Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 3

theeplantagesDag 3. Doi Ang Khang – Fang – Tha Ton – Mae Salong
Ban Khum<37 km>Fang<29 km>Tha Ton<29 km>Ban Lo Cha<16 km>Mae Salong. Totaal: 111 km

kaart Noord-ThailandMaak eventueel nog een ochtendwandeling in de bossen rond Ban Khum, maar vervolg de tocht niet later dan 11.00 AM. Je rijdt terug, bergopwaarts, naar de militaire controlepost (ca. 5 km). Daar sla je linksaf. Een steile afdaling volgt. Rijd in een lage versnelling. Verkijk je niet op de steilheid van de weg, zeker niet als het wegdek na regen of dauw glad is. Via indrukwekkende haarspeldbochten zigzag je door een prachtig berglandschap. Wat lager liggen er vele litchi-boomgaarden op de hellingen, nog lager worden vooral tangerinen (iets tussen sinaasappel en mandarijn in) gekweekt. Na twintig minuten afdalen bereik je het laagland van Fang en weldra ben je bij de Highway 107, 10 km ten zuiden van Fang.

afdaling Doi Ang KhangSla bij de T linksaf. Meteen aan de overkant kun je weer tanken. Na een paar kilometer staat links een jaknikker langs de weg. Die maakt de bezoeker erop attent dat Fang de eerste plaats in Thailand was waar commercieel aardolie werd gewonnen. Daar zijn jaknikkers nog steeds aan het werk, ongeveer 10 km oostelijker aan de H109 richting Mae Suai. Je rijdt de afslag van de H109 echter voorbij en bereikt de grote districtshoofdstad Fang na ca. 8 km. Er zijn vele winkels (inclusief een TESCO Lotus supermarkt) en talloze hotels. Waarschijnlijk heb je weinig oog voor dit alles en je kunt om Fang heen door vlak voor het stadje linksaf de omleiding van de highway op te slaan. Vanaf deze weg aan de westkant van de stad heb je een goed uitzicht op Doi Pha Hom Pok, een van de hoogste bergen van Thailand (vaak in de wolken gehuld, zoals de Thaise naam aangeeft: ‘de berg die in een dekentje gewikkeld is’). Aan deze omleiding zijn er afslagen naar het Doi Pha Hom Pok nationaal park en ook naar de top van de berg, maar er is geen tijd voor deze uitstapjes.

ten westen van FangTen noorden van Fang herenigt de omleiding zich met de weg die dwars door de stad gaat. Highway 107 wordt hier Highway 1089. Via het districtsplaatsje Mae Ai bereik je Tha Ton, 24 km ten noorden van Fang. Nabij Tha Ton stroomt de Kok (rivier) vanuit Myanmar Thailand binnen. De Kok afzakken in een long-tailed boot of een slow boat met een hutje erop is binnen het Thaise toerisme inmiddels een ‘klassieker’, maar verder rijden op de motorfiets is ook heel mooi. Bij de brug over de Kok is een aantal restaurants waar je kunt lunchen. Je kijkt er uit op de resorts en tempels in de omringende bergen.

Tha TonVervolg je tocht op de H1089 in oostelijke richting. Er liggen talloze hill tribe dorpen langs de weg, de meeste zijn Akha-dorpen.  Laat ze voor wat ze zijn, totdat je 29 km voorbij Tha Ton het dorp Lo Cha bereikt (‘Bann Lorcha’ staat er op een van de borden). Dit dorp is nog in een zeer traditionele staat en de meeste huizen zijn van gespleten bamboe met daken van gras. Ga hier een half uurtje rondkijken. Je ziet er o.a. een schommel die in het regenseizoen wordt gebruikt tijdens het Akha-schommelfestival en er is een toegangspoort met obscene houten beelden: volgens een Akha-expert  zijn dat geen vruchtbaarheidssymbolen maar dienen ze om boze geesten en kwaadwillenden af te schrikken.
Mocht men eisen dat je een toegang tot het dorp betaalt en mocht je daar niet van gediend zijn, rijd dan verder. Er ligt weldra nog een tamelijk gaaf Akha-dorp aan de weg. Twee kilometer voorbij Lo Cha kom je bij een T: sla daar linksaf.

Lo ChaJe passeert het Akha-dorp Ruam Chai (met kleine theeplantages) en de afslag naar het Liso-dorp Heko (links van de weg een blauw bord). Een kilometer verder is in een bocht van de weg de afslag naar het Akha-dorp Lo Yo dat een alternatief voor Lo Cha is. Je hoeft er geen entreegeld te betalen  en het begint er wat toeristisch te worden.
Wil je meer over de Akha’s weten, lees dan: Akha Swing Festival, ethnic culture in the mountains , Alting von Geusau en de Akha van Noord-Thailand en Bergvolkeren in Noord-Thailand — misverstanden, vooroordelen

Vijf kilometer voorbij Lo Yo, bereik je de eindbestemming deze dag, Mae Salong (de berg waar het plaatsje op ligt heet Doi Mae Salong). Rechts is de toegangspoort naar het Chinese Martyr’s Memorial Museum. Rijd verder en na ongeveer 700 meter ben je in het toeristische hart van het plaatsje met vele tea shops en soms staan er tourbussen vol toeristen. Daar begint ook een weg die naar een prachtige chedi op het hoogste punt van de berg gaat. Die chedi draagt de welluidende naam van Phra Boromma That Chedi Si Nakharin Sathit Maha Santikhiri. Rijd echter verder om eerst geschikte accommodatie te vinden, zoals het Little Home Guesthouse of het Sin Sae Hotel die een kilometer verderop naast elkaar liggen.

diverse thee plaatjesNeem daar of elders je intrek. Je zult inmiddels gezien hebben dat er vele restaurants en winkels in de plaats zijn en een enorm aantal zaken waar je thee kunt proeven en kopen.
Gebruik de rest van de dag voor een bezoek aan zo’n tea shop, een ritje naar de chedi en een bezoek aan het genoemde museum ter nagedachtenis van de Chinese martelaren.
Mae Salong is wellicht het grootste en meest bekende van het tiental Kuomintang-dorpen in Noord-Thailand (waarvan je er inmiddels 5 of 6 hebt gezien). In het museum vind je uitvoerige informatie over hoe de nationalistische troepen hier uiteindelijk belandden na de overwinning van Mao Zedong. Minder expliciet is men hoe die troepen bijna twintig jaar aan de periferie van een vreemde mogenheid ver van huis hebben weten te overleven: met de handel in opium en heroïne. De Thaise overheid, met grote vrees voor het oprukkend communisme, was echter wel blij een soort militaire, anti-communistische buffer te hebben in zijn grensgebieden. Rond 1980 was de geopolitieke werkelijkheid sterk veranderd: communistisch China werd een bondgenoot van Thailand en de drugshandel en het verbouwen van papavers werden hard aangepakt.

Mae SalongDe KMT werd aangezet van de opiumhandel over te stappen op het verbouwen en verhandelen van eerste kwaliteit thee. De theeplantages rond Mae Salong worden vaak aangehaald als een zeer geslaagd opiumsubstitutieprogramma. Ze hebben echter wel tot enorme ontbossingen geleid en vele kleine zelfstandige Akha-boeren zijn armzalige, landloze plantage-arbeiders geworden.
Als de bekroning van het succes en om het kwaad van het verleden wat te verdoezelen werd de naam Mae Salong veranderd in Santikhiri (‘Heuvel van Vrede’), maar iedereen gebruikt de naam Mae Salong nog.

Omdat Mae Salong jarenlang het centrum was van een stuk wereldgeschiedenis, is het boeiend er meer over te lezen wanneer je er op reis bent. Je vindt er meer over in mijn boek Mekong, van de Gouden Driehoek naar Vietnam. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam, 2008 (hoofdstuk ken 2-6). Een uitvoerige studie over de Akha’s, theeplantages en de KMT in dit gebied is Border landscapes. The Politics of Akha Land Use in China and Thailand door Janet C. Sturgeon. Silkworm Books, Chiang Mai, 2005. Goede informatie over de KMT, drugshandel en opiumsubstitutie in Noord-Thailand vind je in Ron Renard’s Opium Reduction in Thailand 1970-2000. Silkworm Books, Chiang Mai, 2001. Deze drie boeken zijn te verkrijgen in Chiang Mai. De laatste twee in het Suriwong Book Centre aan de Si Don Chai Road in Chiang Mai, het eerste door in Chiang Mai contact op te nemen met Sjon Hauser: contact

KuomintangUit Sjon Hauser, Mekong. Van de Gouden Driehoek naar Vietnam (p. 58-60 ):

De volgende morgen ademde ik in Mae Salong, het centrum van de theecultuur, de frisse berglucht in. Aan de hoofdstraat vond ik een restaurantje gerund door islamitische Ho-Chinezen, in China ‘Hui’ genoemd. Ik was omringd door ingelijste prenten van Mekka; koffie en een khao soi curry brachten me tot leven. Ondertussen begonnen aan de overkant Akha-vrouwen samen te scholen. Een enkele droeg nog een bescheiden traditionele muts met zilverkleurige noppen, maar de meesten hadden een kleurig hoofddoekje om. Het waren landarbeiders die wachtten op vervoer naar de theeplantages.
Ik hoefde het plaatsje maar een klein stukje uit te rijden of ik was omringd door glooiende berghellingen waar vrouwen met manden op hun rug gebogen tussen de theestruiken liepen en de blaadjes plukten. Rond Mae Salong wordt de dure ulong-thee verbouwd die vooral bestemd is voor de export. Deze theesoort heeft veel zonlicht nodig, zodat er geen enkele boom van het oorspronkelijke bos is blijven staan. Waar niet geplukt werd, waren mannen — ook overwegend Akha’s — bezig de struiken te besproeien. De kleine kinderen van Akha-moeders speelden aan de rand van de plantage.
In 1961 werd de vijfde divisie van het Kuomintang-leger uit Birma verdreven en streek in Mae Salong neer. Van daaruit bleven ze de opiumhandel vanuit de Birmese Shan-staat en Noord-Thailand controleren. Maar er waren ook drugsbaronnen. Khun Sa, de beruchtste, vestigde zich in 1976 in het Thaise Hin Taek, twintig kilometer van  Mae Salong en controleerde er vijftig opium producerende dorpjes en een deel van de opiumkaravanen uit Birma. Zijn ‘lijfwacht’ bestond uit duizenden huurlingen.

Onder druk van de Verenigde Staten moest Thailand aan deze situatie een eind maken. Het zond een militaire delegatie naar Taiwan: het verbouwen van thee van topkwaliteit thee zag men als de oplossing voor het probleem en generaal Kriangsak Chomanan, de toenmalige Thaise premier, kwam persoonlijk Taiwanese theeplantjes uitdelen. In de erop volgende jaren belandde het meeste land rond Mae Salong in handen van Thaise ondernemers die er de theeplantages lieten aanleggen.
In 1982 vond het  tweede deel van de pacificatie plaats: Khun Sa en eenheden werden over de Birmese grens gedreven. Mae Salong werd omgedoopt tot Santi Khiri (‘Berg van de Vrede’) en Hin Taek tot Thoet Thai (‘waar de Thaise Spirit leeft’). De theeplantages worden nu alom geroemd als een success story in de strijd tegen de drugs.
Terug in Mae Salong zag ik de eerste toeristenbussen al geparkeerd staan. In luxueuze showrooms waren de bezoekers thee aan het proeven of keken rond in de schuren waar de thee werd geroosterd.
Voor de voormalige opiumverbouwers was de gewassubstitutie geen zegen. Door het tekort aan bouwland — theeplantages en dennenaanplant slokten de grond op — werden velen gedwongen op de plantages te gaan werken. Er was er ‘een kapitalitische ontwikkeling in een notendop’: enkele Akha’s wisten zich te verrijken, de meesten werden armer.
Onderzoekster Janet Sturgeon vond dat de rijkste Akha’s 900 keer rijker was dan de armste! Waren de Akha’s eerst vrije boeren waar de overheid zich nauwelijks mee bemoeide, nu wordt  er voortdurend over hen bedisseld door ambtenaren en worden hun allerlei beperkingen opgelegd. Ze worden vooral als niet-Thaise indringers gezien,  kunnen vaak geen identiteitspapieren krijgen en zijn dan veroordeeld tot de slechtst betaalde baantjes.
Ik vervolgde mijn rit naar het voormalige bolwerk van Khun Sa, jarenlang Washingtons ‘meest gezochte schurk’. Niets, behalve misschien een verkeersbord met een tiental roestende kogelgaten, wees erop dat ik de voormalige bestuurskamer van ‘s werelds drugshandel naderde. In Hin Taek liepen de dorpelingen net naar een vergulde stoepa om er bloemen te offeren. Aan de andere kant van het dorp zag het voormalige huis van Khun Sa er maar heel gewoon uit. De dorpelingen en de Akha’s uit de omgeving hadden vooral goede herinneringen aan de drugsbaron. Zijn troepen beschermden hen tegen rebellen uit Birma. De mensen verkochten hun opium aan Khun Sa en als ze in de problemen zaten klopten ze zelden vergeefs bij hem aan.

De Kuomintang voerde met het opleggen van dwangarbeid en het inpikken van opium en rijst echter een terreurbewind onder de bergvolkeren. De Kuomintang was geen vijand nummer één, twee of drie van de Amerikanen, maar kon juist decennia op hun steun rekenen.
Ik maakte nog een foto en reed vanuit het dorp waar nu ‘de ware Thaise Spirit leeft’ in één ruk door naar de Mekong.

©SJON HAUSER: tekst, foto’s en kaartwerk

Ga verder naar: Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 4

opiumkaravaan