Liopeltis stoliczkae, Stoliczka’s Stripe-necked Snake

Foto: Een levend exemplaar van een Stoliczka’s Stripe-necked Snake uit het district Umphang van de provincie Tak. Inzet: details van de kopschilden van een ander exemplaar uit Umphang. De aanwezigheid van een loreal (blauw sterretje) is kenmerkend voor deze soort. Bij Liopeltis tricolor, die sterk op L. stoliczkae lijkt, ontbreekt dit schild waardoor de prefrontal (geel sterretje) contact maakt met de schilden van de bovenlip (supralabials).

Twee slangensoorten uit geslacht Liopeltis zijn onlangs gevonden in Noord-Thailand. Liopeltis frenatus is gevonden hoog in de bergen van het Doi Phu Kha nationaal park in Nan en is in Thailand mogelijk beperkt tot deze locatie of een klein aantal vergelijkbare habitats. De andere soort, Stoliczka’s Stripe-necked Snake (Liopeltis stoliczkae) komt echter wijd verspreid in Noord-Thailand voor en het is daarom merkwaardig dat de beschrijving van de soort als een in Thailand voorkomend slang zo lang op zich heeft moeten wachten (tot 2019).

Liopeltis stoliczkae is een kleine, dunne slang en lijkt op het eerste gezicht wat op een bronzeback. Hij kan een lengte bereiken van 60 cm. De staart is erg lang, ongeveer 40 procent van de lichaamslengte — daarmee is deze soort de recordhouder onder de slangen in Noord-Thailand. De kop is een beetje afgeplat.

De rug is lichtbruin van kleur en de rugschubben zijn glad. De buik is wit; stippen of vlekken ontbreken. Een opvallende zwarte streep loopt van de snuit door het oog naar de nek waar deze geleidelijk dunner wordt — een paar centimeter achter de nek is de streep al verdwenen. De nogal kleine ogen zijn zwart met een ronde pupil. De tong is net als bij een aantal bronzebacks knalrood.

Deze slang is voornamelijk overdag actief en is dan in lage struiken, vooral bamboe, te vinden of soms op de grond tussen de gevallen bladeren. Zijn gedrag wijst erop dat het een echte boomslang is: hij kan zich heel krachtig met zijn staart aan iets vastgrijpen.

Een vrij jonge Malayan ringneck steekt Highway 1095 over in het Huai Nam Dang nationaal park.

Een Stoliczka’s Ringneck steekt Highway 1095 over in het Huai Nam Dang nationaal park, Chiang Mai.

Tot voor kort was deze soort slechts bekend uit Noord-India en daarnaast waren in totaal drie exemplaren in Laos, Cambodja en Vietnam gevonden.

De soort werd eind 19de eeuw voor het eerst beschreven aan de hand van een exemplaar uit Nagaland (Noord-India) en belandde in de 20e eeuw in de vergeethoek. Toen een bioloog in Mizoram (ook Noord-India) ca. tien jaar geleden weer enkele exemplaren vond, werd dan ook van een ‘herontdekking’ gesproken.

Ik vond het eerste Noord-Thaise exemplaar in 2004 maar dat hield ik voor een Liopeltis tricolor, een soort die vooral bekend is uit insulair Zuidoost-Azië (Indonesië en de Flippijnen) maar ook op het Thaise schiereiland zou voorkomen. De twee soorten zijn alleen duidelijk uit elkaar te houden door verschillen in de schilden van de kop: L. stoliczkae heeft een loreal, maar de loreal ontbreekt bij L. tricolor (zie de inzet in de figuur bovenaan deze post).

In Noord-Thailand wordt Liopeltis gewoonlijk aangetroffen in gemengd bos met bamboe op een hoogte van 600-1200 meter.
Ik vond na 2004 talloze exemplaren van deze slangen in delen van de provincies Chiang Mai, Mae Hong Son en vond ook enkele exemplaren in andere provincies. Rond 2015 begon me duidelijk te worden dat deze in Noord-Thailand niet zo zeldzame slang niet L. tricolor maar L. stoliczkae is …. en L. stoliczkae was officieel nog niet beschreven als een soort die in Thailand voorkomt—terwijl ik er al zeker dertig gevonden had. Het artikel waarin ik verslag uitbracht van deze vondsten (en waarmee de soort werd toegevoegd aan de lijst van in Thailand voorkomende slangensoorten) verscheen maart 2019 in het Natural History Bulletin of the Siam Society. Voor de echte liefhebbers is hier de link naar het te downloaden artikel: link
Het kaartje met de verspreiding van de soort in Noord-Thailand (hieronder) is afkomstig uit dat artikel. Inmiddels heb ik de soort ook gevonden in de provincie Chiang Rai, Lampang en Nan (op de kaart toegevoegd), wat erop wijst dat ze eigenlijk overal voorkomt in de voor de soort geschikte habitat (bos rijk aan bamboe op 600-1200 m).

Kaart: Vindplaatsen van L. stoliczkae in Noord-Thailand. 1. Chiang Dao district, Chiang Mai. 2. Mae Taeng district, Chiang Mai. 3. Mae Rim district, Chiang Mai. 4. Samoeng district, Chiang Mai. 5. Hang Dong district, Chiang Mai. 6. Khun Yuam district, Mae Hong Son. 7. Mae Sariang district, Mae Hong Son. 8. Mae Ramat district, Tak. 9. Phop Phra district, Tak. 10. Umphang district, Tak. 11. Mueang district, Phrae. 12. Na Haeo district, Loei. 13. Nam Nao district, Phetchabun.
Inmiddels heb ik de soort ook gevonden in het district Mueang Pan in Lampang (A) en heb ik aantekeningen teruggevonden van veldwaarnemingen die erop wijzen dat ik ooit ook oude, beschadigde roadkills van de soort heb gevonden in het district Wiang Pa Pao, Chiang Rai (B) en Ban Luang, Nan (C). Deze vondsten wijzen erop dat het verspreidingsgebied van de soort zich vrijwel zonder hiaten uitstrekt over Noord-Thaland. Met uitzondering van laagland beneden 600 m komt L. stoliczkae er waarschijnlijk bijna overal voor.