Kruidnagels—bloemknopjes die geschiedenis maakten

kruidnalesMet wat geluk begint de Gordel van Smaragd al op Schiphol. Weet een Javaan, vers afgeleverd door Garuda of KLM, zijn compulsieve drang naar kretek niet te onderdrukken, dan kan de geur van kruidnagel bij de schuifdeuren of toilet overweldigend een frisse ochtend in Takingon tevoorschijn toveren — ik geniet weer intens van het uitzicht over het Tawar Meer, totdat de eerste nieuwsgierige me weet te vinden, het  ‘Dari mana?’ afvuurt en zich van mijn kreteks bedient.

Of die avond in Jakarta, dat een adembenemend mooie Batakker erop aandringt bij hem te slapen; nadat we op zijn kamer zwijgzaam de ene knetterende kretek na de andere puffen wordt duidelijk dat hij met slapen niets meer dan slapen bedoelt.

De evocatieve magie van het aromatische bloemknopje heeft zelfs de geschiedenis van een half continent gedicteerd. Kruidnagelen spookten door het hoofd van de Portugezen, en meer nog dan peper en nootmuskaat dreven ze hen naar het Oosten. Met de verovering van Malacca (1511) vloog in Venetië de prijs voor specerijen omhoog. Bekeringsijverige Jezuïeten volgden in het kielzog van de specerijhandel. Maar de Portugezen maakten zich zo gehaat dat weldra alternatieve, islamitische handelsplaatsen tot bloei kwamen. Zodoende hielpen ze zelfs de verspreiding van de islam.

Een eeuw later riep de kruidnagel het monopolie-kapitalisme van de VOC in het leven. Met een dozijn forten beschermden de Hollanders hun zaakje. Wie ervan werd verdacht stiekem wat kruidnagels te verhandelen kon op een marteling rekenen. Volgens econoom James Rogers werd meer bloed vergoten om kruidnagelen dan om troonsopvolgingen. In die dagen was voor veertig procent van de westerse recepten — veelal met gepekeld vlees als basis — kruidnagel of peper vereist.

Toen de Britten zich in 1819 op Singapore vestigden werd meteen een deel van het eiland beplant met kruidnagel- en nootmuskaatbomen. Joseph Conrad schreef nog hoe de passie voor specerijen als een vlam brandde in de borst van Britse en Hollandse avonturiers. Maar door de veranderde eetgewoonten en voedselproductie in het Westen ging de spice mania als een nachtkaars uit.

Behalve de in Indonesië populaire kretek hebben kruidnagels in het Oosten weinig sporen achtergelaten. Op de Molukken worden ze nauwelijks meer gekweekt. De Javaanse kretekindustrie haalt ze uit Zanzibar.
Bij een fort in Singapore zie ik voor het eerst kruidnagelboompjes — weinig opvallende boompjes, recentelijk aangeplant ter nagedachtenis aan een botanische tuin.
In de Thailand wordt bij de bereiding van enkele exotische (Indiase) curries (zoals de kaeng kari) kerriepoeder (met daarin ook fijngemalen kruidnagels) gebruikt, maar het nageltje op zich is de Thai vrijwel onbekend. Als ik ze bij een kruidenstalletje toch zie liggen, moeten ze doorgaan voor een exquis, geïmporteerd medicijn.
Ik vertel de marktvrouw, dat ik ze als kind vaak in het eten tegenkwam, vooral in de ‘rode’ kool. Ze kijkt me aan of ik gek ben.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

Een iets andere versie van dit verhaal verscheen als column in de Volkskrant van 6 april 2002.