Familie-album-001. Feestje op een cruiseboot

Familie-album-001 Feestje op een cruiseboot   door Sjon Hauser

[gepost: 28 maart 2020]

Leuke foto, zeg!

 

 

 

 

 

 

 

 

LEUKE FOTO, ZEG !

De afgelopen weken volgde ik het nieuws over het oprukkende coronavirus nauwgezet.
Mijn aandacht werd nogal eens getrokken door berichten over de cruiseschepen Diamond Princess en Westerdam. Op de Diamond Princess, in quarantaine in een Japanse haven, bleken vele honderden passagiers en bemanningsleden te zijn besmet. Op de Westerdam was dat, voor zover kon worden nagegaan, bij niemand het geval, maar op zijn tocht door de oriëntaalse wateren was het schip in vijf havens niet welkom: de passagiers mochten er niet van boord.
Ik had net in een boek gelezen over de wederwaardigheden van de St. Louis, een schip van de Hamburg-Amerika Line dat mei 1939 Europa had verlaten met aan boord 937 Joodse vluchtelingen. Hoewel alle passagiers geldige papieren hadden om in eindbestemming Havana aan land te gaan, weigerden de Cubaanse autoriteiten de vluchtelingen toe te laten, bang dat het land overstroomd zou worden met Joden en uiteindelijk moest de boot omkeren naar Europa.(1)
De passagiers van de Westerdam werden uiteindelijk met open armen door de Cambodjaanse president Hun Sen in de haven van Sihanoukville verwelkomd. Bijna demonstratief werd nauwelijks enige vorm van voorzichtigheid in acht genomen om eventuele besmettingen te voorkomen. D’r werd nog net niet getongzoend op de loopplank.
Bij het volgen van dit nieuws dwaalden mijn gedachten af naar mijn ouders (Theo en Hedwig) die in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw verslingerd waren aan het maken van dure vakanties per cruiseboot. Een foto gemaakt op zo’n reis zie je hierboven. Waarschijnlijk was dat tijdens een van hun eerste bootvakanties. Ik doe een gokje:  misschien in 1971 met het schip de Alexander Pushkin.(2)
Die reis hadden mijn ouders geboekt met Bob en Annie. Bob was Theo’s zes jaar jongere broer en Annie was Bobs echtgenote. Op de foto zie je het hele gezelschap tijdens die reis aan de eettafel zitten. Een ‘vrolijke boel’, zo te zien. Ik heb begrepen dat er nogal wat feestjes op die cruiseboten worden georganiseerd en men er niets tekort komt. Niettemin oogt het geserveerde eten nogal schraal. De keutel op elk bord zal wel een sjiek voorgerecht zijn geweest.
Helemaal vrolijk is het natuurlijk nooit ergens. Links zit Bob, mijn ‘Oom Bob’. Wat een mager hoofd heeft ie, diep ingevallen wangen. In 1973, als ik me goed herinner, werd Bob in het Lucas Ziekenhuis in Osdorp geopereerd. Een long met daarin een kankergezwel werd verwijderd. Een week of zo daarna heb ik mijn oom nog opgezocht. Hij lag aan allerlei slangetjes verbonden en vertelde me dat zo’n zware operatie geen lolletje is. Bob was een zeer zware roker geweest. Ik zie nog beelden voor me van verjaardagen wanneer familie in de woning van de jarige bijeengekomen was, zoals thuis bij ons in Bakkum. De kamer waar het “feest” plaatsvond zag dan blauw van de sigaretten- en sigarenrook. Bob, die altijd levendig meedeed aan de discussies onder de aanwezige mannen, kon je je niet voorstellen zonder een walmende Caballero tussen twee okerbruin gekleurde vingers.
Op de foto: Bob kijkt tamelijk vrolijk, hij lacht enigszins. Geen sigaret tussen zijn vingers: mogelijk was de longkanker toen al bij hem gediagnostiseerd. Annie, naast hem, lacht ook: kennelijk is er net wat leuks gezegd.
Theo kijkt ernstig in de camera, wat zuur zelfs. Hij is nooit een echte feestvierder geweest, en op veel foto’s temidden van fuivende gezelschappen, zie je dat hij zijn best doet in de maat te lopen, maar dat hem dat veel moeite kost. Op de foto rookt hij een sigaret, kennelijk tegen de stress. Ik dacht dat hij ergens in de jaren zestig gestopt was met sigaretten roken en toen op sigaren was overgestapt. Dus ik denk dat er aan de eettafel op een cruiseboot geen sigaren gerookt mochten worden, maar wel sigaretten.… Hedwig kijkt vrolijk, stralend in de camera. Je ziet hoe bruin ze is. Kennelijk heeft ze al een paar keer op het dek of bij het zwembad liggen zonnebaden. Zwemmen deed Hedwig tot op hoge leeftijd als een vis. Wanneer de Pushkin het ruime sop had gekozen was ze beslist vaak in het zwembad te vinden om andere reizigers te imponeren met haar duiken en “bommetjes” vanaf de hoge duikplank en haar schier eindeloos baantjes trekken.
Ik vond ook nog een andere foto, gemaakt op hetzelfde cruiseschip, misschien een uur later dan de eerste foto – zie hieronder.

FOTO 2.

Op dit kiekje dragen mijn ouders en oom en tante geen maffe feestmutsen en cowboyhoeden meer. Merk op dat Theo nu een sigaartje rookt, dus misschien had ik gelijk  dat er tijdens maaltijden geen sigaren mochten worden gerookt. Big surprise!: Oom Bob rookt een sigaret!! Dit plaatst de datum van de foto waarschijnlijk vóór 1971. Ik neem tenminste aan dat mijn oom niet lustig aan een Caballero trekt, terwijl er weken of maanden daarvoor net longkanker bij hem was geconstateerd.

Hoe het verder met deze mensen is gegaan?
Bij oom Bob, zoals reeds gemeld, is in 1973 een long geamputeerd. Hij heeft de uiterst zware operatie goed doorstaan en heeft daarna met slechts één long nog jaren ‘gezond geleefd’. Uiteindelijk bleek in die resterende long ook kanker te woekeren. In de (na)zomer van 1985 is hij daaraan overleden.
Tante Annie is heel oud geworden, in 2012 en ik meen zelfs in 2013 leefde ze nog; ze moet toen de negentig al zijn gepasseerd. Misschien leeft ze zelfs nu nog en dan is ze minstens 97, denk ik.
Hedwig stierf in 2007, zwaar dement, op 87-jarige leeftijd. Een verhaal over haar leven bereikt zijn voltooiing. Het eerste deel ervan is zojuist op mijn website gepost: link
Theo stierf in 2011, 94 jaar oud, aan een herseninfarct. Een uitvoerige schets van zijn leven staat al jaren op deze website: link .
Waarom ik zo weinig weet over hoe het Annie (en vele andere van mijn verwanten) is vergaan?
Dat heeft er in de eerste plaats mee te maken dat ik rond 1985 naar Zuidoost-Azië vertrok. Een paar jaar later betrok ik een woning in Chiang Mai en werd dat mijn ‘thuis’. Sindsdien kwam ik eens per jaar of eens in de twee jaar naar Nederland. Dat was meestal voor niet langer dan een paar weken. Ik logeerde dan bij mijn ouders in Castricum, mijn zus Bepke in Bovenkarspel/Grootebroek of bij vrienden in Amsterdam of Haarlem. Zo’n kort verblijf was lang genoeg om nieuw journalistiek werk en de nodige visa te regelen, maar te kort om banden met vrienden en familieleden te “consolideren” of nieuw leven in te blazen. Daar kwam bij dat enkele familiebanden al eerder waren verslechterd of zelfs verbroken.

In 1972 was ik als student op kamers in Amsterdam gaan wonen. De jaren daarop kwam ik nauwelijks meer in contact met familie, met uitzondering van mijn ouders en mijn zus Bepke en haar gezin. Door mijn controversieel, uit de toon vallend gedrag werd ik in de meer kleinburgerlijke familietakken een beetje het zwarte schaap. Lang haar, slonzig gekleed, homo, drugsgebruik, dat waren allemaal geen goede aantekeningen. Erger was misschien nog dat mijn ouders altijd “achter mij stonden” (oftewel: mij verdedigden wanneer iemand iets slechts over me had op te merken). Zowel mijn vader als mijn moeder waren zelfs apetots op mij: omdat ik zulke goede studieresultaten had en al op mijn drieëntwintigste als biologieleraar op een Pedagogische Academie voor de klas stond. Ze hadden de gewoonte om altijd over me op te scheppen. Niemand in de familie had het wat studeren betreft zover gebracht als ik. Dat wekte bij sommigen misschien afgunst. En dat mijn ouders mij op handen droegen, ook al had ik vaak ruzie met ze, was misschien olie op het vuur. In elk geval hadden Theo en Hedwig steeds vaker een wat gespannen relatie met andere leden van onze familie en soms leek het of hun hasj-dealende flikkerzoon de inzet was. Hoe het ook zij: wanneer ik weer eens in Bakkum was, dan kreeg ik de indruk dat mijn ouders steeds minder behoefte hadden aan contact met zusters en broers, neven en nichten, schoontantes en pleegomen.
Familiebanden zijn sowieso hoogst complexe, raadselachtige en makkelijk ontvlambare aangelegenheden. Vetes in de kleine, ogenschijnlijk zo hechte kern van mijn familie heb ik later, “op gepaste afstand” vanuit Chiang Mai zien losbarsten.
Vreemd genoeg worden zulke vetes soms ook weer onverwachts snel bijgelegd en daarna is het dan opeens een taboe de tijden van onmin op te rakelen: zo ongeveer als incest binnen de familie, dat je niet aan de grote klok hangt. Maar in andere gevallen bleken de verkilde betrekkingen diepe wortels te hebben en was verzoening ook twintig, dertig jaar later niet meer gewenst. Hoe het ook zij: de doden spreken niet meer, en zij mogen zich daarom gelukkig prijzen dat ze nu weer eens door mij in het zonnetje worden gezet, ook al valt er misschien soms wel eens een verkeerd woord.

FOTO 3.

Hiernaast nog een foto gemaakt tijdens diezelfde cruisereis, misschien een uurtje na foto 2. Mijn moeder, Hedwig, danst met “zo’n knappe stewart” of een tweede stuurman of ander bemanningslid die zich bij feestelijke aangelegenheden vaak onder de passagiers begeven, als extra service van de zaak. Hij kijkt of hij mama hartstochtelijk begeert en nooit meer los zal laten, maar ik vermoed dat hij eerder een homo is die de goede naam van zijn maatschappij nauwgezet hooghoudt.

Tenslotte FOTO 4 hieronder, die in juli 2005 is gemaakt. De foto laat de wand van de voorkamer (ook wel “salon” genoemd) in de woning van de Van Duurenlaan 6 in Bakkum zien. Net als de achterkamer (“woonkamer”) hing de voorkamer vol met souvenirs die Theo en Hedwig van hun vele verre reizen hadden meegenomen. Je ziet (omcirkeld) twee souvenirs van cruiseboten. Ik weet bijna zeker dat het de Alexander Pushkin en de Lermontov zijn,  schepen van een Soviet-maatschappij genoemd naar de twee bekendste Russische schrijvers uit de eerste helft van de 19e eeuw. Mijn ouders hebben een of meerdere keren op elk van deze schepen van een vakantie genoten. Aan de muur hangt ook een kunstwerkje van Theo (wit sterretje): van stenen die hij en Hedwig op de hellingen van de vulkaan de Etna op Sicilië hebben verzameld heeft hij een miniatuur vulkaan gecreëerd. Sicilië was Theo’s favoriete eiland.

FOTO 4. juli 2005.

De vliegenmepper, naast een ingelijste foto van Theo’s en Hedwigs kleindochter Femke, heeft niets met wereldreizen te maken. Op de foto is Femke nog een peuter (rode pijl). Zij was een energieke, levenslustige vrouw van voorin de veertig toen ze september 2015 totaal onverwachts stierf aan een infectieziekte. Femke was zeer geliefd: nooit heb ik zoveel mensen op een crematie gezien. Als Femke één motto voor het leven had, dan was het: “Het is beter rijk te leven dan rijk te sterven”, want genieten van de fijne dingen in het leven stonden bij haar voorop – en het maken van mooie vakantiereizen speelden daarbij een hoofdrol. Misschien had ze die reislust wel opgelopen bij haar over de oceanen rondcruisende grootouders. Wat een toeval, dat het bourgondische levensmotto naast Femkes jeugdportret bij haar grootouders aan de muur hing (witte pijl).

In het bed op de foto heb ik vaak geslapen wanneer ik bij mijn vader logeerde. Mijn vader sliep dan in een ander bed in die kamer, dat zie je niet staan op de foto. Nadat mijn moeder in oktober 2007 was overleden hield ik mijn vader een kleine twee weken gezelschap. Mijn vader huilde, bij vlagen, van de vroege morgen tot de vroege avond. Ook ‘s nachts kwam aan het verdriet geen eind. Soms werd het gesnik en geproest even onderbroken en dan kreunde vader: “Ze was zo lief!” Soms onderbrak ik het gejank en vroeg vanuit het andere bed in de kamer: “Pa, gaat het een beetje….?” Dan kwam er iets onverstaanbaars uit gevolgd door “Ze was zo lief…” Vaders liefde voor zijn gestorven, hoogbejaarde liefje was ontroerend en aandoenlijk, maar zijn verdriet hield me wel erg uit mijn slaap.
SJON HAUSER

Noten:
1. Naar: Jan Brokken, 2019. De rechtvaardigen. Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen. 2. Ik vond later een foto-opschrift waaruit blijkt dat die reis met het schip de Fantasia was gemaakt (dus niet met de Pushkin). Maar deze Fantasia is niet de Fantasia die nu over de zeeën vaart. De huidige Fantasia, een gigantisch schip, is in het eerste decennium van de 21e eeuw gebouwd en schijnt tot de ‘top’ van de cruiseboten te behoren. Aan de reeks foto’s die van dit nog jonge bakbeest op het internet te vinden is komt geen eind. Ik heb me een ongeluk gegoogled naar de oude Fantasia (van dezelfde maatschappij), maar hierover kon ik geen enkele informatie vinden.