Luang Pho Doem

DE MAGISCHE MESSEN VAN LUANG PHO DOEM
Luang Pho Doem (1860-1951) en Wat Nong Pho, Nakhon Sawan
©SJONHAUSER: tekst en foto’s

01-lp-doem-87001-Doem: 1. Een amulet met de afbeelding van Luang Pho Doem. 2. Het wassen beeld van de mediterende Doem voor een Voetafdruk van Boeddha in een wihan op het terrein van Wat Nong Pho, Nakhon Sawan. 3. Een afbeelding van Doem op het blad van een bodhiboom op de Phra Maha That Chedi op het terrein van Wat Nong Pho. 4. Een schilderij van Doem in de wihan met het reuzenmes, Wat Nong Pho.

Nakhon Sawan
Het overwegend vlakke land van de provincie Nakhon Sawan trekt weinig toeristen. Het Bueng Boraphet, tien kilometer ten oosten van de provinciehoofdstad, is een van de grootste moerasgebieden van Thailand en heeft een goede naam bij vogelaars. En in januari of februari staat de stad Nakhon Sawan een paar dagen in de schijnwerpers vanwege de uitbundige viering van het Chinese Nieuwjaar. Maar daarmee zijn de belangrijkste attracties wel genoemd.

De provincie speelde een beduidende rol in de geschiedenis van Thailand. Iets buiten de provinciehoofdstad komen de rivieren Nan en de Ping bij elkaar en verenigd als de Chao Phraya vervolgen ze hun tocht naar Bangkok en de Golf van Thailand. Decennia lang was de teakhandel een van de economische pijlers van Thailand. In het noorden van het land werden de teakbossen gekapt. De stammen werden naar kleine beekjes gesleept en via grotere beken kwamen ze in de zijriviertjes van de Ping, Wang, Yom en Nan terecht en dreven ze stroomafwaarts naar het zuiden. Bij Pak Nam Pho bij Nakhon Sawan werden de stammen verzameld en tot vlotten gebonden om zo de laatste 250 kilometer naar de houtzagerijen in Bangkok af te zakken. (1) Maar de handel in teak bloedde al in het midden van de twintigste eeuw dood─de teakbossen waren uitgeput geraakt. De rijstbouw ging daarna de economie van de provincie domineren. Zo ver het oog reikt strekken de rijstvelden zich er uit. Gedurende de jaren zestig en zeventig, ten tijde van de Vietnam Oorlog, kwam er ook ander economisch leven tot bloei toen de Amerikanen er een enorme luchtmachtbasis bouwden. Dag in dag uit kozen de bommenwerpers er het luchtruim om hun dodelijke lading boven de delta van de Rode Rivier te laten vallen. Die luchtmachtbasis in Takhli, in het zuiden van de provincie, ligt nu, omgeven door een hoge betonnen muur, vreedzaam temidden van een oceaan van rijstvelden ─ als oorlogsmonument niet echt geschikt om te bezoeken. (2)

02-doem-87002-Doem: 1. Kaart van Thailand die de grootte en ligging van de provincie Nakhon Sawan laat zien. 2. Een kaart van de provincie Nakhon Sawan waarop de ligging van Wat Nong Pho staat aangegeven. 3. Een gedetailleerde kaart van het grootste deel van de provincie Nakhon Sawan.

Augustus 2016 raakte ik op de motorfiets verzeild in de provincie Nakhon Sawan. Vijftien kilometer ten noordwesten van Takhli, temidden van nog meer vlakke uitgestrektheid, trok voorbij een spoorwegovergang een bord mijn aandacht. Het verwees naar een tempel, WAT NONG PHO. Ik had geen haast en besloot de tempel te bezoeken─dat werd een schot in de roos.
Wat Nong Pho was namelijk de tempel waarvan de vermaarde monnik Luang Pu Doem (vaak in lelijke transcriptie: Luang Phor Derm) tientallen jaren de abt was.
Van de populaire heilige Thaise monniken is Doem misschien niet eens in de Top Twintig te vinden, maar bij de kenners geniet hij een groot aanzien vanwege de vele magische objecten die hij tijdens zijn leven heeft geproduceerd. In het tijdschrift Mae Nak dat ik af en toe koop ben ik wel eens verhaaltjes over het leven monnik tegengekomen, maar daarnaast vooral veel advertenties voor ‘artikelen’, zoals amuletten en magische mesjes, die door Doem zijn vervaardigd en gezegend.

In de pioniersstudie over Thailands heilige monniken van de Fransman Anatole-Roger Peltier wordt Luang Pho Doem tot de belangrijkste, bijzonder vereerde monniken van Centraal-Thailand gerekend. (3)
Toch wordt hij wat stiefmoederlijk behandeld in deze studie uit 1977: de biografische schets is nog geen bladzijde lang (ter vergelijking: aan andere beroemde monniken, zoals Khruba Si Wichai of Achan Man, wijdt Peltier minstens tien pagina’s). Bovendien gaat die schets vooral over Doems geboorte en zijn naam ‘Doem’ die er mee te maken heeft, en Doems magische gaven worden slechts samengevat in een paar zinnen. (4)

Interessant is dat Doem vrijwel altijd met ‘luang pho’, wat ‘eerwaarde vader’ betekent, wordt betiteld, terwijl hij toch de leeftijd van 91 jaar heeft bereikt, en je eerder ‘luang pu’, oftewel ‘eerwaarde grootvader’, zou verwachten. Hoe het ook zij, op het internet, waar alles zo kort mogelijk moet zijn, komt men de vereerde vaders en grootvaders steeds vaker tegen als LP─waarbij het onderscheid tussen vader en grootvader is komen te vervallen. Google je naar Doem, dan ben je nog aardig wat tijd kwijt voordat je op sites belandt die echt wat over de monnik te vertellen hebben. De meeste sites betreft de handel in amuletten en magische objecten en daarop is informatie over Doem zelf vaak beperkt tot een paar clichés.

Hieronder wat Peltier over de monnik te vertellen heeft:

Phra Khru Niwat Thammachan Phutthasaro, oftewel Luang Pho Doem, werd in 1860 in het dorp Nong Pho in Nakhon Sawans district Phayuha Khiri geboren, waar hij de abt van Wat Nong Pho werd. (5)
In zijn vorige leven stierf Doem als kind, nog maar acht maanden oud. Voordat zijn ouders hem begroeven, maakten ze met een mes twee tekens in een voetzool van het kindje en legden een gelofte af opdat hij zou worden herboren als een van hun kinderen. Enige tijd later werd de moeder weer zwanger en baarde ze een zuigeling die wonderbaarlijk dezelfde trekken had als het kind dat eerder was overleden. De ouders concludeerden daaruit dat het hun eerdere zoon was die via de cyclus der wedergeboorten naar hen was teruggekeerd. Het kind kreeg daarom de naam Doem wat ‘als eerder’ of ‘dezelfde als eerder’ betekent. Hij groeide op tot een grote en intelligente jongeman en liet zich als volwassene tot monnik inwijden. Als monnik studeerde hij magie (witthayakhom) bij vier verschillende meesters en beoefende intensief meditatie (vipassana kammatthana). Op zijn beurt werd Doem een meester met buitengewoon grote magische gaven. In die tijd begon hij tientallen stukken textiel van zijn voetafdruk te voorzien en tesamen met een yantra ging er van die lapjes grote magische kracht uit: ze trokken de welwillendheid van medemensen aan, beschermden woningen tegen brand, dieven en boze geesten, en handelaren waren verzekerd voor voorspoed en geluk in hun zaken doen. (6)

03-doem-87003-Doem: 1-2. Het reusachtige, vereerde mes in een wihan op het terrein van Wat Nong Pho, Takhli district, Nakhon Sawan.

Luang Pho Doem is waarschijnlijk het bekendst vanwege zijn kunst magische messen te vervaardigen, maar tijdens zijn lange leven was hij ook een alom gerespecteerd monnik in Nakhon Sawan en aangrenzende provincies en zijn reputatie verspreidde zich over geheel Thailand. Hij liet in en rond Nakhon Sawan minstens dertig tempels bouwen. Thailands ‘legendarische’ veldmarschak Phibun Songkhram, Thailands sterke man van 1938-1944 en opnieuw premier in de naoorlogse jaren 1948-1957, zou een groot bewonderaar van Doem geweest zijn en de monnik verschillende keren bezocht hebben.

De messen waar Luang Pho Doem beroemd om werd worden mit mo (มีดหมอ)genoemd (wat ‘doktersmessen’ betekent, met dokter in de ruimste zin van het woord: genezer, specialist, e.d.). Ze werden ook wel mit prap phairi (มีดปราบไพรี) genoemd, ‘messen die de vijand verslaan’, doordat ze speciale magische krachten beschikken. Je kunt er dus mee genezen maar vooral ook mee overwinnen.
Het lemmet van Luang Pho Doems mit mo bestaat uit metaal gemaakt uit de spijkers afkomstig uit doodskisten. Het heft is doorgaans van been, ivoor of hout, of een combinatie daarvan.
Vaak zijn de schachten fraai gedecoreerd. Mit prap phairi met schachten versierd met goud of zilver behoren tot de kostbaarste objecten op de Thaise magiemarkt.

04-doem-40004-Doem: Een voorbeeld van een kostbaar, magisch mit mo-mes vervaardigd door Luang Pho Doem, Wat Nong Pho, Nakhon Sawan.

In de dagen van Luang Pho Doem waren er weinig wegen en moesten de mensen vaak door bos lopen om van de ene plaats naar de andere te komen. Ze waren niet alleen bang voor wilde dieren (tijgers en olifanten waren toen taltijk in Thaise bossen), maar ook voor boze geesten en zwarte magie. Daarnaast waren roversbendes in talloze streken een plaag. Met name de grotere mit mo boden bescherming tegen die gevaren. Deze grote messen zijn nog steeds populair bij exorcisten en geestendokters, maar de moderne Thai geeft de voorkeur aan kleine mit mo die hij als een soort amulet bij zich dragen. Deze bieden bescherming en geven moed en zelfvertrouwen en garanderen een overwinning bij een gevecht. Ze kunnen negatieve krachten (zoals bij zwarte magie) afwenden en voor exorcistische doeleinden worden gebruikt.

05-doem-87005-Doem: 1-3. Drie ven de vele beelden van Luang Pho Doem, te vinden bij Wat Nong Pho, de tempel in Nakhon Sawan waarvan Doem tientallen jaren de abt was.

In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw zien we in Thailand een grote opbloei van de ‘handel in bescherming biedende amuletten’ en groeide de faam van een aantal monniken die zulke amuletten ‘zegenden’ en met magische kracht laadden. Dit fenomeen werd vaak in verband gebracht met de Vietnam Oorlog. Niet alleen vochten er duizenden Thaise soldaten aan Amerikaanse zijde in Vietnam, in Thailand was een soort burgeroorlog gaande en het Thaise leger had zijn handen vol aan het bestrijden van de guerilla’s van de verboden Communistische Partij van Thailand (CPT) die een aanzienlijk deel van het Thaise platteland onder controle had. De angst voor het communisme was uitgegroeid tot een soort nationale fobie. Het is begrijpelijk dat in dit klimaat van oorlog en angst de vraag naar bescherming biedende amuletten toenam.
Maar de mit mo-productie van Luang Pho Doem laat zien dat die behoefte aan magische bescherming al veel eerder van aanzienlijke betekenis was. (7) En de geschiedenis van Nakhon Sawan als productiecentrum van magische messen gaat zelfs terug tot het eind van de achttiende eeuw. Het hieronder volgende stukje geschiedenis zijn samengevat de woorden van Luang Pho Doem zelf, rond 1950 opgetekend door een van zijn leerlingen, Phra Charan.

‘Eens was het vechten met zwaarden van het grootste belang en genoten degenen die de kunst bestudeerden veel prestige. Voor de komst van de geweren was het zwaard het wapen bij uitstek. Krijgers vochten met zwaarden om de mensen in hun koninkrijk te beschermen. In het verleden moest iedere man die geen slaaf was als soldaat dienen wanneer daarvoor een beroep op hem werd gedaan en iedere man moest dus leren hoe je een zwaard moest gebruiken. Wat Nong Pho was eens beroemd als school voor het onderwijs in zwaardvechten. Tempels hadden vaak gespecialiseerde training op dat gebied te bieden. Er bestonden geen seculiere scholen tot het eind van de negentiende had eeuw. Zelfs nadat de onderwijshervormingen van de regering in Bangkok radicaal veranderd hoe en wat werd onderwezen, bleven locale tempels primair onderwijs geven en speciale vaardigheden onderwijzen. Ouders wisten voor hun zonen welke tempels goed waren in bepaalde onderwerpen.
Achan Thao, de eerste abt van Wat Nong Pho was ooit een generaal in het leger van Taksin geweest. In 1766 was Taksin de gouverneur van Tak, maar hij werd naar Ayutthaya geboden dat toen door Birmese troepen werd ingesloten. Thao behoorde tot de officieren in Taksins leger toen deze zijn troepen naar het zuiden liet marcheren, want Taksin realiseerde zich dat de situatie voor Ayutthya hopeloos was. Vlak voordat Ayutthaya in april 1767 viel, wist hij er met zijn leger vandoor te gaan─en uiteindelijk belandde het in Chanthaburi.
Toen Taksin zich in Thonburi vestigde [nadat hij de Birmezen uit Siam had gedreven], nam Thao zijn ontslag uit het leger. Als soldaat had hij veel mensen gedood. Op zijn oude dag wilde hij zich helemaal aan de Dhamma wijden. De voormalige krijger reisde vanuit Thonburi naar het noorden om zich in een tempel in Pak Nam Pho, een bootreis van zo’n tien dagen, tot monnik te laten inwijden.
Achan Thao had al enige tijd als monnik in Pak Nam Pho geleefd toen hij de ruïnes van Wat Nong Pho ontdekte. Hij liet de oude tempel weer opbouwen en werd er abt. Daar vestigde Achan Thao vervolgens een School voor het Zwaardvechten (Samnak Dap Nong Pho). Hij wilde de Kunst van het Zwaardvechten aan de volgende generatie doorgeven, zodat de kennis van de vechtsporten niet zou verdwijnen en ook in de toekomst mannen de kunst van het zwaardvechten zouden beheersen om zich tegen hun vijand te kunnen verdedigen en daarmee te voorkomen krijgsgevangene te worden. Voordat koning Taksin Siam kon bevrijden had veel gevechten geleverd en daarbij had hij vele soldaten verloren. Besef wel, dat Achan Thao als officier erg dicht bij de koning had gestaan.
Voordat Achan Thao zijn discipelen de technieken van het zwaardvechten bijbracht, leerde hij ze te mediteren. Om als een soldaat getraind te worden moet een jongeman eerst meester worden over zijn geest. Alleen dan kan hij de kunst van het zwaardvechten beheersen.’

Deze kunst werd bij Wat Nong Pho vanaf het eind van de achttiende eeuw van generatie op generatie doorgegeven. Luang Pho Doem moet zich rond 1880 als monnik in de tempel gevestigd hebben en daar in deze klassieke krijgskunst zijn opgeleid. Aan het eind van zijn leven ─ hij stierf in 1951 ─ was Doem waarschijnlijk de laatste levende die erin was ‘ingewijd’. De kennis over deze krijgskunst ging met zijn dood grotendeels verloren, maar veel van de magie verbonden met zwaardvechten bleef bestaan.

Net als de vechtkunst van de Japanse samourai was de kunst van het Thaise zwaardvechten waarschijnlijk sterk verbonden met ritueel, concentratie van de geest en magie (zoals dat ook nog wel is terug te vinden bij het huidige muai thai). Het zegenen (door de Leraar) of anderszins magisch laden van het zwaard was wellicht een belangrijk aspect van de oude Thaise krijgskunst. (8) Waarschijnlijk trokken Thaise strijders het slagveld op met de nodige magische objecten op zak, talismans zoals takrut (9) of onder de huid geïmplanteerde stukjes metaal of doekjes met yantra’s of mantra’s ‘geladen’.
Het is gemakkelijk je voor te stellen hoe aan de business van het zwaardvechten bij Wat Nong Pho een eind kwam toen duidelijk werd dat het zwaard bij oorlogvoering en als wapen geen come back meer zou beleven en het voor goed heeft moeten afleggen tegen de vuurwapens. Het magisch geladen zwaard werd een ritueel voorwerp, het formaat uit praktische overwegingen teruggebracht, uiteindelijk tot een soort draagbare amulet. In de zeventig jaar dat Doem in Wat Nong Pho verbleef, had zich die hele ontwikkeling voltrokken.

06-doem-87006-Doem: 1. Het olifantenbeeld op het terrein van Wat Nong Pho. 2. Een beeldje van Luang Pho Doem gedragen door twee olifantjes. 3. Portret van Doem.

Behalve een expert in de kunst van het zwaardvechten, was Luang Pho Doem een meester in het temmen van olifanten in musth. Veel begaafde monniken hadden zich vroeger de wetenschap van de Khotchasatra meester gemaakt, een verzameling teksten op palmbladeren gekerfd met kennis over de persoonlijkheden, gewoonten en het gedrag van olifanten en de instructies hoe je de dieren moet trainen, verzorgen, genezen als ze ziek zijn en hoe je met ze om moet gaan als ze in musth zijn. Musth is een toestand van razernij waarin olifantstieren enkele dagen kunnen verkeren. Die dieren zijn dan vaak levensgevaarlijk en het was in het verleden, toen olifanten nog veel gebruikt werden als werk- en transportdier, dus erg belangrijk te voorkomen dat zulke dieren kwaad aanrichten. (10)  Doems voorouders waren kundige olifanttrainers en zijn overgrootvaders hadden eens twee albino olifanten gevangen in een bos in Kamphaeng Phet en de dieren traditiegetrouw geschonken aan de koning in Ayutthaya. Luang Pho Doem was een van de laatste meesters in deze kennis over olifanten, over hoe je de dieren moet onderwerpen als ze loops of bronstig zijn of in musth verkeren. Kort voor zijn dood wilde Doem die kennis nog overdragen op een jonge discipel, de monnik Phra Charan.
Phra Charan wilde eigenlijk het monnikenbestaan opgeven, maar op aandringen van Doem gaf hij zich over aan de meditatie. Toen Charan liet zien dat hij de vaardigheden van de kasina meditatie, meester was, wilde Doem zijn kennis van de Khotchasatra aan de jonge monnik overdragen. “De meste olifanten hebben goddelijke oren. Met behulp van kasina meditiatie zal je erachter komen of de olifant engelen heeft die hem beschermen. Dan zul je weten dat de olifant goddelijke oren heeft. Om een dier te onderwerpen dat amok loopt, moet je eerst de godheid visualiseren die hem beschermt. Daarna moet je metta (vriendschap/goedheid) uitstralen naar de godheid. Als de godheid die metta ontvangt, zal deze het doorgeven aan de olifant. Daarna moet je het dier wegleiden zodat het je geen kwaad zal doen.”
Nadat deze kennis op zijn leerling was overgedragen, werd Doem ziek. Hij stierf in 1951.

07-doem-87007-Doem: 1. Doems wassen beeld bij een Voetafdruk van de Boeddha. 2. Een beetje disneyland op het tempelterrein: muntjes mikken in de bedelnappen.

Wat Nong Pho
Een bezoek aan deze tempel is de moeite waard. De lange carrière van Doem komt dan weer tot leven. Veel wat er te zien is, staat in het kader van de verering van deze heilige monnik. Het aantal beelden van hem verspreid over het tempelterrein is bijna niet te tellen.
Het interessantst vind ik een kleine wihan, waar talloze beelden en portretten van de heilige staan opgesteld rond een gigantisch, minstens vier meter lang mes. Door een trappetje af te dalen kun je onder dit reuzenmes doorlopen, iets dat na het geven van een donatie ongetwijfeld voorspoed zal brengen. Het is duidelijk dat het reuzenmes als een soort gedenkbeeld voor de productie van magische messen op het tempelterrein moet worden gezien.

08-doem-87008-Doem: 1-2: De Phra Maha That Pagode. 3. Een schildering van de Overwinning op Mara op een binnenmuur in de Phra Maha That Pagode.

Wat Nong Pho is geen tempel waar busladingen Thaise ‘religieuze’ toeristen worden afgezet en het is zeker geen religieuze Efteling, toch krijg ik het gevoel dat deze tempel een beetje is meegegaan met de huidige stroming van het ‘populair boeddhisme’ (11) Geen reuzenbeelden van Ganesja of Kuan Yin die er met schreeuwende kleuren de aandacht trekken, maar toch zijn er duidelijke aanwijzingen dat er het afgelopen decennium van alles is bijgebouwd dat appeleert aan de moderne ‘populair Thaise boeddhist’.
De voetafdruk van de Boeddha in de genoemde kapel met het reuzenmes zou zo’n trendy nieuwe aanwinst kunnen zijn. Onder het toeziend oog van een wassen beeld van Doem hebben bezoekers honderden muntjes van één baht in de voetafdruk geworpen. Nog meer een kermisattractie is een boeddhistische beeldenpartij met eromheen een verzameling bedelnappen. Dit geheel ligt als een miniatuurkasteel omgeven door een ‘slotgracht’ van anderhalve meter breed waarin minstens honderd kleine krathongs in alle kleuren van de regenboog drijven. Bezoekers moeten een muntje dat ze in een van de bedelnappen willen gooien dus over dit bonte water werpen, goed mikken dus….sanuk! Deze attractie bevindt zich onder een afdak van zeildoek voor een kruisvormige kapel waar traditionele beelden van de heilige Doem worden vereerd.
Ook onder het dak van zeildoek staat een zoveelste beeld van Doem bedolven onder het ‘plakgoud’. Achter het beeld een bodhiboom die vol hangt met nesten van wevervogels. Naast het beeld staat een grote rode brievenbus: bezoekers kunnen er hun bun (‘merit’) naar geliefden verturen. Hoe deze ‘merit post’ werkt, is me niet helemaal duidelijk. Moeten bezoekers eerst een donatie opbrengen, wat bun oplevert en wordt een deel van die bun dan automatisch overgeheveld naar de dierbare die men aanschrijft? (al dan niet met bemiddeling van de geest van Doem) Of is het schrijven van geliefden vanuit deze tempel een daad die automatisch bun genereert? Niet iets dat de jeugdige bezoekers zal aanspreken, die weten waarschijnlijk niet meer hoe je een postzegel op een brief plakt. Op de brievenbus een klein beeld van Luang Pho Doem in een glazen kastje.
Het forse beeld van een olifant zou ook gerekend kunnen worden tot deze trend tot disneylandisering, al illustreert en memoriseert het natuurlijk wel perfect Doems kennis en kunde met betrekking tot deze dieren.
De wit gekalkte Phra Maha That Chedi lijkt me een tamelijk recente aanwinst van de tempel. De kelderverdieping is ingericht als museum over het leven van Doem, maar was helaas gesloten voor onderhoudwerkzaamheden op de dag ik er op bezoek was. De benedenverdieping in de basis van het bouwwerk was wel open. De binnenmuren waren gedecoreerd met fraaie muurschilderingen in een moderne stijl die de belangrijkste episoden uit het leven van de Boeddha voorstellen.
Een grote vijver ligt in het midden van het tempelterrein, waar bezoekers de vissen en waterschildpadden kunnen voeren, wat ook weer bun oplevert.

09-doem-87009-Doem: 1. Een bronzen beeld van Doem in de wihan met het reuzenmes. 2. Een poster met de afbeelding van Doem. 3. Een onder het plakgoud bedolven beeld van Doem naast de ‘brievenbus voor het versturen van merit’.

EINDNOTEN

(1)Voor teak zie de post: teak Het begin van de exploitatie van de Thaise bossen en de teakhandel komt uitvoerig aan de orde in Bristowe, 1976. Voor de teak-business in Thailand in de jaren dertig van de twintigste eeuw, zie Campbell (1986).
(2)Thailand als springplank van de Amerikaanse krijgsmacht naar Vietnam en het land ten tijde van het uitbreken van de guerillastrijd van de Communistische Partij van Thailand (CPT) wordt levendig beschreven in Lomax (1967).
(3) Peltier, 1977: p. 96.
(4) Peltier, 1977: p. 147.
(5) Tegenwoordig ligt het dorp in het district Takhli.
(6) Peltier, 1977: p. 147.
(7) Een pioniersstudie naar de wortels van het fenomeen ‘onkwetsbaarheid verkrijgen’ met behulp van magie is Turton (1987).
(8) Dat vermoeden wordt versterkt bij een bezoek aan de oude ijzermijnen van Bo Nam Phli in Uttaradits Thong Saen Kham district. Het daar gedolven ijzererts werd gebruikt voor het vervaardigen van de beste zwaarden, die vooral door koningen en generaals werden gehanteerd. Het erts is er bezield en de mijnen worden beschermd door geesten die door de mensen vereerd worden. Het vervaardigen van zwaarden is er nog steeds met magie omgeven. ]
(9) Takrut zijn kleine, holle metalen cilinders die vaak aan een koord rond het middel worden gedragen. Zie daarvoor Rajadhon (1968): 276-277.
(10) Meer hierover in: Hauser (1997): 120-121.
(11) De belangrijkste aspecten van dit populair boeddhisme komen uitvoerig aan de orde in Kitiarsa (2012).

BRONNEN:

Bristowe, W. S., 1976. Louis and the King of Siam. Chatto & Windus, London. 156 pp.
Campbell, Reginald, 1986. Teak-wallah. The adventures of a young Englishman in Thailand in the 1920s. Oxford University Press, Singapore. 279 pp.
Hauser, Sjon, 1997. Spotlights op Thailand. 14 onderwerpen uitvoerig belicht. Vieng travel, Bangkok. 263 pp.
Kitiarsa, Pattana, 2012. Mediums, Monks, and Amulets. Thai Popular Buddhism Today. Silkworm Books, Chiang Mai.
Lomax, Louis E., 1967. Thailand: The War That Is, The War That Will Be. Vintage ooks, New York. 175 pp.
Peltier, Anatole-Roger, 1977. Introduction à la connaissance des hlvn ba de Thaïlande. Publications de l’École Française d’Extrême-Orient, Volume CXV. L’École Française d’Extrême-Orient, Paris. 214 pp.
Rajadhon, Phya Anuman, 1968. Essays on Thai Folklore. Editions Duang Kamol, Bangkok. 383 pp.
Turton, Andrew, 1987. ‘Invulnerability’, local knowledge, and popular resistance: a Thai theme in South East Asian perspective. Proceedings of the International Conference on Thai Studies, Australian National University, Canberra, July 1987: 363-374.