Dendrelaphis spec., een bronzeback uit West-Thailand

bronzeback

Een groot exemplaar boven een beek in de provincie Tak.

De slangen van het genus Dendrelaphis worden doorgaans bronzebacks genoemd omdat bij vele soorten de rug bronskleurig is. Het zijn slanke, middelgrote dieren die zich vaak in struiken en bomen ophouden.

Dankzij ventrale en subcaudale schubben met ‘kielen’ zijn het uitstekende klimmers. Ze pionieren echter ook vaak op de bodem. Het is een groot genus van zo’n dertig soorten waarvan het verspreidingsgebied zich uitstrekt van India tot Australië. Minstens zeven soorten komen voor in Thailand waarvan er vier ook te vinden zijn in het noorden. Een van de soorten, de Common Bronzeback (Dendrelaphis pictus) is een van de algemeenste slangen in Noord-Thailand en een groot deel van Zuidoost-Azië. Deze slangen zijn niet giftig, maar sommige zullen niet aarzelen te bijten als ze gestoord worden of zich bedreigd voelen.

Een tamelijk jonge Cohn’s bronzeback.

Een subadulte Dendrelaphis spec.

Enkele soorten lijken op het eerste gezicht nogal op elkaar en je moet ze van dichtbij zien om ze van elkaar te kunnen onderscheiden. Tot voor kort bestond er de nodige verwarring over de taxonomie van een aantal. Met een uitgebreid onderzoek van zo’n duizend bronzebacks die in musea verspreid over de wereld in sterk water worden bewaard hebben Gernot Vogel en Johan van Rooijen orde op zaken gesteld, waarbij tevens een aantal nieuwe soorten uit de bus kwam. (1)

Dendrelaphis spec.

De beschrijving van wat vrijwel zeker een nieuwe bronzeback-soort is, zal binnenkort in een wetenschappelijk tijdschrift worden gepubliceerd. (2) Ik ken deze soort al sinds 2004 uit Noord-Thailand en heb er sindsdien tientallen road kills van gevonden. Een zestal keren heb ik hem levend waargenomen en van twee van deze dieren heb ik goede foto’s weten te maken. Alle vondsten en waarnemingen waren in de districten Phop Phra en Umphang van de provincie Tak, grenzend aan Myanmar. Vanwege de opvallende schuine dwarsstrepen heb ik de slang jarenlang voor de Cohn’s Bronzeback (Dendrelaphis striatus) gehouden, die bekend is uit Sumatra, Borneo en het Maleis schiereiland. Maar in 2011 werd me duidelijk dat er toch wel duidelijke verschillen bestaan: D. striatus is aanzienlijk kleiner en heeft geen opvallende zwarte kartelband in de nekstreek. Bronzeback-expert Johan van Rooijen van het Zoölogisch Museum in Amsterdam bevestigde dat het geen D. striatus was en hij was er vrijwel zeker van dat het een nieuwe soort betrof. Dat werd bevestigd door het nodige meetwerk. Morfologisch lijkt de soort sterk op de Blue Bronzeback (Dendrelaphis cyanochloris – zie het artikel: Dendrelaphis cyanochloris, the Blue Bronzeback), maar kleur en patroon zijn totaal verschillend. De nieuwe soort kan een lengte van ruim 1,6 meter bereiken en is daarmee ook groter dan de Blue Bronzeback.

De kop en het bovenlichaam zijn bronsgroen. Bij het oog (met de ronde pupil en goudkleurige iris) begint een brede zwarte lijn die naar de nek loopt. In de nek breekt deze postoculaire streep eerst een paar keer onvolledig op waardoor er een kort zaagtandpatroon ontstaat; daarna valt hij uiteen in een serie schuine, brede dwarsbalken die op de voorste deel van het lichaam zeer duidelijk zijn, maar naar achteren toe steeds onduidelijker worden en halverwege de vent (anus) niet meer zijn te onderscheiden. In de voorgestelde Latijnse naam van deze species novum zal waarschijnlijk worden verwezen naar het zwarte zaagtandpatroon vooraan op de nek. De rugschubben zijn glad en daarvan zijn de vertebrale schubben (de middelste rij die over de ruggegraat loopt) sterk vergroot.

Een tamelijk jonge Cohn’s bronzeback.

Een vrij jong individu in defensieve houding en met de vuurrode tong uitgestoken.

Kop en nek van juveniel exemplaar.

Kop en nek van juveniel exemplaar.

De tong is vuurrood en wordt bij onraad frequent uitgestoken.

Wat morfologie betreft lijkt hij sterk op de Blue Bronzeback. Zo zijn de kopschilden vrijwel identiek aan die van D. cyanochloris, evenals het aantal ventrale en subcaudale schubben. Wat de kop betreft is er echter een klein verschil: centraal achter de twee grote pariëtale schilden ligt bij de nieuwe, nog onbeschreven soort meestal een paar vrijwel identieke ‘parapariëtale schubben’, terwijl hier bij D. cyanochloris meestal een enkele schub ligt.

In de districten Umphang en Phop Phra van Tak is deze soort tamelijk algemeen in hill evergreen (oak) forest op een hoogte van 900-1350 meter. Gernot Vogel heeft ook een road kill van deze soort in Tak gevonden. In een Brits natuurhistorisch museum wordt een exemplaar bewaard dat in het begin van de twintigste eeuw door de Britse slangenexpert Frank Wall in “Mergui” is gevonden (het uiterste zuiden van het huidige Myanmar). Daarnaast is op de website Asia Ecology een foto van de nieuwe soort gepost met het bijschrift: ‘nog niet geïdentificeerde bronzeback’. De foto is genomen in het Kaeng Krachan nationaal park, ongeveer honderd kilometer ten zuidwesten van Bangkok, dat in het westen grenst aan het district Mergui (nu: Myeik) in Myanmar. Op de foto is de slang bezig een kikker te verslinden.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s

Voetnoten

1. Zie onder meer: Gernot Vogel and Johan van Rooijen, 2007. A new species of Dendrelaphis (Serpentes: Colubridae) in Southeast Asia. Zootaxa 1394: 25-45 en Gernot Vogel and Johan van Rooijen, 2011. Description of a new species of the genus Dendrelaphis Boulenger, 1890 from Myanmar (Squamata: Serpentes: Colubridae). Bonn zoological Bulletin 60 (1): 17-24.

2. Gernot Vogel, Johan van Rooijen and Sjon Hauser, 2012. A new species of Dendrelaphis (Serpentes: Colubridae) from Thailand and Myanmar. In voorbereiding.