Familie-album-002-Opa Sjaak, die een huis oprookte

OPA SJAAK, DIE EEN HUIS OPROOKTE
Familie-album-002

Figuur 1-Opa Sjaak: A. Opa Sjaak Hauser. B. Kapitein Michalis, cover. C. Kapitein Michalis, achterflap.

LEUKE FOTO, ZEG!
Van mijn opa Sjaak Hauser (links boven) kan ik mij niet erg veel herinneren. Hij stierf toen ik net tien jaar oud was. Veel later toen ik een volwassen man was, zou mijn bejaarde vader (Theo) zijn vader Sjaak regelmatig ter sprake brengen. Theo kon bijna maniakaal gebeurtenissen uit zijn verleden oprakelen. Wanneer hij zijn vader te berde bracht, sprak hij altijd met genegenheid en vol bewondering over hem. Sjaak moet een veelzijdig man zijn geweest.

Ik kan me hem herinneren als een vriendelijke, bedaarde, wat teruggetrokken man. Op de foto linksboven, met pijp in de mond, straalt hij die rust ook uit – zo’n beetje de tegenpool van de vechtlustige maniak op het plaatje ernaast. In 1962 logeerde Sjaak een paar weken bij ons thuis in Bakkum − dat was een paar weken of maanden vóór zijn dood. Opa had longkanker en was niet meer te redden, iedereen wist dat, ook opa zelf. Mijn vader heeft hem bij ons in huis gehaald om hem te verzorgen en het daarmee mijn grootmoeder wat gemakkelijker te maken. Oma Lies had zelf een zwakke gezondheid (suikerziekte, leukemie) en moest regelmatig worden opgenomen in het Linnaeus Ziekenhuis in Amsterdam.
Ik kan nog beelden van opa in Bakkum voor mijn geest roepen: hij zit in een gemakkelijke stoel in de voorkamer een boek te lezen. Opa moet toch elke dag een paar keer aan de eettafel in de woonkamer hebben gezeten, maar daarvan herinner in me niets meer. Opa las veel. Zoals in een boek van de Griekse schrijver Niko Kazantzakis: Kapitein Michalis (rechts boven). Ik geloof dat het boek door ons, d.w.z. het gezin Hauser, als een cadeautje aan hem was gegeven. Toen opa zieker werd en ons weer verliet om in een verzorgingstehuis in Amsterdam te sterven, heeft hij het boek niet meegenomen. Het boek bleef in Bakkum liggen. Nadat opa was overleden, in augustus 1962, heeft mijn vader voorin het boek in zijn zwierige handschrift geschreven: Opa’s laatste boek ! bldz. 45 ! (zie Fig. 2A)
Erg ver is opa dus niet in het Griekse heldenepos gekomen. Dat boek heeft sindsdien altijd in de lage boekenkast in de voorkamer van de woning aan de Van Duurenlaan in Bakkum gestaan, jaar in jaar uit. Toen mijn vader in 2011 was overleden en we zijn huis te koop aanboden, heb ik opa’s laatste boek mee naar Chiang Mai genomen en er thuis bewaard. Op een goede dag heb ik het weer tevoorschijn gehaald en ben ik erin gaan lezen. Dat viel niet mee, ik vond het nogal saai en de stijl beviel me niet. Ik geloof dat ik bladzijde 45 niet eens heb gehaald. Wel heb ik eindeloos vaak dat regeltje van mijn vader gelezen en de kaft bestudeerd.

Figuur 2-Opa Sjaak: Binnenkaft van Kapitein Michalis. A. handschrift van mijn vader. B. De bruine vlek op de plaats van de stikker van De Posthoorn.

Het boek was ooit gekocht bij De Posthoorn in Bakkum, een drogist annex souvenirwinkel, een winkel waar badgasten in Bakkum aan Zee benodigheden voor strand en zee konden aanschaffen: van opblaasbare eenden tot ansichtkaarten en zonnebrandolie. De Posthoorn herbergte ook een piepklein postkantoortje. In de winkel stond ook een rekje met boeken, veel keus was er niet.
Vóórin Kapitein Michalis had een goudkleurige, ovale stikker van De Posthoorn gezeten. Maar april 2019 had die stikker losgelaten en was verdwenen. Op de plek van de stikker was een bruine vlek (Fig. 2B), die een beetje doet denken aan sporen van gedroogd bloed op een bewijsstuk in een moordzaak. Ik heb toen een paar foto’s van het boek gemaakt, en Kapitein Michalis samen met een stapel andere boeken kado gedaan aan ene Leonardo. Leonardo was een bebaarde man van Grieks-Italiaanse komaf die er beslist gemoedelijker uitzag dan kapitein Michalis. Hij runde een kleine boekwinkel in de buurt van de Tha Phae Poort in Chiang Mai. Kapitein Michalis lag bovenop de doos boeken die ik bij Leonardo achterliet. Ik vertelde hem dat het mijn opa’s laatste boek was, maar verzweeg dat ik het boek niet om te pruimen vond. Misschien is het boek nog te vinden op het kleine plankje Nederlandse boeken bij Leonardo.

Op het overlijdensbericht van mijn opa staat dat hij, Jacobus Hubertus Hauser, 20 augustus 1962 is overleden, 71 jaar oud. Ik was toen net 10 jaar oud. Opa was geboren en getogen in Limburg. Veel Limburgers kregen een Franse voornaam. Eigenlijk heette opa Jacques (afgeleid van Jacobus), maar Limburgers verbasterden dat tot ‘Sjaak’. Gérard werd ‘Schraar’, fonetisch tenminste, hoe men het schreef weet ik niet, hoewel ik nog een verre ‘Oom Schraar’ heb gekend. Wanneer familie van de Limburgse tak bijeen was werd er Venloos gesproken. Het was een merkwaardige kakofonie. Zelfs mijn vader die toch keurig Nederlands sprak, verlaagde zich bij zulke gelegenheden tot het Venloos gebrabbel.

Ik was tijdens opa’s verblijf in Bakkum negen jaar oud, maar herinner me nog dat hij spijt had zijn hele leven een zware roker te zijn geweest. Hij drukte dat enkele keren zo uit: ‘Ik heb een heel huis opgerookt’ — hij bedoelde: wanneer hij nooit gerookt zou hebben, zou hij zoveel geld uitgespaard hebben dat hij daarvan een mooi huis had kunnen kopen. Zo slecht woonden opa en oma Hauser overigens niet: in het hart van de Indische buurt, Eerste Atjehstraat 65-II (zie Fig. 3)

Figuur 03-Opa Sjaak. 1. Plattegrond van een stukje Indische Buurt in Amsterdam. Oma en Opa Hauser woonden aan een pleintje waar de Eerste en Tweede Atjehstraat bij elkaar komen. 2. Zo te zien worden de woningen in de Eerste Atjehstraat nu gerenoveerd. In een van de panden op de Google-foto hebben Sjaak en Lies hun halve leven gewoond.

Mijn vader, Theo, sprak altijd met veel respect over zijn vader. Opa Sjaak moet een getalenteerde en veelzijdige man zijn geweest. Opa was ooit een goede voetballer, aldus vader. Hij speelde back bij VVV. Na een wedstrijd had hij vaak kramp in zijn benen. Opa Sjaak had aan mijn vader de passie voor het vissen en stropen overgedragen. Sjaak was als regisseur actief in de lokale toneelvereniging. Hij werkte als rangeermeester bij de spoorwegen, een vak waarbij je goed in logistiek moest zijn. Kortom, Opa Sjaak had wel wat in zijn mars.
In 1935 woonden de Hausers in Helmond. Dat jaar werd Sjaak overgeplaatst naar Amsterdam om er een rangeerterrein te runnen. Het gezin betrok een woning aan de Zwanenburgwal in het centrum van de hoofdstad, maar enkele jaren later verhuisden ze naar de Indische Buurt.
Ik kende als ‘naoorlogse’ jongen slechts hun etage aan de Eerste Atjehstraat, maar ze hadden eerder ook aan de Tweede Atjehstraat gewoond, op de hoek bij de spoordijk, vlak bij het Muiderpoortstation. Vanwege die spoordijk gingen sommige huizen verzakken. Opa Sjaak is er een keer met bed en al door de vloer gezakt. Ik vraag me af of dit stukje “geschiedenis van Amsterdam” nog ergens staat opgetekend.

Of oma en opa een goed huwelijk hadden weet ik niet. Maar wel speelde binnen familie-affaires (en misschien ook binnen hun huwelijk) vaak mee dat Sjaak uit de weinig hoog aangeschreven (Venlose) familie der Hausers kwam en oma Lies uit de meer gegoede familie der Hermans. Die Hermans keken wat neer op de Hausers, volgens Theo.

In de Tweede Wereldoorlog zou opa het bij oma helemaal verbruien. Opa was actief betrokken geweest bij de Spoorwegstaking. De Duitsers zochten hem daarom, zodat Sjaak moest gaan onderduiken. Hij dook onder bij een “nicht”, een aardige dame, verre familie van Sjaak. Tijdens die moeilijke tijden zijn mijn opa en die nicht erg van elkaar gaan houden. Oma heeft dat Sjaak nooit vergeven (aldus mijn vader) en tussen beiden is het nooit meer helemaal goed gekomen. Maar ik heb daar weinig van gemerkt en op foto’s was daar ook niets van te bespeuren. Op de foto hieronder (Fig. 4C) lijkt het ten minste koek en ei en lijkt het of Sjaak wordt bereden door Lies.

Figuur 4-Opa Sjaak. A. Opa Sjaak Hauser, B. Oma Lies Hauser-Hermans. C. Tante Toos met Rina, Opa Sjaak met Oma Lies achter zich, en Hedwig (mijn moeder) met (mijn zus) Beppie. Rond 1951.

Mijn opa was dus een ontwikkeld man die in 1962 een bewogen leven achter de rug had, waarop een mens met een zekere tevredenheid zou mogen terugkijken.
De gedachte spoedig te zullen sterven is nooit leuk. Opa Sjaak zal vaak aan de dood gedacht hebben wanneer hij in de voorkamer van ons huis in Kapitein Michalis zat te lezen. Misschien kon hij zijn gedachten wel helemaal niet bij het boek houden.

Zowel schrijver Niko Kazantzakis als vrijheidsheld Kapitein Michalis (vocht in 1889 tegen de Turken) waren echte Kretenzers. In een voorwoord van het boek schrijft A. den Doolaard ‘dat de oude Kretenzers zich nauwelijks om eschatologische problemen bekommerden; hun levensaanbidding omvatte een onverschrokken doodsaanvaarding. “Deze heroïsche blik, zonder hoop en zonder vrees, sereen gericht op de afgrond, die noem ik de blik van Kreta,” schreef Kazantzakis.’
Opa Sjaak stond ook aan een afgrond, zonder hoop, maar er was zo te zien weinig onverschrokkens of heroïsch bij mijn bedeesde, introverte grootvader te bespeuren. Misschien had ie een eschatologisch probleem, maar ik ben even vergeten wat dat betekent. Zeker was dat opa spijt had: spijt dat hij een huis heeft opgerookt.

‘s Avonds hielp mijn vader hem vaak bij het omkleden. Hij zag dan dat er natte, doorweekte plekken op de huid van Sjaaks borstkas waren. Ik had mijn vader dit verschillende keren horen vertellen. Ik zag dan in gedachten de kanker langzaam door mijn opa heensijpelen. Daar was niets heroïsch aan.

Op de laatste bladzijde van Kapitein Michalis die opa heeft gelezen is een passage met rood kleurpotlood in de kantlijn van een soort “kruis” voorzien. Ik weet niet wie dit kruis erin gezet heeft: misschien mijn vader, maar het kan ook dat ikzelf die passage met rood heb gemarkeerd (Fig. 5, rechts). Ik had de gewoonte rood potlood te gebruiken om woorden of zinnen in boeken te onderstrepen. Ik zette ook vaak strepen en kruizen in de kantlijn. Maar het soort “kruis” (een streep met twee dwarsbalken) als op opa’s laatste bladzijde ziet er niet uit als iets typisch van mijn hand. Misschien vond ik de passage interessant omdat het wellicht het allerlaatste was wat mijn opa gelezen heeft.

Resumé: Kapitein Michalis staarde die nacht net zo lang naar de hemel tot deze een melkachtige gloed begon te krijgen. Daarop verkleedde hij zich, bewapende zich met een mes, sprong op zijn paard en vertrok.

Een dag of zo later nadat hij dit had gelezen, vertrok ook mijn opa, naar Amsterdam.
Kort voor zijn dood zou ik hem daar nog een keer opzoeken in een verzorgingstehuis. Zijn kamer keek heel mooi uit over een gracht, maar opa’s bed stond ver van het raam. Misschien had Opa Sjaak wel helemaal geen zin meer om naar buiten te kijken.

Figuur 5-Opa Sjaak. De laatste bladzijde die opa las in zijn “laatste boek”.

Mijn Oma, Elisabeth Maria Hubertina Hermans, weduwe van Jacobus Hubertus Hauser, stierf 30 oktober 1966, 74 jaar oud.
Na de dood van haar man, die zij “HET” nooit heeft vergeven, was mijn oma nog vaker ziek dan ervoor. Ze moest regelmatig voor een bloedtransfusie worden opgenomen in het Linnaeus Ziekenhuis. Ze mocht eigenlijk niets eten wat lekker was. Wanneer ze weer thuis was en zich iets beter voelde lapte ze dat aan haar laars. Dan smulde ze van de balkenbrij, geen typisch dieetgerecht. Eén van haar artsen heette dr. Keuler, het was een huishoudwoordje in het pand aan de Atjehstraat. Die man verbood haar zo’n beetje alles, daar had ze de pest in, als een echte Hermans trok ze zich daar niets van aan.
Op een dag was ik in mijn eentje naar Amsterdam gegaan om mijn oma op te zoeken. Ik was toen dertien of veertien jaar oud. Ze was alleen in huis, lag in bed, kreunde en ijlde. Alles aan haar leek gezwollen en rood en paars uitgeslagen, alof de balkenbrij een uitweg zocht. Ik deed wel eens een boodschap voor oma. Eén keer had ik zelfs haar bankboekje meegekregen om geld op te nemen in een kantoor aan de Sumatrastraat. Maar het drong niet tot oma door dat ik er was, en ik ben toen maar naar huis gegaan.
SJON HAUSER