Motorfietstocht oostelijk Noord-Thailand, 15 dagen-dag 10

dag10-fig 1 Sao DinDag 10: Nan<35 km>afslag naar Mlabri-dorpje<15 km>Huai Yuak<30>Highway 101 ten zuiden van Nan<10 km>Wiang Sa<35 km>Na Noi<7 km>Sao Din<7 km>Na Noi<32 km>Pak Nai. Totaal: 172 km

De dagrit begint vanuit Nan en gaat in de richting van Chiang Muan. Volg in de stad de groene verkeersbordjes richting PHAYAO. Die brengen je, als het goed is, op de Highway 1091 naar Chiang Muan, een rustige weg die geleidelijk de bergen inklimt. Na ongeveer 20 km bereik je het grote Hmong-dorp Song Khwae dat zich aan beide kanten van de weg uitstrekt. Voorbij het dorp klimt de weg pas echt duidelijk omhoog. Aan je linkerhand komen er verscheidene afslagen. Je moet uitkijken naar de afslag van een smalle weg met op de hoek een aantal stalletjes waar Hmong bamboespruiten, groente en dergelijke verkopen. Die afslag is op ongeveer 35 km van Nan en wordt waarschijnlijk aangekondigd met een blauw vierkant verkeersbord met daarop “Mlabri Community” of iets dergelijks. En op witte borden bij de afslag wordt de bestemming van de Hmong-dorpen Pang Poen en Huai Yuak gegeven.
Je daalt over de smalle asfaltweg af door berglandschap dat grotendeels ontbost is en als bouwland dient. Na een paar kilometer bereik je Pang Poen (met aan je rechterhand een school). Veel dorpelingen verbouwen gembers en misschien is het aardig hier even rond te kijken. Dan gaat de rit verder in min of meer zuidoostelijke richting. Je rijdt weer over een smalle kronkelweg die uitstekend geasfalteerd is. Zover het oog reikt zijn de bergen hier ontbost en wordt er vooral maïs verbouwd. Na ongeveer 10 km bereik je het Hmong-dorp Huai Yuak. Iets vóór dit dorp ligt links van de weg, iets hoger, een paar dozijn hutten waar een Mlabri-gemeenschap (Chum Chon Tong Lueang) woont. Het is er doorgaans rustig omdat veel bewoners op de velden aan het werk zijn en de oudere kinderen naar school (in het aangrenzende Hmong-dorp) zijn—de kleintjes zijn te vinden in een crèche bij de ingang van de het Mlabri-dorpje.

dag10-fig 2 omgeving Mlabri1. “Chum Chon Torng Leang” (Chum Chon Tong Lueang)—de Gemeenschap van de Gele Bananenbladeren. 2. Met maïs bebouwde berghellingen zover het oog rijkt. 3. Mlabri aan het werk op de velden. 4. Een foto van een overnachtingsplaats in het bos van Mlabri in de jaren dertig van de 20e eeuw.

Mlabri. Het Mlabri-volk is heel bijzonder. Het is wel het meest ‘primitieve’ volk van de regio genoemd. Tot voor kort leefde het nog in de ‘Oude Steentijd’, maar zelfs het gebruik van stenen werktuigen kenden het niet. De meeste van hun gebruiksvoorwerpen waren van bamboe. Ze trokken jagend op klein wild en knollen verzamelend door het bos. Huizen hadden ze niet. De nacht brachten ze door in provisorische ‘tentjes’ van bamboe en de bladeren van wilde bananenstruiken, zo eenvoudig dat de Oostenrijkse volkenkundige Adolf Bernatzik het ‘nesten’ noemde. Die lieten ze weer achter wanneer de Mlabri de volgende dag verder trokken.

dag10-fig 3 Mlabri 1. De Mlabri van Huai Yuak hebben al 4 keer bezoek gehad van www.thailandgek.nl. 2-3. Mlabri-moeder en kind: 1934 en 2008.

Ze waren erg schuw en de volkeren uit de omgeving (Noord-Thais, Htin, Hmong) kenden de vergeelde bladeren die van hun tijdelijke kampementen overbleven dan ook beter dan dit volk zelf. Velen meenden dat het geen mensen maar geesten waren en de Mlabri werden vaak de ‘Geesten van de Gele Bladeren’ genoemd. Door de ontbossing werd dit volk in de ‘klauwen’ van de beschaving gedreven (missionarissen; Hmongs die ze op hun akkers lieten werken, etc.).
Wat oudere mannen lopen nog in lendelappen rond en roken pijpen gemaakt uit de wortelstokken van bamboe—met name als er toeristen komen.

dag10-fig 4 Mlabri-2Links: Mlabri-vrouwen op weg naar de velden. Midden: Een oudere man die in het dorp is achtergebleven. Rechts: Jong Mlabri-gezin voor hun woning in Huai Huak.

Een bijzonder volk, dat de sprong van bamboecultuur naar informatietijdperk in minder dan twee generaties heeft doorgemaakt. Nu rijden de mannen op motorfietsen. Een klein beetje ‘aapjes kijken’ blijft het bezoek natuurlijk wel. Meer informatie over dit volk vind je in het artikel:  Mlabri—de Geesten van de Gele Bladeren in Nan en Phrae
Na deze kennismaking met de Geesten van de Gele Bladeren heb je nog een flinke rit voor de boeg voordat je bij eindbestemming Pak Nai zal zijn.

Je rijdt rechtdoor, voorbij de school en verder. Mogelijk komt er weldra een stuk weg dat nog onverhard is en dat in het regenseizoen blubberig is. Het is slechts een kort stuk van een paar kilometer, daarna kom je weer op een smalle, verharde weg—en ik denk zelfs dat het ‘blubberpad’ inmiddels ook verhard is. Wat het nog niet erg gemakkelijk maakt om zonder verkeerd te rijden in Wiang Sa te belanden.
Via een wirwar van plattelandswegen kun je richting Wiang Sa rijden en je komt dan ongeveer 10 km ten noorden van Wiang Sa uit op de hoofdweg (op Highway 101). Maar je moet een aantal keren ergens afslaan terwijl de weg niet goed staat aangegeven (ook niet in het Thais). Sla je een keer te vroeg linksaf dan beland je mogelijk weer op de Highway (de 1091) die je eerder die dag vanuit Nan bent opgereden om de Hmong-dorpen en Mlabri-nederzetting te bereiken. Mocht dit gebeuren, geen ramp, maar je bent dan wel flink omgereden. In dat geval naar Nan terugrijden en daar afslaan (Highway 101 op) naar Wiang Sa. Beter is de Thaise borden te volgen waar dat mogelijk is, en anders bij een splitsing de weg vragen met behulp van een stuk papier waarop in het Thais staat: Wiang Sa, welke kant moet ik op? De doorsteek over de landweggetjes naar de hoofweg bedraagt vanuit de Mlabri-nederzetting ongeveer 30 km en dan komt er nog eens 10 km over de Highway bij naar Wiang Sa. Succes ermee!
Wiang Sa is een tamelijke grote districtshoofdstad. Highway 101 buigt er af naar rechts, in de richting van Phrae. Jij gaat rechtdoor, op Highway 1026, naar het centrum van de plaats. Wiang Sa is al even bekend om zijn jaarlijkse bootraces op de rivier de Nan als de stad Nan zelf. Maar in het stadje is weinig te zien.
Aangekomen bij een kruispunt met stoplichten zet je de rit voortzet over de Highway 1026 richting Na Noi. Dit plaatsje ligt ongeveer 30 km ten zuiden van Wiang Sa.

dag10-fig 5 ooievaarsAsian Openbills fourageren in de geploegde rijstvelden.

De weg naar Na Noi gaat door laagland en lage heuvels waarvan een deel nog bebost is. Als je gedurende het regenseizoen door het laagland van Wiang Sa of Na Noi rijdt, zie je mogelijk ooievaars in de geploegde en onder water staande rijstvelden staan om zich te goed te doen aan kikkers, visjes of waterslangen. Het is de Asian Openbill (Anastomus oscitans). De snavel van deze vogels lijkt niet goed te sluiten en je ziet altijd een spleet waar het licht doorheen valt en waaraan ze goed te herkennen zijn. Niet alleen in de Chao Phraya-delta ten noorden van Bangkok, maar ook in delen van Noord-Thailand (Sukhothai, Uttaradit) bevinden zich enorme kolonies van deze vogels. Nan is zo’n beetje het noordelijkste punt waar ik de ooievaars gezien heb.

dag10-fig 6 sao dinSao Din, de ‘aarden pilaren’ van Na Noi.

Aangekomen in Na Noi is het misschien tijd om te lunchen—dat kan goed in een van eenvoudige restaurants die er aan de straat liggen.  Ongeveer in het midden van het plaatsje is aan je linkerhand de afslag naarhet Si Nan nationaal park. Deze weg (Highway 1083) gaat helemaal door naar Ban Khok nabij de grens met Laos, 70 km oostelijker. Maar je gaat maar een paar kilometer die kant uit en dan zie je een bord dat naar de Sao Din (Aarden Pilaren) verwijst. Je slaat er rechtsaf en volgt de landweg ongeveer 5 km en bereikt dan een attractie waar de bewoners van Nan trots op zijn.
Sao Din. In een gebied van enkele hectares heeft regenerosie een bizar landschap van pilaren en grillige bergkammen uit de aarde en grindlagen geslepen. De ertussen liggende vegetatie (shrub forest, grasland) is ook interessant, want je vindt er bloemen die je elders niet gauw ziet. Er komen zelden meer dan een handvol bezoekers en je kunt er heerlijk rustig wandelen—trek er een klein uur voor uit. Bij het parkeerterrein bij de ingang vind je ook informatie over archeologische vondsten die in dit gebied zijn gedaan.
Een paar kilometer van Sao Din vandaan is een tweede plaats waar de erosie zijn artistieke vaardigheden toont—die staat als Hom Chom bekend. Hier lijken de aarden kunstwerken vooral op gekartelde en puntige bergen.
Ben je er uitgekeken, rijd dan terug naar Na Noi en sla er linksaf. Vervolg je tocht in zuidelijke richting op de H1026. Na 17 km bereik het provincieplatse Na Muen. Je gaat verder over Highway 1026 richting Pak Nai. De weg klimt de bergen in en je hebt prachtige vergezichten op de hoge bergen in het westen. (Daar is een ander Mlabri-dorp. Je kunt dit via Na Muen bereiken, maar dat is een hele onderneming omdat een groot deel van de weg onverhard is.) Ongeveer 10 km voorbij Na Muen begint de weg te dalen en weldra zie je het Sirikit-stuwmeer als de armen van een octopus beneden je liggen. Je daalt helemaal af tot bijna aan de waterkant. In het water ligt een aantal drijvende huizen annex restaurant die je via vlonders en loopplanken kunt bereiken. Er wordt ook accommodatie verhuurd, uiterst sobere hutten: matras, deken en ventilator voor ongeveer 200 baht. Maar heerlijke verse en bier is er altijd voorradig!

dag10-fig 7 stuwmeerLinks: De bergen van Khun Sathan die je in het westen ziet liggen als je ten zuiden van Na Muen rijdt. Rechts: Bij de afdaling naar Pak Nai zie het Sirikit-stuwmeer beneden je liggen.

Pak Nai. Dit vissersdorp ontstond in de jaren zestig toen de stuwdam bij Tha Pla (Uttaradit) was voltooid en het Sirikit-stuwmeer werd gecreëerd. Het meer bood goede mogelijkheden voor een vissersbestaan en trok vele pioniers, waarvan zich een deel in Pak Nai vestigde. De drijvende hutten bestaan al erg lang. Meer dan 15 jaar geleden is op de wal (op het heuveltje) motel-stijl accommodatie gebouw, maar dat liep in het geheel niet en het is inmiddels geheel in verval geraakt. Drijvende restaurants en hutten worden er echter in rap tempo bijgebouwd, wat erop wijst dat Pak Nai zich toch mag verheugen in een groeiende stroom bezoekers. Het merendeel bestaat waarschijnlijk uit Thaise toeristen uit Bangkok die vooral in de wintermaanden naar Noord-Thailand gaan. Het grootste deel van het jaar is Pak Nai vrijwel uitgestorven en behalve nu en dan een buitenboordmotor of zaagmachine is het er heerlijk rustig.

dag10-fig 8 drijvende huttenLinks: Eenvoudige drijvende accommodatie op het stuwmeer. Rechts: Een deel van het drijvende dorp Pak Nai.