Experiment

Chiang Saen – Chiang Khong – Wiang Kaen – Pha Tang  – Phu Chi Fa
yesEnglish english english  ankwam
, werd hij als ambtenaar aangesteld op de Algemene Secretarie te Buitenzorg. Na enkele weken werd hij er ontslagen wegens ‘ontoelaatbare handelswijze’. Met zijn minachting voor wtiquette, het dragen van ‘versomberende kledingsstukken’, zijn enorme baard en het lange haar, werd hij een nachtmerrie voor de residenten en hun assistenten aan wie hij successievelijk als ambtenaar ter beschikking werd gesteld. Zijn superieuren werden doorgaans het middelpunt van zijn grappen. Eens, opgeroepen om zijn zoveelste reprimande te ontvangen, verscheen hij in pyama op een olifant.

In zijn laatste baantje was hij hulp van de Assitent-Resident van Politie van Semarang. De resident had hem belast met het bestrijden van een apenplaag in die streek. Toen de resident later informeerde hoe het met de apen stond, telegrafeerde Stein naar hem: ‘Sinds uw vertrek, Resident, hebben wij hier geen aap meer gezien.’


Nederlands nederlands nederlands Tenslotte, in 1906
, wordt hij eervol uit ‘s lands dienst ontslagen. Een zwerversbestaan volgt. Hij belandt zelfs bij het Leger des Heils. Meestal leeft hij op de kosten van goedwillende Hollanders die niet kunnen zien dat een man van het blanke ras voor de ogen van de inlanders naar de knoppen gaat. Even groot als zijn dorst naar bier is zijn dorst naar kennis. Door zelfstudie leert hij Sanskrit en Javaans. Later doet hij klusjes voor het dagblad De Locomotief, maar hij krijgt weer vaste grond onder de voeten als hem een bantje als employé op een koffieplantage nabij Mojokerto wordt aangeboden. De plantage ligt midden in het hart van wat ooit het oude Hindoe-Javaanse rijk Majapahit was. Naast culinaire activiteiten verricht hij in zijn vrije tijd voornamelijk archeologisch veldwerk in de omgeving. Vooral de basreliëfs van tempels houden hem bezig. Door zijn grote kennis van de wayangliteratuur weet hij aan menig basreliëf een nieuwe interpretatie te geven.

Style test 1

Hoewel archeologie hem heilig is, kan hij het niet nalaten zijn wetenschappelijke artikelen een persoonlijk stempel mee te geven. Een citaat van Prikkebeen is weliswaar uit zijn proefschrift geschrapt, maar we kunnen er nog wel wat ongebruikelijke uitdrukkingen in aantreffen, zoals ‘hutspot’, ‘naplapperen’ en ‘erop losphantaseren’.

Style test 2

Hoewel archeologie hem heilig is, kan hij het niet nalaten zijn wetenschappelijke artikelen een persoonlijk stempel mee te geven. Een citaat van Prikkebeen is weliswaar uit zijn proefschrift geschrapt, maar we kunnen er nog wel wat ongebruikelijke uitdrukkingen in aantreffen, zoals ‘hutspot’, ‘naplapperen’ en ‘erop losphantaseren’.

kst in de hand heeft.’

Hoewel archeologie hem heilig is, kan hij het niet nalaten zijn wetenschappelijke artikelen een persoonlijk stempel mee te geven. Een citaat van Prikkebeen is weliswaar uit zijn proefschrift geschrapt, maar we kunnen er nog wel wat ongebruikelijke uitdrukkingen in aantreffen, zoals ‘hutspot’, ‘naplapperen’ en ‘erop losphantaseren’.

In 1916 begint hij met de restauratie van de Gedong Sangga, een verspreid liggend tempelcomplex in Centraal-Java. Hij zal er vier jaar regelmatig werkzaam zijn, maar in 1917 wordt het werk al beloond met zijn benoeming tot Inspecteur van de Oudheidkundige Dienst.  datzelfde jaar wordt een begin gemaakt met reli?fstudies van de Prambanan, die door velen wel als Java’s fraaiste hindoeheiligdom wordt beschouwd.

lantaarnsToen hij in 1904 op Java aankwam, werd hij als ambtenaar aangesteld op de Algemene Secretarie te Buitenzorg. Na enkele weken werd hij er ontslagen wegens ‘ontoelaatbare handelswijze’. Met zijn minachting voor wtiquette, het dragen van ‘versomberende kledingsstukken’, zijn enorme baard en het lange haar, werd hij een nachtmerrie voor de residenten en hun assistenten aan wie hij successievelijk als ambtenaar ter beschikking werd gesteld. Zijn superieuren werden doorgaans het middelpunt van zijn grappen. Eens, opgeroepen om zijn zoveelste reprimande te ontvangen, verscheen hij in pyama op een olifant.

In zijn laatste baantje was hij hulp van de Assitent-Resident van Politie van Semarang. De resident had hem belast met het bestrijden van een apenplaag in die streek. Toen de resident later informeerde hoe het met de apen stond, telegrafeerde Stein naar hem: ‘Sinds uw vertrek, Resident, hebben wij hier geen aap meer gezien.’

Tenslotte, in 1906, wordt hij eervol uit ‘s lands dienst ontslagen. Een zwerversbestaan volgt. Hij belandt zelfs bij het Leger des Heils. Meestal leeft hij op de kosten van goedwillende Hollanders die niet kunnen zien dat een man van het blanke ras voor de ogen van de inlanders naar de knoppen gaat. Even groot als zijn dorst naar bier is zijn dorst naar kennis.Door zelfstudie leert hij Sanskrit en Javaans. Later doet hij klusjes voor het dagblad De Locomotief, maar hij krijgt weer vaste grond onder de voeten als hem een bantje als employé op een koffieplantage nabij Mojokerto wordt aangeboden. De plantage ligt midden in het hart van wat ooit het oude Hindoe-Javaanse rijk Majapahit was. Naast culinaire activiteiten verricht hij in zijn vrije tijd voornamelijk archeologisch veldwerk in de omgeving. Vooral de basreliëfs van tempels houden hem bezig. Door zijn grote kennis van de wayangliteratuur weet hij aan menig basreliëf een nieuwe interpretatie te geven.