Culinair—Waterwantsen, miereneieren en andere tussendoortjes

Gekookte waterwantsen

Gekookte maengda (waterwantsen).

Culinair – Tussendoortjes in de tropen

Westerlingen verbazen zich in het Oosten over de bonte verscheidenheid aan eetwaar die overal te koop ligt. ‘Het lijkt wel of de mensen de hele dag aan het eten zijn,’ kreeg ik vaak te horen als reisleider. Het nuttigen van kleine hapjes is er inderdaad tot een kunst verheven. Maar mijn groepsreizigers beperkten de verkenning van deze snackcultuur tot stukjes ananas of wat bananenchips. Was het toch een beetje exotisch  dan werd er, uit vrees voor buikloop, voor bedankt. Schijthuizen, dat waren de meesten.

Veel lekkers misten ze op die manier. Zoals krokant gefrituurde rupsen, voedzaam en proteïnerijk, ideaal als knabbeltje. En de verrukkelijke sprinkhanen, ook al blijven hun pootjes soms met weerhaakjes in de keel hangen. De maengda, een forse Thaise waterkever, wordt gekookt en bestaat overwegend uit chitinepantser, maar de sappen die men uit dit tussendoortje weet te kauwen, hebben een verrassend fruitig aroma. De dansende glasgarnaaltjes uit de Mekong werkt men daarentegen levend naar binnen. Jan en Truus waagden zich er niet aan.

Ook de ‘paardenpis’-eieren, blauwzwart uitgeslagen door de speciale behandeling (zalig met wat verse gember), en blokjes gestold bloed werden afgewezen. Vies en glibberig luidde het vonnis. Een traditioneel ontbijt van een rauw ei in een glas warm water liet men onaangeraakt en hongerig zat men de hele ochtend in de bus.
Het was ondankbaar werk de globetrotters liefde voor de lokale kost bij te brengen. Op een vrije avond vluchtte iedereen de McDonald’s binnen. Ik begon te beseffen dat die weerstand tegen zoveel lekkers te maken had met de vervreemding in hun hamburgercultuur. Vervreemding van het dier en vervreemding van het leven en de dood.

Een balutventer in Manila.

Een balutventer in Manila.

Opengepelde balut.

Een opengepelde balut, klaar om je tanden erin te zetten.

Vandaar dat de balut, een Filippijnse delicatesse, de soft avonturiers van alle snacks het meest tegenstond. Baluts zijn bebroede eendeneieren die enkele dagen voor het uitkomen worden gekookt. ‘s Avonds  worden ze op straat verkocht in dik beklede manden die ze lang warm houden. De smulpartij kan naast een fles San Miguel-bier aan een bierstalletje beginnen. Tik het ei stuk en verwijder wat stukjes schaal. Bijt dan een scheurtje in de dooierzak en slurp het vruchtsap op. Is het embryo drooggelegd, pel dan meer van de eierschaal weg zodat Kwik, Kwek of Kwak, de prille veertjes plakkend op het snuitje, tevoorschijn komt. Druk wat zeezout op de foet en zet de tanden stevig in de voorste helft. Kauw het fijn. Het krakende knuffeldiertje mag dan wat taai zijn, de smaak is onovertroffen.
Jan en Truus blijven niettemin de voorkeur geven aan een lapje vlees waarin geen dier meer herkenbaar is — al of niet beladen met dodelijke ziektekiemen uit de bio-industrie.

©SJON HAUSER: tekst en foto’s.
(Een iets andere versie van dit verhaal verscheen in de Volkskrant van 1 december 2001.)