Kokospalmen, levensboom van Zuidoost-Azië

palmstrand Camiguin

Kokospalmen aan een kiezelstrand op Camiguin, Filipijnen.

Paradijselijker dan de Mae Ya Baai van het eilandje Phi Phi Le is haast niet denkbaar. Maar er ontbrak iets, vond de producent van The Beach. Daarom liet hij een bulldozer overkomen om de natuurlijke vegetatie te verwijderen en het strand te verbreden, zodat er kokospalmen geplant konden worden. Een paradijs zonder kokospalmen, dat kon Twentieth Century Fox niet maken — dat is als een bounty zonder kokos erin.

 

Het verbaasde me niet, want al vanaf mijn eerste reis naar het Oosten was Cocos nucifera, de kokospalm, nauw verbonden met mijn liefde voor tropisch Azië. Thailand, Maleisië en de Filipijnen met hun kokoscultuur werden mijn paradijsjes. De kokospalm, met zijn noot als een soort ‘verboden vrucht’, werd het symbool voor mijn verre reizen. Nog steeds tovert de geur van kokosolie als een Prousteriaanse ervaring de beelden van verre havens voor mijn geest.

Wij schrijven maart 1979. Ik was nog maar vier dagen in het Oosten en spreidde mijn handdoek uit over het rulle zand van Phukets Patong Beach. Patong was toen nog paradijselijk en voor een deel geflankeerd met kokospalmen. Die zijn net als toeristen zonaanbidders; vandaar hun voorliefde voor zandstranden. Tik, de beeldschone, donkere hulp van mijn bungalow, klom met lenige bewegingen in een kokospalm en plukte enkele noten, die hij in het zand liet ploffen. Hij zag me zitten, hakte met zijn kapmes een gat in de bolster van een van de noten en bood me deze aan. Terwijl hij ernstig toekeek dronk ik onhandig uit de noot, waarbij ik het klapperwater over mijn borst morste.

Een paar maanden later, in een hindoetempel in Singapore, werd me duidelijk ik dat het eigenlijk sperma was dat over mijn borst had gestroomd. Een Tamil gestoken in een hagelwit overhemd smeet als een bezetene kokosnoten tegen de betegelde vloer. De noten waren al ontdaan van hun bolster zodat de stukjes schaal met slijmerig wit vruchtvlees in een plas klapperwater dreven. Het was een kolossale zaadlozing, een offer aan Shiva, de god met de drie ogen (net als de kokosnoot met zijn drie kiemgaten) die ook vaak wordt voorgesteld als de fallusvormige lingam. Het is slechts een van de vele rituelen met kokosnoten.

Maar dat de klapperpalm de levensboom van het Oosten is blijkt vooral uit de vele alledaagse toepassingen ervan. Dat werd me een paar jaar later het duidelijkst op de Filipijnen, dat jaarlijks twaalf miljard kokosnoten voortbracht en waar nog steeds miljoenen plattelanders van de palm afhankelijk zijn. De palmstranden van het bounty-eilandje Boracay waren er nog maar net door de rugzaktoerist ontdekt. Mijn hut was gemaakt van de stammen van kokospalmen, de dakbedekking bestond uit palmbladeren. Hij stond middenin een kokospalmplantage en wanneer de wind in de namiddag opstak, hoorde ik de doffe dreunen van noten die in het zand vielen. (Op sommige plaatsen is ‘getroffen door vallende kokosnoot’ naast de ‘val uit de kokospalm’ doodsoorzaak nummer één.) Glimmend van de kokosolie lag ik op het strand te zonnebaden en werd een gewillig prooi van de zandvliegjes. Onder de jeukende bulten vluchtte ik naar het moedereiland Panay.

kokospalmen en kokosnoten op de Filipijnen

(links): Een kokosplantage op Camiguin, Filipijnen. (rechts): De bolsters worden gekliefd en van de noot gewrikt, Samal Island, Davao del Norte, Filipijnen.

 

 

Daar reden de bonte jeepneys op een mengsel van diesel en kokosolie. Meubels werden er gemaakt van het hout van de kokospalmen, lepels en zelfs knopen van de schaal van de kokosnoten. De United Coconut Planters’ Bank was er de grootste bank. Toen de hoofdstad Ilo-ilo een belangrijk Spaans bolwerk was, werd de bevolking van Panay aangespoord nog meer kokospalmen te planten. De houtskool van de schalen gebruikten de Spanjaarden om hun galjoenen te breeuwen, de vezels van de bolster voor het maken van het tuig. Een kilometer of twintig buiten het stadje ligt een voormalig Spaans verdedigingswerk tegen de aanvallen van moslimpiraten: op de façade van het robuuste bouwwerk staat de Heilige Christoffel afgebeeld, met op zijn nek het christuskind, en zijn handen geslagen om de stam van een kokospalm. In de haven van Ilo-ilo stonken de ruimen van de schepen en de pakhuizen naar copra, het rijpe, olierijke vruchtvlees van de kokosnoot. Bij het licht van lampen die brandden op kokosolie genoot ik er van traditionele gerechten die met kokosmelk werden bereid boven een houtskoolvuurtje van de schalen van kokosnoten. Ik werd er dronken van de tuba, gefermenteerd sap getapt uit de kruin van kokospalmen. En met een fles lambanog (een destillaat van het palmsap) in mijn rugzak stapte ik aan boord van de boot naar Zamboanga op de zuidwestpunt van Mindanao.

Panay was niet eens echt kokosland. Zamboanga was dat wel. Het schiereiland is volgeplant met kokospalmen, maar dit kokosparadijs werd geplaagd door werkloosheid en misdaad. De hoofdstad Zamboanga City stond bekend als de City of Mad Killers. Aan het stadhuis hingen Cumulative Crime Score Boards met een laatste tussenstand van onder andere 745 moorden. Burgemeester Cesar C. Climaco (‘CCC’) gaf president Marcos de schuld van deze situatie.

De bijna zeventigjarige burgemeester en oppositieleider wilde me graag te woord staan. Op een bordje op zijn bureau stond: I’M NOT A DIRTY OLD MAN. I’M JUST A SEXY CITIZEN. ‘s Avonds toonde hij me in zijn villa schaterlachend zijn boze brieven aan de president en de bewijsstukken van Marcos’ verkiezingsfraude: ‘Verkiezingen onder Marcos? Dat is politieke masturbatie!’ Later die avond reed hij me naar het nieuwe stadspark dat hij had laten aanleggen. ‘Overdag is het erg mooi en ‘s avonds erg nuttig!’ stelde Climaco. Met gegrinnik gaven zijn bodyguards te kennen de point te vatten. Op de top van een heuvel, zijn lange, sneeuwwitte haar een speelbal van de bries vanaf zee, stak Climaco zijn armen in de lucht en riep profetisch: ‘De mensen moeten meer kokospalmen planten, want die kan Marcos niet van hen afpikken!’ Een jaar later moet Marcos of een andere tegenstander van de burgemeester genoeg van zijn getier gehad hebben en kon Climaco zelf op zijn Cumulative Crime Score Board worden bijgeschreven.

planken maken uit de stam van kokospalmen

(links): Uitstekende houtskool wordt verkregen door het verbranden van de schaal van de kokosnoten. Samal Island, Davao del Norte, Filipijnen. (midden): De stammen van de kokospalm leveren hout dat geschikt is voor het maken van meubelen. Samal Island, Davao del Norte, Filipijnen. (rechts): Copra ligt te drogen langs de weg. Misamis Oriental, Filipijnen.

Toeristisch was de Filipijnen toen nog vrijwel maagdelijk, maar de Thaise eilanden Ko Samui en Ko Phangan—elk goed voor de export van miljoenen kokosnoten—werden in rap tempo veroverd door de rugzaktoeristen. In hun kielzog volgde de massatoerist. Het plukken van kokosnoten door gedresseerde makaakapen werd er een toeristische attractie. Verlaten palmstrandjes die het ene jaar nog een paradijsje waren, waren het volgende jaar al ‘verpest’ door de toeristen. De weinige, nog onbedorven plekjes werden door de ware avonturiers gekoesterd als een geheime schat. In The Beach loopt dat verkeerd af en aan het eind van de film worden Leonardo DiCaprio en de rest van de commune uit het Paradijs verdreven en zien we ze op een vlot richting bewoonde wereld dobberen.

Het was niet goed te zien wat voor soort vlot het was, maar een net gevuld met kokosnoten is een oersimpel en oerdegelijk vaartuig. Hiermee wist de beruchte misdadiger Papillon ooit van het Duivelseiland voor de kust van Frans Guiana te ontsnappen. Hij had er de verschrikkingen trouwens weten te overleven dankzij de voedzame kokosnoten die  regelmatig zijn kerker werden binnengesmokkeld.

 

kokosnoten, copra en bamboevaten voor palmwijn

(links): Een jongetje sjouwt een kokosnoot mee naar huis. Samal Island, Davao del Norte, Filipijnen. (midden): Een jongen legt de copra te drogen langs de weg. Camiguin, Filipijnen. (rechts): Een bamboevat hangt in de kruin van een kokospalm om de palmwijn uit de lekkende steel van een bloeiwijze op te vangen. Camiguin, Filipijnen.

Zowel zijn voedzaamheid als groot drijfvermogen had de kokosnoot—de grootste noot van alle palmsoorten—verworven als inter island hopper tussen de schaarse archipels en atollen in de Stille Oceaan. Daar was Cocos nucifera namelijk geëvolueerd. Alleen met noten vol reservevoedsel die lang hun kiemkracht behouden lukte het de ranke palm naar de blanke stranden ver achter de horizon over te steken. Eenzaam dobberend op zoek naar onbekende bestemmingen werd hij de eerste wereldreiziger. Nadat hij eenmaal de kusten van Zuidoost-Azië had veroverd, leverde hij de oermens een voedzame drank, die hij de huidige mens nog steeds levert. Cocos-expert Hugh Harries meent dat de kokosnoot de ‘melkspeen op de drempel van de mensheid’ was die de overlevingskansen van de oermens sterk vergrootte. Deze hoefde slechts een noot tegen een rots te smijten en met zijn sterke gebit wat vezels van de bolster weg te scheuren, waarna een tik met een vuistbijl voldoende was om het klapperwater te laten stromen en het op te slurpen.

Op de bountystranden in het Oosten kunnen toeristen dit oertafereel in een wat gekuiste vorm opnieuw beleven waanneer ze er een kokosnoot gepresenteerd krijgen—en steevast wordt er dan een rietje bij geserveerd.

Tekst en foto’s © SJON HAUSER