Losbandige oosterlingen en geprikkelde westerlingen

Barmeisjes in Phatthaya

Barmeisjes in Phatthaya.

Losbandige oosterlingen

Mannen die op vakantie gaan naar Bangkok of Manilla, daar zit natuurlijk een luchtje aan! Nog verdachter is de blanke man van middelbare leeftijd in de vertrekhal van Schiphol:
aan zijn zijde zit een oosterse schoonheid van zo’n 25 jaar. Twee dames loeren naar het stel: “Die sekstoerist heeft dat hoertje natuurlijk voor een tijdje mee naar huis genomen,’ zegt een van beiden. Wanneer even later twee halfbloedjes van kinderen, vier of vijf jaar oud, naast papa en mama op de kunstlederen bank kruipen, stopt het geroddel. Met deze toonbeelden van het eerzaam fokproces krijgt het stel stilzwijgend genade.
Toch vliegen heel wat mannen naar het Oosten voor meer vrijblijvende avonturen. Al van de vroegste Europese pioniers werden de zinnen even sterk geprikkeld door zulke sensuele genoegens als door de specerijen. Zelfs de Chinezen werden bekoord door de vrouwen van de barbaren in het zuiden. Een Chinese bron uit de 13de eeuw stelt dat Khmer-vrouwen gemakkelijk zijn ‘over te halen’, een reden dat zeelieden nogal eens deserteerden om zich permanent in Angkor te vestigen.
De Lao-vrouwen behoorden beslist tot de begeerlijksten. In het begin van de 20ste eeuw waren ze zo ‘gemakkelijk en bekoorlijk’  dat de (Franse) vrouwen van koloniale bestuursambtenaren protesteerden tegen de Lao-traditie met ontblote borsten rond te lopen. Luang Prabang was in die dagen een bolwerk van hedonisme waar menig Fransman ‘zorgeloos en mild libidineus als na een geslaagde lobotomie’ er een harem van lokale vrouwen op nahield.
De Britten deden het allemaal wat stiekemer, maar rubberplanters in Malaya hadden toch altijd wel een Siamese, Indiase of Chinese vriendin, die hun sleeping dictionary werd genoemd.
Bordelen waren er ook ruimschoots en voor wie dat te ordinair vond, boden taxi dancers een netter alternatief met teder en affectief gezelschap in het vooruitzicht. ‘Alsof je een vogel mee in bed neemt,’ schreef Graham Greene over hun gezellig gekwebbel. ‘En van Singapore tot aan China,’ stelt J. G. Farrell in The Singapore Grip, ‘zijn deze vrouwen met hun glinsterende ogen het lieftalligst.’
Dat de vrouwen bij dit alles slechts een passieve rol speelden, is een mythe van recente, westerse oorsprong. Economisch en seksueel zijn ze in Zuidoost-Azië juist opmerkelijk zelfstandig en actief. Thaise en Filippijnse vrouwen trokken vrijwillig massaal naar Amerikaanse bases, als vliegen die op de stroop afkomen. Ook voor prostituees in het latere sekstoerisme is een term als ‘seksslavin’ volkomen misplaatst.
Wat mij betreft, mogen die oosterse vrouwen zich juist wel wat bedeesder gedragen. Hoe vaak heb ik in Thaise provincieplaatsjes niet mijn hotelkamer moeten barricaderen om te voorkomen dat ze ‘s nachts binnendrongen. Jehovagetuigen zouden nog heel wat van hun trucjes kunnen leren.

SJON HAUSER: tekst en foto’s
(Een iets andere versie van dit verhaal verscheen in de Volkskrant van 18 mei 2002.)