Heilige van Noord-Thailand—de monnik Khruba Si Wichai

Het bronzen beeeld van Khruba Si Wichai aan de voet van Doi Suthep nabij de Huai Kaeo waterval, Chiang Mai.

Het bronzen beeeld van Khruba Si Wichai aan de voet van Doi Suthep nabij de Huai Kaeo waterval, Chiang Mai.

In 1986 werd de trieste metamorfose van het hart van Chiang Mai voltooid. Een enorme en buitengewoon lelijke bakstenen muur was opgerezen langs Mun Muang Road, terwijl een aardig klein park had moeten wijken voor een saai betegeld plein dat me aan Oost-Berlijn deed denken.
Op een avond was een grote menigte bijeengekomen bij de nieuwe Tha Phae poort in het midden van de kolossale muur; een monnik zat daar te mediteren. Andere monniken waren bezig zijn portret en amuletten te verkopen en veel bezoekers offerden kaarsjes en wierook. Ik realiseerde me opgewonden dat die monnik niemand minder was dan Khruba Si Wichai. Det, een vriend van me die wat handelde in amuletten, had altijd met veel respect over deze grootste van alle Noord-Thaise monniken gesproken. Hij had me verteld dat Khruba Si Wichai over allerlei bovennatuurlijke krachten beschikte zoals gedachten lezen en het verdragen van felle zonneschijn zonder daarbij te transpireren.

Nadat ik me door de menigte had gewurmd tot vlak voor de monnik, bemerkte ik dat Khruba Si Wichai tot een buitengewone concentratie in staat was. Hij zat in lotushouding, de benen gekruist en de handen in zijn schoot, en zijn vriendelijke blik scheen de aanwezigheid van zijn bewonderaars volkomen te negeren. Ik kon hem zelfs niet zien ademhalen. Toen een van de monniken die hem vergezelde voorzichtig het gewaad over zijn schouder wat herschikte, reageerde de beroemde abt op geen enkele manier.

Een uur later kwam ik terug op de plek en Khruba Si Wichai zat er nog steeds in dezelfde positie, als een standbeeld van sereniteit. Ik was diep onder de indruk van zijn spirituele kracht.

Later op de avond raadpleegde ik een gefotokopieerd exemplaar van een Franse biografie over de heilige monniken in Thailand. Ik was verbouwereerd  toen ik daarin las dat Khruba Si Wichai in 1878 was geboren en dus 108 jaar oud moest zijn. Ik kon het nauwelijks geloven, tien jaar ouder zelfs dan Luang Pu Waen Suchinno, een andere heilige monnik van het noorden die het jaar ervoor op 98-jarige leeftijd was overleden. En toen ik vier bladzijden verder las  over  ‘sa mort en 1938’ was mijn verwarring compleet.  Ik ging meteen weer naar de poort. Het was inmiddels rond middernacht en Khruba Si Wichai was er niet meer. Travestieten en lijm snuivende jongens hadden het plein nu veroverd. Daeng, die hier elke nacht rondhing, was in een uitstekende stemming en vertelde me trots dat haar nieuwe vrijer, een Europese toerist, al drie opeenvolgende nachten met haar  had geslapen — weliswaar dronken — zonder ook maar een ogenblik te twijfelen aan haar sexe.

‘Hoe staat het met Khruba Si Wichai?’ begon ik aarzelend. ‘Waar is hij naartoe?’

‘Ah, je bedoelt het wassen beeld dat hier vanavond stond?’

Een pauze volgde..

‘Natuurlijk!’ antwoordde ik zo zelfverzekerd als mogelijk.

‘Mooi, he? Net echt,’ zei ze.

‘Deze door Thai gemaakt. Niet als Pu Waen. Hij niet mooi beeld. Hij gemaakt door farang. Stomme farang!’ giechelde ze en stak het plein over om een nieuwe bezoeker te benaderen.

Sinds die avond is mijn belangstelling voor deze legendarische monnik onverminderd gebleven. Uiteindelijk ben ik wellicht de enige westerling in Chiang Mai die de heilige ‘in levende lijve’ heeft ontmoet.

Mensen offeren lotusbloemen, wierook en kaarsje bij het standbeeld van Khraba Si Wichai aan de voet van Doi Suthep, Chiang Mai.

Mensen offeren lotusbloemen, bloemslingers, fruit, wierook en kaarsje bij het standbeeld van Khraba Si Wichai aan de voet van Doi Suthep, Chiang Mai.

In 1878 werd in het Noord-Thaise dorpje Ban Pang een jongen geboren. Het stormde en stortregende zo hard dat de aarde beefde. De baby werd daarom Grote Schok genoemd. Het kind groeide tamelijk onopmerkelijk op, maar op de leeftijd van zeventien jaar, toen hij noviet werd in de dorpstempel, begonnen de dorpelingen hem te bewonderen vanwege zijn stricte discipline. Hij at bijvoorbeeld maar één enkele, vegetarische maaltijd per dag en de mensen hielden van hem omdat hij zo vriendelijk was.  In 1904, enkele jaren na zijn inwijding tot monnik, werd hij de nieuwe abt van de tempel. Vanwege zijn sterke persoonlijkheid en zijn bovennatuurlijke gaven verspreidde zijn reputatie zich snel over heel Noord-Thailand. Hij werd Khruba Si Wichai genoemd — khruba betekent ‘leraar’. De daarop volgende drie decennia slaagde hij erin duizenden mensen in het noorden te mobiliseren om in totaal meer dan honderd tempels te renoveren.

Verder had hij een nieuwe versie gemaakt van de Yuan (Noord-Thaise) vertaling van de Traipitaka, een van de belangrijkste boeddhistische geschriften. Tegenwoordig is hij waarschijnlijk het bekendst vanwege het aanleggen van de twaalf kilometer lange weg naar Wat Phra That Doi Suthep, de tempel die op een hoogte van 1050 meter op de berg ten westen van Chiang Mai ligt. Over de vergulde chedi van deze mooie en heilige tempel wordt beweerd dat ze  een stuk van de schedel van de Boeddha bevat. Dankzij de nieuwe weg konden meer mensen hun respect betuigen aan dit relikwie van de Grote Leraar. De tempel is zelfs een belangrijke toeristische trekpleister geworden, net als Wat Phra Sing en Wat Suan Dok in Chiang Mai, Wat Phra That Hariphunchai in Lamphun en Wat Phra That Doi Tung in Chiang Rai, allemaal tempels die onder leiding van Khruba Si Wichai zijn gerenoveerd.

Toen de monnik in 1938 op 60-jarige leeftijd overleed, was het net zo’n noodweer als gedurende zijn geboorte. Volgens een nogal prozaïsche biografische schets was ‘zijn dood het gevolg van te lang zitten en hij stierf incontinent en waarschijnlijk aan maagzweren veroorzaakt door het eten van te veel scherpe chili’s’.  Na zijn crematie, acht jaar later, verdrongen duizenden zich in een menigte om iets van zijn as of een stukje bot te pakken te krijgen om er beschermende amuletten van te maken.

Tot op de huidige dag zijn amuletten met zijn afbeelding populair gebleven, terwijl verschillende standbeelden en vele kleinere beelden in het noorden van zijn faam getuigen. Het bekendst van deze monumenten is waarschijnlijk het grote bronzen beeld in een schrijn nabij de Huai Kaeo waterval bij Chiang Mai, vanwaar de weg naar de beroemde tempel op Doi Suthep de berg opklimt. Duizenden devote bezoekers knielen respectvol voor het beeld neer en maken een wai temidden van de walm van brandende wierook en smeulend kaarsvet.

Het wassen beeld van Khruba Si Wichai in Wat Si Bun Ruang, Chiang Mai.

Het wassen beeld van Khruba Si Wichai in Wat Si Bun Ruang, Chiang Mai.

Het wassen beeld waarvan ik ooit dacht dat het de vereerde monnik in eigen person was staat nu in de wihan (verzamelhal) van Wat Si Bun Ruang, een tempel in de buurt van de ruïnes van Wiang Kum Kam, iets ten zuiden van Chiang Mai. Het ziet er nog steeds levensecht uit en getuigt van een groot vakmanschap. In de jaren tachtig van de vorige eeuw had een maarschalk van de Koninklijke Thaise Luchtmacht de opdracht tot de vervaardiging ervan gegeven. Voordat het zijn plaats in de tempel kreeg, werden de bewoners van Chiang Mai in de gelegenheid gesteld hun respect aan het beeld te tonen bij de Tha Phae poort.

Ban Pang is misschien de beste plaats om meer te leren over Khruba Si Wichai. Dat dorp ligt ongeveer honderd kilometer ten zuiden van Chiang Mai aan de weg van Lamphun naar Li. De dorpstempel  waarvan Khruba Si Wichai vele jaren de abt was, ligt op de top van een heuvel temidden van rijstvelden en boomgaarden.  Naast de traditionele tempelbouwwerken staat er een tamelijk nieuw gebouw van marmer waarvan de toren is ingelegd met tienduizenden stukjes spiegelglas. De ingang van dit ‘museum’ wordt bewaakt door twee beelden van tijgers — Khruba Si Wichai was geboren in een jaar van de tijger. De tijger symboliseert de wilde en beangstigende krachten in de natuur. Van vele meditatiemeesters die lange zwerftochten door de bossen maakten wordt gezegd dat ze door tijgers werden bedreigd of aangevallen, maar dat ze de dieren onderwierpen met de spirituele krachten die ze uitstraalden. Misschien is de tijger wel het symbool van het ‘wilde’ in onszelf dat we moeten overwinnen op de weg die naar de verlichting leidt.

Tempelgebouwen ter nagedachtenis van Khruba Si Wichai op het terrein van Wat Ban Pang.

Tempelgebouwen ter nagedachtenis van Khruba Si Wichai op het terrein van Wat Ban Pang, Li district, Lamphun.

Het wassen beeld van Khruba Si Wichai op de bovenverdieping van het gebouw is veel minder indrukwekkend dan het beeld in Wat Si Bun Ruang. Daarnaast is er een grote verzameling  parafernalia en worden er vele amuletten en foto’s over het leven van de monnik tentoongesteld. De benedenverdieping geeft een goed beeld van de renovatiekruistocht die hij in het noorden heeft geleid. Er zijn vitrines met spades en ander gereedschap dat is gebruikt bij de aanleg van de weg naar de Doi Suthep tempel en je ziet er een gong, schrijfmateriaal, de rotanbank waarop hij zijn middagdutje deed en een bakfiets waarmee de arbeiders — allen vrijwilligers — werden voorzien van maaltijden. Op een draagstoel waarmee hij werd verplaatst hebben de bezoekers als offerande vele muntstukken van één baht en van vijftig satang neergelegd. Er zijn ook zilveren doosjes voor het bewaren van miang (gefermenteerde theebladeren) en arecanoot (ook wel betelnoot genoemd), wat de genotmiddelen in die dagen waren. En dan staat er de klassieke,  oude auto waarmee de weg naar de Doi Suthep tempel in 1935 werd ingewijd.

Beelden van tijgers voor de ingang van het Khruba Si Wichai-museum op het terrein van Wat Ban Pang.

Beelden van tijgers voor de ingang van het Khruba Si Wichai-museum op het terrein van Wat Ban Pang, Li district, Lamphun.

Eén aspect van de monnik is in deze tentoonstelling minder expliciet aanwezig dan zijn religieuze activiteiten. Khruba Si Wichai werd ook gezien als een rebel, de geestelijke leider van het patriottisme in noordelijk Thailand, een soort Mahatma Gandhi, die het verzet tegen de kolonisatie door Bangkok aanwakkerde.

In de negentiende eeuw bestonden grote delen van Siam — zoals Thailand toen nog genoemd werd — uit nogal autonome vazalstaten die door locale heersers werden bestuurd. Cultureel verschilden het noorden en noordoosten sterk van Centraal-Thailand. De bewoners hadden hun eigen boeddhistische tradities en een eigen taal of dialect. Dat zou allemaal veranderen gedurende het bewind van koning Chulalongkorn (1868-1910) toen de souvereiniteit van Siam ernstig werd bedreigd door de oprukkende koloniale machten Groot-Brittanië en Frankrijk. Om de annexatie van meer grondgebied te voorkomen voerde de koning snelle bestuurlijke centralisatie  in de gebieden buiten Centraal-Thailand door. In feite gebruikten de vreemde mogendheden de corruptie van de locale heersers en de vele bandieten in de buitengewesten als aanwendsel om er in te grijpen. Centrale controle van deze gebieden werd dus een topprioriteit.

Vanuit Bangkok werden gouverneurs naar het noorden en noordoosten gestuurd, terwijl de macht van de locale heersers geleidelijk werd ingedamd. En met de Sanga Act van 1902 zou het orthodoxe staatsboeddhisme van Bangkok de vrije interpretaties van locale boeddhistische tradities vervangen.

Khruba Si Wichai en zijn aanhangers werden geclassificeerd als een soort tweederangs monniken. Hij mocht niet langer monniken en novieten inwijden, maar dat lapte hij aan zijn laars en hij ging gewoon verder met zijn praktijken. In haar studie Forest Recollections: Wandering Monks in Twentieth-Century Thailand schrijft onderzoekster Kamala Tiyavanich: ‘Vanuit het oogpunt van de sangha autoriteiten was Siwichai niet gekwalificeerd omdat hij Bangkoks religieuze teksten niet bestudeerd had en geen examens in Bangkok had afgelegd. Die examens en teksten waren uiteraard in het Thai, een taal die Siwichai net als vele van zijn volgelingen onder de monniken en leken niet kende. Dit laat zien hoezeer de elite van Bangkok handelde als een koloniale macht door zijn eigen regels en taal op te leggen in de naam van “modern onderwijs”.’

De auto waarmee de weg naar de Doi Suthep-tempel in Chiang Mai in 1935 werd ingewijd.

De auto waarmee de weg naar de Doi Suthep-tempel in Chiang Mai in 1935 werd ingewijd.

Khruba Si Wichais volgelingen, onder wie tenminste 2000 monniken en novieten van 90 tempels in het noorden, weigerden deel uit te maken van Bangkoks Sangha hiërarchie. Men protesteerde openlijk tegen het  staatsboeddhisme en veel mensen wilden geen modern onderwijs volgen. De sentimenten tegen de Thaise taal waren zo wijdverbreid dat in sommige overheidsscholen de inboedel werd verbrand of het bos in werd gegooid. En de spirituele leider van dit ‘anti-koloniale’ verzet was Khruba Si Wichai. De crisis bereikte een hoogtepunt toen hij november 1935 naar Bangkok werd geboden en daar zes maanden lang in een prestigieuze tempel gevangen werd gehouden. Khruba Si Wichais aanhangers meenden dat de autoriteiten jaloers waren op zijn populariteit. Khruba Si Wichai werd gezien als een natuurlijke leider terwijl men de door Bangkok  benoemde bestuurders als buitenstaanders beschouwde. Uiteindelijk werden de autoriteiten in Bangkok het er over eens dat men in de locale tempels sommige van de Noord-Thaise gewoonten kon blijven practiseren. Op zijn beurt accepteerde Khruba Si Wichai de regels van de Sangha betreffende inwijdingen. Toen hij naar Chiang Mai terugkeerde, werd hij als een held ontvangen op het spoorwegstation. Een menigte van achtduizend wachtte de monnik er op.

Dit beroemde welkom wordt afgebeeld in het houtsnijwerk op de zware teakhouten deuren van het museum in  Wat Ban Pang. De diesellocomotief is misschien een anachronisme. In een gebouw  ernaast bevindt zich nog een wassen beeld van de heilige monnik, in de liggende positie. Daarnaast is er een groot familieportret van de Wilailaks, de voornaamste  sponsors van het bouwwerk ter nagedachtenis van Khruba Si Wichai dat in 1992 werd voltooid. Er is ook een grote bibliotheek met kasten vol boeddhistische religieuze werken. Alles bij elkaar interessant genoeg om er eens rond te kijken. Bovendien is Wat Ban Pang een schilderachtige en prachtig gelegen, buitengewoon rustige dorpstempel. Reizigers hoeven zich hier geen busladingen toeristen te vrezen.

Hervormingen na de Tweede Wereldoorlog hebben het noorden verder  geïntegreerd in de Thaise staat, zowel politiek als cultureel. Fanatiek regionalisme is verleden tijd geworden. Wel is rond de eeuwwisseling de belangstelling voor het regionale verleden sterk toegenomen onder de bewoners van het noorden. Bij de ingang van talloze tempels vind je nu borden waarop de naam van de tempel in het traditionele Noord-Thaise schrift staat naast die in standaard Thais.  En in warenhuizen zijn de parafernalia uit de tijd van Khruba Si Wichai  hot items geworden, zoals  produkten gemaakt van het traditionele Noord-Thaise sa paper en foto’s van Oud Chiang Mai — waaronder veel foto’s van Khruba Si Wichai en de werkzaamheden die hij leidde.

©Sjon Hauser: tekst en foto’s.

Om met het openbaar vervoer in Ban Pang te komen moet je op de oostoever van de Ping nabij de Nawarat brug in Chiang Mai een bus nemen naar Lamphun. In het centrum van Lamphun stap je over op een blauwe song thaeo (pick-up truck) met bestemming Li. Stap uit in Ban Pang, ongeveer 70 km ten zuiden van Lamphun. Wat Ban Pang en het Khruba Si Wichai museum zijn op de top van een heuvel, ongeveer een kilometer vanaf de hoofdweg.