Geestverschijningen — een dagelijks fenomeen

Tempelschildering, Lamphun.

Tempelschildering, Lamphun.

Op een nacht wipte in Chiang Mai een meisjeshoofd met onhandige sprongetjes de trap  van een studentenflat op. De volgende ochtend bleek dat de Thaise studente al de avond ervoor door een auto was doodgereden — kennelijk wilde ze na haar dood nog even terug naar haar kamer.

Ook wuifde er eens een arm vanuit een kanaal naar een voorbijganger. De arm was een van de brokstukken van een vermoorde vrouw die later werden opgedregd.

Geestverschijningen zijn in het Oosten dagelijkse kost. Geen verstandig mens twijfelt aan een verscheidenheid van al of niet ronddolende geesten. Zo mogelijk trekt men er profijt van. Op de intensive care van een Thais ziekenhuis — waar overigens altijd een nachtmot rondfladdert wanneer er weer iemand is gestorven — opende een zieltogende eens de ogen om met heldere stem vier cijfers te openbaren. De aanwezige verpleegster kocht meteen een lot dat op die cijfers eindigde en won de hoofdprijs in de staatsloterij.

Over Maleisië schreef Sir Frank Swettenham eind 19e eeuw dat niemand met een onderzoekende geest er lang kan wonen zonder verschijnselen te zien waarvoor de natuurwetenschap geen verklaring heeft. Ondanks een zekere scepsis zetten de Britse kolonialen er het occulte regelmatig naar hun hand. Bij belangrijke cricketwedstrijden werd een bomoh (magiër) ingehuurd om te voorkomen dat het ging regenen. Omgekeerd kon zwarte magie meedogenloos toeslaan. Men denke aan de Ierse planter in Somerset Maughams novelle P & O die zijn inlandse mistress in de steek liet. Op de boot naar zijn vaderland kreeg hij de hik en nog voor de kust van Aden in zicht was had hij zich doodgehikt.

Ook bij de populaire Balinese dansen en de zelfkastijding tijdens het Maleise Taipusam of het Thaise vegetarisch festival zijn geesten in het spel. In Bangkok is het in wierook gehulde Erawan-geestenhuis een toeristische attractie, terwijl bij een ruiterstandbeeld de geest van een voormalig koning met sigaren, rozen en zijn favoriete whisky wordt vertroeteld. Altaren voor geesten ontbreken in Thailand bij geen woning en variëren van schamele vogelhuisjes  tot potsierlijke monumenten.

Niet de ‘onderzoekende geest’ waarop Swettenham doelde,  ben ik na twintig jaar nog niet voor de oosterse geestenwereld bezweken. Maar ik had mijn moeilijke momenten. Zoals bij die vreemde glimlichtjes op een Thaise pagode die door de mantra’s van monniken zouden worden opgewekt. Niemand die er ophef van maakte. Of de avondjes bij een kennis in Bogor gevuld met ooggetuigenverslagen van ontmoetingen met ronddolende honden zonder kop, onbemande auto’s met ritmisch vibrerende banden, bloeddorstige pontianaks en geesten die zich aan je anus vastzuigen. Ja, wanneer ik daarna door de nacht terugliep stonden ‘ze’ op het punt als groenige schijnsels uit de struiken te treden. Het was dan altijd prettig de straatverlichting bij mijn guesthouse te bereiken.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

Een wat andere versie van dit verhaaltje verscheen als column in de Volkskrant van 23 maart 2002.