Khun Tan, Thailands langste spoorwegtunnel in de bergen

De ingang van de Khun Tan tunnel bij station Khun Tan.

De ingang van de Khun Tan tunnel bij station Khun Tan.

Als de natte droom van een spoorweghobbyist ligt het twintigtal Faller-huisjes van station Khun Tan tegen de berghelling geplakt: houten paalwoningen voor het spoorwegpersoneel, een kruidenierswinkeltje met een lang balkon, zelfs een miniatuur postkantoor. Een man in uniform haalt een wissel over en loopt met een rode vlag het met bougainville getooide perron op. Aan het einde van het perron verdwijnt het spoor in een tunnel met een oranjerode voorgevel. Een rij dennen en een Araucaria versterken de suggestie dat Khun Tan niet echt is, maar een maquette van plastic en IJslands mos. Een hond met drie poten wijst echter op de meedogenloze realiteit.

Khun Tan is geheel door bergen omgeven. Er is een onverharde weg naar het laagland van Lamphun, maar normaal kom je er per spoor. Vanaf het station klimt een wandelpad grillig de bergen in. De trek naar de top van Khun Tan (1380 meter) was populair bij weekendtoeristen uit Bangkok en Chiang Mai, maar zelfs de natuur is in Thailand aan mode onderhevig: de hele dag zal ik geen mens tegenkomen. De groepen jongeren die voorheen met gitaren en cassetterecorders de laatste beren naar de periferie van het nationaal park joegen, kijken nu kennelijk liever naar soap opera’s op de televisie.

Misschien speelt ook mee dat het al weer ruim tien jaar geleden is dat de ooit populaire Khuekrit Pramot is overleden. Khuekrit was van adel, een gevierd journalist en schrijver en daarnaast een belangrijk politicus. Gedurende het Democratisch Experiment (1973-1976) was hij tien maanden Thailands premier. De mensen hingen aan zijn lippen. Je kon het zo gek niet bedenken of de grijsharige nicht werd om zijn mening gevraagd. In geen forum, talkshow of kookprogramma ontbrak hij. Zijn tegenstanders vreesden hem om zijn sarcasme, zijn vrienden vereerden hem als een heilige, net één trapje beneden de koning.

 

Een ontmoeting tijdens een wandeling naar de spoorviaducten.

Een ontmoeting tijdens een wandeling naar de spoorviaducten.

Khuekrit had op Khun Tan een buitenverblijf. Halverwege de top stuit ik op zijn eenvoudige, houten chalet. Een rotstuin met vijvers getuigt van zijn verfijnde smaak. Bij het granieten boeddhabeeld waaronder zijn as is geborgen, liggen twee verwelkte bloemslingers. De laatste jaren voor zijn dood kwam hij hier niet meer, want er hingen altijd nieuwsgierigen rond om een glimp van hem op te vangen. Nu heerst de verlatenheid en het ruisen van de dennen.

Hogerop trekken lianen en de wurgende luchtwortels van enorme ficussen mijn aandacht. Je neigt ertoe de weelderige, druipende vegetatie regenwoud te noemen, hoewel dat in heel Noord-Thailand niet voorkomt. In het droge seizoen verliezen veel bomen zelfs hun bladeren en ziet de natuur er armoedig en verdord uit. Bosbranden razen dan door het park. Alle grote teakbomen waren al decennia geleden gekapt en dicht, krakend bamboe is opgerezen waar de kaalslag het grootst was. Oorspronkelijk bos is nauwelijks meer te vinden, maar je moet al bioloog zijn om daarvan wakker te liggen. Vanaf de top is het uitzicht schitterend.

Tegen de avond ben ik weer beneden. Venters met mandjes bamboespruiten en wilde orchideeën staan klaar om de exprestrein naar Bangkok te bestormen. Ik loop over de bielzen naar de geestenhuizen bij de ingang van de 1352 meter lange tunnel waar honderden houten olifantjes zijn geofferd. Het andere eind van de tunnel is een witte stip. Van de arbeiders die hier van 1913 tot 1918 in het graniet hakten, bezweken er duizend aan malaria en dysenterie of kwamen om bij ongevallen en vechtpartijen. Af en toe werd iemand door een tijger weggesleept. Omdat Chinese koelies niet in het donker en de verstikkende hitte van de tunnel wilden werken, waren Lao aangetrokken, overwegend verslaafden die in opium kregen uitbetaald.

De spoorwegen waren van belang voor Siams onafhankelijkheid. Eind 19e eeuw was het koninkrijk door de Britse en Franse kolonies ingesloten. Likkebaardend loerden de grootmachten naar Siams noordelijke ‘provincies’. Met spoorwegen wilde de koning de verre gewesten snel openleggen en onder centraal bestuur brengen om de Europeanen de wind uit de zeilen te nemen. Vooral Duitse spoorwegingenieurs werden aangetrokken — als tegenwicht voor de vele Engelse adviseurs in dienst van andere departementen.

Een van de drie viaducten ten zuiden van de Khun Tan tunnel.

Een van de drie viaducten ten zuiden van de Khun Tan tunnel.

Baurat Luis Weiler werd aangesteld als directeur van de spoorwegen. Na de voltooiing van lijnen naar het zuiden en noordoosten gaf hij het noordelijk traject alle aandacht. Baurat Emil Eisenhofer werd belast met de bouw van de tunnels en met Duitse grondigheid pakte hij het project aan. Een Siamese prins die de tunnel bezocht, vond het een wonder dat beide helften elkaar precies in het midden bereikten. De voltooiing ervan in 1918 betekende dat een gebied een paar keer zo groot als Nederland met de moderne wereld was verbonden.

Weiler en Eisenhofer zouden dat echter niet meer meemaken. In 1917 had Siam Duitsland de oorlog verklaard en werden alle Duitsers geïnterneerd. Omdat Weiler kanker had, mocht hij naar zijn vaderland terugkeren. Hij stierf onderweg in de Straat van Mozambique.

Jaren later ontving Eisenhofer een cheque uit Siam als vergoeding voor het verlies van zijn baan. Hij kreeg meteen heimwee en vertrok weer naar Bangkok. Daar bouwde hij Thailands grootste brouwerij — met al even grote sociale gevolgen als de tunnel. Na zijn dood in 1962 werd zijn as ondergebracht in een gedenkteken bij de ingang van de tunnel, naast de geestenhuisjes met houten olifantjes. Zijn portret (met bril en snor) vind je ingemetseld achter een glasplaat, nu geheel overwoekerd door algen.

Sinds een aantal jaren daalt een goed begaanbare, maar steile asfaltweg van Khun Tan af naar het dal van Lampang. Weldra bereik je een punt waar een bospad begint. Daarover kun je bij de andere, zuidelijke ingang van de tunnel komen, een wandeling van een kwartier — gerieflijk vergeleken bij het door het bos struinen, over de tunnel heen, zoals ik eens had ondernomen. Vanaf de tunnel volg ik het spoor in zuidelijke richting en bereik na twintig minuten het eerste van drie ijzeren viaducten die bijna een eeuw geleden door een bedrijf uit Helmond waren geleverd. Het is een aparte plek om even te verpozen; het uitzicht op de Khun Tan berg, waar ik eerder die dag heb gelopen, is er fenomenaal.

Minstens honderd keer ben ik per trein over de viaducten gegaan, ‘s ochtends vroeg in de nachttrein uit Bangkok en niet zelden in gezelschap van een reisgroep. Opgewonden wilde ik de mensen dan wijzen op het prachtige landschap, de berghellingen lila van de bloesem van de ‘shower of orchids’ in januari of wit van de teakbloesem in augustus. Maar als ik ze dan met slaperige hoofden aan het cellofaan over hun ontbijtje zag peuteren, achtte ik het moment ongeschikt om mijn liefde voor Khun Tan te betuigen — dan genoot ik stilletjes in mijzelf, totdat de trein in het donker van de tunnel verdween.

©Sjon Hauser: tekst en foto’s

Een andere versie van dit verhaal verscheen in de Volkskrant van 21 september 1996.