaf naar Mae Sai. Deze weg is tamelijk steil maar prachtig gelegen. Je hebt er aan je rechterhand vaak een mooi uitzicht op de kalksteenbergen en het dal van Mae Sai, terwijl aan je linkerhand Myanmar ligt. Er zijn een paar uitkijkpunten met uitzicht op het buurland en op sommige plaatsen bestaat de grens uit een bamboeschutting langs de weg. Je passeert twee militaire controleposten en doorgaans worden weggebruikers op deze zeer stille weg ook serieus gecontroleerd. Je moet je paspoort (of een kopie ervan) en het huurbewijs van je motorfiets hier echt bij je hebben!
Mae Sai. Voorbij de tweede controlepost daalt de weg af naar Mae Sai en je komt uit bij het ‘grote kruispunt’ met stoplichten van Mae Sai, ongeveer 3 km ten zuiden van de grensovergang. Sla linksaf de H1 op en rijd naar het centrum van Mae Sai. (Denk je dat een bezoek aan het drukke Mae Sai misschien iets te veel van het goede is, rijd dan rechtdoor richting Chiang Saen. Maar stop even meteen voorbij het kruispunt om een van de mooiste bouwwerken ter wereld—als je van Kitsch houdt—te aanschouwen, het Bird Hotel dat van top tot teen is beladen met vergulde ornamenten, terwijl de muren rond het hotel zijn uitgerust met een paar dozijn beelden van vergulde Romeinse krijgers.)

Wat Phra That Doi Wao

Ga je wel naar Mae Sai dan zie weldra aan je linkerhand overheidsgebouwen met op hun terrein de Lak Mueang of stichtingspilaar van de stad en het standbeeld van een legendarische lokale krijger. De weg komt na 3 km uit bij de grens met Myanmar waar Highway 1 eindigt. Je zult inmiddels gezien hebben dat het stadje een groot aantal winkels, restaurants en zelfs hotels rijk is. Overdag is er een flinke bedrijvigheid, ‘s avonds is het er een dooie boel en ik vind Mae Sai verre van ideaal om te overnachten. Maar er zijn wel een paar aardige dingen om te bekijken.
Myanmar. In de eerste plaats is het mogelijk om een paar uur in het aangrenzende Tacheleik (Tha Khilek) in Myanmar rond te wandelen. Het uitstempelen bij de Thaise douane en het verkrijgen van een visum voor Myanmar (500 baht) gaat doorgaans vrij snel. Het Birmese stadje bestaat voor een groot deel uit marktkramen en kleine winkeltjes waar een veelheid aan tamelijk goedkope producten uit Myanmar en China te koop ligt: kleding en andere textiel, electrische apparaten, optische instrumenten (verrekijkers), CD’s, gedroogde shitake paddestoelen, enzovoorts. Loop je wat langer door de straatjes dan zul je zien dat die ‘veelheid’ niet zo geweldig groot is, want alle zaken verkopen zo’n beetje hetzelfde. Bovendien liggen in de winkels in Mae Sai de meeste producten ook te koop en ze zijn er beslist niet duurder. Echt bijzondere producten zul je in Tacheleik niet gauw aantreffen. De opdringerige venters van goekope Viagra en Birmese ‘nep’ Marlboro-sigaretten kunnen er een plaag zijn. Tenslotte dien je je te realiseren dat je terug bij de Thaise grens maar een entry geldig voor een verblijf van 15 dagen krijgt (en niet een maand, zoals bij aankomst op de luchthaven van Bangkok). Dus ik zou willen zeggen: blijf lekker in Thailand.
Wat Phra That Doi Wao is wel een bezoek waard. Deze boeiende tempel ligt op een heuvel dichtbij de grens. Tweehonderd meter vóór de grensovergang, en iets voorbij een Chinese tempel, begint aan je linkerhand een overdekte winkelgalerij. Daar moet je in. De winkeltjes houden na een paar honderd meter op aan de voet van een heuvel. Daar gaat een lange trap omhoog naar de Phra That (minstens zo lang als naar de Phra That op Doi Suthep, bij Chiang Mai). Je kunt echter ook over een weg omhoog rijden. Vanaf de tempel heb je een prachtig uitzicht op Myanmar—de smalle Mae Sai-rivier, die de grens vormt, zie je echter nauwelijks. De tempel is vooral interessant als een goed voorbeeld van uitbundig religieus syncretisme, een plaats waar de sobere levensleer van Boeddha samengaat met moderne consumptiedrift en commercie, praalzucht en een veelheid van vereringen die niets met ‘puur’ boeddhisme te maken hebben.

jadebewerking in Mae Sai

De vergulde Phra That is het centrale bouwwerk op de top en deze is niet vermengd met niet-boeddhistische elementen. Een phra that is een chedi (pagode) waarin een relikwie verborgen zou zitten en zo’n bouwwerk wordt daarom zeer vereerd. Om te voorkomen dat de saksit (een soort bovennatturlijke kracht) niet bezoedeld wordt door onreine krachten, mogen vrouwen een phra that vaak niet al te nader komen—dit taboe heeft te maken met het wereldwijde taboe op menstruatiebloed.
Er staat verder een groot aantal boeddhabeelden op het tempelterrein. Daarnaast wordt in een speciale sala een oude monnik vereerd en brengen mensen er ook offerandes aan het beeld van een reusachtige krab (waaraan een legende verbonden is) en aan beelden van de krijgshaftige koning Naresuan de Grote (ca. 1600). Naresuan is vooral bekend als de koning die Siam bevrijdde van Birmese overheersing. De veldslag waarbij hij de de Birmese kroonprins, tevens opperbevelhebber van de vijandelijke troepen, tijdens een duel op de rug van een olifant onthoofde is voor de Thais een van de hoogtepunten uit de vaderlandse geschiedenis. Heel tactisch om zo’n beeld hier aan de grens met het buurland neer te zetten! Aan de overkant in Tha Khilek staat een beeld van een Birmese koning die Siam had onderworpen. Af en toe laaien de ‘eeuwenoude’ ruzies tussen de twee bevriende mogenheden weer op en wordt er weer even aan de grens geknokt. Een paar jaar geleden werd er zelfs bij Mae Sai over en weer geschoten en was de grens enige dagen gesloten. Verder wemelt het op het terrein Wat Phra That Doi Wao van de beelden van de hindoegod Genesha (met de kop van een olifant) die er eerder een decoratief dan religieus element lijken te zijn.
Jade. Mae Sai is een van de centra voor de bewerking van edelstenen uit Myanmar, met name jade, robijnen en saffieren. Jade is een prachtige steensoort waarvan allerlei soorten beeldjes, ringen en andere voorwerpen worden gemaakt. In het stadje zijn vele werkplaatsen waar je welkom bent om te zien hoe dit gebeurt. De meeste zijn te vinden aan de achterzijde van de sieradenwinkels dicht bij de Mae Sai-rivier aan de hoofdweg. In de Mandalay Shop, ook aan de hoofdweg maar 200 m verder terug (tegenover het politiebureau), krijg je een gratis rondleiding met informatie over de herkomst van de jade e.d.

Mae Sai - Gouden Driehoek

Gouden Driehoek. Vervolg je tocht vanuit Mae Sai door terug te rijden naar het grote kruispunt met het bombastische Bird Hotel. Sla er linksaf. Je bent al gauw tussen de rijstvelden. Volg de borden Chiang Saen en Sam Liam (Laim) Thong Kham—dat laatste is Thais voor Gouden Driehoek—wat erop neerkomt dat je gewoon rechtdoor blijft rijden. Af en toe passeer je stukken (aangeplant) teakbos en laag heuvellandschap. Na 24 km (gerekend vanaf het Bird Hotel) bereik je (rechts van de weg) de afslag naar de groots opgezette Hall of Opium, een museum met ‘multimedia entertainment’ over de rol van de Gouden Driehoek in de opiumhandel.
Driehonderd meter verder ligt (ook rechts) het Golden Iyara Resort met een goed en betaalbaar lunchbuffet. Rond lunchtijd kan het er druk zijn als ladingen toeristen uit tourbussen er komen eten. Beter is het wellicht 500 m door te rijden. Daar is een aantal eenvoudige restaurantjes mooi gelegen op de oever van de Ruak met uitzicht op de Mekong (200 m verderop stroomt de Ruak uit in de Mekong). Rijd je verder dan bereik je na 300 m het Imperial Resort (rechts) en wat verder, iets vóór het enorme vergulde boeddhabeeld, ben je in het hart van de Gouden Driehoek. Er staan verschillende borden en praalpoorten “Gouden Driehoek” op de oever. Aan de andere kant van de weg zijn talloze souvenirkramen. Je kunt hier ook met een long-tailed boot een tochtje over de rivier maken; dat is prijzig. Het uitzicht over de brede rivier is mooi. Links stroomt de Ruak uit in de Mekong, aan de overkant ligt Myanmar (het grote gebouw in de verte is een casino) en rechts aan de overkant ligt Laos.

Gouden Driehoek

De iets verderop gelegen Boeddha op een praalschip is ook het bekijken waard. Waar aan de rivier een pleintje met een parkeerplaats is, kun je een trap omlaag en een tochtje in een (grote) rondvaartboot maken. Dat is een aanrader. Wacht tot er een reisgezelschap voor zo’n toertje inscheept. Regel met de reisleider of de rederij dat je voor ca. 200 baht meekunt. Tijdens zo’n boottochtje krijg je ook  je de gelegenheid een half uur rondkijken op een markt in Laos. Op deze markt liggen o.a. flessen sterke drank te koop met daarin geprepareerde slangen, schorpioenen of reusachtige duizendpoten die goed voor de potentie heten te zijn. Je krijgt geen stempel in je paspoort en hoeft je paspoort zelfs niet te tonen—oftewel, officieel verlaat je Thailand helemaal niet.
Daarna is een bezoek aan het kleine opiummuseum aan de overkant van de weg een aanrader. Het biedt interessante stuff, waaronder vitrines vol opiumgewichtjes en een soort Panorama Mesdag van een opiumverslaafde die zijn pijpje liggend rookt in een sobere bamboehut. Er is ook beelddocumentatie te vinden over de Giant Mekong Catfish en het Karen ‘giraffenhals’-volk.
Nabij het opiummuseum gaat een pad vrij steil omhoog naar de top van een heuveltje. Je hebt er een subliem uitzicht over de rivier, maar ook hier is het nogal toeristisch. Er staat  een oude, grotendeels geruïneerde tempel, Wat Pu Khao (Tempel van de Witte Krab). Wees voorzichtig bij het afdalen.

Opium Museum

Iets voorbij het opiummuseum komen twee stegen uit op de weg (aan de rechterkant) waaraan een ruime keuze aan eenvoudige accommodatie is gelegen. Wil je in Sop Ruak (zo heet het dorpje op het drielandenpunt) de nacht doorbrengen dan vind je hier wellicht iets naar je smaak. Ik geef de voorkeur aan een overnachting in Chiang Saen. Vanaf Sop Ruak is het slechts 6 km naar de Chiang Saen. En route kijk je links uit over de Mekong. Het landschap wordt er behalve door de majestueuze rivier gedomineerd door allerlei nieuwe commerciële projecten, zowel op de Thaise als Laotiaanse oever.
Chiang Saen is een oude (misschien wel de oudste) stad in Noord-Thailand. Deze was geheel omgeven door stadswallen, maar de wallen aan de oostkant zijn ooit in de Mekong weggezakt. De andere wallen staan er nog en je ziet ze aan je rechterhand als je Chiang Saen binnenrijdt. Iets verder ligt (ook rechts) het rustig gelegen Gin’s Guesthouse, mijn eerste keuze om de nacht in Chiang Saen door te brengen.

Chiang Saen

Schuin tegenover dit guesthouse ligt een nieuwe uitspanning die bezoekers lokt met een kinderboerderij met schapen en en rood-witte spoorwegwagon, een goede plek om in de namiddag of avond een pilsje te drinken met uitzicht op de rivier en de Laotiaanse oever. De Mekong is hier 800 meter breed en al een kolossale rivier—bedenk dat deze nog helemaal door Laos (en Noordoost-Thailand), Cambodja en zuidelijk Vietnam zal gaan en de waterafvoer van nog zo’n drie landen krijgt te verwerken alvorens eindbestemming Zuid-Chinese Zee te bereiken. Het uitzicht over de rivier bij Chiang Saen wordt geprezen in allerlei oude reisbeschrijvingen. Je vindt er meer over in mijn boek Mekong. Van de Gouden driehoek naar Vietnam.

kampan en Mekong

In Chiang Saen zijn talloze uitspanningen aan de Mekong waar je kunt dineren met uitzicht op de enorme rivier. Een deel van de oever is er boulevard en ‘s avonds zijn daar talloze eetstalletjes waar je o.a. lekkere vis kunt krijgen (geroosterd met zout) en gerechten als tom yam thale (zure en scherpe curry met vis, garnaal en inktvis). Je eet er doorgaans gezeten op een matje. Koel bier en Mae Khong-‘whisky’ (genoemd naar de rivier) zijn er ook te koop. Hier eten en drinken en uitkijken over de rivier is het ultieme Mekong-genot!

Meer over Chiang Saen en de Mekong vind je in : Golden Triangle in the eyes of early western explorers

Ga verder naar: Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 5

©SJON HAUSER: tekst en foto’s