Motorfietstocht Chiang Mai-Phu Langka-Chiang Mai-dag 4-5

201-01-titel-bdag vier. Phu Langka Resort-Long (ca. 235 km)
Phu Langka Resort<55 km>Pong<37 km>Chiang Muan<55 km>Song<30 km>Phae Mueang Phi<20 km>Phrae<38 km>Long
dag vijf. Long-Chiang Mai (ca. 173 km)
Long<52 km>Lampang<18 km>Wat Phra That Luang Lampang<75 km>Lamphun<28 km>Chiang Mai

201-02 - kaartDag vier: Een lange dag waarin je een flinke afstand aflegt (235 km)—vertrek dus vroeg. Je rijdt ‘s ochtends voornamelijk, over rustige en goede wegen door de bergen en het platteland. In de middag leg je minder kilometers af en bezoek je een plattelandstempel en maak je korte wandelingen in mooie natuurgebieden.Vanuit het resort sla je rechtsaf Highway 1148 op. Na ruim 20 km, 3 km voorbij de afslag naar het Phu Langka Forest Park, sla je linksaf Highway 1092 op. Deze zeer rustige weg klimt al gauw hoger de bergen in.
Kijk eens achterom: je ziet dan hoe de imposante Phu Langka de omgeving domineert. Het berglandschap waar je nu doorheen rijdt is grotendeels in cultuur gebracht—veel maïsvelden en rubberplantages, maar hier en daar zie je ook nog wel stukken met tamelijk weinig geschonden bos. Na 12 km is er een pad dat naar de bescheiden Nam Ngim-waterval leidt (zou ik overslaan).
Ongeveer halverwege Pong daalt de weg af naar laagland en uiteindelijk geven rijstvelden en laaglanddorpjes de toon aan. Nabij de districtsplaats Pong bereik je een T en daar sla je linksaf. Je volgt de borden CHIANG MUAN. Je rijdt door Pong heen (of er net langs).
201-03-naar Pong1: Phu Langka gezien vanaf Highway 1092. 2: Phu Langka met op de voorgrond rubberplantages. 3. Resterend bos tussen Phu Langka en Pong.De weg naar Chiang Muan (Highway 1091) gaat overwegend door laagland met rijstvelden en door lage beboste heuvels. De aan de weg gelegen Wat Phra That Doi Yuak bevindt zich 5 km ten zuiden van Pong en geniet lokale bekendheid, maar is weinig bijzonder. Tien kilometer voorbij Pong zul je—misschien tot je verbazing in deze zeer ontoeristische uithoek—een resort aan de weg aantreffen, het Phu Phiang Dao Resort .
Het district Chiang Muan geniet bekendheid als vindplaats van dinosauriërs uit het Jura-tijdperk, maar ik geloof niet dat er ergens knekels van de reuzenreptielen of de afgravingen zijn te bezichtigen zijn. Een aantal kilometers vóór de districtsplaats Chiang Muan gaat de weg over de rivier de Yom, een van de hoofdrivieren van Noord-Thailand—hier niet zo ver van zijn oorsprong is het een bescheiden stroom.
201-04-teakgeschiedenis1-4: Foto’s en tekeningen uit de tijd dat de exploitatie van de teakbossen in de Noord-Thaise economie de toon aangaf. 1. Transport van teakstammen over een smalspoor, zoals onder andere plaatsvond tussen Chun en Pong. 2. Het verslepen van boomstammen met behulp van olifanten. 3. De stammen werden in beekjes te water gelaten om stroomafwaarts te drijven. 4. Bij verzamelpunten in de grotere rivieren werden de stammen aan elkaar verbonden en de vlotten liet men bemand stroomafwaarts zakken. De illustraties komen uit Reginald Le May, An Asian Arcady. The Land and People of Northern Siam, 1926 (1); Reginald Campbell, Teak-Wallah. The adventures of a young Englishman in Thailand in the 1920s, 1935 (2 en 3); en P. Neis, Voyage dans le Haut Laos, 1884 (4).

Intermezzo: Het spoorlijntje van Pong en de teakexploitatie
De rivier de Yom speelde een grote rol bij de exploitatie van de Noord-Thaise teakbossen, omdat de tamelijk laag in de heuvels gelegen bossen in het stroomgebied van deze rivier zeer rijk aan teak waren. Van 1880 tot de Tweede Wereldoorlog was teak Big Business. Het kappen van de teak gebeurde vooral door westerse houtkapbedrijven. De teakbomen werden eerst geringd, een jaar later gekapt en met behulp van olifanten naar kreken gesleept. In het regenseizoen spoelden de stammen stroomafwaarts en kwamen in kleine zijriviertjes terecht. Uiteindelijk dreven ze in de grotere rivieren, waar ze op bepaalde punten werden verzameld en tot vlotten gebonden en verder stroomafwaarts gestuurd. Pak Nam Pho, bij Nakhon Sawan, ca. 200 km ten noorden van Bangkok, was een belangrijk verzamelpunt, want daar hebben de vier belangrijkste rivieren van Noord-Thailand zich inmiddels verenigd tot de Chao Phraya. Uiteindelijk belandde de meeste teak in Bangkok waar de stammen tot enorme planken werden verwerkt waarvan het grootste deel naar Europa werd geëxporteerd.
Meer over de teakhandel in: http://www.sjonhauser.nl/teakbomen-giganten-in-uttaradit-en-sukhothai.html (Nederlands) en http://www.sjonhauser.nl/teak.html (Engels)
Het bos ten westen en ten noorden van Pong was rijk aan teak. Maar de traditionele exploitatie had daar geen zin omdat de kreken en beekjes er uiteindelijk in zijrivieren van de Mekong uitkomen. De Mekong was in die tijd Frans territorium en tussen de Fransen en Britten bestond een grote rivaliteit. Teak-wallah Swan had het probleem opgelost door een spoorlijntje vanuit Pong door de heuvels aan te leggen naar de rijke teakbossen in het stroomgebied van de Mekong. De teakstammen werden er door olifanten uit het bos naar het spoor gesleept, vanwaar de stammen op platte wagons naar Pong werden vervoerd. In Pong werden ze in de Yom te water gelaten. In de jaren twintig had een tijger de smaak te pakken gekregen van de koelies die aan het lijntje werkzaam waren. Een groot aantal is er door deze man-eater verslonden. Voor zover ik weet zijn er van dit beruchte lijntje geen sporen achtergebleven. Een soortgelijk lijntje heeft in de buurt van Fang (stroomgebied van de Mekong) bestaan om teak naar de bovenloop van de Ping bij Chiang Dao te vervoeren.

Bij de T in de plaats Chiang Muan (met PT-benzinestation en 7Eleven-winkel) sla je rechtsaf en een paar km verder passeer je de afslag naar Nan. Je gaat er rechtdoor en 7 km verder rijd je ongemerkt de provincie Phrae binnen.
De weg (Highway 1120) gaat overwegend door lage heuvels bedekt met bladverliezend bos en hier en daar akkers met maïs. Het bladverliezende bos ziet er in het hete seizoen kaal, verdord en verschroeid uit, maar zelfs dan krioelt het er van leven. Bijvoorbeeld, in april en mei hebben de rode mieren hoog in de bomen nieuwe nesten gebouwd door met een kleverige afscheiding van hun lichaam verse bladeren aan elkaar te lijmen. Dan zitten die nesten vol witte miereneieren, een delicatesse. Dorpelingen scheppen die nesten met een zak aan een lange bamboe uit de bomen. Daarna wordt de inhoud van de nesten in een schaal geleegd. De eieren en krioelende mieren worden bestrooid met talgpoeder: de mieren gaan er dan vandoor en de eieren blijven achter (foto’s hieronder). Aan het begin van het regenseizoen is de (kale, verschroeide) bodem vaak bezaaid met de uitluikende lila bloemen van de dok din (een plantje uit de gemberfamilie).

201-05-miereneieren1-4: Droog bladverliezend bos aan Highway 1120 waarin een vrouw miereneieren verzamelt.

Highway 1120 is een rustige tweebaansweg. Twintig kilometer ten zuiden van Chiang Muan rijd je door het dorp Ban Don Chai waar een opvallend groot aantal houten woningen op struise boomstammen is gebouwd. In de omgeving zijn/waren dan ook de laatste resten van het indrukwekkende teakbos dat ooit grote delen van Noord-Thailand bedekte. Dertig kilometer voorbij het dorp ligt de districtsplaats Song, en 2 km vóór het centrum van deze plaats gaat een afslag (links) naar de Phra That Phra Lo en het Lilit Phra Lo Park. In het parkje staat een standbeeld van een jongeman met twee jonge vrouwen in zijn armen. Het drietal is getroffen door pijlen en gedoemd te sterven. Het beeld stelt de apotheose van een beroemd dichtwerk uit de klassieke Thaise literatuur (Ayutthaya-periode, 15e eeuw) voor, de Lilit Phra Lo, een liefdesdrama waarvan de tranen over je wangen rollen. Alle aspecten van de liefde bereiken er een hoogtepunt in: begeerte, overspel, trouw, verraad, etc. Het literaire meesterwerk zou op historische waarheid berusten en het drama zou zich bij Song hebben afgespeeld. In de buurt zijn inderdaad de wallen van een oude stad te vinden. Het ‘liefdesparkje’ (met liefdesgrot) is mooi gelegen aan het water. Iets verderop is een tempel met een phra that (Wat Phra That Phra Lo) en een soortgelijke beeldenpartij.

201-06-Lilit Phra Lo1-2: Het Lilit Phra Lo Park. 3. Standbeeld en phra that in Wat Phra That Phra Lo. 4. Oude stadswallen in de buurt van het parkje en de tempel.

Ben je in het park en bij de tempel uitgekeken, rijd dan terug naar de hoofdweg en vervolgens door het plaatsje Song heen. Er zijn talloze kleine restaurantjes aan de weg waar je kunt lunchen. Enkele kilometers voorbij Song eindigt de weg bij een T. Daar sla je linksaf Highway 103 op, een tamelijk drukke weg. Na 18 km bereik je het kruispunt met de nog drukkere en bredere Highway 101. Je slaat er rechtsaf de 101 op in de richting van Phrae. Na ongeveer 10 km sla je linksaf en volg je de borden PHAE MUEANG PHI. Na zes kilometer bereik je Phae Mueang Phi en maakt er een wandeling.
Phae Mueang Phi bestaat uit spectaculair landschap dat voornamelijk door regenerosie is gecreëerd. Enkele tientallen aarden pilaren, niet hoger dan tien meter, staan er verspreid in een gebied nauwelijks groter dan enkele voetbalvelden. De meeste zuilen zijn wat rechthoekig in doorsnede en ze rijzen loodrecht uit het landschap. Met een kap van harder en donkerder materiaal op de top lijken sommige wat op de paddestoelvormige zandsteenrotsen van het Noordoosten. Mueang Phi betekent ‘Stad van Geesten ’ en je kunt je goed voorstellen dat het merkwaardige landschap was gekozen als decor in een aantal spokenfilms, een populair filmgenre in Thailand. Er lopen verschillende paden door het labyrint van pilaren. Eén pad gaat over de rand van een heuvel vanwaar je een mooi uitzicht hebt over het zuilenlandscap. Veel van de bomen langs de paden zijn voorzien van een bordje met de naam van de boom erop, een goede gelegenheid om de rang (Shorea siamensis) te leren onderscheiden van de teng (Shorea obtusa), beide uiterst algemene boomsoorten in het type bladverliezend bos waarin Phae Mueang Phi ligt. De spokenstad is ook genoemd naar een struik die in het Thais phae heet. Ongeveer 10 km voorbij de Phae Mueang Phi liggen vergelijkbare formaties die bekend staan als Doi Mon Kaeo Mon Deng (Phae Mueang Phi 2).

201-07-Phae Mueang Phi-8701-2: Phae Mueang Phi.

Rijd na de wandeling door het erosielandschap van Phae Mueang Phi terug naar Highway 101, sla er linksaf en koers naar Phrae. Phrae is een tamelijk grote provinciestad met veel verkeer. Er zijn talloze bezienswaardigheden en er is veel accommodatie, maar op deze route is ervoor gekozen  snel door de stad heen te rijden. Bij een kruispunt met stoplichten in de oude binnenstad rijd je rechtdoor en weldra zie je een bord LONG (rechtsaf) en je slaat er vervolgens rechtsaf. Na 1-2 km bereik je de periferie van Phrae en gaat de straat over in Highway 1023 naar Long. Ongeveer 20 km buiten Phrae zie je een bord CORAL HILL (rechtsaf).
Coral Hill. Is het nog niet later dan half vier, dan raad ik je aan deze Coral Hill te bezoeken. Je rijdt het terrein van het nationaal park op en parkeert je motorfites. Dan loop je een bestraat pad af naar de voet van een kalksteenberg (ongeveer 10 minuten lopen) en beklimt de trappen die de berg opvoeren. De natuur is er prachtig. Je bereikt een kleine grot maar je gaat er naar links door de wilde en donkere vegetatie die zich op het grillige rotslandschap verankerd  heeft. Uiteindelijk bereik je de top van de Coral Hill waar een je prachtig uitzicht hebt.

201-08-Coral Hill1. Hoog op Coral Hill; 2-4: Rotspartijen in de Suan Hin Maharat.

Suan Hin Maharat. Na de beklimming van de Coral Hill rijd je verder richting Long en zie je na enkele kilometers aan je linkerhand bos bezaaid met grillige keien. Dit keienlandschap maakt deel uit van het Suan Hin Maharat nationaal park (waar ook de Coral Hill in ligt). Er gaat een pad langs de interessantse rotsen. Maak er een wandeling en zet daarna de tocht voort naar Long, niet zo ver meer. Een paar kilometer vóór Long bereik je het plaatsje Ban Pin waar de 1023 over het spoor gaat. (Het aardige, door Duitse ingenieurs in het begin van de 20e eeuw gebouwde stationsgebouw ligt links (iets ten zuiden) van de de spoorwegovergang.
Long. Enkele kilometers voorbij het spoor bereik je Long, een eenvoudig districtsplaatsje met een beperkte keuze aan accommodatie. Mijn voorkeur gaat uit naar het sobere en goedkope Dok Fa Resort, rustig gelegen achter het tankstation rechts aan de weg. Iets verderop splitst de 1023 zich. De linkertak gaat het eigenlijke Long in, een langgerekt ‘dorp’ met enkele kleine restaurantjes, een markt met een enorme Ficus-boom en een 7Eleven. De rechtertak gaat om het plaatsje heen. Aan de highway, nabij de splitsing ligt een klein museum, dat je zou kunnen bezoeken als het geopend is. Het gebouw is een soort kopie van het stationsgebouw van Ban Pin.

201-09-LongLinks: 1. Het Kamon Pha Boran, een klein privaat museum in Long.  2. Beeldje met fontein bij het museum.

Dag vijf: Deze laatste dag rijd je over wat grotere en drukkere wegen en bezoek je een aantal bijzondere tempels en geestenhuisjes.

Als je in het Dok Fa Resort overnacht hebt, sla je rechtsaf de highway op en je volgt de rechtertak die om Long heen gaat. De weg gaat voornamelijk door platteland. Na ruim 15 km bereik je het kruispunt met Highway 11. Daar sla je rechtsaf de 11 op. De 11 is een vaak drukke weg, hij klimt tamelijk steil de bergen in. Voorbij het hoogste punt volgt een afdaling, maar ook daarna blijf je in de heuvels. Pas 30 km voorbij het kruispunt, zo’n tien kilometers vóór Lampang, ben je weer in echt laagland. Daar sla je bij een bord CHIANG MAI (linksaf) linksaf, je zult dan om Lampang, een grote stad, heenrijden (rechtdoor brengt je in Lampang met zijn vele stoplichten). Je blijft de borden CHIANG MAI volgen en bereikt na ca. 10 km, iets ten zuidwesten van Lampang, een groot kruispunt met stoplichten bij een torenhoge kilometerpaal. Hier rijd je rechtdoor en je kruist daarbij Highway 1 van Tak naar Phayao. Je rijdt daarna weer op  Highway 11 richting Chiang Mai.

Wat Phra That Luang Lampang. Een van Noord-Thailands mooiste en interessantste tempels ligt ongeveer 15 km ten zuidwesten van Lampang (hemelsbreed), nabij het districtsplaatsje Kho Kha. Als je een beetje om Thaise tempels geeft mag je deze niet overslaan. Je komt er door ongeveer 12 km voorbij het kruispunt met de grote kilometerpaal, ter hoogte van Hang Chat, linksaf te slaan in de richting van Khao Kha. Je rijdt dan op de rustige Highway 1034 en bereikt na 10 km de tempel.
Hoewel de tijd hier niet stilgestaan heeft en er soms busladingen met toeristen arriveren, is de ligging van de tempel temidden van rijstvelden en suikerpalmen nog rustig en mooi. Het grote tempelcomplex ligt iets verhoogd op een soort terp en is door een forse muur omgeven—die heeft wat weg van een fortificatie. In feite was hier ooit een vestingstad, die 1200 jaar geleden door de legendarische prinses Chamadewi zou zijn gesticht, maar daar resteert weinig van (aan de achterkant van de tempel is nog een stuk van de muur te vinden). Aan de straatkant geeft een poort met mooie stuccoversieringen toegang tot de tempel. Je staat dan meteen bij de grootste wihan, de Grand Chapel (Wihan Luang), een open bouwwerk uit de tijd van koning Tilokarat van Chiang Mai (eind 15e eeuw). Het gebouw is 36 meter lang en rust op 46 zuilen van lateriet. De wanden zijn gedecoreerd met meer dan 200 jaar oude schilderingen. In de nissen van een rijk geornamenteerde, vergulde mondop (vierkante basis en piramidevormige top) bevinden zich twee lokaal vereerde boeddhabeelden. Achter de grote wihan staat de 45 m hoge Phra That  (chedi) in Lanna-stijl waarin naar verluidt een haar van de Boeddha bewaard wordt.

201-10-Phra That LampangWat Phra That Luang Lampang  in Kho Kha. 1: De Phra Kaeo Don Tao in wintergewaad. 2: De grote Boeddha in de Buddha Wihan. 3: De Wihan Luang en de Phra That.

201-11-plattegronfRechts: Plattegrond van het tempelterrein van Wat Phra That Luang Lampang. 1. Poort (Pratu), 2. Hoofdwihan (Wihan Luang), 3. Phra That, 4. Phuttha Wihan, 5. Bot (inwijdingshal), 6.Ton Kaeo Wihan, 7. Nam Tam Wihan, 8. Sila Phuttha Wihan, 9. Mondop, 10. Kachao-boom, 11. Bodhi-boom (ton pho), 12. Museum (Phiphitthaphan), 13. Phra Kaeo Don Tao, 14. Kamphaeng Boran (oude stadswal). (Illustratie uit Sjon Hauser, Thailand. ANWB, 1992.)

Deze chedi is bedekt met platen van messing en koper. Rond het bouwwerk is een hekwerk met in een van de spijlen twee kogelgaten—kogelgaten die vereerd worden! Op deze plek schoot in 1732 de lokale vrijheidsstrijder Thip Chang  zijn opponent Tao Maha Yote, een Birmaanse generaal, neer. Er staan nog talloze ander wihans op het tempelterrein, waarvan het meest bijzondere misschien de Nam Tam Wihan uit 1500 is. De houten panelen onder de dakranden bevatten zeer verweerde schilderingen uit de 16e eeuw, de oudste in hun soort.
In de 700 jaar oude Phuttha Wihan tooit een 5 m hoge, zittende bakstenen Boeddha het altaar.
Een oude, knoestige bodhi-boom staat buiten de tempelmuur en wordt gestut door honderden beschilderde of met zilver- of goudpapier versierde palen. Deze bodhi (Ficus religiosa) zou een stek zijn van de beroemde bodhi in Anaradhapura op Sri Lanka, die op zijn beurt een stek heet te zin van de bodhiboom waaronder de Boeddha 25 eeuwen geleden verlicht werd.
Meer over de in het boeddhisme zo belangrijke bodhiboom in: klik
Ook buiten de tempelmuren, bij een klein museum, staat een gebouw waarin zich achter stevig traliewerk een klein boeddhabeeld bevindt, de Phra Kaeo Don Tao. Er wordt beweerd dat het beeldje van hetzelfde stuk jaspis is gemaakt als de beroemde Smaragden Boeddha in Bangkoks Wat Phra Kaeo. Voor het Songkran-festival (het Thaise Nieuwjaar in midden-april) wordt dit beeldje naar Lampang gebracht voor de Song Nam Phra-ceremonie waarbij men er water overheen giet: een reinigings- en vruchtbaarheidsritueel.

201-12-Wat Pong Yang Kok1-2: Wat Pong Yang Kok. Illustraties uit Mueang Boran, jaargang 1997.

Wanneer je bij deze prachtige tempel bent uitgekeken, rijd dan over dezelfde weg terug naar Highway 11. Tempelfanaten kunnen 6 km ten noorden van de Wat Phra That Luang Lampang nog de met suikerpalmen omzoomde Wat Pong Yang Kok bezoeken, rechts van de weg gelegen. Op het terrein staat een klein juweel: de prachtige, houten wihan (de Wihan Phra Mae Chao Chamadewi), een gebouw dat aan drie kanten open is en subliem houtsnijkwerk bevat.

Kat Thung Kwian. Aangekomen bij Highway 11 (die over bijna zijn gehele lengte tot Chiang Mai vier- of zesbaans met middenberm is) sla je linksaf. Nog geen 8 km verder ligt aan de andere kant van de weg een enorme ‘traditionele markt’, de Kat Thung Kwian. Je moet via de frontage road  onder de snelweg door om er te komen. Er worden massaal typisch Noord-Thaise producten verkocht: ingewekte knofloken, kep mu (gepofte varkenshuid) e.d. Vooral Thaise toeristen uit andere delen van het land kopen hier graag spullen. Er is nog een kleine afdeling met bosproducten—soms tref je er een gevild wild zwijn aan of nog exotischer wild. Een centrum met stalletjes die Noord-Thaise gerechten verkopen is nogal sfeerloos en verloederd.
Om verder richting Chiang Mai te gaan moet je weer terug, onder het viaduct door. Een paar kilometer verder liggen links aan de weg talloze kleine restaurantjes waar je wel goed Noord-Thais kunt eten. Vervolgens zie je aan de rechterkant van de weg het Thai Elephant Conservation Center, het oorspronkelijk door de Thai Forestry gerunde centrum voor het trainen van olifanten. Het is in maart 1992 door prinses Sirithon geopend en inmiddels een topattractie voor toeristen. In de ochtend en vroege middag zijn er demonstraties en shows met olifanten. Je krijgt te zien hoe gedresseerde olifanten in het verleden vooral gebruikt werden om in de bosexploitatie boomstammen te verslepen en op te stapelen. Overigens zijn de meeste gedomesticeerde olifanten die gebruikt werden in de bosbouw in 1990 werkeloos geworden nadat er een verbod op houtkap werd afgekondigd—dat verbod is nog steeds van kracht. De meeste, in blauwe katoenen shirts gestoken mahouts (berijders van de olifanten) zijn Karen of Khamu, leden van etnische minderheden. Het is mogelijk een rit te maken op een olifant en je er kunt zelfs een korte cursus voor mahout volgen. Aan het centrum is ook een ziekenhuis voor zieke en bejaarde olifanten verbonden. Meer over Thaise olifanten in: klik hier (Engels).

201-13-zwijn-Khruba SW1: Wild zwijn te koop op de Kat Thung Kwian aan Highway 11 tussen Hang Chat en het Trainingscentrum voor Olifanten. 2: Geestenhuizen bij het San Chao Pho Khun Tan aan Highway 11 op de grens van de provincies Lampang en Lamphun. 3-4: Beelden van Khruba Si Wichai bij de afslag naar Lamphun.

Voorbij het Olifantencentrum klimt de weg de bergen in. Na ongeveer 10 km breik je het hoogste punt. Daar staan honderden kleine geestenhuisjes aan de weg bij het San Chao Pho Khun Tan, het heiligdom van de Geest van Khun Tan, een legendarische krijger die van hieruit over de verre omgeving waakt.
Een lange afdaling brengt je uiteindelijk in het laagland van Lamphun. Je passeert de afslag naar het Khun Tan nationaal park (bij Mae Tha) en vervolgens is het nog zo’n kleine 20 km tot de afslag naar de provinciestad Lamphun. Iets vóór die afslag staat op een heuveltje een enorm standbeeld van de beroemde Noord-Thaise monnik Khruba Si Wichai (1877-1938), dat een bezoek waard is. Dat deze heilige nog steeds zeer vereerd wordt blijkt uit het feit dat het beeld pas vrij recentelijk is gebouwd. Talloze honinggraten zijn door bijen aan het hoofd van de heilige monnik gemetseld. Er gaat een kort kabelbaantje naar het beeld, maar je kunt ook met de motorfiets het heuvetje op rijden. Meer over Khruba Si Wichai in: klik hier (Nederlands) of hier (Engels).

Meteen voorbij het beeld ga je links de frontage road op en een paar honderd meter verder sla je linksaf, gaat het spoor over en rijdt door naar het centrum van Lamphun (ca. 4 km). Waar de ‘snelweg’ eindigt bij stoplichten sla je rechtsaf en meteen aan je linkerhand is de prachtige Wat Phra That Hariphunchai. Die is beslist een bezoek waard, maar waarschijnlijk heb je daar geen fut meer voor. Dan rijd je verder, de weg maakt een flauwe bocht naar links en bij een oude stadspoort met stoplichten sla je rechtsaf. Je bent nu op Highway 106 en die gaat de volgende kilometers door de bebouwing van Lamphun. Vervolgens passeer je de bebouwing van aangrenzende dorpen. Ca. 10 km buiten Lamphun wordt de weg omzoomd door enorme yang-bomen van de soort Dipterocarpus alatus. Van vele is de stam omwikkeld met een oranje kleed, en sommige stammen zijn rijkelijk getooid met orchideeën (die in maart gele bloemen voortbrengen). Deze statige, beschaduwde laan (met helaas druk verkeer) zet zich voort tot Saraphi en Chiang Mai. Je komt uiteindelijk uit bij de weg op de oostoever van de Ping (de Chiang Mai-Lamphun Road) nabij het centrum, niet ver van de Nawarat-brug en de op de westoever gelegen Night Bazaar.

©SJON HAUSER: text, foto’s, kaartwerk