Hot, Op Luang en Tham Tong—toeristisch nog onbedorven

Op Luang Kloof

De Op Luang Kloof.

Het weinig toeristische district Hot, slechts twee uur rijden van Chiang Mai, bestaat grotendeels uit met dipterocarpen en dennen beklede heuvels. De Op Luang Kloof, de Pha Wing Chu en andere bijzondere geologische formaties zijn een bezoek waard.

Hot (ฮอด)
Geschiedenis
Mueang Hot, zoals Hot vroeger genoemd werd, lag op de belangrijke handelsroute van Chiang Mai naar Moulmein (nu: Mawlamyine) in Myanmar. Verspreid liggende ruïnes van chedi’s en de bases van tempels getuigen in de omgeving nog van een bloeiend verleden. Met de creatie van het Mae Tup-stuwmeer — na de voltooiing van de Bhimibol-dam in de Ping bij Sam Ngao in 1964 — kwam de oude ‘stad’ in het water te liggen en werd het huidige Hot, 15 km noordelijker, gesticht.

Over het oorspronkelijke Hot is betrekkelijk weinig te vinden in oude bronnen en reisverslagen. Maar de Brit Holt Hallett die in de jaren tachtig van de 19e eeuw van Moulmein (via Mae Sariang) naar Chiang Mai reisde, bereikte bij Hot de rivier de Ping en wijdde in zijn reisverslag verschillende pagina’s aan de tijd die hij er verbleef. (1)

Het plaatsje lag 743 voet boven zeeniveau en de Ping was er 600 voet breed, 3 voet diep en de oevers waren 12 voet hoog (midden-februari). Het lag temidden van een smalle strook rijstvelden die als een lint door het bos kronkelde. Ongeveer 20 km ten zuiden van de plaats lag ‘Loi Kern’ (2), die de noordkant markeerde van het heuvelland waar de Ping diepe kloven doorheen heeft geslepen op weg naar het laagland van Centraal-Thailand.

Het ‘stadje’ telde maar vijftig huizen — dus waarschijnlijk niet meer dan 300 inwoners — en de meeste bewoners waren handelaren en boeren. Hallett geeft een opsomming van wat er zoal in de tuinen werd verbouwd: kokos- en suikerpalmen, custard apples, goeaves, tangerines, limoenen en pomelo’s, plantains, mango’s, suikerriet, tabak, turmeric, chili’s, uien en pompoenen. (3)

Omdat hij geen verse olifanten kon krijgen, vervolgde Hallett zijn tocht naar Chiang Mai per boot. Direct stroomopwaarts van Hot lag in de Ping een smal eiland van meer dan een halve kilometer lang. Daar voorbij passeerde Hallett een visdam en bereikte de grillige formaties van ‘Pa-kin-soo, a celebrated sand-cliff which stands up like an old sandstone castle which towers and buttresses weather-worn and crumbling into ruins.’ (4) Deze formaties staan nu bekend als Pha Wing Chu — zie hieronder.

Het moderne Hot is de hoofdstad van het bergachtige district Hot in het zuidwesten van Chiang Mai. Iets ten oosten van de plaats, bij Sop Chaem, stroomt de Mae Chaem uit in de Ping — de laatste gaat verder zuidelijk geleidelijk over in een langgerekt stuwmeer.

In het centrum van het stadje buigt Highway 108 uit Chiang Mai af naar het westen en volgt dan de zuidoever van de Mae Chaem stroomopwaarts. Weldra rijd je door de met droog dipterocarpenbos begroeide hellingen van heuvels en bergen van het uitgestrekte Op Luang nationaal park. In het centrum van Hot beginnen ook Highway 1012 en Highway 1103 die respectievelijk ten westen en ten oosten van de Ping in zuidelijke richting lopen. H1012 voert naar een aantal spectaculaire formaties aan de oever van de Ping, terwijl je via de H1103 Doi Tao en het noordelijkste deel van het door de Ping gevormde stuwmeer bereikt.

Accommodatie
Iets ten westen van Hot, aan Highway 108 naar Mae Sariang, is het mooi aan de Mae Chaem gelegen Hot Resort. Het Phi Phi Resort biedt eenvoudige bungalows rond een tuin en ligt aan de zuidelijke rand van de plaats, aan een straatje dat begint schuin tegenover het ziekenhuis van Hot.

Hot en omgeving-nieuw-870bTen westen van Hot

De Op Luang Kloof (อบหลวง) en het Op Luang nationaal park (อุทยานแห่งชาติอบหลวง).
De Op Luang Kloof ligt 17 km ten westen van Hot aan Highway 108. Hij wordt wel de Thaise ‘Grand Canyon’ genoemd, een beetje overdreven want de kloof is slechts 50 meter diep. Hij is ontstaan door (tectonische) verheffing van het land, welke zo geleidelijk plaatsvond dat de rivier de Mae Chaem zich door de rotsen van graniet en gneiss wist te slijpen zonder haar oorspronkelijke loop te verleggen. Er is een smalle brug overheen gebouwd en in de diepte zie je de Mae Chaem kolkend stromen. Een pad voert er naar de top van een rots waar je een prachtig uitzicht hebt. Nabij zijn resten van de prehistorische mens gevonden.

De door het graniet geslepen kloof is het paradepaardje van het in 1991 gecreëerde Op Luang nationaal park, dat zich ten noord- en zuidwesten van Hot uitstrekt en met een oppervlakte van 553 vierkante kilometer tot de grotere nationaal parken van Noord-Thailand behoort. De heuvels en bergen in het park zijn overwegend met gemengd bladverliezend bos en droog dipterocarpenbos bedekt, maar hogerop zijn ook dennenbossen en hill evergreen forests.

Er komt in de afgelegen delen nog vrij veel groot wild voor, waaronder tijgers, sambarherten, beren, serow (klipgeiten), muntjaks en wilde zwijnen.

Het hoofdkwartier van het park ligt een kilometer ten westen van de Op Luang Kloof. Daar is ook de officiële ingang naar de kloof. Een wandelpad leidt er langs de rivier naar een smalle brug over de kloof en vandaar gaat een pad omhoog tussen de enorme rotsen van graniet. Je bereikt weldra een plaats waar prehistorische opgravingen zijn gedaan en de wat hoger de Pha Chang Klif met rotsschilderingen van onder andere olifanten die gemaakt zijn door de prehistorische mens. De Op Luang geldt als een van de belangrijkste prehistorische vindplaatsen in Noord-Thailand (zie kader). Via een doodlopend zijpad bereik je na een pittige klim een kale rots vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over verre omgeving. Bezoekers hebben er talloze stoepa’s gemaakt door stenen op elkaar te stapelen. Zie het meer als een hommage aan de natuur dan als een ‘boeddhistisch ritueel’. Dat geldt ook voor de honderden stokken die men onder en tegen rotsen heeft geplaatst—dit heeft veel gelijkenis met het plaatsen van (soms versierde) stokken tegen de bodhibomen op de tempelterreinen, een ritueel dat vooral op het traditioneel nieuwjaar in april (Songkran) plaatsvindt. De omgeving van de Op Luang is letterlijk bezaaid met zulke verzamelingen stokken en staken en met honderden mini-stoepa’s.

Prehistorie aan de Mae Chaem
Grote delen van Noord-Thailand (en Zuidoost-Azië) werden in tamelijk recente prehistorische tijden (ca. 10.000 – 1500 jaar geleden) bewoond en doorkruist door jager-verzamelaars die er vele stenen gebruiksvoorwerpen achterlieten, waaronder de typische Haobinhian (genoemd naar een vindplaats in Vietnam) ‘flaked’ bijlen en schrapers. In de jaren tachtig van de 20e eeuw zijn er door Marielle Santoni en medewerkers uitgebreide opgravingen gedaan aan de voet van de Pha Chang Klif bij de Op Luang Kloof. Een analyse van de gevonden werktuigen wijst erop dat ze gebruikt werden voor het bewerken van hout. De fossiele resten van dieren tonen aan dat de habitat uit bos bestond met een diverse fauna. Potscherven zijn hier niet gevonden, wat in overeenstemming is met een rondtrekkend bestaan, dat slecht te combineren is met het meeslepen van aardewerk. In de afzettingen die op (tijdelijke) menselijke bewoning wijzen is ook haematiet gevonden. Deze roodbruine kleurstof werd in Zuidoost-Azië en elders veel door de prehistorische mens gebruikt voor het maken van rotsschilderingen. Dat was waarschijnlijk ook aan de Chaem bij de Op Luang Kloof het geval. De meeste schilderingen op de Pha Chang Klip zijn nogal recentelijk gemaakt, vaak over de oudere, vervaagde roodbruine schilderingen heen. (5)

Tegenover de ingang van het nationaal park, aan de andere kant van de highway, staat op de helling een onder plastic bloemslingers bedolven geestenhuis gebouwd ter ere van de lokale chao pho (beschermgeest) die over de verre omgeving waakt.

Accommodatie: Niet ver ten westen van het hoofdkwartier ligt het Kaw Krairaj Resort, een geschikte plek om als basis te gebruiken voor het verkennen van het nationaal park en de omgeving van Hot.

Mae Chaem rivier tijdens Songkran (Thais Nieuwjaar)
Tijdens het traditionele Thaise nieuwjaar (Songkran) op 13, 14 en 15 april, en de dagen ervoor en erna is een flink deel van de Mae Chaem tussen Hot en de Op Luang Kloof een reusachtige picknickplaats: boven het laag staande water van de rivier heeft men honderden bamboehutjes op palen met strodaken gebouwd. Families vertoeven er van ‘s ochtends vroeg tot in de avond en houden zich vooral bezig met lekker eten, bier en whisky drinken en waterpret. Thais plezier in optima forma, waarmee het nieuwe jaar wordt ingeluid.

Thepphanom Hot Springs (น้ำร้อนเทพนม)
In het westen van het park, 14 km van het hoofdkwartier en aan Highway1088 naar Mae Chaem, bevinden zich deze rustig gelegen warmwaterbronnen die dagelijks slechts een klein aantal bezoekers trekken. Een aaneenschakeling van restaurantjes, koffiehuizen en souvenirwinkels (zoals bij de toeristische San Kamphaeng en Mae Kachan Hot Springs) zul je er dan ook niet vinden. Een pad voert langs de verschillende met algen begroeide vijvertjes met borrelend heet water waaruit zwavelhoudende dampen ontsnappen.

Bo Luang (บ่อหลวง)
Dit dorp ligt 43 km ten westen van Hot aan de rijksweg naar Mae Sariang. Het bevindt zich op een plateau, circa 1200 meter boven zeeniveau, dat voor een aanzienlijk deel met dennenbos is bedekt is.
Dit is waarschijnlijk het grootste en gemakkelijkst te bereiken Lawa (Lua)-dorp in Thailand. Ondanks alle modernisering zijn er nog talloze traditionale huizen en lopen sommige vrouwen nog in Lawa-dracht. Voordat de Thais vanuit noordelijker gelegen contreien in Noord-Thailand neerstreken (vooral in de 11e, 12e en 13e eeuw na Christus), waren de Lawa’s er de belangrijkste bevolkingsgroep. Door assimilatie met de Thais is dit volk grotendeels verdwenen, maar vele Noord-Thais hebben nu een beetje Lawa-bloed in hun aderen stromen. Sommige groepen Lawa’s zonderden zich af in de bergen en in de driehoek Mae Sariang-Hot-Mae Chaem zijn nog steeds een aantal min of meer traditionele Lawa-dorpen te vinden. De Lawa’s leven ook voort in vele Noord-Thaise legenden en in rituele en ceremoniën. Het is een bekend, tamelijk universeel verschijnsel dat de onderworpen, oorspronkelijke bewoners een bijzondere plaats krijgen binnen rituelen, zoals bij de jaarlijkse ceremoniën rond de Inthakin (stichtingspilaar) van Chiang Mai (zie het artikel: Inthakhin ceremonies—Lawa spirits and the city pillar).
In Bo Luang wonen nu ook vele Karen, een ander ‘bergvolk’. In de 19e eeuw (en mogelijk al veel eerder) was Bo Luang een belangrijk centrum voor de winning van ijzererts en het smeden van ijzeren gebruiksvoorwerpen, zoals de kettingen waaraan de werkolifanten werden vastgelegd. Hallett bezocht het plaatsje rond 1884 en schrijft er uitvoerig over.

dennenbos

Dennenbos.

Dennenbos
Delen van Noord-Thailand zijn bedekt met dennenbos, een vegetatietype waaraan de meeste bezoekers niet in eerste instantie bij tropisch woud aan zullen denken. Het meeste natuurlijke dennenbos ligt op een hoogte van 800-1700 meter. Er zijn twee inheemse soorten dennen: de ‘black pine’ Pinus merkusii en de ‘yellow pine’ Pinus kesiya. Ze lijken op het eerste gezicht sterk op elkaar, maar Pinus merkusii heeft een veel donkerder schors met diepere kloven. Verder groeien de naalden bij P. merkusii in bundeltjes van twee, bij P. kesiya van drie. Terwijl P. merkusii zelden hoger dan 30 meter wordt, kan P. kesiya een respectabele hoogte van meer dan 50 meter bereiken. P. kesiya vind je op een hoogte van 1000-1700 meter, waar hij tamelijk open dennenbos vormt. P. merkusii is meestal te vinden beneden de 1000 meter-grens, vaak samen met soorten van het dry dipterocarp forest (zie het artikel: Dipterocarpen, dominerende boomsoorten in Zuidoost-Azië ). (6)
Beide soorten dennen leveren een gewaardeerd hars. Er worden gaten in de stammen gehakt en gebrand voor het winnen van harsrijke spaanders. Die worden als aansteekhoutjes voor de haard gebruikt. Oude dennen met enorme zwartgeblakerde gaten in de stam zijn een vertrouwd beeld in het Noord-Thaise bos. Dennen met zo’n zwaar toegetakelde stam begeven het na een aantal jaren en vallen om.
Omdat dennen snel groeien, werden ze veel gebruikt voor herbebossing, met name P. merkusii.  Bossen die na beplanting met jonge dennen zijn ontstaan, kun je gemakkelijk te herkennen aan de regelmatige afstand tussen de bomen. Herbebossing met dennen heeft grootschalig plaatsgevonden op Doi Inthanon, in de bergen van Mae Fa Luang, ten noorden van Doi Chiang Dao (aan Highway 1322 naar Wiang Haeng) en op talloze andere plaatsen. Ook ten westen van Hot is veel dennenbos aangeplant. De sylvicultuur en arboretums nabij Bo Luang worden ‘s winters veel bezocht door Thaise toeristen om de gezonde dennengeur op te snuiven.


Ten noorden van Hot

ingang grot

Boeddhabeelden bij de ingang van de grot.

De Tham Tong (ถ้ำตอง) of Tong Cave is een grot in een door weelderig bos omgeven klif aan de oostkant van het Op Luang nationaal park.
Aan de voet van een klip stroomt een kleine beek bruisend voorbij. De omgeving van de grot is een boeddhistisch centrum; het is er plezierig wandelen.

In een twintigtal kutti’s (kleine huisjes) verblijven vooral vrouwen. Ze gaan in het wit gekleed, leven sober en mediteren veel. Vrouwen van wie het hoofd ook nog kaal geschoren is heten mae chi.

Zij zijn een soort ‘nonnen’ die zich onderwerpen aan dezelfde strenge leefregels als de monniken, maar binnen de hiërarchie van de Thaise Sangha (monnikenorde) niet echt meetellen. Aan een boom is een groot bord getimmerd met de gedragregels waaraan de vrouwen zich hebben te houden.

De ingang van de grot is een enorm altaar met boeddhabeelden, offerandes en parafernalia. Een Liggende Boeddha is er uit de rotswand gehouwen en met goudverf beschilderd. Het dieper gelegen deel van de grot is afgegrendeld. Op de deur staat geschreven: Verboden toegang. Gevaarlijk: slangen!

liggende Boeddha

Liggende Boeddha Tham Tong.

Je bereikt de grot door vanuit Hot over Highway 108 noordwaarts te rijden. Na vijf kilometer is er een afslag naar de bergen in het westen. Na nog eens vijf kilometer rijden bereik je de parkeerplaats van het meditatiecentrum.

Ma Tia waterval, een zeer fraaie, maar moeilijk te bereiken waterval in het uiterste noorden van het Op Luang nationaal park. Het water stort zich trapsgewijs over een tachtig meter hoge klif. Een wandeling van twee uur is vereist om de waterval te bereiken.

Ten zuiden van Hot
Pha Wing Chu (ผาวิ่งชู้)
Ongeveer 15 km ten zuiden van Hot biedt de oever van de Ping een sprookjesachtig tafereel: grillig uitgeslepen terrassen die soms lijken op de ruïnes van middeleeuwse kastelen zijn ontstaan door het samenspel de eroderende werking van de rivier en de regen en de geleidelijke tectonische verheffing van het landschap. Door dat laatste werd de rivier gedwongen zijn bedding snel uit te diepen om het noodzakelijke verval te handhaven, een proces dat bekend staat als stream rejuvenation (‘stroomverjonging’). Je ziet dat het voormalige, grillig verbrokkelde terras van de rivier hoog bovenop sterk geërodeerde, oudere alluviale lagen ligt.
Deze formaties behoren tot de meest bijzondere van Thailand, dat blijkt onder meer uit foto’s ervan die zijn gekozen als de coverfoto’s van het ‘prestigieuze’ boek Illustrated Landforms of Thailand uit 1991. (7) De erosiekunstwerken genieten slechts lokaal enige bekendheid en je moet beslist weten hoe je er moet komen: pas 900 meter van de kloof staat een verweerd bord langs de weg met de naam van de attractie in het Thais.

Pha Wing Chu-aVoor een bezoek aan de Pha Wing Chu kun je het beste vanaf de rotonde in Hot over Highway 1012 zuidwaarts rijden in de richting van Wang Lung. Na circa 12 km zie je aan je rechterhand heuvels met daarop zeker drie chedi’s. Beneden aan de weg bereik je dan weldra Wat Doi Upa Kaeo met een enorm beeld van de godheid Ganesja met de olifantenkop. Sla hier linksaf op de Thang Chonnabot (Rural Road) 4010. Na een kilometer gaat de weg over de rivier de Ping en vervolgens bereik je na weer 1 km een T-splitsing bij de dorp Ban Dong Dam. Sla linksaf, en na 1500 m is links een afslag die staat aangegeven met een verweerd geel bordje (inzet foto links) — sla er linksaf en een rit over een cementen weg door het bladverliezend bos brengt je na 900 m bij de kloof. Erosie gaat dag in dag uit verder en een deel van het hekwerk langs de afgrond is inmiddels in de diepte verdwenen doordat de aarden met het regenwater is weggespoeld. Een aantal andere hekken zullen binnenkort stellig volgen. Kijk dus uit waar je je voeten neerzet om een val in de afgrond te voorkomen!

Wat Doi Upa Kaeo en Phra That Upa Kaeo
Het is de moeite waard de op de top van de heuvel Doi Upa Kaeo gebouwde monumenten een bezoek te brengen. Maar kijk eerst rond op het terrein van Wat Doi Upa Kaeo. Het enorme roodbruine beeld van de godheid Ganesja en een grote staande Boeddha in dezelfde kleur zul je niet gemakkelijk missen. Merk op datbijen onder de kin van de Boeddha een hele verzameling honingraten hebben gebouwd. Vanaf de tempel gaat een pad omhoog (niet al te moeilijk met motorfiets of auto) en bereik je het forse roodbruine hoofdmonument. Een laterietpad gaat verder over de heuvelrug in zuidwaartse richting en via een vergulde chedi op een ander topje bereik je een groot beeld van Koning Naresuan de Grote (ca. 1600) en een kleine chedi die in 2014 nog in aanbouw was. Aan de voet van het standbeeld wordt een stuk van knoestige boomstam vereerd. Naresuan is een van de beroemdste en heldhaftigste koningen uit de Thaise geschiedenis en de verering van deze koning is het afgelopen decennium sterk toegenomen. Meer hierover in: Naresuan.
Vanaf het beeld gaat een cementen pad steil omlaag naar de hoofdweg. Terug bij Wat Doi Upa Kaeo kunnen de liefhebbers van oudheden nog een aantal ruïnes van chedi’s bekijken. Ze staan tussen de rijstvelden in het gebied dat zich van de tempel naar de Ping uitstrekt. Ze zijn van baksteen gemaakt en waren bedekt met pleisterwerk. Een andere geruïneerde chedi staat aan Highway 1012 1-2 km noordelijker. Er is nu slechts de ronde basis van over, weinig meer dan een hoop bakstenen, maar omwikkeld met een oranje doek. Onder een afdakje hangt een oude foto die laat zien hoe het bouwwerk er 70-80 jaar geleden nog uitzag met een vierkante opbouw (Chiang Saen-stijl). In elk geval wijzen bewijzen de ruïnes dat Hot in de 15-16e eeuw een tamelijk belangrijk centrum was in het Lanna Rijk.

Doi Tao en het Mae Tup-stuwmeer

Het plaatsje Doi Tao, hoofdstad van het gelijknamige district, ligt 40 km ten zuiden van Hot aan Highway 1103. Drie kilometer ten westen van Doi Tao ligt het haventje van Tha Nam aan het Mae Tup-stuwmeer. Er is een keuze aan eenvoudige accommodatie. De waterstand van het meer kan per jaargetijde sterk variëren. Als de waterstand hoog genoeg (wat zelden het geval is) is kun je vanuit het haventje het zuidelijker gelegen Ban Ko (Kaeng Ko) in het Mae Ping nationaal park bereiken. De tocht per long-tailed boot duurt ongeveer twee uur.

Meer informatie over het stuwmeer en recreatie in het Mae Ping nationaal park in het artikel: Mae Ping nationaal park, Kaeng Ko en Mae Tup-stuwmeer .

©SJON HAUSER: tekst, foto’s en kaartwerk.

Voetnoten

(1) Holt S. Hallett, 2000 [1890]. A Thousand Miles on an Elephant in the Shan States. White Lotus Press, Bangkok.

(2) In talloze oude reisbeschrijvingen wordt het (Noord-)Thaise woord Doi (=berg, heuvel) gespeld als Loi. Het is me niet duidelijk waarom.

(3) Hallett, ibid.: 62-68.

(4) Hallett, ibid.: 69.

(5) Gedeeltelijk naar Charles Higham and Rachanie Thosarat, 1998. Prehistoric Thailand. From Early Settlement to Sukhothai. Thames and Hudson, London: 36-37.

(6) Zie: Simon Gardner, Pindar Sidisunthorn and Vilaiwan Anusarnsunthorn, 2000. A Field Guide to Forest Trees of Northern Thailand. Kobfai Publishing Project, Bangkok: 376.

(7) Paitoon Pongsabutra (editor), 1991. Illustrated Landforms of Thailand. Chulalongkorn University-Darnsutha Press. 300 p.