Khlong Lan, Thais platteland zonder franje

uitzicht

Uitzicht over de rijstvelden in Khlong Lan.

Khlong Lan  — Thais platteland zonder franje.

Khlong Lan is een kleine districtsplaats in het westen van Thailand in de provincie Kamphaeng Phet en ligt ongeveer even ver van Bangkok als van Chiang Mai.  Het is omgeven door rijstvelden en akkers met suikerriet en cassave.Ten westen ervan rijst een vaak in donkere wolken gehulde bergketen met als hoogste piek de Khao Kha Khaeng (2152 m). Het plaatsje is genoemd naar een van de beken die gevoed worden door het water uit de bergen. Ten zuidoosten ervan glooit het land naar het laagland van Centraal-Thailand en is er maar hier en daar een heuveltje.

Voortdurend word je erop gewezen dat landbouw de wijde omgeving domineert. Meer nog dan de uitgestrekte, bevloeide na (rijstvelden) zijn het de iets hoger gelegen rai die het karakter van de streek bepalen. Afhankelijk van de tijd van het jaar rijden vrachtwagens torenhoog beladen met suikerriet af en aan of zie je karren voortgetrokken door kleine tractoren ladingen maïskolven naar de opkopers brengen.

Die laatste hebben borden aan de weg geplaatst met op het eerste gezicht raadselachtige opschriften als AA 21, A 12, B -, C – die de boer informeren over de prijs die voor een bepaald ras wordt geboden. Hier en daar walmt je een zure lucht tegemoet als je een betonnen veld passeert waar de in stukjes gesneden cassaveknollen te drogen. Overal zijn winkels en bedrijfjes die de boeren voorzien van hun benodigdheden, variërend van tractormotoren en ploegen tot pesticiden, kunstmest en zaaizaad. De provincie Kamphaeng Phet is beroemd om zijn bananen (met name van het ras kluai khai) en er is zelfs een jaarlijks bananenfestival, maar de meeste bananen worden in een aantal andere districten gekweekt.

Bussen met ladingen toeristen zul je in Khlong Lan niet tegenkomen. Het ligt op geen enkele toeristische route. Toch zijn er goede redenen een of meer nachten in het plaatsje ver buiten de platgetreden paden te vertoeven. Binnen een straal van 70 km zijn er talloze bezienwaardigheden, zoals het Mae Wong nationaal park (20 km ten westen van Khlong Lan) en het Kamphaeng Phet historisch park (bij de provinciehoofdstad, 50 km ten oosten ervan). Andere bezienswaardigheden zijn het Khlong Lan nationaal park met de fraaie Nam Tok Nam Lai (-waterval), een Lisu-dorp en een klein ‘hill tribe museum’. Daarnaast is er een verrassend ruime keuze aan aardige accommodatie. Eén bijzonder plekje, Orathai Hills Resort, staat zelfs op mijn top vijf van leuke en mooie plekjes om de nacht door te brengen, zie onder accommodatie in dit artikel en ook nummer 5 in het artikel: Top 5 bijzondere accommodatie.

kaart

Kaart van de omgeving van Khlong Lan.

Oriëntatie

Khlong Lan ligt aan Highway 1117 die 8 km ten zuiden van Kamphaeng Phet ontspringt aan Highway 1 (van Bangkok naar Mae Sai) en in zuidwestelijke richting loopt.

Rond KM 38 ligt Khlong Lan en iets voorbij het ‘centrum’ vind je het Orathai Resort. Ongeveer 8 km verder ligt Ban Khlong Lan rond het punt waar Highway 1072 (vanuit Lat Yao) op de H1117 uitkomt.

Highway 1117 gaat er verder naar het westen. Bij KM 57 is de toegangspoort van het Mae Wong nationaal park en bij KM 65 het hoofdkwartier van het park.

De weg gaat daarna slingerend nog bijna 30 km verder de bergen in en loopt dood bij KM93 op een hoogte van ruim 1300 meter.

Mae Wong nationaal park

Dit in 1987 gecreëerde nationaal park is bijna 900 km² groot en ligt ten westen van Khlong Lan en grenst aan andere belangrijke natuurgebieden zoals het Khlon Lan nationaal park (in het noorden), het Umphang Wildlife Sanctuary (in het westen) en het Huai Kha Khaeng Wildlife Sanctuary (in het zuiden). In de jaren zeventig trokken veel Hmong dit gebied binnen om er hun milieu-onvriendelijke slash and burn-landbouw te bedrijven; de meesten werden in de jaren tachtig gedwongen zich elders buiten het park te vestigen.

Bergen bij Chong Yen.

De dicht beboste bergen bij Chong Yen. Inzet: grey-headed canary fly-catcher (Culicicapa ceylonensis). Tekening uit Craig Robson, A Field Guide to the Birds of Thailand — met dank.

Dicht bos bij Chong Yen.

Evergreen forest met boomvarens en wilde bananen op een hoogte van meer dan 1100 meter in het Mae Wong nationaal park.

De  door de Hmong ontboste hellingen zijn inmiddels met bamboebos of wilde bananenstruiken begroeid en het gebied heeft zich aardig hersteld. Om te voorkomen dat zich opnieuw ontbossers en jagers in de verderop gelegen bergen zouden vestigen is het doortrekken van Highway 1117 naar Umphang (wat oorspronkelijk de bedoeling was) gestaakt en loopt de weg nu dood in de jungle.

Er is een rijkdom aan groot wild in het park: olifanten, gaurs, tijgers, beren, sambars en andere herten; en zelfs de schuwe tapirs komen er voor. Maar bezoekers zullen al deze dieren zelden spotten, onder andere omdat er geen savannes zijn waar je enkele soorten zou kunnen zien grazen.

trailhead

Het beginpunt van een trail door het bos bij Chong Yen. Inzet: nog niet geïdentificeerde bloem langs het pad.

Livistona palm.

Livistona-palmen komen er veel voor.

hornbill

De zeldzame rufous-necked hornbill. Plaatje uit: Craig Robson, A Field Guide to the Birds of Thailand — met dank.

Het park heeft een goede naam bij vogelliefhebbers — het een van de weinige plaatsen in Thailand waar de indrukwekkende, tot 117 cm grote rufous-necked hornbill (Aceros nipalensis) voorkomt.

De Mokochu (1964 m) is de hoogste berg in het park en ligt 50 km ten zuiden van het hoofdkwartier. Met een trek naar de top en terug (uitsluitend met gids) ben je een kleine week zoet. Ook met het bereiken van een aantal prachtige watervallen ben je al gauw een dag kwijt. Maar een tocht met de auto, motorfiets of scooter naar het eindpunt van de highway en uitstapjes naar bezienswaardigheden langs de weg zijn al zeer de moeite waard.

Al meteen na het passeren van de toegangspoort van het nationaal park bij KM 57 ben je in dicht bos. Acht kilometer verderop is het hoofdkwartier met een bezoekerscentrum met allerlei informatie over flora en fauna, foto’s van groot wild en het paradepaardje, de rufous-necked hornbill. Het is er doorgaans erg rustig en op sommige dagen komt er maar een handjevol bezoekers.

Een kilometer voorbij het hoofdkwartier begint een pad dat naar een pittoreske locatie voert, slechts enkele honderden meters van de weg af. Temidden van weelderige natuur stort een beek zich er over kalksteenrotsen.

Voorbij deze stroomversnellingen (de Kaeng Pha Khoi Nang – Kaeng Nam Bon Kaeng Hin) klimt de hoofdweg in bochten omhoog. Bij KM 81 ben je al op een hoogte van 890 meter en is er een uitkijkpunt (Kiu Krathing, genoemd naar de krathing, de Thaise naam voor gaur) met een goed uitzicht op omringende bergen. Opvallende boomsoorten die je onderweg ziet zijn de lamphu pa (de Thaise naam voor Duabanga grandiflora) en talloze soorten ficussen. Vaak steken ranke fan palms (Livistona speciosa)  boven de vegatatie op de berghellingen uit.

forse Ficus

Een forse ficus vol met vijgen.

Stam Ficus met vijgen.

De met vijgen beladen stam van de boom.

De ficussen zijn niet van het formaat van de ons bekende kamerplant, maar kolassale bomen met knoestige stammen. Ze zitten vaak vol met sappige vijgen en zijn dan één groot ‘openluchtrestaurant’ waarin een veelheid aan dieren fourageert. Meer over de bomen van het geslacht Ficus in het artikel: Ficussen. De lamphu pa is een slanke boom die meer dan 50 meter hoog kan worden en gemakkelijk te herkennen is aan de wat neerhangende twijgen met paren tegenovergestelde bladeren die alle min of meer dezelfde kant opgedraaid zijn. In februari en maart produceert de boom grote witte bloemen.

Ik stuitte in de buurt van het uitkijkpunt op een luid krijsende grey peacock pheasant (Polyplecton bicalcaratum). Hogerop vernauwt de weg zich en slingert dan door dicht evergreen forest met onder andere veel boomvarens en wilde bananen. Het wordt koeler, je bent de 1000 meter-grens al gepasseerd. De conditie van de weg verslechtert enigszins.

Bij KM 93 eindigt de weg bij een grasveld en een paar huisjes van de National Park Division, een plek die bekend staat als Chong Yen (yen=koel). Het uitzicht is er schitterend en je kunt er met een kijkertje goed vogels bespieden. Ik zag talloze grey-headed canary fly-catchers (Culicicapa ceylonensis). Vogelaars dienen geduld te hebben. Een Thaise enthousiast had er zijn tentje opgezet en spiedde al vier dagen tevergeefs de berghellingen af naar de rufous-necked hornbill. Waar de weg doodloopt begint een ‘educatief  natuurpad’ van anderhalve kilometer lang dat door dicht bos gaat. De wandeling is zeer de moeite waard, maar in het regenseizoen zijn er veel bloedzuigers. Je komt weer uit bij de ‘bungalows’. Daar gaat ook een pad omhoog en aan het eind ervan is het uitzicht over de bergen fenomenaal. De klim van 300 meter is echter steil en moeilijk.

Natuurliefhebbers zullen zich niet vervelen; het park vanaf de hoofdwegverkennen is de gemakkelijkste manier. Trek er een hele dag voor uit. En neem eten (en water) mee voor een lunch in de vrije natuur .

Voor de fanataci is er de Mokochu Trail naar de top van de Mokochu; het pad is open van oktober tot februari. De tocht naar de top geldt als het neusje van de zalm voor de liefhebbers van trektochten door de wilde natuur. Je moet daarvoor beslist een goede conditie hebben. Toestemming voor deze vijfdaagse trek is vereist en kan verkregen worden bij het Mae Wong National Park: mokoju@hotmail.com en tel. 055-766436. Zij moeten ook eventueel dragers voor je regelen: à 300 baht per dag per drager. De vijfdaaagse trek voor een groep van 5 personen kost ongeveer 7000 baht exclusief de kosten voor dragers (naar Phoowadon Duangmee, 2011. Hiking on top of the world. The Nation, 5 january 2011: 1B)

Kamphaeng Phet historisch park

Boeddhabeelden

Boeddhabeelden bij Wat Phra Kaeo.

Staande Boeddha

Wat Phra Si Iriyabot.

Zeventig kilometer ten noordoosten van Khlong Lan ligt de stad Kamphaeng Phet, hoofdstad van de gelijknamige provincie, op de linkeroever (oostoever) van  de Ping.

Het was in de Sukhothai- en Ayutthaya-periode een belangrijke stad, die door zijn ligging (niet ver van het Lan Na-rijk van het Noorden, vaak in oorlog met Ayutthaya) waarschijnlijk grote strategische betekenis had. De stad is dan ook steeds door een 5 km lange gracht en stadsmuur (grotendeels van laterietblokken) en talloze verdedigingswerken (9 forten) omgeven geweest.

De moderne naam Kamphaeng Phet betekent ‘Diamanten Muur’, genoemd naar de diamantvormige kantelen van de stadsmuur. Het historisch park is uitgeroepen tot een UNESCO World Heritage Site. Het ligt maar voor een deel binnen de restanten van de oude (gedeeeltelijk gerestaureerde) muur. Talloze ruïnes van tempels liggen erbuiten. Zelfs op de westoever van de Ping vind je hier en daar een geruïneerde chedi of basis van een tempel in het landschap, soms temidden van velden met suikerriet.

Een bezoek aan het historisch park is een goed alternatief voor het zeer toeristische en nogal aangeharkte, 70 km noordoostelijker gelegen Sukhothai historisch park.

Het belangrijkste bouwmateriaal bestaat uit laterietblokken en bakstenen. Laterietblokken werden verkregen door natte roodbruine laterietaarde in blokken uit te graven en in de zon te laten drogen. Het wordt dan (irreversibel) keihard. Het is grof en poreus en kan niet zoals zandsteen worden bewerkt. De meeste ornamentering in de stad werd dan ook aangebracht met stucco, wat na lange tijd gemakkelijk verweert en afbrokkelt. Waarom er niet net als door de Khmers zandsteen gebruikt werd? Omdat deze steensoort in de verre omgeving niet te vinden is.

Tot de bekendste ruïnes binnen de wallen behoort Wat Phra Kaeo. Daarvan werd ooit gedacht dat het enige jaren de beroemde en heilige Phra Kaeo of ‘Smaragden Boeddha’ heeft gehuisvest, het beeldje van groene jasper dat nu in Bangkoks Wat Phra Kaeo staat. Maar dat wordt door huidige historici onwaarschijnlijk geacht. (Geschiedenis is in Thailand lange tijd met ‘de natte vinger’ bedreven en werd meer door chauvinisme dan de speurtocht naar de historische waarheid gedreven. Zie voor dit onderwerp het artikel: Helden en heldinnen). Het is een indrukwekkende tempel met minstens 35 stoepa’s. De hoofdchedi is aan de basis gedecoreerd met beelden van olifanten. Tussen de laterieten zuilen en bakstenen muurtjes staan diverse grote boeddhabeelden. Naast Wat Phra kaeo liggen de fundamenten van het voormalige paleis. Iets verderop staat de Lak Muang van de stad die de stichtingspilaar huist.

Van Wat Phra Si Iriyabot resteren de enorme laterieten basis  van de wihan (verzamelhal voor de monniken) en een mondop (bouwwerk met vierkante basis) met aan elke zijde een nis met een groot boeddhabeeld in Sukhothai-stijl. De liggende en zittende Boeddha zijn zo zwaar beschadigd dat ze onherkenbaar zijn. Van de Lopende Boeddha is alleen de romp intact. Maar de acht meter hoge Staande Boeddha die naar het westen kijkt mist slechts een arm en geldt als één van de beste voorbeelden van Sukhothai-kunst.

Wat Chang Rop

Wat Chang Rop.

Een paar honderd meter ten noorden van deze tempel ligt Wat Chang Rop. De vierkante laterieten basis is getooid met vele beelden van olifanten. Op sommige plaatsen is het stucco van de olifanten nog intact en laat zien dat de dieren in hun ceremoniële uitrusting zijn gestoken. De chedi van deze tempel moet groot en klokvormig geweest zijn maar het grootste deel ervan is ingestort.

Ook een bezoek waard is het Kamphaeng Phet nationaal museum in het zuidelijk deel van de ommuurde stad. Het heeft een aardige collectie boeddhabeelden, stucco- en terra cotta-ornamenten afkomstig van de tempels uit de omgeving.  Er zijn veel terra cottafiguurtjes van hamsa (zwanen/ganzen), danseressen, thewada (halfgoden) en demonen die bij de restauratie van Wat Chang Rop aan het licht kwamen. Ze geven een beeld van de kleding die de mensen in de late Sukhothai- en vroege Ayutthaya-periode droegen.

Een bijzonder stuk is het grote bronzen beeld van de (hindoe)god Shiva dat rond 1510 is vervaardigd. Het beeld is afkomstig van de San Phra Isuan, iets ten zuiden van het museum. In dit heiligdom bevindt zich nu een replica van het beeld.

Afhaalhuisjes.

Afhaalhuisjes.

De weg van Khlong Lan naar Kamphaeng Phet (Highway 1117) voert door enigszins eentoning landschap van suikerriet-, cassave- en rijstvelden.  Aan de weg is een groot aantal ‘timmerbedrijfjes’ die houten kant-en-klaar huisjes in Thaise stijl maken, tegenwoordig helaas steeds vaker met daken van lelijke, blauwe of zeegroene asbesten golfplaten. Ze kunnen op een vrachtauto getakeld worden en naar een bestemming worden vervoerd. Ze worden vooral door de rijken gebruikt op hun grote tuin mee op te sieren.

Accommodatie

Aan de westkant van Khlong Lan ligt aan de hoofdweg het Orathai Mountain View Resort, nogal steriel en sfeerloos, maar met zeer propere huisjes met air conditioning voor B 500.

Een verrassing is de ‘dependence’ ervan, het Orathai Hill Resort met zwembad, gelegen op een heuveltje schuin erachter. Je hebt er een prachtig uitzicht op de rijstvelden en de bergen.

Lila huisjes met puntdak kosten B 350 (fan) of B 500 (air conditioning) per nacht. Bier e.d. is er doorgaans ruim voorradig, maar voor eten moet je in een van de restaurantjes in het plaatsje zijn.

In de tuin en bij het zwembad zijn talloze sala’s om in de schaduw te vertoeven. Een nadeel is dat het toegangspad dat vijftig meter voorbij het moederresort begint na een flinke regenbui in een modderpoel verandert. Ook zijn er volop muggen zodat het aansteken van anti-muggen wierook vereist is als je ‘s avonds ook buiten wilt zitten.

Het adres: 112 Mu 4 Tambon Khlong Nam Lai, Amphoe Khlong Lan, Kamphaeng Phet 62180, orathairesort@gmail.com tel. 081-3245672.

Meer in het centrum van Khlong Lan zijn sobere, donkere, goedkope motel-stijl kamers te betrekken — accommodatie voor de budgetfreaks.

Drie mooi gelegen resorts vind je tussen Ban Khlong Lan (waar Highway 1072 op de 1117 uitkomt) en de ingang van het Mae Wong nationaal park. Deze resorts zijn omringd door de natuur en de prijs voor de accommodatie ligt in de orde van 500-1200 baht: het Thiam Khae Resort en het Makbun Resort vrijwel naast elkaar aan de rechterkant van de weg en wat verderop links aan de weg het River Stone Resort. Het is er doorgaans erg rustig en je zit 5 km van de bewoonde wereld.

Andere praktische zaken

In Ban Khlong Lan, bij het grote kruispunt, is een internetzaakje en een 7 Eleven-winkel. Precies op de hoek bevindt zich ook het beste restaurant van de wijde omgeving.

Een groot pompstation staat aan de H1117 in Khlong Lan, een kleiner aan de H1072 in Ban Khlong Lan.